Woensdag publiceerde The New England Journal of Medicine de resultaten van het onderzoek. Dat meldt The New Yorker.

De basis van dit onderzoek ligt bij kinderen van twee gemeenschappen, de Amish in Indiana als de Hutterieten in North Dakota. De Amishkinderen blijken veel minder snel allergisch te worden dan die van de Hutterieten. Beiden gezelschappen hebben nochtans ongeveer dezelfde historisch-geografische achtergrond: Zwitserland en Oostenrijk. Ze eten beiden ongeveer hetzelfde en in beide gemeenschappen komen de kinderen nauwelijks in contact met tabaksrook of vervuilde lucht. Ook doen ze allebei aan landbouw.

In die landbouw zit mogelijk de sleutel tot het mysterie. Amish hebben eengezinsboerderijen, die dicht bij hun woonhuizen staan. De Hutterieten zijn iets moderner en hebben grote industriële en steriele gemeenschappelijke boerderijen. Dat leidt tot minder stof, dat verder uit de buurt van hun huizen blijft. Het resultaat? 5% van de Amishkinderen in de studie heeft astma, terwijl 21% van de Hutterietenkinderen de ziekte heeft.

Neutrofielen

Uit het onderzoek blijkt dat de kinderen uit de Amishgemeenschap opvallend meer neutrofielen hebben, witte bloedcellen die eigen zijn aan het immuunsysteem. Bij de Amish vernieuwden deze neutrofielen heel snel. Daardoor reageerden ze nauwelijks op microben in stof. De Hutterieten hadden oudere neutrofielen. Die vernieuwden minder snel en reageerden door hun leeftijd sterker op microben.

Sommigen opperen nu al een spray te ontwikkelen met de (inactieve) microben, zodat ook kinderen die geen contact hebben met boerderijdieren er voordeel uit kunnen halen. Dat is nog niet voor morgen, want de onderzoekers hebben nog niet gevonden welke microberen er specifiek belangrijk zijn in het astmaproces.

Dat de studie maar 30 kinderen van elke gemeenschap betrekt, is ook een nadeel, zeggen de onderzoekers. Maar dat ze het effect dat bij mensen is vastgesteld heel getrouw kunnen reproduceren bij muizen door middel van stof uit beide leefgemeenschappen, toont volgens hen aan dat ze toch een belangrijk element hebben gevonden van wat het 'boerderijeffect' wordt genoemd. (JVL)

Woensdag publiceerde The New England Journal of Medicine de resultaten van het onderzoek. Dat meldt The New Yorker. De basis van dit onderzoek ligt bij kinderen van twee gemeenschappen, de Amish in Indiana als de Hutterieten in North Dakota. De Amishkinderen blijken veel minder snel allergisch te worden dan die van de Hutterieten. Beiden gezelschappen hebben nochtans ongeveer dezelfde historisch-geografische achtergrond: Zwitserland en Oostenrijk. Ze eten beiden ongeveer hetzelfde en in beide gemeenschappen komen de kinderen nauwelijks in contact met tabaksrook of vervuilde lucht. Ook doen ze allebei aan landbouw. In die landbouw zit mogelijk de sleutel tot het mysterie. Amish hebben eengezinsboerderijen, die dicht bij hun woonhuizen staan. De Hutterieten zijn iets moderner en hebben grote industriële en steriele gemeenschappelijke boerderijen. Dat leidt tot minder stof, dat verder uit de buurt van hun huizen blijft. Het resultaat? 5% van de Amishkinderen in de studie heeft astma, terwijl 21% van de Hutterietenkinderen de ziekte heeft.Uit het onderzoek blijkt dat de kinderen uit de Amishgemeenschap opvallend meer neutrofielen hebben, witte bloedcellen die eigen zijn aan het immuunsysteem. Bij de Amish vernieuwden deze neutrofielen heel snel. Daardoor reageerden ze nauwelijks op microben in stof. De Hutterieten hadden oudere neutrofielen. Die vernieuwden minder snel en reageerden door hun leeftijd sterker op microben. Sommigen opperen nu al een spray te ontwikkelen met de (inactieve) microben, zodat ook kinderen die geen contact hebben met boerderijdieren er voordeel uit kunnen halen. Dat is nog niet voor morgen, want de onderzoekers hebben nog niet gevonden welke microberen er specifiek belangrijk zijn in het astmaproces. Dat de studie maar 30 kinderen van elke gemeenschap betrekt, is ook een nadeel, zeggen de onderzoekers. Maar dat ze het effect dat bij mensen is vastgesteld heel getrouw kunnen reproduceren bij muizen door middel van stof uit beide leefgemeenschappen, toont volgens hen aan dat ze toch een belangrijk element hebben gevonden van wat het 'boerderijeffect' wordt genoemd. (JVL)