Sommige mensen met artrose beweren stellig dat hun sletige gewrichten meer pijn doen als er slecht weer op komst is. Pijn is het meest voorkomende symptoom van artrose. Die pijn wordt heviger bij bewegen en vermindert bij rusten. Soms is er drukpijn op het gewricht. Het gewricht is vaak stijf, vooral 's ochtends of na een tijdje stilzitten. Soms zijn er zichtbare misvormingen (knobbels).
...

Sommige mensen met artrose beweren stellig dat hun sletige gewrichten meer pijn doen als er slecht weer op komst is. Pijn is het meest voorkomende symptoom van artrose. Die pijn wordt heviger bij bewegen en vermindert bij rusten. Soms is er drukpijn op het gewricht. Het gewricht is vaak stijf, vooral 's ochtends of na een tijdje stilzitten. Soms zijn er zichtbare misvormingen (knobbels). Atrosepijn zou heviger worden als de weersverwachting neigt naar meer vochtigheid en regen. Ook zouden de gewrichten dan stijver aanvoelen. Die beweringen werden lange tijd beschouwd als volkswijsheid, maar al een 30-tal jaar doen wetenschappers er ernstig onderzoek naar. Het weer heeft inderdaad een invloed op artroseklachten. De meest recente en grootschalige studie was het Europese onderzoek EPOSA (European Project on Osteo-arthritis) met bijna 3000 testpersonen uit diverse Europese landen. Ze waren allen tussen 65 en 85 jaar, hadden artrose in de vingers, knieën of heupen, en klaagden over lichte tot matige pijn. De onderzoekers vroegen hen hun pijnervaring met een cijfer te beoordelen gedurende een periode van 2 weken aan het begin van de studie, 6 maanden later, en opnieuw tussen 12 en 18 maanden. De wetenschappers noteerden het weer in het woongebied van de proefpersonen tijdens de periodes waarin de pijnervaring er was en gedurende de 3 dagen voorafgaand aan die periodes. De EPOSA-studie lijkt ouderen gelijk te geven. Volgens de onderzoekers toont hun studie een verband aan tussen de gewrichtspijn en de gemiddelde vochtigheidsgraad op de dag van de pijnmeting, maar ook tijdens de 3 voorafgaande dagen. De vochtigheid is de enige parameter met een invloed op artrosepijn. Verder bleek dat het effect van vochtigheid groter is wanneer het koud is, in de winter, en minder groot in de herfst bij matige temperaturen. Een temperatuur van 16,9°C was in dit onderzoek een soort drempelwaarde. Als het buiten warmer is dan 16,9°C, is de invloed van vochtigheid op artrosepijn minder groot dan bij een buitentemperatuur onder 16,9°C. Een mogelijke verklaring is dat koude een effect heeft op het uitzetten en krimpen van de gewrichtsweefsels, wat pijn veroorzaakt. Of dat bij lage temperaturen de viscositeit van het gewrichtsvocht verhoogt, waardoor de gewrichten stijver aanvoelen en dus gevoeliger zijn voor mechanische belasting. Het EPOSA-onderzoek vond geen verband tussen de pijn en de weersveranderingen van dag tot dag. Dat betekent dat ouderen die beweren de weersveranderingen in hun gewrichten te kunnen 'lezen', zich vergissen. Een andere kanttekening is dat het effect van het weer beïnvloed wordt doordat ouderen bij guur weer veel meer binnen blijven, waar het minder vochtig en warm is. Andere studies kwamen niet tot dezelfde conclusies. Sommige specialisten vermoeden dat de deelnemers beïnvloed werden door het onderwerp van de studie en te goeder trouw naar een verband neigden, omdat ze daar al zo lang in geloven. Andere stellen dat ouderen zich mogelijk somberder voelen bij druilerig weer, waardoor ze zich meer op hun pijn concentreren en meer pijn voelen. Het zijn factoren waarmee de onderzoekers van de EPOSA-studie zoveel mogelijk rekening hielden. Toch stellen ook zij dat het verband tussen artrosepijn enerzijds en koud en vochtig weer anderzijds veeleer zwak is en dus niet veel voorstelt. Individuele gevoeligheid speelt dus ook een rol. Daarom luidt de boodschap dat er inderdaad een zwak verband is tussen koud, vochtig weer en artroseklachten, en dat we dat niet mogen wegwimpelen. Artrose is een frequente aandoening, met soms een grote invloed op de dagelijkse activiteiten. Ten slotte roepen de onderzoekers op tot meer onderzoek naar de fysiologische mechanismen die betrokken zijn bij de toename van de pijn in bepaalde omstandigheden. Daarover werden enkel hypotheses geformuleerd, die nog wetenschappelijk moeten worden bevestigd. (Carine Maillard)