We zijn gewoontedieren. Ons automatisch gedrag is veel moeilijker te doorbreken dan beredeneerd gedrag. Zodra een gewoonte zich heeft gevormd, zijn we niet snel geneigd ons gedrag opnieuw te evalueren. Om de switch van de auto naar alternatieve vervoermiddelen te maken, moet je mensen dus opnieuw aan het denken krijgen. Impulsen om tot gedragsverandering te komen, kunnen nieuwe situaties zijn, zoals een verhuizing.
...

We zijn gewoontedieren. Ons automatisch gedrag is veel moeilijker te doorbreken dan beredeneerd gedrag. Zodra een gewoonte zich heeft gevormd, zijn we niet snel geneigd ons gedrag opnieuw te evalueren. Om de switch van de auto naar alternatieve vervoermiddelen te maken, moet je mensen dus opnieuw aan het denken krijgen. Impulsen om tot gedragsverandering te komen, kunnen nieuwe situaties zijn, zoals een verhuizing. Voor een voorbeeld van zo'n goede trigger hoef ik, als auteur van dit artikel, niet ver te zoeken. Zo'n 10 jaar geleden besloot ons gezin - de kinderen waren 2, 9, 12 en 14 jaar - het zonder auto te proberen. Onze wagen had het finaal begeven. Als we de nummerplaat inleverden, kregen alle gezinsleden 3 jaar lang een gratis abonnement voor De Lijn. Het leek ons beter voor het milieu. Bovendien waren we blij verlost te zijn van de hoge onderhoudskosten, de belastingen en de verzekering. De kinderen, die het al gewend waren veel te fietsen, gaven te kennen een autoloos bestaan helemaal niet erg te vinden. De aanpassing viel best mee. Omdat we vroeger onze auto al deelden met vrienden, waren we getraind in het zoeken naar alternatieven. Heel af en toe misten we een eigen auto. Als een van de kinderen grote inkopen moest doen voor een scoutsweekend bijvoorbeeld. Op een mooie zomerdag holderdebolder de natuur opzoeken, lag ook niet meer voor de hand. Die sporadische verzuchtingen wogen absoluut niet op tegen het goede gevoel geen auto voor de deur te hebben staan die je kon verleiden om voor het milieubelastende gemak te kiezen als je even naar de winkel moest. Om grote boodschappen te doen, kochten we trouwens een handige fietskar. In die 10 jaar zagen we, vooral in stedelijke omgevingen, positieve evoluties. Autodeelsystemen zoals Cambio, de uitbreiding van de Velo-fietsen in Antwerpen naar de rand, de Bluebikes in de grotere treinstations die de ideale combinatie trein-fiets in de hand werken... Onze flexibiliteit nam exponentieel toe. We leerden op basis van onze behoeften het juiste vervoermiddel te kiezen. Voor de kleinere afstanden is dat steevast de fiets. Als je bij slecht weer naar de bioscoop wilt, brengt de tram redding. Voor een uitstapje naar een afgelegen plek doen we een beroep op een Cambio-wagen, maar voor een trip naar zee is de trein even snel én goedkoper. Moeten we naar het containerpark, dan lenen we een bestelwagen, en voor onze jaarlijkse gezinsvakantie huren we een minibus. Tot zulke oplossingen op maat kom je niet meteen als je de eigenaar bent van 1 vaste auto. Onze kinderen zeggen dat ze sneller zelfstandig zijn geworden. Naar feestjes gingen ze altijd met de fiets, terwijl vriendjes met de auto afgezet en opgehaald werden. Ze merken dat veel van die leeftijdsgenoten in die afhankelijkheid van de auto zijn blijven hangen. 'Naar school gebracht worden met de auto, dat is toch belachelijk?', vindt Seppe, onze jongste. 'Auto's zijn slecht voor het milieu, veroorzaken files en maken irritant veel lawaai, zeker op kasseien.' Het zou een goede zaak zijn als er op school aandacht zou worden besteed aan verkeersopvoeding, suggereert mijn echtgenote. Laat kinderen kennismaken met alle mogelijkheden van mobiliteit. Zoon Jef ziet een inspirerend model in Duitsland, waar studenten gratis gebruik mogen maken van het openbaar vervoer. 'Als je jaren na elkaar de tram en de bus hebt genomen, is de kans groot dat je dat ook nadien blijft doen.'Om het routineuze gedrag van de mensen te doorprikken, is wat nudging nodig: een duwtje in de rug van de overheid. Rekeningrijden zou een belangrijke prikkel kunnen zijn, maar ook apps helpen. In 2018 doet de Finse applicatie Whim zijn intrede in Antwerpen. Daarop kun je je inschrijven op een pakket mobiliteitsopties, gaande van openbaar vervoer tot taxi's en deelfietsen en -auto's. Afhankelijk van de plaats waar je moet zijn, stelt een dispatcher het meest geschikte vervoermiddel voor. Je kunt betalen per dienst, maar ook 1 gezamenlijk maandelijks abonnement nemen. In afwachting is ook Google Maps handig: die geeft de reistijden voor auto, fiets, tram en bus door voor het traject dat je hebt ingetikt. Met 50 Ways to Leave Your Car heeft journalist Luc Vanheerentals, 3 jaar na Leven zonder auto, een tweede boek uit met getuigenissen van mensen die het zonder wagen doen. Wat opvalt, is de diversiteit. Niet alleen gegoede en gezonde alleenstaanden, voor wie het een makkelijke keuze lijkt, tekenen voor een bestaan zonder auto, ook steeds meer grote gezinnen, gepensioneerden, mensen met een beperking en zelfs ondernemers zetten de stap. Velen bekennen dat ze zich anders zijn gaan organiseren. Zonder wagen in de garage vragen verplaatsingen wel wat planning. Je moet op voorhand uitdokteren hoe je ergens geraakt en hoeveel tijd het in beslag neemt. Het is een voortdurend afwegen van prioriteiten. Misschien duurt een trip langer met de trein, maar dat zogenaamde tijdverlies is relatief: tijdens de rit kun je vergaderingen voorbereiden of dossiers lezen. De eigen auto afzweren, leidt tot een tragere way of life. Je leert het af om je dagen vol te proppen met afspraken. Tijdens het fietsen blijkt menigeen de beste creatieve ideeën te krijgen. Door de zuurstofopname en de extra doorbloeding tankt de peddelaar mentaal bij. Iemand noemt fietsen bijna meditatie. Je rijdt de stress van je af. Andere overtuigde fietsers halen de sterker geworden band met de natuur aan: in de open lucht maak je het weer en de seizoenen bewuster mee.'Mijn auto is mijn vrijheid', hoor je vaak. Verrassend genoeg halen de niet-autobezitters hetzelfde argument boven. Ze zeggen dat het een opluchting is om geen auto met bijbehorende beslommeringen meer te hebben. Ze zijn evengoed vrij om te gaan en te staan waar ze willen. Een fietser zal makkelijker onderweg halt houden om te genieten van een prachtig uitzicht. Last but not least: mensen zonder auto zijn tevreden over hun conditie. Als je alleen al het woon-werkverkeer aflegt met een niet-gemotoriseerde tweewieler, kom je makkelijk aan de 30 minuten matig tot intensief bewegen per dag die de Wereldgezondheidsorganisatie aanraadt.