Infectiologe Erika Vlieghe (UZ Antwerpen) trekt zich de groeiende kritiek van steeds meer mensen, artsen incluis, op de aanpak van de coronacrisis zichtbaar aan. Ze was al een tijdje vragende partij voor een wetenschappelijk congres over de kwestie. Ze had er premier Sophie Wilmès (MR) over aangesproken, maar die reageerde amper.
...

Infectiologe Erika Vlieghe (UZ Antwerpen) trekt zich de groeiende kritiek van steeds meer mensen, artsen incluis, op de aanpak van de coronacrisis zichtbaar aan. Ze was al een tijdje vragende partij voor een wetenschappelijk congres over de kwestie. Ze had er premier Sophie Wilmès (MR) over aangesproken, maar die reageerde amper. Zo ging er kostbare tijd verloren en groeide de kritiek, hoewel het al even duidelijk was dat het geweer van schouder moest worden veranderd. De tijd van de GEES-werkgroep die de exitstrategie uit de eerste virusgolf moest voorbereiden en begeleiden, en waarvan Vlieghe de drijvende kracht was, is voorbij. Nu is het aan de ruimer samengestelde CELEVAL (van 'evaluatiecel') om een duurzame strategie op middellange termijn (dat is ongeveer een jaar) voor te bereiden. Niet alleen infectiologen, virologen en epidemiologen zijn erin vertegenwoordigd, ook economen, sociologen en psychologen. Het gaat vanaf nu niet langer alleen om de strijd tegen het virus. Het is de bedoeling om de samenleving te leren leven met het virus. In essentie komt dat neer op de zoektocht naar moeilijke evenwichten, tussen volksgezondheid en economie, tussen wat langer leven of wat meer doden, tussen mentale en fysieke gezondheid. De virusbestrijders werden het beu te moeten wachten op een politieke beslissing en besloten het heft in eigen handen te nemen en zelf een congres te organiseren, met de steun van de universiteiten en de wetenschappelijke en geneeskundige academies. De Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, die aanvankelijk mee aan de kar trok, plooide zich zonder politieke dekking terug op een bescheiden rol. Vlieghe en een team van zeven mannen boksten in twee weken tijd een ambitieus programma in elkaar, dat met grote aandacht voor de afstandsmaatregelen gepresenteerd werd in de wat oubollig aandoende ruimtes van het Academiepaleis in hartje Brussel. Ze waren er allemaal: de belangrijkste virusbestrijders en de voornaamste critici. Het was mooi om te zien hoe de wetenschappers een hecht team vormen - ze hebben elkaar de voorbije maanden door en door leren kennen. De kritiek bleef bescheiden en muntte af en toe - vooral aan Franstalige kant - uit in van de pot gerukte commentaren. Zo noemde kliniekhoofd Jean-Luc Gala (UCL) het terugdringen van het reproductiegetal van 3,4 naar 0,7 door de lockdown een 'bescheiden' succes, terwijl het in werkelijkheid een bijna onwaarschijnlijke prestatie was. Zelfs met keiharde lockdownmaatregelen zakte het reproductiegetal in China nooit onder 0,5. Het reproductiegetal geeft aan hoeveel mensen een besmette persoon gemiddeld infecteert. Als het groter dan 1 wordt, kan het virus exponentieel toenemen, waardoor het moeilijker wordt om het snel en efficiënt onder controle te krijgen. Een Franstalige huisarts maakte zich druk om het feit dat epidemioloog Marius Gilbert (ULB) wel wetenschappers, economen en sociologen had genoemd als belangrijke dragers van de strijd tegen corona, maar de artsen leek te zijn vergeten. Wat een zichtbaar verbaasde Gilbert counterde met de opmerking dat artsen voor hem tot de wetenschappers behoren. Veel verder dan dat kwam het niet. Op het einde van het congres meldde organisatrice Erika Vlieghe dat het 'de beste dag in maanden was geweest', omdat er zo constructief was samengewerkt. Het is wel te verhopen dat de intensiteit van de