In 2015 nam het Federaal Kenniscentrum van de Gezondheidszorg (KCE) de wetenschappelijke bevindingen van 2 courante ingrepen aan de ruggenwervels onder de loep: vervanging van een beschadigde tussenwervelschijf door een prothese en het inspuiten van beschadigde wervels met een soort cement. Beide wervelzuilingrepen kregen enkele jaren geleden al een negatief rapport.

Prothese voor de rug? Denk twee keer na.

Prothese of fusie van wervels?

Discusprothesen worden soms voorgesteld bij aanhoudende rug- of nekklachten als gevolg van een hernia met uitstralingspijn of in geval van verregaande artrose. De prothese biedt een alternatief voor de klassieke wervelfusie (arthrodese), waarbij twee of meer wervels aan elkaar vastgemaakt worden met vijzen en platen. Wanneer men de beschadigde tussenwervelschijf door een metalen prothese vervangt, hoeven de wervels niet vastgezet te worden. De idee is dat bij fusie de beweeglijkheid van de rug beperkt wordt, terwijl ze bij een discusprothese behouden blijft.

In België worden jaarlijks zo'n 200 discusprothesen geplaatst wegens lage rugpijn en 800 wegens nekklachten, alles samen in zo'n 50 ziekenhuizen. Wervelfusies worden tot op vandaag veel vaker toegepast: 15 keer meer voor lage rugproblemen en 7 keer meer voor nekproblemen. In 2006, enkele jaren na de introductie van de discusprothesen, uitte het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) haar bezorgdheid over de effectiviteit en veiligheid van deze nieuwe wervelzuiltechniek, want toen bestond er amper onderzoek. In 2015 werden dan een aantal wetenschappelijke studies gepubliceerd waarin wervelfusies vergeleken werden met discusprothesen voor aanhoudende rug- en nekklachten en daarom kreeg het KCE-rapport een update. Het enthousiasme voor lumbale discusprothesen bleek toegenomen: er werden er steeds meer geplaatst. Artsen ondervonden dat discusprothesen wel verbetering brengen bij lagerug- en nekpijn, maar dat de resultaten niet beter zijn met wat men kan verwachten van een wervelfusie. Het wetenschappelijk onderzoek bevestigt dit ook. Zelfs de beweeglijkheid van de rug is voor beide ingrepen vergelijkbaar. Men had verwacht dat de beweeglijkheid beter zou behouden blijven na een discusprothese, maar in de praktijk bleek er geen verschil te zijn.

Zware operatie

Overigens gaat het in beide gevallen om een vrij zware operatie. Zowel bij wervelfusie als bij discusprothesen wordt eerst de beschadigde tussenwervelschijf weggehaald en dat gebeurt steeds via de buik onder algemene narcose. Bij een fusie worden vervolgens wervels vastgezet (fusie) met vijzen en platen en bij een discusprothese plaatst men een metalen tussenwervelschijf. Het plaatsen van een prothese in de nek is iets minder gecompliceerd, omdat de wervels daar beter bereikbaar zijn, maar ook dan blijft het een zware operatie. Voor de ingreep blijft men een viertal dagen gehospitaliseerd, waarna een revalidatieperiode volgt.

Stel dat een prothese zich verplaatst, of aan vervanging toe is, dan heb je een probleem.

Bijkomende moeilijkheid in geval van een discusprothese is dat heringrepen veel complexer zijn dan re-interventies na een wervelfusie. Stel dat een prothese zich verplaatst, of aan vervanging toe is, dan heb je een probleem. Patiënten uit de studies kregen hun discusprothese op gemiddeld 46 jaar, vrij jong voor een prothese. Men weet niet hoe lang deze prothesen meegaan, omdat er nog geen langetermijnstudies bestaan. Evenmin weet men wat er moet gebeuren in geval zo'n discusprothese voor problemen zorgt, want het materiaal vergroeit met het bot.

Nog een groot gemis is het ontbreken van studies die de effecten van chirurgie vergelijken met niet-chirurgische behandeling (pijnstillers, bewegen,...), iets wat mensen met ernstige rug- en nekklachten natuurlijk willen weten.

