De winter is een harde periode voor sportvelden met natuurlijk gras. Weinig licht en lage temperaturen beperken de herstelcapaciteit van het gras. De opengescheurde zoden liggen er hobbelig bij en de bal loopt voor geen meter. Bij vriesweer wordt het veld keihard, en bij regen een modderbad. In de zomer droogt het uit tot hard beton of een stofwoestijn.
...

De winter is een harde periode voor sportvelden met natuurlijk gras. Weinig licht en lage temperaturen beperken de herstelcapaciteit van het gras. De opengescheurde zoden liggen er hobbelig bij en de bal loopt voor geen meter. Bij vriesweer wordt het veld keihard, en bij regen een modderbad. In de zomer droogt het uit tot hard beton of een stofwoestijn. Een kunstgrasveld ligt er altijd even speelklaar bij, ongeacht het weer. Het ligt ook strakker. Er is geen sprake meer van een 'patattenveld' dat technisch sterkere spelers parten speelt. Integendeel, de bal circuleert sneller en het tempo gaat omhoog. Kunstgras geeft wel meer grip op de noppen van voetbalschoenen, wat de knieën en de enkels extra belast bij draaibewegingen. De vrees voor brandwonden bij het uitglijden blijkt dan weer ongegrond. Omdat ze zo egaal zijn, reduceren kunstgrasvelden het risico op struikelen. Globaal lopen spelers dus minder gevaar zich te verwonden. Kunstgras is geschikt voor voetbal, hockey, rugby, tennis, korfbal, enzovoort. Het bestaat uit lange kunststofvezels, waartussen opvulmateriaal gestrooid wordt. Rubbergranulaat, kleine korrels van gerecycleerde autobanden, wordt het meest gebruikt, omdat je daarmee de kwaliteit van een natuurlijk grasveld goed benadert. Voor 1 veld is ongeveer 42 ton nodig, of een flinke berg van 7.000 versleten autobanden. Natuurlijke materialen zoals kurk en kokosvezels kunnen ook, maar worden veel minder gebruikt. Op 5 oktober 2016 zond de Nederlandse televisie de documentaire Gevaarlijk spel uit. Daarin werd een verband gelegd tussen leukemie en lymfeklierkanker, en schadelijke stoffen zoals zink, lood, benzeen en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's), kankerverwekkende stoffen die vrijkomen uit rubbergranulaat. Twee dagen later kreeg het Nederlandse Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) de opdracht dat verband te onderzoeken. Het resulteerde snel in het voorlopige oordeel dat sporten op kunstgrasvelden ingestrooid met rubberkorrels niet gevaarlijk is. De stoffen komen slechts in zeer lage hoeveelheden vrij. De opname van PAK's, bijvoorbeeld, is ongeveer 40 keer kleiner dan via voedsel. De stoffen die kanker kunnen veroorzaken, zoals benzeen, komen niet in de korrels voor, en nooit is er een verband tussen de rubberkorrels en kanker vastgesteld. Professor Jacob de Boer van de Vrije Universiteit Amsterdam stak op 15 februari 2017 het vuur opnieuw aan de lont. In Gevaarlijk spel - het vervolg maakte hij de resultaten bekend van testen met zebravisjes en embryo's in spoelwater van rubberkorrels van oude autobanden: de embryo's gingen dood en de visjes vertoonden gedragsveranderingen. De Boer raadde aan niet te sporten op kunstgrasvelden met rubbergranulaat. Het gevolg: elke ouder met voetballende kinderen maakte zich zorgen. Het RIVM nam onmiddellijk contact met De Boer op en vernam dat er geen sprake was van een afgeronde studie die gepubliceerd werd in een ernstig wetenschappelijk tijdschrift. Dat is nog altijd niet het geval. De beperkte testen zeggen ook niets over het risico voor de mens. Het definitieve RIVM-rapport, dat de resultaten van het eerste bevestigde, was klaar op 23 maart 2017. Het verontrustende nieuws uit Nederland kreeg ook in ons land aandacht. Vlaams minister van Sport Philippe Muyters (N-VA) gaf zijn administratie onmiddellijk de opdracht het te onderzoeken. Het eerste advies van 10 maart 2017 beoordeelde de risico's als 'gezondheidskundig verwaarloosbaar'. Terzijde: dat advies berustte op de resultaten van een onderzoek uitgevoerd in opdracht van Het Belang van Limburg. Een klein jaar later publiceerde Sport Vlaanderen een klungelig rapport(je) dat de aanbevelingen van het RIVM overnam en ondersteunde met bijkomend onderzoek, onder andere van het Europees Agentschap voor Chemische Stoffen, OVAM en Vlaamse universiteiten. Op de Franstalige Belgische televisie herkauwde On n'est pas des pigeons op 31 oktober 2018 nog eens alle oude argumenten, met een extra sensationele draai waarmee ze een nulrisico lijken te eisen. Enkele dagen later verscheen opnieuw een geruststellend rapport, ditmaal van Anses, het Franse Agence nationale de sécurité sanitaire de l'alimentation, de l'environnement et du travail. Ook al concluderen alle rapporten dat het gebruik veilig is, toch stellen ze allemaal voor de Europese veiligheidsnorm voor rubbergranulaat op te trekken tot die voor consumentenproducten, die 100 tot 1.000 maal strenger is. Circa 95% van het granulaat op de Europese sportvelden zou nu al aan die nieuwe norm voldoen.