interacties in het Academiepaleis niet zal uitmonden in een virusuitbraak onder virusbestrijders, want er werd veel gediscussieerd, weliswaar grotendeels met mondmaskers op. Bij het buitengaan merkte je wel hoe relatief de goede sfeer was, want er stonden zwaarbewapende politiemannen aan de ingang van het paleis, net als 's ochtends. De bewaking was een gevolg van doodsbedreigingen aan het adres van Vlieghe, viroloog Marc Van Ranst (KU Leuven), biostatisticus Geert Molenberghs (UHasselt en KU Leuven) en de altijd minzame epidemioloog Pierre Van Damme (UAntwerpen). Het is ver gekomen als wetenschappers die zich uit de naad werken om een levensbedreigende crisis te beheersen beschermd moeten worden tegen bedreigingen uit het publiek. Het is een funest effect van de stortvloed aan misleidende en zelfs gevaarlijke desinformatie die vooral via sociale media op de samenleving wordt losgelaten. De Belgische arts Hans Kluge, sinds februari voorzitter van het Europees bureau van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), beet op het congres de spits af. Hij was net op post toen de coronacrisis uitbrak. Vanuit zijn kantoor in de Deense hoofdstad Kopenhagen hield hij een bevlogen rede, waarvan de kernboodschap was dat er altijd voldoende empathie moet zijn voor de diverse groepen in de maatschappij, die op uiteenlopende wijze door de crisis worden beïnvloed. De jongeren mogen plezier blijven maken, maar moeten erover waken dat ze het virus niet verspreiden. De ouderen moeten beschermd worden, maar zonder dat ze in sociaal isolement verzeilen. Kluge waarschuwde ervoor dat het virus 'meedogenloos' zal terugslaan als er te veel wantrouwen, ontkenning en desinformatie in een systeem sluipt, maar er moet wel voldoende aandacht zijn voor de mensen die twijfelen aan de zwaarte van de epidemie en het nut van de maatregelen. Zij moeten aangesproken worden op hun twijfels - niet op een paternalistische manier, wel met illustraties van de nuttige effecten van een goede gezondheidszorg. Binnen de WHO wordt (misschien wat laat) een werkgroep opgericht met sociologen, psychologen en antropologen om voorstellen te doen voor een adequate omgang met twijfelaars en extreem angstige mensen. 'Solidariteit moet niet alleen uit het hart komen, ook uit het hoofd', zei Kluge, die finaal opmerkte dat het coronavirus nooit helemaal weg zal gaan, zelfs niet als er een vaccin komt. 'We zullen moeten leren leven met het virus, maar dat zal lukken als er overal voldoende verantwoordelijkheidszin heerst en als het vertrouwen in de gezondheidszorg groot blijft. We hebben in het verleden mooie lessen getrokken uit gezondheidscrisissen. De verlichting volgde rechtstreeks op de naweeën van de pestepidemies.' Econoom Mathias Dewatripont (ULB) hamerde op de boodschap die enkele weken geleden door zijn collega Gert Peersman (UGent) werd gelanceerd: het zijn niet maatregelen zoals een lockdown die dodelijk zijn voor de economie, het is het virus zelf. Zodra de cijfers aantonen dat het virus weer begint te circuleren, plooien mensen terug op zichzelf en consumeren ze minder, onafhankelijk van welke maatregelen er van kracht zijn. De 'angstfactor' is de voornaamste drijvende kracht achter de economische vraag. Hoe groter de angst, hoe kleiner de vraag. In Brussel is de helft van de hotels open, maar ze hebben een bezettingsgraad van nauwelijks 20 procent, hoewel er al lang geen sprake meer is van een lockdown. Omdat de stijging van de besmettingsgraad altijd veel sneller gaat dan de daling, blijven maatregelen zoals mondmaskers en een beperking van de sociale contacten nodig, aldus Dewatripont. Psycholoog Maarten Vansteenkiste (UGent) wees erop dat politieke boodschappen op de juiste manier