'Natuurlijk maken we ons zorgen over de patiënten die nu langer op een orgaantransplantatie moeten wachten', zegt professor Dirk Van Raemdonck. Hij is hoofd van het Transplantatiecentrum van het UZ Leuven, dat voor een derde van de orgaantransplantaties in België instaat. 'In theorie hoeven transplantaties, die als urgente ingrepen worden beschouwd, niet te worden uitgesteld. Maar in de praktijk lopen we tegen logistieke problemen aan. Zo is er maar een beperkte capaciteit op de dienst intensieve zorg, waar ook transplantpatiënten moeten worden opgenomen. Het probleem is dat de collega's niet weten hoeveel bedden ze daar moeten vri...

'Natuurlijk maken we ons zorgen over de patiënten die nu langer op een orgaantransplantatie moeten wachten', zegt professor Dirk Van Raemdonck. Hij is hoofd van het Transplantatiecentrum van het UZ Leuven, dat voor een derde van de orgaantransplantaties in België instaat. 'In theorie hoeven transplantaties, die als urgente ingrepen worden beschouwd, niet te worden uitgesteld. Maar in de praktijk lopen we tegen logistieke problemen aan. Zo is er maar een beperkte capaciteit op de dienst intensieve zorg, waar ook transplantpatiënten moeten worden opgenomen. Het probleem is dat de collega's niet weten hoeveel bedden ze daar moeten vrijhouden voor mensen met covid-19. Dat stelt ons meteen voor een moeilijk ethisch vraagstuk: moet een tachtigjarige vrouw met covid-19 voorrang krijgen op een twintigjarige mucoviscidosepatiënt die op nieuwe longen zit te wachten?' In de praktijk gaan dus niet alle transplantaties door? Dirk Van Raemdonck: In het UZ Leuven is de regel dat we alleen patiënten een transplantatie laten ondergaan die het geen weken meer kunnen volhouden. Anderen moeten wachten, zelfs als er een donor beschikbaar is. In maart vond er niet één harttransplantatie plaats, tegenover drie in dezelfde maand vorig jaar. Er werden ook maar één long en twee levers getransplanteerd, terwijl dat er in maart 2019 respectievelijk vijf en acht waren. Niertransplantaties zijn zelfs helemaal on hold gezet, omdat die patiënten ondertussen met dialyse geholpen kunnen worden. We moeten ook altijd afwegen wat het grootste gevaar inhoudt: de transplantatie uitvoeren of ze uitstellen. Hoewel elke potentiële donor wordt getest, valt nooit helemaal uit te sluiten dat hij met corona is besmet. Onze patiënten zijn kwetsbaar doordat ze medicatie moeten nemen die hun afweer onderdrukt om de kans op afstoting te verkleinen. Zijn er wel nog evenveel donoren als normaal? Van Raemdonck: Ook niet. In maart 2019 registreerden we binnen ons netwerk van 37 Vlaamse ziekenhuizen negen donoren, terwijl dat er afgelopen maand maar één was. Dat komt niet zozeer doordat er minder mensen in aanmerking komen, maar wel doordat er in de ziekenhuizen minder tijd en aandacht voor is. Komt er nu een patiënt met een heel slechte prognose binnen, dan zullen artsen de behandeling vaker stopzetten zonder na te gaan of het om een potentiële donor gaat. Normaal wordt zo iemand eerst uitgebreid gescreend. Er worden ook minder organen uit het buitenland aangeboden. Het internationale orgaantransport krijgt nog wel voorrang, maar ook in andere landen is het aantal potentiële donoren drastisch gedaald. Vreest u dat de wachtlijsten nog zullen aangroeien? Van Raemdonck: Natuurlijk. De potentiële donoren die nu niet worden ingezet, zijn uiteraard verloren en ondertussen komen er weer nieuwe patiënten bij die een orgaan nodig hebben. Op de wachtlijst staan ook mensen die wellicht maar één kans op een geschikte donor hebben, omdat ze bijvoorbeeld een speciale bloedgroep hebben of heel klein van gestalte zijn. Hoe langer de wachtlijsten worden, hoe meer mensen er zullen zijn die te lang op een orgaan moeten wachten.