Testen, testen, testen... Sommige mensen kunnen het woord niet meer horen. Maar we zullen ermee moeten leren leven. Routinematig testen op de aanwezigheid van het coronavirus of van antilichamen tegen het virus wordt cruciaal in de strijd tegen de pandemie. Als je het virus in je lichaam hebt, moet je onmiddellijk in quarantaine om te vermijden dat je andere mensen besmet. Heb je antilichamen tegen het virus, dan ben je besmet geweest. Maar dat betekent niet automatisch dat je niet meer besmettelijk bent of dat je veilig bent voor een nieuwe besmetting.
...

Testen, testen, testen... Sommige mensen kunnen het woord niet meer horen. Maar we zullen ermee moeten leren leven. Routinematig testen op de aanwezigheid van het coronavirus of van antilichamen tegen het virus wordt cruciaal in de strijd tegen de pandemie. Als je het virus in je lichaam hebt, moet je onmiddellijk in quarantaine om te vermijden dat je andere mensen besmet. Heb je antilichamen tegen het virus, dan ben je besmet geweest. Maar dat betekent niet automatisch dat je niet meer besmettelijk bent of dat je veilig bent voor een nieuwe besmetting. Om de aanwezigheid van het virus in ons lichaam aan te tonen, doet de wetenschap standaard een beroep op een PCR-test: die pikt genetisch materiaal van het virus op uit staaltjes van patiënten. Er zijn ook tests op basis van antigenen, stukjes viruseiwit die worden gedetecteerd (zoals het fameuze stekeleiwit dat het virus gebruikt om cellen te infecteren). In beide gevallen is het belangrijk om de stalen diep genoeg in de neus of de keel af te nemen. Het vakblad New England Journal of Medicine heeft een studie gepubliceerd over de staalafnames in China. Niet lang na het uitbreken van de pandemie, zo blijkt, was 30 procent van de patiënten bij wie professionele zorgverleners een neus- of keelstaal hadden genomen valsnegatief: de stalen bleken geen indicaties voor het virus te bevatten, terwijl de betrokkenen toch besmet waren. De vrees rees dat het percentage nog hoger zou zijn voor mensen die zelf hun staal zouden moeten afnemen. Maar zorgverleners en potentiële patiënten zijn intussen zo goed geïnformeerd dat de proportie valsnegatieven afneemt. Het is nu ook duidelijk dat stalen uit de neus betere resultaten geven dan stalen uit de keel. Hoe efficiënt zijn de verschillende testtypes? Over tests op basis van antigenen vraagt het topvakblad Science zich af, in de titel boven een overzichtsartikel: 'Antigentests op het coronavirus: snel en goedkoop, maar te vaak verkeerd?' Het blad vermeldt een Chinese test die in een Spaans onderzoek amper 30 procent correcte resultaten opleverde. Voor microbioloog Herman Goossens (UZA), coördinator van het Europese RECOVER-project, dat zo veel mogelijk facetten van de coronaviruspandemie onderzoekt, hoeft dat vraagteken niet: 'De antigentests zijn veel te weinig gevoelig en op dit moment in feite onbruikbaar. De PCR-test is wél uiterst betrouwbaar, op voorwaarde dat het staal correct is afgenomen.' De meeste besmette mensen reageren positief op een PCR-test vanaf enkele dagen voor de eerste symptomen zich manifesteren tot een week nadat de symptomen zijn verdwenen. 'Maar de resultaten variëren van mens tot mens', waarschuwt Goossens. 'Sommigen blijven vijftien dagen en zelfs langer een positieve test afleveren. Een positieve PCR-test impliceert niet noodzakelijk dat iemand besmettelijk is. De test pikt uitsluitend genetische moleculen van het virus op. Die kunnen in een lichaam aanwezig zijn zonder dat er nog intacte virusdeeltjes circuleren. Dat is een klein nadeel van die gevoelige methode.' De PCR-test kun je alleen in een laboratorium uitvoeren, maar het resultaat is er al binnen enkele uren. 'In de Verenigde Staten werken enkele bedrijfjes aan een snelle versie', zegt Goossens. 'Dan zou je de test gewoon in een apotheek kunnen gaan halen en thuis uitvoeren, met een resultaat na tien minuten. Maar we weten nog niet hoever de ontwikkeling van die versie gevorderd is.' Als u vandaag iets over coronasneltests verneemt, is de kans groot dat het gaat om tests op antilichamen: stoffen die ons lichaam aanmaakt als reactie op de aanwezigheid van het virus. Vaak gaat het om zogenoemde immunoglobulines. Voor de test is gewoon een bloedstaal nodig. 