gebracht moeten worden om mensen zo te motiveren dat ze de regels blijven volgen. Als premier Wilmès zegt dat we na het opheffen van de lockdown 'onze vrijheid terug hebben' is dat niet motiverend, want mensen raken hun vrijheid niet graag kwijt. De premier zou overigens best wat meer empathie voor haar bevolking mogen tonen, en de mensen af en toe eens bedanken voor hun inspanningen. Het is een euvel dat in veel landen speelt: 'de mensen' worden vergeten in de crisiscommunicatie. Mede daarom brokkelt het begrip voor het beleid af. In het begin van de coronacrisis stond 81 procent van de mensen achter de maatregelen, nu is het gezakt naar een schamele 25 procent. De mensen moeten de maatregelen betekenisvol vinden. Ze moeten de waarde zien van de inspanningen die ze leveren. Daarom is het belangrijk dat zinloze maatregelen, zoals het dragen van mondmaskers tijdens het lopen of fietsen, afgevoerd worden. Vansteenkiste pleit voor de invoering van een 'coronavoetafdruk', die trouwens in de maak is: een systeem waarmee mensen zelf kunnen bepalen hoeveel risico op een coronabesmetting ze lopen op basis van hoe en waar ze leven. Daardoor krijgen ze een grotere persoonlijke verantwoordelijkheid voor wat ze doen. Iemand die in een gevaarlijke 'rode zone' zijn hotel niet uit komt, loopt minder risico op een besmetting dan iemand die in een veiliger 'gele zone' naar een discotheek gaat. Anderzijds stelt de psycholoog dat maatregelen verplichten niet per definitie botst met de individuele autonomie, maar mensen moeten wel begrijpen dat de maatregelen een toegevoegde waarde voor hun gezondheid hebben. Volledige vrijheid van handelen is het perfecte recept voor een ramp: het virus zal dan ongenadig toeslaan. Er zijn altijd mensen die de regels aan hun laars lappen, maar zolang het er niet te veel zijn, hoeft het geen groot verschil te maken in de kracht van de epidemie. Het zou wel mooi zijn mochten de mensen een perspectief krijgen van hoelang het nog zal duren, hoewel dat moeilijk is - het zal een kerntaak van de CELEVAL zijn. Onvoorspelbaarheid is dodelijk voor het vertrouwen van de bevolking in een beleid. Statisticus Niel Hens (UHasselt en UAntwerpen), die het verloop van de coronapandemie in al haar aspecten in cijfers en modellen probeert te vatten, was in deze context wel ontnuchterend: je kunt modellen nooit gebruiken om te voorspellen wat er zal gebeuren, uitsluitend om beter te begrijpen wat er gebeurt, zodat je er misschien meer greep op kunt krijgen. Hens benadrukte dat je zelfs nu de zaken niet kunt forceren: je blijft in je aanpak beperkt door de usances van goede wetenschap, en die vergen tijd. Wat wel duidelijk is, is dat je het virus zonder maatregelen nooit onder controle kunt krijgen, zeker omdat het verspreid kan worden door mensen zonder enig symptoom van een besmetting. Hens wees erop dat er toevallige aspecten spelen, zowel in de verspreiding van het virus als in de individuele vatbaarheid. Er belanden nu vooral jongere mensen met een ernstige coronabesmetting in het ziekenhuis, in tegenstelling tot wat er gebeurde in de eerste golf. De stijging van het aantal nieuwe besmettingen in Antwerpen in augustus verliep verontrustend snel, wat de strenge maatregelen uitgevaardigd door provinciegouverneur Cathy Berx - de enige politica op het congres - meer dan verantwoordde. Goed nieuws is dat de cijfers uitwijzen dat een lockdown niet meer nodig zal zijn: het effect ervan is bescheiden als de andere maatregelen goed worden opgevolgd. Per week vertraging in het uitvaardigen van maatregelen moeten er drie weken met extra schade worden ingehaald. Alertheid blijft dus essentieel. Te snel afbouwen is evenmin wenselijk. De wetenschappers hadden