De diagnose van darmkanker valt jaarlijks 8500 Belgen, van wie 9 op de 10 ouder dan 50, te beurt. Daarmee is darmkanker bij mannen de derde en bij vrouwen de tweede meest voorkomende kanker. Behalve erfelijke factoren, die maar in 5 tot 10 % van de gevallen een belangrijke rol spelen, liggen nog niet volledig gekende omgevingsfactoren mee aan de basis. Om het risico te verkleinen helpt het alvast om niet te roken, voldoende te bewegen, overgewicht te vermijden, de inname van alcohol, dierlijke vetten en rood vlees te beperken en veel graanproducten, groenten en fruit te eten.
...

De diagnose van darmkanker valt jaarlijks 8500 Belgen, van wie 9 op de 10 ouder dan 50, te beurt. Daarmee is darmkanker bij mannen de derde en bij vrouwen de tweede meest voorkomende kanker. Behalve erfelijke factoren, die maar in 5 tot 10 % van de gevallen een belangrijke rol spelen, liggen nog niet volledig gekende omgevingsfactoren mee aan de basis. Om het risico te verkleinen helpt het alvast om niet te roken, voldoende te bewegen, overgewicht te vermijden, de inname van alcohol, dierlijke vetten en rood vlees te beperken en veel graanproducten, groenten en fruit te eten. Darmkanker treft vooral de dikke darm (65 %) en de endeldarm (35 %), die uitmondt in de aars. Veruit de meeste darmkankers beginnen met een poliep, een darmslijmvliesuitstulping die in 1 tot 5 % van de gevallen uitgroeit tot een tumor. Dat proces kan 10 tot 20 jaar in beslag nemen en geeft doorgaans geen klachten. Wordt darmkanker in het vroegste stadium gedetecteerd, dan is de genezingskans liefst 95 %. Maar die kans zakt naarmate de ziekte vordert. Vandaar het belang van een vroege opsporing, die in België via een stoelgangonderzoek verloopt. Om de diagnose te stellen, is een coloscopie nodig. Dat is een kijkbuisonderzoek van de dikke darm, waarbij een weefselstaal wordt afgenomen voor microscopische analyse. "Het risico aan darmkanker te sterven daalt gelukkig in België", vertelt professor Marc Peeters, diensthoofd oncologie in UZ Antwerpen en coördinator van het Multidisciplinair Oncologisch Centrum Antwerpen. "Er is niet alleen meer aandacht voor een vroege opsporing, er is ook veel vooruitgang geboekt op het vlak van de multidisciplinaire behandeling." In het beste geval kan de darmtumor volledig worden weggesneden. Maar voor endeldarmtumoren is dat in vergelijking met hogerop gelegen darmtumoren niet zo vanzelfsprekend om dat zonder randschade te doen. Endeldarmtumoren liggen dichter tegen andere organen aan. "Zo lopen patiënten weleens het risico een definitieve stoma over te houden aan een endeldarmoperatie", vertelt Peeters. "Gelukkig zakte dat risico in de afgelopen jaren drastisch, omdat chirurgen steeds vaker de anale sluitspier kunnen sparen. Dat is behalve aan vooruitgang in de chirurgie ook te danken aan vooruitgang in een ander domein. Endeldarmtumoren kunnen vóór de operatie vaak worden verkleind met radiotherapie, al dan niet in combinatie met chemotherapie. Die radiotherapie is in de voorbije jaren sterk geëvolueerd. De modernste toestellen werken niet meer met een statische stralingsbron, maar met een smalle stralingsbundel die continu rond de patiënt draait. De intensiteit van de bestraling kan worden aangepast naargelang van de zone. De kankercellen kunnen dus nog intenser worden bestraald, terwijl de gezonde aangrenzende weefsels, zoals de blaas en de dunne darm, nog beter gespaard blijven. Niet alleen wordt de tumor doeltreffender verkleind, de kans op bijwerkingen is ook kleiner. Zo zakte het percentage patiënten die tijdens de bestralingskuur met diarree kampen van 40 naar 18 %." Behalve naar de aangrenzende organen en de lymfeklieren kan darmkanker zich via de bloedbaan ook naar andere organen, meestal de lever of de longen, verspreiden. Dat je uitzaaiingen hebt, hoeft niet meteen te betekenen dat je niet meer definitief kunt genezen. Ook uitzaaiingen kunnen soms volledig chirurgisch worden verwijderd, eventueel na een verkleining via chemotherapie. Gaat het om uitzaaiingen in de lever, dan kiezen chirurgen er steeds vaker voor de levermetastasen eerst aan te pakken, dus vóór de tumor in de darm waarmee het allemaal begon. En wel om deze reden: "Na een operatie aan een laaggelegen darmtumor hebben nogal wat patiënten een slecht helende wonde of lekkende naad. Niet alleen moet de leveroperatie dan wachten, het lichaam produceert ook stoffen die helpen de wonde te herstellen, maar helaas ook een boost geven aan de levermetastasen. Daarom krijgt de leveroperatie, die doorgaans weinig verwikkelingen geeft, vaak voorrang." Uitzaaiingen zijn niet altijd (volledig) chirurgisch te verwijderen. Blijven ze tot één orgaan beperkt, dan kunnen enkele recente, zogenaamde locoregionale behandelingen nog uitkomst bieden. "Kankercellen in de lever bijvoorbeeld kunnen bestreden worden door plaatselijk radioactieve deeltjes in te spuiten of door de kankercellen met de radiofrequentieablatie-techniek zo sterk op te warmen dat ze afsterven." Als de darmtumor en de uitzaaiingen succesvol zijn verwijderd of vernietigd, krijgen sommige patiënten alsnog chemotherapie. "Om de nog eventueel aanwezige microscopisch onzichtbare kankercellen op andere lichaamsplaatsen te vernietigen", legt Peeters uit. Chemotherapie wordt ook ingezet wanneer chirurgie of locoregionale behandelingen geen optie (meer) zijn. "Met chemo proberen we de ziekte en de bijbehorende symptomen nog zo lang mogelijk onder controle te houden. Sommige patiënten kunnen op die manier nog jaren een kwaliteitsvol leven leiden." Als alternatief voor of aanvulling van de klassieke chemo zijn er vernieuwende, zogenaamde doelgerichte medicijnen, met andere, doorgaans iets mildere en beter te controleren bijwerkingen. "De klassieke chemo pakt zieke én gezonde sneldelende cellen aan, met haarverdunning, misselijkheid en infecties als veelvoorkomende bijwerkingen", legt Peeters uit. "De nieuwe medicijnen proberen alleen specifieke processen in of rondom de kankercellen te verstoren. Met onder meer potentiële bijwerkingen als huidreacties of een hoge bloeddruk." "Hoopgevend is dat er nog heel wat van deze vernieuwende, doelgerichte medicijnen in de farmapijplijn zitten", besluit Peeters. "Ook immuuntherapie, die het afweersysteem als het ware aanmoedigt om de kankercellen te lijf te gaan, is een veelbelovende behandeling bij darmkanker. Hoe die precies kan helpen, voor welke patiënten in het bijzonder, en welke bijwerkingen ze er bij moeten nemen, wordt nog volop onderzocht." (An Swerts)Meer info: www.stopdarmkanker.be.