'Maar er is een wildgroei', aldus Goossens. De gespecialiseerde Zwitserse website FIND registreerde op 28 mei al 338 antilichaamtests van producenten uit de hele wereld, maar toch vooral uit China en de rest van Azië. Elke dag komen erbij. Sommige worden als doe-het-zelfkits gepromoot. The Journal of General Virology heeft een overzicht gepubliceerd van zulke tests. Hun accuraatheid bedraagt gemiddeld ongeveer 70 procent. Dat is te weinig om bruikbaar te zijn, hoewel het resultaat héél variabel is. In New Scientist lezen we een nogal optimistisch verslag over een in Senegal ontwikkelde sneltest in samenwerking met een Brits bedrijfje. Kostprijs: amper 1 euro. De test zou zowel antigenen als antilichamen als target kunnen gebruiken en binnen het kwartier een resultaat geven. Hij zou vooral waardevol zijn om de virusverspreiding in arme streken te monitoren. 'Ik heb grote twijfels of dat überhaupt kan', zegt Goossens. 'Dat een test sneller gebeurt, wil niet noodzakelijk zeggen dat hij minder accuraat is. Maar veel van die tests zijn amper onafhankelijk gevalideerd: er is niet nagegaan in welke mate ze betrouwbare resultaten opleveren. In ons land heeft Sciensano een procedure op punt gezet waarmee laboratoria tests kunnen evalueren. Dat is van het allergrootste belang. Als we niet weten hoe accuraat ze zijn, boeken we geen enkele vooruitgang in de strijd tegen het virus.' Mensen blijken erg individueel op het virus te reageren. Bij een milde infectie heeft 30 procent van de patiënten na de eerste week antilichamen tegen het virus in zijn bloed. Pas op het einde van week vier gaat het om 100 procent. Bij een zware infectie heeft 50 procent antilichamen na vijf dagen en heeft 100 procent er na twee weken. Het probleem met de antilichaamtests is niet zozeer wat ze meten, maar wat de gevolgen zijn van de meting. Een overzicht in Science vat de problematiek samen. Het is nog altijd niet duidelijk of mensen die antilichamen tegen het virus hebben daadwerkelijk beschermd zijn. Ze kunnen dat misschien wel denken, waardoor ze zich minder terughoudend gaan opstellen. Dat is voorlopig niet verstandig. Een tweede besmetting zal wellicht minder erg zijn dan de eerste, maar met een virus dat ons al voor zo veel verrassingen heeft gesteld, kun je beter niet te veel risico's nemen. De kans is ook reëel dat de hoeveelheid antilichamen in het bloed na verloop van tijd afneemt. Mogelijk rest er na enkele maanden geen bescherming meer. Door je regelmatig te laten testen, kun je dat in de gaten houden. 'Zolang we niet over alle gegevens beschikken, zal het moeilijk blijven', zegt microbioloog Goossens met een zucht. 'Het is ook onduidelijk of mensen die antilichamen hebben niet meer besmettelijk zijn. Er is bovendien weinig bekend over de kwaliteit van de antilichamen, over hoe krachtig en bestendig ze zijn om een eventuele nieuwe infectie de baas te kunnen. En hoe hoog moet hun concentratie zijn om bescherming te garanderen? We weten het niet. We kunnen die concentratie wel meten, maar als je daar geen beschermingsgarantie aan kunt koppelen, is de waarde daarvan beperkt. Ik begrijp dat veel mensen willen weten of ze het virus gehad hebben, en zich daarom willen laten testen. Maar als ze positief blijken te zijn geweest, kan dat een vals gevoel van veiligheid geven. We moeten voorzichtig blijven.' Daarom bestempelt Goossens het concept van een 'immuunpaspoort' vandaag onomwonden als 'nonsens'. Sommige landen overwegen zo'n paspoort om reizen opnieuw mogelijk te maken. Reizigers zouden een land pas binnen mogen als ze een certificaat hebben dat ze al geïnfecteerd zijn geweest en hun aanwezigheid geen risico voor zichzelf of anderen kan inhouden. Ook sommige bedrijven overwegen om zo'n paspoort te vragen voor ze bepaalde werknemers weer toelaten. Volgens een analyse in The Lancet zou dat perverse effecten kunnen hebben. Mensen die willen reizen, zouden zich dan bewust laten besmetten om aan een immuunpaspoort te raken. Het medische vakblad meldt dat een paspoort pas garanties kan bieden zodra er een efficiënt vaccin op de markt is. Dan zul je, voor je je kunt verplaatsen, in het fameuze gele boekje met je vaccinaties ook een stempel voor covid-19 moeten laten zetten. Maar dat vaccin is er nog (lang) niet.