Zestien was A., een jongen van Maghrebijnse origine, toen hij zich slecht begon te voelen. Eerst was hij vooral neerslachtig, maar na een tijd werd hij ook opvallend achterdochtig. Constant had hij het gevoel dat hij in de gaten werd gehouden en zelfs werd achtervolgd. Eén keer begon hij er tegen zijn oudere broer over, maar die vond het nonsens. Tegen zijn leerkrachten durfde A. niets te zeggen, laat staan dat hij bij een psycholoog wilde aankloppen. Hulp kreeg hij pas vier jaar later toen hij na een suïcidepoging op de spoeddienst van een Gents ziekenhuis terechtkwam.

Sommigen zijn bang dat ze de vooroordelen over "luie Marokkanen" zullen versterken door over psychische problemen te klagen.

Myriem El-Kaddouri Hshoema vzw

Zoiets gebeurt wel vaker. Voor jongeren met een migratieachtergrond zijn psychische kwalen een nog groter taboe dan voor de rest van de bevolking. Dat is ook een van de redenen waarom er zich voor het SIGMA-onderzoek naar psychische problemen bij jongeren, waaraan bijna 2000 middelbare scholieren deelnemen, amper jongens en meisjes van vreemde origine hebben gemeld. 'Dat heeft te maken met de mogelijke taalproblemen van hun ouders, die schriftelijke toestemming moeten geven', zegt professor contextuele psychiatrie Inez Germeys (KU Leuven), die het onderzoek leidt. 'Maar daarnaast zijn psychische problemen in sommige allochtone gemeenschappen heel moeilijk bespreekbaar.' Veel mensen met een migratieachtergrond zijn ook bang voor de reactie van hun leerkrachten of werkgever. 'Onderschat de angst voor negatieve stigmatisering niet', zegt Myriem El-Kaddouri van Hshoema, een vzw die taboes in verband met geestelijke gezondheid wil doorbreken. 'Sommigen zijn bijvoorbeeld bang dat ze de vooroordelen over "luie Marokkanen" zullen versterken door over psychische problemen te klagen. Heel wat mensen met een migratieachtergrond hebben nog altijd het gevoel dat ze zich dubbel moeten bewijzen. Ook dat kan hen ervan weerhouden om ervoor uit te komen dat ze zich slecht voelen.'

Nochtans blijkt uit internationaal onderzoek dat psychische problemen, en dan vooral psychosen, 1,5 tot 3 keer vaker voorkomen bij mensen met een migratieachtergrond. Dat geldt meer voor mannen dan voor vrouwen en meer voor mensen van Marokkaanse dan van Turkse afkomst. Bij de tweede en derde generatie is het probleem ook groter dan bij migranten van de eerste generatie. 'Dat verbaast me niet', zegt Zakia Abihi van vzw Hshoema. 'Mensen van de eerste generatie hadden al hun energie nodig om in de basisbehoeften van hun gezin te voorzien. Aan mentaal welzijn werd niet zo veel belang gehecht. De tweede en derde generatie kunnen wel meer bij hun geestelijke gezondheid stilstaan.'

Niet begrepen

Hoe komt het dat jongeren (en volwassenen) met een migratieachtergrond meer psychische problemen hebben? 'Doordat ze in twee werelden leven, worstelen sommigen met hun identiteit', legt El-Kaddouri uit. 'Thuis leven ze in de ene cultuur, op school in een andere en soms komt daar ook nog een subcultuur bij. Zeker bij jonge mensen, die nog op zoek zijn naar hun identiteit, kan dat voor een zware clash zorgen.'

Ook het gevoel er niet echt bij te horen, blijkt een belangrijke rol te spelen. 'Het is veelzeggend dat het risico van psychosen groter wordt naarmate je tot een smaller deel van de bevolking behoort', zegt Germeys. 'Woon je tussen mensen met een soortgelijke achtergrond, dan is het risico veel kleiner dan als je in je wijk eerder de uitzondering bent. Dat komt doordat je dan het gevoel hebt er niet bij te horen, maar ook doordat je doorgaans een kleiner netwerk hebt.'

Daarnaast worden veel mensen met een migratieachtergrond frequent met vooroordelen en discriminatie geconfronteerd. 'Sommige krijgen systematisch minder toegang tot een goede woning, degelijk onderwijs en een job. Volgens de Britse professor sociale epidemiologie Craig Morgan is dat een vorm van structureel geweld die grote invloed kan hebben op de geestelijke gezondheid', weet Germeys. 'Dat psychische problemen vaker voorkomen bij mensen van vreemde origine is dus de verantwoordelijkheid van de hele samenleving en niet alleen van de migrantengroepen zelf.'

