'Jongeren zijn vandaag niet meer onbezorgd. Hun problemen nemen toe en worden ernstiger', zegt juriste, criminologe, orthopedagoge, psychologe en therapeute Ingrid De Jonghe (63). Zij begon al op haar zeventiende als vrijwilliger te werken in kansarme gezinnen en richtte negen jaar geleden de vrijwilligersorganisatie TEJO vzw op, die gratis therapie verleent aan jongeren tussen 10 en 20 jaar. Inmiddels werken 450 vrijwilligers - vooral therapeuten en onthaalmedewerkers - in de twaalf vestigingen in Vlaanderen (en één in Nederland). 'Ik zie vooral meer doorsneegezinnen die het moeilijk hebben', zegt De Jonghe. 'We leven in een onrustige, bange tijd. Volwassenen zijn veel met zichzelf bezig omdat ze hun job dreigen te verliezen, de rekeningen niet meer kunnen betalen of hun relatie op de klippen zien lopen. Als het misgaat, moet je als ouder heel sterk staan om je kroost niet in de klappen te laten delen.'

Maak alle dagen minstens een kwartier écht contact met je kinderen. Ga zitten, kijk hen aan en praat met hen.

Jongeren dragen de problemen van hun ouders met zich mee?

Ingrid De Jonghe: Vaak hoor ik van jongeren dat ze hun ouders bij elkaar proberen te houden. Dan moet ik hen uitleggen dat zij het conflict tussen hun ouders niet kunnen oplossen. Vaak voelen ze zich ook schuldig voor dingen die thuis mislopen. Wie denkt dat jongeren vandaag niet meer geven om hun gezin, heeft het mis. Jongeren zijn heel loyaal, ze blijven hun ouders vergeven en bijstaan.

Waar liggen ze het meest van wakker?

De Jonghe: Relatieproblemen blijven op nummer één staan: strubbelingen met de ouders, met leerkrachten, broers en zussen, vrienden. Dat is normaal: verbinding maken is een vaardigheid die we moeten leren. Maar ik zie ook een grote toename van depressieve gevoelens en echte depressies. Ik ontmoet steeds vaker jongeren die zeggen: 'Ik kan niet meer verder, ik geef het op.' Veel jongeren voelen zich eenzaam en hebben te weinig contact met hun eigen ik. Ze zeggen: 'Ik voel me zo leeg' of 'ik weet niet wat ik op deze wereld kom doen'. Er zijn veel identiteitsproblemen. Ik denk aan een meisje dat zei: 'Ik weet niet wie ik ben, ik heb de hele tijd geprobeerd een meisje uit de klas te imiteren en ik wil dat niet meer.' Het is normaal dat adolescenten 'zoekende' zijn, maar nu gaan ze bijna shoppen naar een andere identiteit: wie heeft succes en wie kan ik nadoen? De boodschap van TEJO is: iedereen is uniek en bij iedereen is iets moois aanwezig. Het is gewoon een kwestie van het te ontdekken.

Hoog op uw lijst van problemen bij jongeren staat ook stress.

De Jonghe: Er móét ook zoveel. Ik schrik soms van wat jongeren thuis allemaal te doen krijgen: na school boodschappen doen, eten klaarmaken, zorgen voor een broertje of zusje. Als ik vroeger thuiskwam, was mijn moeder aanwezig en ze deed alles voor ons. Ik zie veel jongeren die aan hoge eisen moeten voldoen. Ze moeten niet alleen op school mee zijn, maar ook nog zo veel andere dingen doen. Ouders geven daarin het voorbeeld en hebben ook een rist activiteiten naast hun werk.

Elke week pleegt minstens één jongere in Vlaanderen zelfmoord, dat zijn er een zestigtal per jaar.

De Jonghe: Vroeger hoorden we één keer per maand over suïcidale gedachten, nu is het elke week. Het ergste is: jongeren hebben de neiging die gedachten voor zich te houden. Een klein percentage vertelt het aan een vriend of vriendin, dan aan de ouder en dan pas aan de hulpverlener. Helaas is het kalf dan vaak al verdronken.

Verlies ze niet! Een pleidooi om anders om te gaan met jongeren, Ingrid De Jonghe, Pelckmans Pro, 19,99 euro, www.tejo.be

De hulpverlening moet sneller, schrijft u in uw boek.

De Jonghe: Om te beginnen wachten jongeren veel te lang om hun verhaal te vertellen. Ze denken dat ze hun problemen zelf moeten oplossen. Of ze zwijgen uit loyaliteit, om hun ouders niet te belasten. Of uit angst, om nog méér gepest te worden, bijvoorbeeld. Ze wachten tot het op een of andere manier explodeert, en pas dan wordt er hulpverlening gezocht. Vaak is die niet meteen beschikbaar en komt de jongere op een wachtlijst te staan. Wachtlijsten van een halfjaar zijn geen uitzondering. Wanneer de hulp dan beschikbaar is, komt ze vaak te laat.

Toch zijn er heel wat adressen waar jongeren met problemen terecht kunnen: het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB), het Jongeren Advies Centrum (JAC), de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG's) en de Centra Algemeen Welzijnswerk (CAW's).

De Jonghe: Ja, maar jongeren weten niet waar ze met welk probleem kunnen aankloppen. Daarom heb ik indertijd TEJO opgericht. Bij ons kunnen ze gewoon binnenlopen, er is altijd iemand die luistert. We werken laagdrempelig. De jongeren komen, alleen of met iemand anders, om een goed gesprek te hebben. Van de tien jongeren die we zien, kunnen we er acht weer op de rails zetten. Die andere twee laten we niet los, we volgen hen tot we voor hen een andere oplossing hebben gevonden.

Het is belangrijk om vroeg in te grijpen, voordat de problemen escaleren.

De Jonghe: Ja, ouders, leerkrachten en andere opvoeders moeten problemen in een vroeg stadium proberen te detecteren. Kinderen zeggen ons vaak dat ze geen contact hebben met hun ouders. Ouders hebben vaak, zelfs met de beste wil van de wereld, weinig tijd om het met hun kinderen over andere dan praktische zaken te hebben. Ik probeer hen mee te geven: maak alle dagen minstens een kwartier écht contact met je kinderen. Ga zitten, kijk hen aan en praat met hen, toon waarachtige belangstelling. Maak van je gezin een plek waar dingen kunnen worden gedeeld. Een kind dat ervaart dat je alle dagen vraagt hoe het geweest is, wordt gestimuleerd om misschien wél te vertellen dat het gepest wordt.

Op de webiste Zwijgenisgeenoptie.be had u kritiek op minister van Welzijn Jo Vandeurzen.

De Jonghe: Hij had meer de klemtoon kunnen leggen op therapeutische eerstelijnshulpverlening. Hij had de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg meer kunnen uitbreiden en toegankelijker maken. De hulpverleners daar zijn gemotiveerde mensen, maar ze worden belemmerd door administratieve taken waardoor er te weinig ruimte is voor de hulpverlening. Maar je kunt als overheid niet alles oplossen, ook de attitude in onze samenleving moet veranderen. Ik pleit in mijn boek voor een altruïstische samenleving met meer positieve aandacht voor jongeren. Het is niet omdat je zelf geen kind hebt, dat je eens niet voor de buurjongen kunt zorgen. Een man vertelde me onlangs dat hij af en toe gaat vissen met een jongen die in een voorziening verblijft. Allebei kijken ze uit naar hun dagje samen. Iederéén kan iets doen!

Wie vragen heeft over zelfdoding, kan terecht bij de Zelfmoordlijn op het gratis nummer 1813 en op de site www.zelfmoord1813.be.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.