Om te beginnen: de harde cijfers. Volgens gezondheidsinstituut Sciensano lijdt bijna 6 procent van de Belgische minderjarigen aan obesitas. 'In een land dat 2,3 miljoen minderjarigen telt, wil dat zeggen dat het over meer dan 133.000 kinderen en jongeren gaat', vertelt kinderarts Lieve De Lille, diensthoofd pediatrie in het OLV van Lourdes Ziekenhuis in Waregem. 'Dat is een enorm aantal, en ik twijfel er niet aan dat de coronacrisis het probleem alleen maar groter heeft gemaakt. Exacte cijfers hebben we nog niet, maar tijdens de consultaties zagen we de BMI's het voorbije jaar de hoogte in schieten.'
...

Om te beginnen: de harde cijfers. Volgens gezondheidsinstituut Sciensano lijdt bijna 6 procent van de Belgische minderjarigen aan obesitas. 'In een land dat 2,3 miljoen minderjarigen telt, wil dat zeggen dat het over meer dan 133.000 kinderen en jongeren gaat', vertelt kinderarts Lieve De Lille, diensthoofd pediatrie in het OLV van Lourdes Ziekenhuis in Waregem. 'Dat is een enorm aantal, en ik twijfel er niet aan dat de coronacrisis het probleem alleen maar groter heeft gemaakt. Exacte cijfers hebben we nog niet, maar tijdens de consultaties zagen we de BMI's het voorbije jaar de hoogte in schieten.' Niet verbazingwekkend: de sportclubs waren gesloten, en de kinderen zaten de hele dag thuis, waar ze voortdurend toegang hadden tot de voorraadkasten. Daar komt nog bij dat het probleem vaak sluipend ontstaat, zegt De Lille. 'Overgewicht is in essentie een onevenwicht tussen wat er wordt verbrand en wat er wordt ingenomen. Dat onevenwicht hoeft niet groot te zijn. Elke dag een beetje te veel innemen en te weinig verbranden volstaat om obees te worden. Corona trof mensen met obesitas veel zwaarder. Lieve De Lille: Dat verbaasde me uiteraard niet. Iemand met overgewicht is minder fit en dus ook minder goed gewapend tegen virussen en andere externe gezondheidsbedreigende factoren. Ik hoop dat we daar de juiste lessen uit zullen trekken. Elke investering in obesitaspreventie verdient zich dubbel en dik terug. Psycholoog Wouter Duyck stelde tijdens de coronacrisis voor om leerachterstand in te halen door lessen lichamelijke opvoeding tijdelijk te schrappen. De Lille:Dat lijkt me een heel slecht idee. Mens sana in corpore sano. Dat oude devies klopt nog altijd. In veel scholen hebben de leerlingen de afgelopen jaren elke dag een mijl gelopen (naar aanleiding van het project One Mile a Day, nvdr). Dat werkt heel goed, en ik denk niet dat dat programma op de cognitieve prestaties heeft gewogen. Wel integendeel. Wanneer noemen we een kind obees? De Lille: Net als bij volwassenen kijken we daarvoor naar de BMI. Bij volwassenen ligt de grens op een BMI van dertig, terwijl een kind van zes met een BMI van twintig al obees wordt genoemd. De BMI van een kind evolueert met de leeftijd. In de volksmond wordt nog wel eens gesproken over gezonde dikke kinderen. De Lille:(schudt het hoofd) Die bestaan niet. De comorbiditeit (aandoeningen die met overgewicht gepaard gaan, nvdr) is bijzonder groot. Dat komt omdat het vet zich ook opstapelt in de organen. Om te beginnen is er de vervetting van hart en bloedvaten, waardoor de bloeddruk verhoogt en het hart extra wordt belast. Die vervetting zien we ook in de lever en de pancreas, met leverfunctiestoornissen, insulineresistentie en suikerziekte tot gevolg. Ook bovenaan de luchtwegen treedt vervetting op, met als resultaat minder goede ademhaling, snurken en een verstoord slaapritme. Door dat verstoorde ritme raak je vermoeid en zullen de hormonen die verzadigingssignalen uitsturen minder goed werken, waardoor je in een vicieuze cirkel terechtkomt. Daarnaast zien we dat mensen met overgewicht vaak een minder diverse darmflora hebben. En uiteraard zijn er ook gevolgen voor de botten en gewrichten, die