De geestelijkegezondheidszorg heeft te weinig oog voor de culturele context van een patiënt.

Hoewel ze vaker psychische problemen hebben, vinden mensen met een migratieachtergrond veel moeilijker hun weg naar de hulpverlening. 'Daardoor, zo blijkt uit Brits onderzoek, is het verloop van de problemen doorgaans slechter', zegt Inez Germeys. 'Dat komt vooral doordat er pas laat hulp wordt geboden - in veel gevallen gaat het dan zelfs om dwangmaatregelen.' Dat kan Hshoema-oprichtster Souad Abihi, die negen jaar lang als verpleegkundig specialist en suïcidepreventie-expert werkte op de psychiatrische dienst van AZ Groeninge in Kortrijk, bevestigen. 'Op onze consultaties dienden zich maar weinig mensen met een migratieachtergrond spontaan aan omdat ze psychische klachten hadden', zegt ze. 'Wel zagen we hen geregeld op de spoeddienst, waar ze belandden wanneer hun problemen al waren geëscaleerd of fysieke klachten veroorzaakten. Al zat daar de laatste jaren wel enige verbetering in.'

Zwarte magie

Wie wel op tijd naar de hulpverlening stapt, haakt vaak al snel weer af. 'Er is inderdaad veel uitval bij patiënten met een migratieachtergrond', bevestigt El-Kaddouri. 'Dat komt doordat ze zich niet begrepen voelen of doordat de psycholoog hun problemen te complex vindt.' Zo was er een achttienjarig meisje van Afghaanse afkomst dat thuis problemen had. Toen ze na lang aarzelen bij een psychologe aanklopte, gaf die haar de raad om alleen te gaan wonen. In paniek belde ze naar Hshoema. "Als ik het advies van de psychologe volg, maken ze me thuis af", zei ze. 'In haar cultuur is het voor jonge vrouwen gewoon not done om alleen te wonen', legt Souad Abihi uit. 'Door dat als dé oplossing voor al haar problemen naar voren te schuiven, verloor het meisje niet alleen alle hoop, maar wou ze ook geen beroep meer doen op de hulpverlening. De geestelijkegezondheidszorg heeft te weinig oog voor de culturele context van een patiënt. Daar moet dringend meer aandacht aan worden besteed in de opleiding geneeskunde, psychologie en verpleegkunde. Natuurlijk zou het goed zijn dat er meer hulpverleners met een migratieachtergrond bijkomen, maar het is ook niet de bedoeling dat er een aparte hulpverlening voor die groep ontstaat. De hele sector, wie er ook werkt, moet leren om zonder vooroordelen te vertrekken vanuit het verhaal dat een patiënt vertelt.'

Dat wil zeggen dat artsen en psychologen ook iemands geloof niet zomaar aan de kant mogen schuiven. Of dat nu het katholicisme of de islam is. 'Het is belangrijk dat een hulpverlener erkent dat geloof voor sommige patiënten een grote bron van kracht is', legt Souad Abihi uit. 'Dan zullen ze het ook makkelijker aanvaarden als ze te horen krijgen dat ze daarnaast nog medicatie en therapie nodig hebben.'

Nog moeilijker wordt het als de patiënt in kwestie zijn psychische problemen aan zwarte magie wijt, zoals spoedartsen geregeld meemaken. 'Sommige mensen van onder meer Maghrebijnse afkomst die een psychose doormaken, geloven dat ze bezeten zijn door djinns', zegt Souad Abihi. 'Artsen doen dat meestal als totale onzin af en proberen hun patiënt ervan te overtuigen dat het om een psychose gaat waarvoor hij medicatie moet nemen. Dat gelooft die patiënt natuurlijk nooit, en dus zal hij niet geneigd zijn om zich te laten behandelen. Een arts moet niet doen alsof hij in zwarte magie gelooft, maar hij kan wel zeggen: "Dat moet heel lastig voor je zijn. Ik zal je medicatie geven die je daarbij kan helpen." Dat is veel beter dan hard tegen dat geloof in te gaan. Het enige wat je daarmee bereikt, is dat patiënten afhaken en hun problemen nog groter worden.'

Met medewerking van StampMedia.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.