Van de naar schatting 1 op de 10 lagereschoolkinderen met leerproblemen heeft minder dan de helft een leerstoornis. 'We spreken pas van een leerstoornis als het om een niet-tijdelijk probleem gaat dat ook in het dagelijkse leven, zoals op school of in de sociale omgang, voor moeilijkheden zorgt', vertelt professor Lieven Lagae, kinderneuroloog in UZ Leuven. 'Vertaald naar een diagnose hebben we het bijvoorbeeld over dyslexie, dyscalculie, ADHD of autisme. Maar ook de niet-verbale leerstoornis, die bij het brede publiek nog weinig bekend is, hoort ertoe.'
...

Van de naar schatting 1 op de 10 lagereschoolkinderen met leerproblemen heeft minder dan de helft een leerstoornis. 'We spreken pas van een leerstoornis als het om een niet-tijdelijk probleem gaat dat ook in het dagelijkse leven, zoals op school of in de sociale omgang, voor moeilijkheden zorgt', vertelt professor Lieven Lagae, kinderneuroloog in UZ Leuven. 'Vertaald naar een diagnose hebben we het bijvoorbeeld over dyslexie, dyscalculie, ADHD of autisme. Maar ook de niet-verbale leerstoornis, die bij het brede publiek nog weinig bekend is, hoort ertoe.'De niet-verbale leerstoornis, in medisch jargon ook aangeduid als NLD (nonverbal learning disorder), is toe te schrijven aan een ontwikkelingsprobleem in de hersenen. Volgens de Amerikaanse professor Byron Rourke, die de stoornis in de jaren 70 van de vorige eeuw voor het eerst beschreef, gaat het om een gestoorde werking van gebieden in de rechterhersenhelft. Maar veel wetenschappers menen dat er ook andere hersengebieden bij betrokken zijn. 'Wat er op neurobiologisch vlak allemaal misloopt, en wat de precieze oorzaken zijn, weten we nog niet', zegt Lagae. 'Maar een van de gevolgen is wel dat de kinderen bepaalde vaardigheden moeilijker onder de knie krijgen. Als kleuter leren ze bijvoorbeeld wel vlot stappen, maar veel moeizamer fietsen, omdat daar meer inschattingsvermogen voor nodig is. Technisch lezen en rekenen in het eerste en tweede leerjaar gaat vlot. Maar begrijpend lezen en vraagstukken oplossen vanaf het derde leerjaar verloopt een stuk moeilijker. Zijn ze wat ouder en moeten ze een prozatekst uit het hoofd leren, dan is dat geen probleem. Maar zelf gestructureerd een verhaal opbouwen, valt hen veel zwaarder. Ook teksten in stilte interpreteren en bijvoorbeeld een ironische ondertoon vatten, gaat moeilijk. Andere zaken waarmee de kinderen gemakkelijker worstelen: vraagstukken, geometrie, wetenschappelijk tekenen en alles waarbij visueel ruimtelijk inzicht nodig is.'Ook in hun gedrag vertonen kinderen met de niet-verbale leerstoornis typische tekenen, die weleens aan andere, meer bekende leerstoornissen doen denken. 'De kinderen kunnen overactief zijn, zoals kinderen met ADHD', verduidelijkt Lagae. 'En net als kinderen met autisme kunnen ze moeite hebben met het inschatten van hun gesprekspartner. Aanvoelen dat de ander je niet begrijpt, dat je zijn aandacht verliest, dat je hem of haar ergert omdat je te veel of te luid lacht..., daar hebben ze het moeilijk mee.'Niet verwonderlijk dus dat de kinderen in de ogen van anderen algauw aan overacting doen of extreem reageren. Lagae verduidelijkt: 'Beeld je de volgende situatie in. Er wordt aangebeld. Je doet de deur open en voor je staat een grote hond. Je schrikt, maar je merkt al snel dat de hond aangelijnd is en stevig wordt vastgehouden door iemand die zich - bij wijze van grap - achter de muur verbergt. Je spanning zakt snel. Zo ook bij de meeste kinderen in die situatie. Maar kinderen met de niet-verbale leerstoornis weten de situatie niet correct in te schatten. Ze 'zien' de leiband niet en schreeuwen moord en brand.' Het behoeft ook weinig uitleg dat deze kinderen makkelijker twijfelen aan zichzelf, waardoor ze ook sneller met aanpassings-, sociale of emotionele problemen te kampen krijgen. Het is dus belangrijk dat hun symptomen, die qua aard en ernst sterk kunnen verschillen, snel opgemerkt en aangepakt worden. Om de diagnose te stellen, worden neuropsychologische en vaak ook intelligentietests afgenomen. Bij de 'verbale' intelligentietest wordt onder meer gescoord op het herhalen van woorden en het fonologische inzicht. Terwijl bij de 'performale' intelligentietest gevraagd wordt om bijvoorbeeld puzzels en 3D-constructies te maken en met prenten een verhaal op te bouwen. 'Kinderen met de niet-verbale leerstoornis hebben doorgaans een normaal IQ, maar scoren vaak opvallend beter voor de verbale IQ-test dan voor de performale', vertelt Lagae. 'Zo'n zogenaamde vp-kloof kan hooguit mee in de richting van de niet-verbale leerstoornis wijzen, maar is nooit een bewijs. Want er zijn ook begaafde kinderen zonder stoornis of probleem die verbaal veel beter scoren dan performaal.'Neurobiologische merkers, zoals genen die rechtstreeks verband houden met de niet-verbale leerstoornis en diagnostisch kunnen zijn, zijn nog niet ontdekt. 'Vandaar ook dat we niet van een ziekte of aandoening kunnen spreken maar hooguit van een stoornis', zegt Lagae. 'Mogelijk dekt de term 'niet-verbale leerstoornis' ook niet de volledige lading die eraan gekoppeld wordt. Een stoornis die voldoet aan de definitie van een leerstoornis en niet als dyslexie, dyscalculie, autisme of ADHD kan worden gediagnosticeerd, wordt vandaag als 'niet-verbale leerstoornis' bestempeld. Terwijl dat misschien maar een parapluterm is voor vele leerstoornissen die we nog niet van elkaar kunnen onderscheiden. Dé behandeling voor de niet-verbale leerstoornis bestaat dan ook niet. Het komt erop aan na te gaan waarmee ieder patiëntje individueel precies worstelt. Om dan alle deelproblemen te laten aanpakken door verschillende deskundigen. Zoals de motorische problemen door een kinesist. De problemen met wiskunde en begrijpend lezen door leerkrachten. De sociale en psychologische problemen door een psycholoog of psychiater. Enzovoort. Dat ouders hun kind ondersteunen in elk deel van de behandeling is uiteraard erg belangrijk.'De niet-verbale leerstoornis is per definitie een niet-tijdelijk probleem, maar bij het opgroeien leert het kind zijn beperkingen wel te compenseren. 'Ook de school kan daarbij helpen, door een opdracht of vraagstuk waarbij inzicht nodig is hardop te laten verwoorden', zegt Lagae. 'Of door mondeling in plaats van schriftelijk te examineren en geen multiplechoicevragen te stellen. We weten alleen nog niet goed hoe de compensatiemechanismen in het geval van de niet-verbale leerstoornis werken. Voor dyslexie begrijpen we dat al veel beter. Zo leren kinderen met dyslexie in de lagere en middelbare school visueel woorden op te slaan, waarbij de grootte van hun visuele buffer samenhangt met hun globale intelligentie.'