door het overgewicht zwaarder belast worden. Specifiek bij meisjes en jonge vrouwen zien we nog een verstoring van de hormoonproductie, waardoor ze vroeger in de puberteit komen. Vaak is er een verhoging van het testosteronpeil, waardoor ze minder makkelijk eisprongen krijgen en hun vruchtbaarheid verlaagt. Een hele opsomming. De Lille: Wat misschien wel het belangrijkste probleem is, heb ik nog niet genoemd. Kinderen met overgewicht worden vaker gepest en kampen mede daarom dikwijls met een laag zelfbeeld. Daardoor zoeken ze troost in voeding. Ook mentaal riskeren ze dus in een vicieuze cirkel terecht te komen. Met dat alles in het achterhoofd zal het u niet verbazen dat aan dat probleem ook een grote economische kost verbonden is. De OESO voorspelt dat de komende dertig jaar meer dan 8 procent van het totale budget voor gezondheidszorg zal gaan naar de behandeling van zwaarlijvigheid en de complicaties die eruit voortvloeien. In het Westen zou obesitas bij kinderen en jongeren sinds de jaren tachtig met een factor twee tot vijf zijn toegenomen. Hoe komt dat? De Lille: De belangrijkste verklaring moet je zoeken bij de essentie van het probleem: te veel ongezonde voeding en te weinig beweging. In vergelijking met veertig jaar geleden is er gewoon veel meer ongezonde voeding op de markt. Ik heb het dan over voeding met veel verzadigde vetten en snelle suikers, die het metabolisme verstoren. Tegelijk eten we minder vaak aan tafel. Veel kinderen eten voor het scherm, waardoor hun aandacht is afgeleid. Daardoor merken ze vaak niet dat ze al verzadigd zijn. Datzelfde scherm heeft natuurlijk ook een invloed op hun beweging. Waar kinderen vroeger in hun vrije tijd vooral buiten speelden, zitten ze vandaag vooral achter een scherm te gamen of te chatten. Zelfs sommige peuters hebben al voortdurend de telefoon van hun ouders in handen. Het probleem ontstaat in sommige gevallen zelfs nog vroeger, tijdens de zwangerschap. Als een zwangere vrouw te veel suiker inneemt, kan dat als effect hebben dat de foetus te maken krijgt met insulineresistentie en leptineresistentie. Leptine is een hormoon dat door de vetcellen wordt geproduceerd en het verzadigingsgevoel regelt. Door de resistentie geeft het lichaam geen signalen meer dat het tijd is om te stoppen met eten. Ten slotte speelt ook de keuze tussen borstvoeding of koemelk een rol, zij het een niet al te grote. We weten dat kinderen die borstvoeding krijgen later iets minder kans hebben op overgewicht. Moedermelk bevat minder eiwit dan koemelk. En hoe minder eiwit de baby binnenkrijgt, hoe kleiner de kans op overgewicht op latere leeftijd. Als oorzaak wordt ook vaak een slecht werkende schildklier genoemd. De Lille: Heel wat mensen stappen hier binnen met het idee dat het aan de schildklier ligt. In werkelijkheid vormen die gevallen maar een kleine minderheid van niet eens 1 procent. Dat wil niet zeggen dat in alle andere gevallen voeding of te weinig beweging de oorzaak is. Ook genetica kan een rol spelen. In minstens vijf procent van de gevallen ligt de oorzaak bij een tiental monogenetische aandoeningen waarvan we tien jaar geleden het bestaan nog niet kenden. Het gaat over aandoeningen waarbij een gen dat het verzadigings- en hongergevoel regelt, verstoord is. Zeker als de verstoring zich zowel op de chromosomen van vader en moeder voordoet, kan ze leiden tot extreme obesitas. In die gevallen is de obesitas ook buitengewoon moeilijk te behandelen. De mensen die eraan lijden krijgen geen verzadigingsgevoel. Diëten is voor hen een permanente foltering. Gelukkig komen er stilaan medicijnen op de markt die dat verzadigingsgevoel kunnen opwekken. Voor volwassenen zijn die medicijnen al door het Europees Geneesmiddelenbureau goedgekeurd, voor kinderen is men, begrijpelijk, een