Gezonde voedingsgewoonten beginnen al op jonge leeftijd en krijgen we doorgaans mee van onze ouders. Maar wat als we als ouder zelf al worstelen om elke dag drie gezonde maaltijden te voorzien? Hoe moeilijk is het dan niet om hetzelfde te doen voor onze kinderen?
...

Gezonde voedingsgewoonten beginnen al op jonge leeftijd en krijgen we doorgaans mee van onze ouders. Maar wat als we als ouder zelf al worstelen om elke dag drie gezonde maaltijden te voorzien? Hoe moeilijk is het dan niet om hetzelfde te doen voor onze kinderen? Dat je je kind beter geen cornflakes voorschotelt als ontbijt of suikerrijke frisdrank meegeeft naar school, is ondertussen wel bekend. Maar wat met koemelk en sojamelk? Is het ene beter dan het andere voor je kind? En bestaat er zoiets als een 'gezond koekje' als tussendoortje? Het pas verschenen boek 77 fabels & feiten over kindervoeding van Hans Kraak is een handig naslagwerk voor iedere ouder die vragen heeft over voeding voor zijn of haar kind. Kraak onderscheidt feiten van fabels voor de verschillende levensfasen van kinderen op basis van de meest recente inzichten in de wetenschappelijke literatuur. Wij legden hem vijf vaak gehoorde stellingen voor:Kraak: 'Er is een verband aangetoond tussen deze dwingende opvoedpraktijk en overgewicht. Als kinderen steeds verplicht hun bord leeg moeten eten, is de kans groot dat ze meer gaan eten dan ze werkelijk op kunnen. Kinderen moeten hun honger en verzadigingsgevoel zelf leren beheersen en ontwikkelen. Ouders kunnen dit verstoren als ze steeds eisen dat kinderen alles opeten wat opgeschept is. Een goed gevoel om de juiste hoeveelheid eten in te nemen, is van belang voor de autonomie en zelfcontrole van een kind. Ouders die hun kind steeds dwingen het bord leeg te eten, eisen doorgaans veel van hun kinderen, terwijl er weinig ruimte is voor tweerichtingsverkeer. In het algemeen is deze opvoedstijl niet bevorderlijk voor een gezond eetgedrag, maar laten kinderen van autoritaire ouders juist een lagere groente- en fruitconsumptie zien.'Kraak: 'Net als gezonde peuters en kleuters kunnen de oudere schoolgaande kinderen voor een goede gezondheid al vrijwel alles eten en drinken, met uitzondering van alcohol en cafeïnerijke voedingsmiddelen. Naarmate een kind ouder en groter wordt, neemt de behoefte aan energie en voedingsstoffen toe. Dat betekent niet dat ze ineens heel andere dingen moeten gaan eten als tijdens de peuter- en kleuterleeftijd. Het belangrijkste verschil tussen schoolgaande kinderen en jongere kinderen is dat de porties die ze per maaltijd eten groter zullen zijn. Ook hebben zij na hun vierde geen extra vitamine D meer nodig.''Met het aanbreken van de puberteit, doorgaans in de tienerleeftijd, treden er bij jongens en meisjes lichamelijke veranderingen op die hogere eisen stellen aan de voedingsstoffen in de voeding. Meisjes die gaan menstrueren, hebben bloedverlies, waardoor het van belang is om voldoende ijzer te in te nemen. Ook vindt rond hun elfde jaar een groeispurt plaats die de nodige energie vraagt. Terwijl de meisjes wat meer vetmassa ontwikkelen, krijgen jongens als puber meer spier- en botmassa. Daarvoor is het belangrijk dat ze voedsel kiezen met voldoende calcium, eiwitten en ijzer. De jongens krijgen later een groeispurt, meestal ergens tussen hun elfde en zestiende. 