Het parlement keurde in maart een wet goed waardoor Belgische groothandelaars en verdelers geen geneesmiddelen meer mochten uitvoeren naar het buitenland. Bedoeling was om tegen te gaan dat er steeds meer geneesmiddelen onbeschikbaar werden.

Het Grondwettelijk Hof oordeelde vorige week dat de maatregel niet geschikt is om de onbeschikbaarheid tegen te gaan. In het vonnis valt te lezen dat de groothandelaars en verdelers dan wel een openbare dienstverplichting hebben om voor voldoende geneesmiddelen te zorgen, maar dat hun activiteiten geen invloed hebben op de onbeschikbaarheid.

Van de werkelijk onbeschikbare geneesmiddelen is maar 'een zeer marginaal percentage ook effectief geëxporteerd', aldus het Grondwettelijk Hof.

'Werkelijke oorzaken aanpakken'

De NVGV reageert tevreden en roept maandag in een communiqué op 'om met de hele sector te komen tot een breed gedragen oplossing die de werkelijke oorzaken van de tekorten aanpakt'. Volgens NVGV zijn experts het erover eens dat de problematiek op meerdere vlakken moet aangepakt worden. 'Een betere preventieve informatie over de onbeschikbaarheden zodat alternatieven tijdig kunnen ingezet worden, het verplicht aanleggen van bufferstocks voor de Belgische patiënt en het substitutierecht voor de apotheker uitbreiden zijn alvast drie valabele opties.'

Ook het terugbrengen van een deel van de productie naar Europa kan een oplossing zijn, klinkt het.

Het kabinet van bevoegd minister Maggie De Block laat van zijn kant weten dat het federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten (FAGG) aan een nieuw koninklijk besluit werkt dat de leveringsplicht voor de verschillende actoren vastlegt. De tekst wordt momenteel besproken in de werkgroep rond de onbeschikbaarheid van geneesmiddelen, staat in La Libre.