Wat is de rol van kinderen en scholen in de verspreiding van het coronavirus? Tijdens de eerste golven van de epidemie was die rol volgens experts als viroloog Steven Van Gucht en biostatisticus Geert Molenberghs (zie kader) eerder beperkt. Hun oordeel werd onder meer geschraagd door cijfers van de Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB). Zo werden tussen 23 november en 6 december vorig jaar niet eens 1500 leerlingen positief getest (0,12 procent van het totale aantal).
...

Wat is de rol van kinderen en scholen in de verspreiding van het coronavirus? Tijdens de eerste golven van de epidemie was die rol volgens experts als viroloog Steven Van Gucht en biostatisticus Geert Molenberghs (zie kader) eerder beperkt. Hun oordeel werd onder meer geschraagd door cijfers van de Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB). Zo werden tussen 23 november en 6 december vorig jaar niet eens 1500 leerlingen positief getest (0,12 procent van het totale aantal). De cijfers die in volle vierde golf worden opgetekend, zijn van een heel andere orde. Van 8 tot en met 21 november telden de CLB's bijna 15.000 besmette leerlingen. Dat de scholen nu een veel prominentere rol spelen, blijkt ook uit de besmettingscijfers bij het onderwijzend personeel. In dezelfde twee weken testte bijna 4 procent van de Vlaamse leerkrachten positief. Dat is twee keer hoger dan de veertiendaagse incidentie bij de algemene bevolking. Vanwaar dat verschil met vorig jaar? Dat er meer getest wordt, speelt een rol. Maar er is ook de deltavariant, die zoals bekend veel besmettelijker is. Terwijl die hogere besmettelijkheid bij de algemene bevolking wordt gecompenseerd door een hoge vaccinatiegraad, krijgt het virus bij de min twaalfjarigen vrij spel. Dat zien ze ook duidelijk bij de CLB's, die rapporteren dat de meerderheid van de besmettingen nu voorkomt in lagere scholen. Meteen is een van de belangrijkste argumenten pro vaccinatie van kinderen gegeven. 'Als we kinderen straks vaccineren, zullen ze minder vaak in quarantaine hoeven', zegt Tijl Jonckheer, voorzitter van de Belgische Beroepsvereniging van Kinderartsen en coördinator van de pediatrische Covid-19 Task Force. 'De kans dat ze leraren, maar ook ouders en grootouders besmetten zou door vaccinatie verkleinen. Het virus zou zich minder makkelijk verspreiden, waardoor ook de kans op de ontwikkeling van nieuwe varianten verkleint. Dat verklaart waarom epidemiologen daarvoor gewonnen zijn.' Risico's voor de gezondheid verwacht Jonckheer niet. 'Kinderen zouden een kleinere dosis van het bestaande Pfizervaccin krijgen toegediend. Onderzoek laat zien dat het even effectief is bij kinderen en dat er geen onrustwekkende nevenwerkingen zijn te verwachten. Bovendien zullen de Europese Commissie en de Hoge Gezondheidsraad de knoop pas over een maand hebben doorgehakt. In Israël en de Verenigde Staten worden de kinderen nu al volop gevaccineerd. Als er een probleem zou opduiken, zullen we dat tegen dan ongetwijfeld weten.' Net als zijn collega Jonckheer erkent Marc Raes, kinderarts in het Jessa Ziekenhuis in Hasselt, de epidemiologische én de sociale voordelen. Maar beide kinderartsen hebben ook ethische bedenkingen. 'Deze jonge kinderen zijn wilsonbekwaam', zegt Raes. 'Dat argument zou je ook kunnen inbrengen tegen een mazelenvaccin, maar de vergelijking gaat niet op: kinderen worden ziek of kunnen zelfs sterven van mazelen. Dat is bij covid nauwelijks het geval. Het kan een nobele daad zijn onze kinderen te vaccineren in het voordeel van de volwassenen. Maar we moeten ons daarbij ook afvragen of we de "bedreiging" die ze zouden kunnen betekenen voor de samenleving niet op een andere manier kunnen wegwerken.' Als kinderarts redeneert Raes in de eerste plaats vanuit het belang van het kind zelf. Maar tegenover dat belang staat natuurlijk ook het maatschappelijk belang. 'Je kunt inderdaad betogen dat we ook van onze kinderen solidariteit mogen vragen', zegt hij. 'Maar moeten we niet eerst naar de volwassenen kijken? In België is vandaag 76 procent van de totale bevolking volledig gevaccineerd. Als we er al in zouden slagen om alle kinderen tussen 5 en 12 te vaccineren, gaan we hoogstens naar 85 procent. Dat zou uiteraard een stap vooruit zijn. Maar zouden we niet beter in de eerste plaats grotere inspanningen moeten leveren om de ongevaccineerde volwassenen over te halen tot vaccinatie, alvorens we wilsonbekwame kinderen daarvoor inzetten?' Tijl Jonckheer worstelt met dezelfde vraag. 'Vaccinatie voor kinderen met bijvoorbeeld zware obesitas of immuundeficiënties spreekt voor zich', zegt hij. 'Zij halen er medisch voordeel uit. Voor alle andere kinderen vraag ik me af of er geen alternatieven zijn. Zo zou je bijvoorbeeld kunnen beslissen om ouders met jonge kinderen en onderwijzers versneld een derde prik te geven, en ook aandringen op extra voorzichtigheid in de contacten met ouderen. Het is een bijzonder complexe vraag, waar geen eenduidige antwoorden op bestaan. Ook binnen onze taskforce zijn de meningen verschillend.' Een andere ethische vraag bleef hier nog onbesproken. In een recente nota beschrijft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) uitvoerig de voordelen van het vaccineren van kinderen. Maar die voordelen wegen volgens de WHO niet op tegen 'de kwestie van mondiale rechtvaardigheid'. Zolang grote delen van de wereld kampen met grote vaccintekorten, stelt de WHO, 'zouden landen met een hoge vaccinatiegraad (...) prioriteit moeten geven aan het wereldwijd delen van vaccins via COVAX (internationaal initiatief dat vaccins zo rechtvaardig mogelijk over de wereld moet verspreiden, nvdr), in plaats van aan het vaccineren van kinderen en adolescenten die een laag risico lopen op ernstige ziekte.' Raes zegt dat hij dat advies kan volgen. 'Ik voel er wel iets voor om hier de internationale solidariteit te laten primeren, ook vanwege het laatste argument. Je kunt de vraag stellen of we vaccins moeten geven aan kinderen die niet ziek worden van corona, als ze ook kunnen dienen om kwetsbare mensen in minder ontwikkelde landen te beschermen.'Jonckheer sluit af met een bedenking die hem misschien nog het meest zorgen baart. 'Er zijn aanwijzingen dat de toenemende vaccinmoeheid ook een negatieve invloed heeft op de bereidheid om kinderen te laten vaccineren tegen mazelen. Zelfs in deze moeilijke periode is het voor ons kinderartsen zeer belangrijk dat alle kinderen nog altijd gevaccineerd worden tegen alle andere ziekten.'