'Kraak: 'Het komt steeds vaker voor dat kinderen obesitas hebben dat mede veroorzaak wordt door een voorkeur voor producten met een zoute smaak, zoals chips en snacks. Een teveel aan natrium in de voeding brengt risico's met zich mee, zowel voor kinderen als volwassenen. Zo wordt een te hoge zoutinname in verband gebracht met hart- en vaatziekten, nierziekten, maagkanker, obesitas en botontkalking. Met name de bloeddruk, een risicofactor voor hart- en vaatziekten, kan door zoutinname worden beïnvloed. Bij (kleine) kinderen wordt door medici al een te hoge bloeddruk gemeten die verband houdt met een te hoge zoutinname.''Aan de andere kant kan toevoeging van zout ook helpen gezonde, vers bereide producten te eten, als kinderen nu eenmaal gewend zijn geraakt aan een zoute smaak. Het zou jammer zijn als ze ineens hun groente laten staan omdat er geen zout meer in zit. Het is dan ook zinvol om kinderen van jongs af aan ook te laten wennen aan eten dat minder zout bevat.'Kraak: 'Energiedrankjes bevatten ongeveer net zo veel cafeïne als een kopje koffie. Begin 2018 uitten kinderartsen hun zorg over het gebruik van energiedranken door jongeren onder de achttien jaar. Ze signaleerden steeds meer klachten bij de jonge gebruikers ervan, zoals rusteloosheid, vermoeidheid en zelfs hartritmestoornissen. Het is bekend dat cafeïne een effect kan hebben op het sympathische zenuwstelsel, ook wel het autonome zenuwstelsel genoemd. Hierdoor worden automatische processen als de harstslag, ademhaling en dergelijke gereguleerd. Als dit systeem wordt gestimuleerd door een externe factor, zoals cafeïne, dan komt het lichaam als het ware in een staat van paraatheid.''Omdat niet iedereen dezelfde gevoeligheid voor cafeïne heeft, is het lastig te zeggen wat een teveel aan cafeïne is en wat de gevolgen ervan zijn. Kinderen kunnen wel wat cafeïne hebben, maar net als bij volwassenen kunnen ze er meer of minder tolerant voor zijn. Kinderen tot dertien jaar, bij wie het zenuwstelsel nog volop in ontwikkeling is, wordt aangeraden geen cafeïnerijke producten te nemen, waaronder energiedrankjes. Voor kinderen tot achttien jaar is maximaal één kopje koffie of energiedrankje per dag de norm. Hoewel op de blikjes de verplichte waarschuwing staat dat energiedranken niet zijn aanbevolen voor kinderen, is dat volgens de kinderartsen niet genoeg. De Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde pleit voor een verbod, omdat de artsen merken dat kinderen vanaf twaalf jaar soms wel meer dan zes blikjes per dag drinken, waarna ze vaker gezien worden in het ziekenhuis.'Kraak: 'Elementen van een veganistisch dieet (meer groente, fruit en granen) passen prima in een gezond voedingspatroon. Een compleet veganistisch dieet voor kinderen vormt een uitdaging en het vraagt de nodige voedingskennis om dagelijks voldoende van alle benodigde voedingsstoffen binnen te krijgen en tekorten te voorkomen. De grootste zorg bij veganisten gaat uit naar de voorziening van vitamine B12 dat alleen in dierlijke producten voorkomt. Vitamine B12-tekorten kunnen leiden tot een vorm van bloedarmoede (macrocytaire anemie) die zowel voor volwassenen als kinderen schadelijk is. Ook kinderen die borstvoeding krijgen van moeders met een B12-tekort lopen gevaar. Niet alleen de voedingsvoorlichters van de overheid, maar ook de verenigingen voor vegetariërs en veganisten adviseren om B12 via supplement of via verrijkt voedsel in te nemen. Vaak wordt B12 toegevoegd aan alternatieve, plantaardige dranken voor zuivel. Behalve vitamine B12, zijn aandachtspunten voor kinderen voldoende calcium en vitamine D, voor de groei en het behoud van stevige botten. Daarnaast is het belangrijk te letten op voldoende inname van ijzer, zink, jodium, en eiwitten. Naar schatting hebben veganisten een dertig procent hogere eiwitbehoefte dan omnivoren.' 77 fabels & feiten over kindervoeding, Hans Kraak, ISBN paperbackversie: 978-94-6406-504-6, prijs: 22,50 euro, ISBN e-pub-versie: 9789464065053, prijs: 12,95 euro www.boekenbestellen.nl/boek/77-fabels-feiten-over-kindervoeding/40860