Riziv vraagt huisartsen om uitleg over stijgend aantal nachtelijke consultaties

03/08/18 om 13:56 - Bijgewerkt om 13:56

Bron: Artsenkrant

Uit een audit van het Riziv blijkt dat in bijna alle arrondissementen huisartsen veel meer toeslagen zijn gaan vragen voor consultaties na 21u. Het Riziv onderzocht ook het voorschrijfgedrag van huisartsen in 2017.

Riziv vraagt huisartsen om uitleg over stijgend aantal nachtelijke consultaties

© iStock

Het Riziv heeft 21 huisartsen om uitleg gevraagd over het aantal nachtelijke consulstaties. Dat aantal is overal sterk gestegen, maar er zijn uitschieters.

Vorig jaar bleek uit de audit van het Riziv dat in bijna alle arrondissementen huisartsen veel meer toeslagen gingen vragen voor consultaties na 21u. In 2017 bleef dit aantal omhoog gaan met bijna 35%. In 2014 ging het om 60.340 supplementen, in 2017 om 142.844. Er zijn opvallende verschillen tussen de arrondissementen onderling.

Een duidelijke verklaring is er niet, maar het Riziv vermoedt dat er iets niet klopt. Het liet de toename onderzoeken.

Daarbij vond het dat er een verband was met de softwarepakketten. Vooral bij huisartsen die bepaalde software gebruiken zou men met andere woorden een toename zien.

Het Riziv schreef daarom enkele softwareproducenten aan met de vraag 'de ergonomie en de gebruiksvriendelijkheid van de toepassingen' niet te ver te drijven. Het dringt erop aan 'dat de facturatie conform de realiteit verloopt'.

Samen met het Nationaal Intermutualistisch College vond het Riziv ook 21 huisartsen bij wie de stijgingen heel opvallend waren. Die artsen werden eveneens aangeschreven.

Bij de top vijf van deze artsen werden de supplementen in 2016 in 73%, 95%, 98%, 100% en nog eens 98% van de gevallen uitsluitend via eFact aangerekend.

Wat schreven artsen voor in 2017?

Riziv vraagt huisartsen om uitleg over stijgend aantal nachtelijke consultaties

© iStock

Nog uit gegevens van het Riziv blijkt dat aspirine nog steeds het meest voorgeschreven geneesmiddel is. Blockbusters zoals statines en protonpomp-inhibitoren blijven het ook goed doen bij de apotheker. Maar nieuwe geneesmiddelen jagen de uitgaven ook in de open officina verder omhoog.

De cijfers zijn afkomstig van Farmanet. Het gaat over de medicijnen die in 2017 over de toonbank gingen.

De cijfers geven een beeld van de uitgaven voor geneesmiddelen per orgaanstelsel dat ze behandelen (ATC1-klasse), per scheikundige subgroep (niveau van ATC4-klasse) en per actieve substantie (ATC5).

Middelen voor het 'hart-vaatstelsel' staan bij de apotheker nog steeds op kop: statines, ACE-remmers, calciumblokkers,... De omzet vertegenwoordigt een brutobedrag van 562 miljoen euro en is goed voor 18,4% van het totaal van de uitgaven voor geneesmiddelen in openbare apotheken.

Dat is zonder aspirine, want middelen die de bloedstolling beïnvloeden, zitten in een andere klasse.

Medicijnen voor het zenuwstelsel (antidepressiva, slaapmiddelen, pijnstillers,...) komen met 454 miljoen euro op de tweede plaats qua uitgaven.

Immunomodulatoren (TNF-alfa- en interleukine-remmers, immunosuppressiva,...; cytostatica zitten overigens in dezelfde ATC1-klasse) doen in openbare apotheken virtueel 453 miljoen euro over de toog gaan. Beide klassen vertegenwoordigen 14,8% van het totaal van de uitgaven.

Bekeken naar het volume in aantal daily defined doses (DDD) ziet de top drie er lichtjes anders uit:

hart-vaatstelsel: 477 DDD per 1.000 inwoners per dag (37,8% van het volume);

maagdarmkanaal en stofwisseling: 172 DDD per 1.000 inwoners per dag (13,7%);

zenuwstelsel: 154 DDD per 1.000 inwoners per dag (12,2%)

De immunomodulatoren zijn maar goed voor 1,1% van het volume uitgedrukt in DDD.

Bij middelen voor 'maagdarmkanaal en stofwisseling' gaat het over bijvoorbeeld protonpompinhibitoren maar ook over de insulines en orale middelen tegen diabetes.

Het meest voorgeschreven geneesmiddel is acetylsalicylzuur - aspirine dus - waarvan er jaarlijks 330 miljoen DDD worden verkocht. Atorvastatitine komt op de tweede plaats (jaarlijks 200 miljoen DDD) en pantoprazol op de derde (189 miljoen DDD).

Het geneesmiddel dat in de openbare apotheken het meeste geld aan het Riziv en de burgers kost, is adalimumab (139,5 miljoen euro). Het wordt gevolgd door pantaprazol (72 miljoen euro), met rosuvastatine (68 miljoen euro) op de derde plaats.

De huisartsen zijn de grootste voorschrijvers en bepalen het sterkst de statistieken. Ze zijn bijvoorbeeld goed voor 82% van de aspirinevoorschriften, voor 86,5% van de voorschriften van rosuvastatine en voor 81% van die van pantoprazol.

Maar de huisartsen schrijven maar weinig immunomodulatoren voor, en geen adalimubab.

Onze partners