'Het moeilijkste is dat ik nu niet meer tot de gemeenschap kan behoren. Zelfs niet tot onze kleine gemeenschap hier in het rusthuis', zegt radiocoryfee Lutgart Simoens (91), die een goed jaar geleden haar intrek nam in een woonzorgcentrum in Edegem. 'We zitten nu al een maand opgesloten. De psychische druk is zwaar. Helemaal afgesloten van de wereld ben ik. Zelfs mijn krant krijg ik pas na drie dagen, want ook die moet eerst in quarantaine. Dat mijn kinderen en kleinkinderen nu niet binnen mogen, valt me natuurlijk zwaar. Het personeel helpt me wel geregeld om met ...

'Het moeilijkste is dat ik nu niet meer tot de gemeenschap kan behoren. Zelfs niet tot onze kleine gemeenschap hier in het rusthuis', zegt radiocoryfee Lutgart Simoens (91), die een goed jaar geleden haar intrek nam in een woonzorgcentrum in Edegem. 'We zitten nu al een maand opgesloten. De psychische druk is zwaar. Helemaal afgesloten van de wereld ben ik. Zelfs mijn krant krijg ik pas na drie dagen, want ook die moet eerst in quarantaine. Dat mijn kinderen en kleinkinderen nu niet binnen mogen, valt me natuurlijk zwaar. Het personeel helpt me wel geregeld om met hen te skypen, maar dat is toch niet hetzelfde. Ik ben een grote knuffelaar, ik zou hen zo graag willen vasthouden.' Zijn er ook binnen het woonzorgcentrum veiligheidsmaatregelen genomen? Lutgart Simoens: Het is de bedoeling dat we meer afstand houden, en ze komen elke dag onze koorts meten. We moeten ook voortdurend onze handen wassen, maar dat komt er niet altijd van. Het is een hele onderneming om, steunend op mijn rollator, in de badkamer bij de wastafel te raken. Verder mogen we nu al een maand geen stap buiten zetten. Heel moeilijk vind ik dat. Vóór de coronamaatregelen nam iemand van het personeel me geregeld in een rolstoel mee naar buiten, maar dat mag nu niet meer. We mogen zelfs geen blokje om op het trottoir. De directie is veel te bang dat we dan te dicht bij andere wandelaars zouden komen, waardoor we het virus zouden kunnen binnenbrengen. Nu is er wel sprake van dat we in de voormiddag even op het terras zouden mogen. Ik hoop het, want ik krijg al weken geen buitenlucht meer. Ik ben zo bleek als een laken - net als alle andere bewoners. Mag u binnen wel gewoon rondlopen? Simoens: In het begin moesten we allemaal op onze kamer blijven. Dat regime is nu wat versoepeld. Een vriend van me, die hier verderop op de gang woont, mag elke avond om zeven uur bij mij op de kamer naar Het journaal en De afspraak komen kijken. Dan lig ik op bed en zit hij op een stoel naast me. Om negen uur zetten we de televisie uit en gaat hij terug naar zijn kamer. Verder zie ik nu alleen de verpleegkundigen, de verzorgers en de medewerker die het eten brengt. Met hen kan ik dan praten. We zijn wel snel uitgepraat, want niemand kent het antwoord op de vragen die er nu toe doen. Niemand weet hoelang deze toestand nog zal duren. En ook niet wanneer de tests zullen arriveren waarmee ze kunnen nagaan of hier iemand besmet is. Op dit moment is er nog geen enkele bewoner ziek, maar je weet natuurlijk nooit. Er gaan overal zoveel mensen dood, nu. Bent u bang om besmet te raken? Simoens: Nee, want mijn leven is toch voltooid. Ik heb alles al gehad. Als ik morgen besmet raak, mogen ze mijn beademingsapparaat aan een jonger mens geven. Natuurlijk zou ik het liefst nog iets meemaken van de tijd na corona, want ik ben ervan overtuigd: niets zal dan nog hetzelfde zijn.