in de exit uit de eerste golf graag drie weken tussen de verschillende fasen gehad, om de effecten te kunnen evalueren, maar de politiek stond onder grote druk om sneller te gaan. Dat werkte eventjes goed, tot het virus eind juli weer de bovenhand kreeg en er opnieuw moest worden verstrengd. Na de lockdown steeg het aantal contacten tussen mensen vooral in de leeftijdsgroepen van 18 tot 29 en 40 tot 49 jaar, hoewel het drie keer lager bleef dan in 'vredestijd' (de tijd zonder virus). Dat het net die twee leeftijdsgroepen zijn, komt grotendeels omdat adolescenten bij hun ouders komen, die ze dan kunnen besmetten. 'Finaal gaat ook het ventiel naar de kwetsbare grootouders open', waarschuwt Hens. 'Het is in alle omstandigheden aangewezen om waakzaam te blijven. Het is geen goed idee om na een vakantie meteen met de kleinkinderen bij de grootouders op bezoek te gaan.' Het zijn vooral contacten in de 'ontspanningssfeer' die het risico op besmetting vergroten, en dan gaat het niet uitsluitend om discotheken en andere massa-evenementen. Hens spreekt graag over een 'contactbudget'. Dat is flexibeler dan een vaste 'bubbel van vijf' - de wetenschappers willen af van dat concept. In het Verenigd Koninkrijk is een veilig aantal van zes mensen thuis van kracht - door de tabloids vertaald als 'safe six'. 'We zouden mensen kunnen laten kiezen tussen vier en acht personen voor hun contactbudget', stelt Hens. 'Psychologen laten weten dat mensen vanaf zeven toch niet meer echt koppen tellen. Dat geeft een vorm van vrijheid en verantwoordelijkheid, maar tegelijk blijven mensen alert voor het feit dat er maatregelen nodig zijn om het virus onder controle te houden.' Het contactbudget kan variëren afhankelijk van de leeftijd: voor kinderen op jeugdkampen golden groepen van vijftig als limiet. Het was ook de rationale achter het heropenen van de scholen, uitermate belangrijk voor de ontwikkeling en het welzijn van kinderen. Er komt nu al druk om het verplichte gebruik van mondmaskers in scholen te versoepelen, maar dat vinden Hens en andere wetenschappers vooralsnog geen goed idee: 'We moeten minstens een maand afwachten wat er in de scholen zal gebeuren, of er geregeld virale uitbraken zullen zijn. Haast en spoed is ook hier zelden goed. Mondmaskers zijn een deel van de prijs die we betalen om de scholen te heropenen.' Ondertussen zijn de eerste scholen voor twee weken gesloten na positieve coronatests in het lerarenkorps. Het was opvallend hoe er op het congres geklaagd werd over het gebrek aan medewerking van de overheid bij het verschaffen van cijfers over de coronacrisis. Wetenschappers zouden er meer inzicht mee kunnen vergaren. Ook Niel Hens kaartte dat aan: 'We moeten gevechten leveren om aan basisgegevens te komen, en meestal winnen we ze niet. Als je voorbeelden geeft uit het buitenland, waar dezelfde cijfers wel ter beschikking worden gesteld, krijg je als reactie dat men geen waarde hecht aan wat het buitenland doet. Zo loop je een vermijdbare achterstand op in de evaluatie van wat er aan de hand is, en beperk je de mogelijkheid om bij te sturen.' Wie niet mocht ontbreken op het congres, was de internationaal meest gerenommeerde viroloog van ons land: Peter Piot. Hij vocht als wetenschapper tegen virussen als ebola en aids, maar werd in de vroege lente geveld door het coronavirus, zodat hij nu ook ervaringsdeskundige als patiënt is. Piot zag er weer fit en gezond uit op het grote scherm - hij sprak de zaal toe vanuit zijn woonplaats Londen. Een korte maar opmerkelijke interventie op het congres kwam er trouwens van longarts Wim Janssens (UZ Leuven), die welkom positief nieuws bracht. Hij meldde dat sommige coronapatiënten een bijna miraculeus herstel