stuk voorzichtiger. U start in het OLV van Lourdes Ziekenhuis in Waregem met een traject voor twintig obese kinderen en jongeren, inclusief hun ouders. Hoe ziet zo'n traject eruit? De Lille: Na een eerste consultatie bij de kinderarts en intakegesprekken bij de kinesist, de diëtist en de psycholoog, volgen er zestien wekelijkse sessies voor de kinderen, van twee uur. Het gaat om een combinatie van beweging en begeleiding door een psycholoog en een diëtist. De sessies hebben vooral de bedoeling te laten zien dat bewegen ook plezierig kan zijn. Beetje bij beetje geven ze de kinderen ook meer inzicht. Daarnaast worden de ouders opgeleid door de psycholoog, de diëtist en de kinesist. Het is een echt groepsprogramma, waar kinderen én ouders bij betrokken worden. Dat is enorm belangrijk voor de slaagkansen. Na afloop van het groepsprogramma worden de kinderen nog zes maanden opgevolgd door afwisselend de diëtist, kinderarts en kinesist. Dat er veel sessies met de psycholoog zijn, is allicht geen toeval. De Lille: Inderdaad. We willen de kinderen onder andere leren hoe ze aan de verleidingen kunnen weerstaan. Dat ze keuzes kunnen maken. En we willen hen ook weerbaarder maken tegen pestgedrag. Zoals zo goed als alle aandoeningen komt ook obesitas vaker voor bij laaggeschoolden en hun kroost. Allicht zal het ook precies die groep zijn die de weg naar hulptrajecten moeilijk vindt. De Lille: Absoluut. Geld is daarbij niet de enige, maar wel een belangrijke hinderpaal. De aangeboden programma's zijn vaak onbetaalbaar. Daarom hebben het ziekenhuis en de stad Waregem inspanningen gedaan om de prijs van ons programma zo laag mogelijk te houden. Voor 130 euro bieden we zestien sessies voor de kinderen, en vijf sessies voor de ouders aan. Van die 130 euro betalen de meeste ziekenfondsen de helft terug. Die groep bereiken is waarschijnlijk een grotere horde. De Lille: We hebben folders uitgedeeld in alle scholen, en ook alle CLB's en huisartsen benaderd. Maar daarmee zijn niet alle obstakels weggenomen, dat besef ik. De inspanning die we vragen is ook groot. Ik weet niet zeker of we wel twintig families zullen vinden die bereid zijn om iedere woensdagmiddag naar Waregem te komen. U vertelde daarnet dat het in ons land over meer dan 133.000 kinderen en jongeren gaat. Trajecten als dat van u zijn dan niet meer dan een druppel op een hete plaat. De Lille: Op langere termijn zouden er nog 25 van dergelijke centra bij komen. Dat is althans het voorstel van het Zeepreventorium in De Haan, dat kinderen met extreme obesitas behandelt. 25 is beter dan niks, maar inderdaad, je krijgt er het probleem niet mee klein. Daarvoor is oneindig veel meer nodig. Waaraan denkt u dan precies? De Lille: Om te beginnen zouden we iets moeten doen aan de beschikbaarheid van gezond en ongezond voedsel en drank. Snoep en chips zijn, bijvoorbeeld in de supermarkten, veel makkelijker te vinden dan fruit en groenten. In veel scholen staat vandaag nog altijd een frisdrankautomaat. Ook in de refters is nog veel werk te doen. Het gaat vooruit, maar in de meeste scholen staan nog veel te weinig groenten op het menu. Ook inzicht in het belang van gezonde voeding is een sociale kwestie. Daarbij komt dat een pakje chips en een chocoladereep bijna niks kosten en, anders dan groenten, geen inspanning vergen om te bereiden. De Lille: Daarom zou de overheid veel meer moeten investeren in bewustmakingscampagnes. En waarom geen reclame die op een speelse manier laat zien wat gezonde voeding is? Dat zulke reclames niet bestaan, terwijl onze kinderen wél voortdurend bestookt worden met reclames voor snoep, gaat er bij mij niet in. De overheid heeft alle belang bij zulke reclames. Uiteindelijk is ook de overheid een bedrijf. En dat bedrijf boekt winst door het obesitasprobleem te