In 2015 nam het Federaal Kenniscentrum van de Gezondheidszorg (KCE) de wetenschappelijke bevindingen van 2 courante ingrepen aan de ruggenwervels onder de loep: vervanging van een beschadigde tussenwervelschijf door een prothese en het inspuiten van beschadigde wervels met een soort cement. Beide wervelzuilingrepen kregen enkele jaren geleden al een negatief rapport. Discusprothesen worden soms voorgesteld bij aanhoudende rug- of nekklachten als gevolg van een hernia met uitstralingspijn of in geval van verregaande artrose. De prothese biedt een alternatief voor de klassieke wervelfusie (arthrodese), waarbij twee of meer wervels aan elkaar vastgemaakt worden met vijzen en platen. Wanneer men de beschadigde tussenwervelschijf door een metalen prothese vervangt, hoeven de wervels niet vastgezet te worden. De idee is dat bij fusie de beweeglijkheid van de rug beperkt wordt, terwijl ze bij een discusprothese behouden blijft. In België worden jaarlijks zo'n 200 discusprothesen geplaatst wegens lage rugpijn en 800 wegens nekklachten, alles samen in zo'n 50 ziekenhuizen. Wervelfusies worden tot op vandaag veel vaker toegepast: 15 keer meer voor lage rugproblemen en 7 keer meer voor nekproblemen. In 2006, enkele jaren na de introductie van de discusprothesen, uitte het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) haar bezorgdheid over de effectiviteit en veiligheid van deze nieuwe wervelzuiltechniek, want toen bestond er amper onderzoek. In 2015 werden dan een aantal wetenschappelijke studies gepubliceerd waarin wervelfusies vergeleken werden met discusprothesen voor aanhoudende rug- en nekklachten en daarom kreeg het KCE-rapport een update. Het enthousiasme voor lumbale discusprothesen bleek toegenomen: er werden er steeds meer geplaatst. Artsen ondervonden dat discusprothesen wel verbetering brengen bij lagerug- en nekpijn, maar dat de resultaten niet beter zijn met wat men kan verwachten van een wervelfusie. Het wetenschappelijk onderzoek bevestigt dit ook. Zelfs de beweeglijkheid van de rug is voor beide ingrepen vergelijkbaar. Men had verwacht dat de beweeglijkheid beter zou behouden blijven na een discusprothese, maar in de praktijk bleek er geen verschil te zijn. Overigens gaat het in beide gevallen om een vrij zware operatie. Zowel bij wervelfusie als bij discusprothesen wordt eerst de beschadigde tussenwervelschijf weggehaald en dat gebeurt steeds via de buik onder algemene narcose. Bij een fusie worden vervolgens wervels vastgezet (fusie) met vijzen en platen en bij een discusprothese plaatst men een metalen tussenwervelschijf. Het plaatsen van een prothese in de nek is iets minder gecompliceerd, omdat de wervels daar beter bereikbaar zijn, maar ook dan blijft het een zware operatie. Voor de ingreep blijft men een viertal dagen gehospitaliseerd, waarna een revalidatieperiode volgt.Bijkomende moeilijkheid in geval van een discusprothese is dat heringrepen veel complexer zijn dan re-interventies na een wervelfusie. Stel dat een prothese zich verplaatst, of aan vervanging toe is, dan heb je een probleem. Patiënten uit de studies kregen hun discusprothese op gemiddeld 46 jaar, vrij jong voor een prothese. Men weet niet hoe lang deze prothesen meegaan, omdat er nog geen langetermijnstudies bestaan. Evenmin weet men wat er moet gebeuren in geval zo'n discusprothese voor problemen zorgt, want het materiaal vergroeit met het bot.Nog een groot gemis is het ontbreken van studies die de effecten van chirurgie vergelijken met niet-chirurgische behandeling (pijnstillers, bewegen,...), iets wat mensen met ernstige rug- en nekklachten natuurlijk willen weten.