kennen. Mensen bij wie de longen na een lang verblijf op een afdeling intensieve zorg 'helemaal kapot' waren, blijken in staat volledig te herstellen, weliswaar na maanden revalidatie. Piot hamerde op een van zijn stokpaardjes: de moeilijke relatie tussen wetenschap en politiek, waar hij veel ervaring mee heeft. Wetenschappers werken per definitie (en dikwijls graag) met onzekerheden, maar politici niet. Daarom is er zo veel gedoe rond de mondmaskers, omdat er geen wetenschappelijke eensgezindheid over hun effect is. Onenigheid tussen wetenschappers vertaalt zich makkelijk in politieke inertie. 'Je krijgt ook te maken met politici die denken dat ze wetenschapper zijn, wat even erg is als wetenschappers die denken dat ze aan de touwtjes trekken. Iedereen zou het gezond verstand moeten hebben om zijn eigen rol te blijven spelen. Het is zo al moeilijk genoeg.' Piot vertelde over de groeiende en noodzakelijke internationale samenwerking om klinische tests van geneesmiddelen en vaccins tegen het coronavirus te stroomlijnen, zodat ze efficiënter (en sneller) kunnen worden uitgevoerd. Dat de eerste test op mensen van een Brits vaccin vorige week even moest worden stopgezet wegens een plotse zware ziekte van een van de proefpersonen kwam in deze kringen niet onverwacht - vaccinontwikkeling is bijna nooit een kwestie van een lange zachte landing. De eerste vaccins zijn ook zelden de beste, maar dat is niet erg, want ze kunnen soelaas bieden tot de tweede vaccingolf er is, met bijvoorbeeld meer beschermende effecten voor oudere mensen. Zo komen er veelbelovende signalen uit het laboratorium van viroloog Johan Neyts (KU Leuven), ook aanwezig op het congres. Als het alle tests doorstaat, zal zijn vaccin tot die tweede generatie behoren. Het levert in ieder geval uitstekende resultaten op bij proefdieren. De conclusies van het congres kwamen van de directeur van het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen, Marc-Alain Widdowson, de enige niet-Belgische spreker van de dag. Hij wees erop dat een eenvoudig virus nu 'vaste waarden' op de helling zet. Zo behoren de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, ondanks hun expertise en middelen, door gebrekkig leiderschap tot de zwaarst getroffen landen ter wereld. Er zal niet langer gelachen worden met Aziatische mensen die permanent met een mondmasker rondlopen, want dat zal ook bij ons nog minstens tijdelijk de regel zijn. Het blijft ook verbazingwekkend dat er in het kwetsbare Afrika zo weinig coronagevallen geregistreerd worden. Widdowson legde uit dat ook deze crisis opportuniteiten kan bieden. Zo blijkt dat er in Australië en andere plekken op het zuidelijk halfrond, waar het nu einde winter is, veel minder griep en andere luchtweginfecties (zoals RSV, dat kinderen treft) circuleren dan in normale winters. De strijd tegen corona heeft als neveneffect een vermindering van de verspreidingsmogelijkheden voor andere virussen. Sommige aanwezigen op het congres opperden zelfs dat we op het corona-elan door zouden kunnen gaan om ook de griep, die elk jaar in ons land alleen al duizenden mensen doodt, verder de kop in te drukken. Organisatrice Erika Vlieghe greep het momentum aan om te pleiten voor de oprichting van een permanente 'wetenschappelijke gemeenschap' rond het coronavirus. Die zou op regelmatige basis samenkomen om informatie uit te wisselen en ideeën te lanceren. Alle relevante sectoren uit het maatschappelijke bestel zouden erin worden opgenomen. 'We zullen niet onmiddellijk alle antwoorden krijgen,' zo besloot Widdowson, 'maar we zullen geleidelijk evolueren naar een consensus over de beste aanpak.' Dat zou de communicatie over de coronacrisis in ieder geval een stuk transparanter maken.