verkleinen. Reclame voor tabaksproducten is al even verboden. Bent u te vinden voor een verbod op reclame voor ongezond voedsel? De Lille: Om eerlijk te zijn: ja. Voor mij is reclame voor snoep even fout als reclame voor sigaretten. We leven in een tijd waarin mensen een verbod van overheidswege niet makkelijk aanvaarden. De Lille: Ik weet dat dat gevoelig ligt. Maar als je weet hoe overgewicht en obesitas je lichaam kapotmaken, begrijp ik niet hoe je tegen zo'n verbod kunt zijn. Het lijkt me daarnaast verstandig om ook het plezier van een gezonde levensstijl wat meer te benadrukken. Denk aan het ooit zo populaire Pokémon Go. Hoe meer de spelers bewegen, hoe meer punten ze krijgen. Zulke games zouden er meer moeten zijn. De overheid zou de productie ervan mee kunnen aanmoedigen. Romelu Lukaku maakte nog niet zo lang geleden reclame voor Kinder Bueno. De Lille: Ik vind dat jammer. Lukaku is een voorbeeld voor miljoenen kinderen en jongeren. Ik zeg niet dat kinderen nooit mogen snoepen. Maar hen daartoe aanzetten met behulp van een figuur waar ze zo naar opkijken? Nee, dat vind ik niet kunnen. Cristiano Ronaldo deed tijdens het EK min of meer het tegenovergestelde. Hij schoof tijdens een persconferentie twee flesjes Coca-Cola opzij. De Lille: Dat zo'n rolmodel die evidentie in vraag stelt, vind ik prima. U weet het beter dan ik: suikers werken bijzonder verslavend. Worden we met die verslaving geboren? De Lille: Het staat vast dat de moeder daar al tijdens de zwangerschap toe kan bijdragen. Ze bepaalt mee de suikerspiegel van de foetus. Hoe hoger de suikerspiegel is, hoe minder verzadigingsgevoel het kind later zal hebben. Maar misschien hebben we wel allemaal die neiging geërfd. Als oermens moesten we telkens zo veel mogelijk calorieën binnenkrijgen, voor het geval we de volgende dag niks zouden vinden. Het kan dat we diep vanbinnen nog altijd die drang hebben. Wordt die verslaving ook niet uitgelokt door het eerste wat we te drinken krijgen: vette, zoete moedermelk? De Lille: Het klopt niet dat moedermelk vet en zoet is. De eerste slokken daarvan zijn bijna zuiver water en dienen om de dorst te lessen. Alleen de laatste centiliters zijn vetter, om het kind verzadiging te geven. Als je het mij vraagt, is die grote suikerverslaving bij kinderen toch vooral het gevolg van iets cultureels. We geven baby's nog altijd fruitpap met koekjes of yoghurt met suiker. Die koek en die suiker zijn nergens voor nodig. Als je de yoghurt dan toch wat wil zoeten, doe het dan met bijvoorbeeld een banaan. Die is veel vezelrijker, waardoor de suiker trager in het bloed komt en niet dat verslavende effect heeft. Hetzelfde geldt voor de kleuters. Waarom smeren ouders altijd choco of confituur op hun boterham? Waarom geen boterham met groentetapenade of hummus? Er zijn vandaag meer gezonde alternatieven dan ooit op de markt. Kleuters zijn vaak moeilijke eters. Ouders zijn vaak al blij dat ze tenminste die boterham met choco eten. 'Dan hebben ze toch iets binnen.' De Lille: Dat is niet de juiste aanpak. Beter weinig maar gezond dan veel en ongezond. Die kleintjes hebben trouwens minder nodig dan veel mensen denken. Het best vertrek je van de gezonde dingen die ze lekker vinden. Dat mogen pittige, pikante dingen zijn. Geef ze een beetje van alles, in kleine hoeveelheden, en eet met ze mee. Want zien eten doet eten. Ten slotte graag ook nog uw advies met betrekking tot pubers. Fenomenale luiheid gaat op die leeftijd vaak hand in hand met een onstuitbare drang naar zoete of vette happen. De Lille:(lacht) Ik vrees dat ik hier geen pasklaar antwoord op heb. Ouderlijk advies heeft op die leeftijd in de regel een tegenovergesteld effect. Ze zouden zelf tot inzicht moeten komen. Maar hoe je dat voor elkaar krijgt? Ik vrees dat dat voer is voor psychologen.