Voedselallergieën zijn al tientallen jaren aan het stijgen. Genetische factoren alleen kunnen deze stijging niet verklaren, daarvoor stijgt het aantal te snel. De oorzaak schuilt waarschijnlijk vooral in leef- en voedingsgewoonten (zie figuur). Die hebben de laatste tientallen jaren grote veranderingen ondergaan. Het ontbrak ons alleen aan hard bewijs, maar het onderzoek van de darmflora lijkt nu voor een doorbraak te zorgen. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat de bacteriën die je darm bevolken in belangrijke mate uitmaken of je een voedselallergie zult ontwikkelen. Voorlopig komen alle belangrijke inzichten nog van onderzoek bij muizen, maar de sprong naar toepassingen bij mensen lijkt niet meer veraf. Al blijft het altijd heel gevaarlijk om dat te beweren, dat beseffen we.

Bij kinderen met koemelk-, eiwit- of andere voedselallergieën vind je andere darmbacteriën dan bij gezonde kinderen.

We weten al lang dat er een duidelijk verband is tussen de darmflora en het al dan niet hebben van voedselallergieën of overgevoeligheden voor bepaalde voedingsmiddelen. Bij kinderen met koemelk-, eiwit- of andere voedselallergieën vind je bijvoorbeeld andere darmbacteriën dan bij gezonde kinderen. Bovendien maken verschillen in darmflora ook uit of een kind na verloop van tijd een voedselallergie nog kan ontgroeien of niet. Bij koemelkallergie bijvoorbeeld, gebeurt dat meestal rond een jaar of acht. Waarom is niet duidelijk.

Een gezonde darmflora speelt een cruciale rol in het ontstaan van voedselallergieën. De kans daarop is deels genetisch bepaald en vervolgens kunnen omgevingsfactoren dit verder in de hand werken. Sommige van die factoren zijn gekend, zoals je kind veel junkfood of antibiotica geven. Andere lijken het risico te beperken, zoals opgroeien in een groot gezin, tussen huisdieren of naast een landbouwbedrijf met vee, borstvoeding krijgen en zelf bereidde en vezelrijke voeding eten. Deze laatste factoren dragen alle bij tot een gezondere darmflora en die lijkt het ontstaan van voedselallergieën af te remmen. © Frontiers in Immunology. 15 February 2019

Transplantatie van stoelgang kan voor een zekere genezing zorgen voor mensen met chronische darmontstekingen. Het ziet er naar uit dat gelijkaardige toepassingen ook nuttig kunnen zijn bij voedselallergieën. Tenminste bij onderzoek met muizen, want we zijn nog niet toe aan ingrepen bij mensen omdat we nog volop bezig zijn met uit te vinden wat er juist aan de hand is. En dat gebeurt dus vooral met muizen en het onderzoek volgt elkaar in sneltreinvaart op.

Zo bleek in recent onderzoek dat de transplantatie van darmbacteriën van allergiegevoelige muizen voldoende was om kiemvrije muizen eveneens allergiegevoelig te maken.

Kiemvrije muizen die darmbacteriën van gezonde baby's toegediend kregen, waren beschermd tegen koemelkallergie.

Omgekeerd bleken kiemvrije muizen die enkele weken na hun geboorte darmbacteriën van gezonde baby's toegediend kregen, nadien beschermd te zijn tegen koemelkallergie. Bij het daaropvolgende onderzoek van de darmflora van de muizen bleek één specifieke bacteriesoort, Anaerostipes caccae, opvallend minder aanwezig bij muizen met koemelkallergie. Een aanwijzing dat deze bacteriesoort enige bescherming oplevert tegen het ontwikkelen van deze allergie en dat bleek ook uit bijkomende testen. De transplantatie van Anaerostipes caccae was voldoende om kiemvrije muizen te beschermen tegen deze allergie.

Muizen zijn geen mensen

Mooi, zeg je dan, maar veel zijn we daar niet mee. Want prima resultaten bij muizen, bieden geen garantie op succes bij mensen. Daarvoor verschilt onze stofwisseling teveel van elkaar. Bovendien gebruikt men muizen die speciaal voor dit soort van onderzoek gekweekt zijn. Alleen al het feit dat het kiemvrije muizen gaat, verwijst naar een toestand die in de reële wereld nooit voorkomt.

Kiemvrije steriliteit is in de reële wereld onbestaande. Élk levend wezen zit onder de microben. Je kan de resultaten van dit onderzoek met muizen dus niet zomaar toepassen bij mensen. Zomaar in het wilde weg stoelgang van gezonde mensen beginnen transplanteren in de hoop mensen met koemelkallergie te helpen, kan natuurlijk niet. Daarvoor liggen er nog teveel vragen open. Zoals wélke bacteriën dat beschermende effect uitoefenen. Is dat één familie of soort of is het een grote gemeenschap en hoe moet je ze transplanteren? Kan dat afzonderlijk of heb je een cultuur van meerdere soorten tegelijk nodig om een leefbaar geheel over te houden? Het risico bestaat ook dat je ongewenste bacteriën, virussen of andere ziekteverwekkende micro-organismen overdraagt, en dan sta je misschien nog verder van huis.

Hoe beschermen die bacteriën ons?

Zolang je niet weet hoe een behandeling werkt, heeft de toepassing ervan iets van een magisch handelen. Pas wanneer je duidelijk zicht verwerft op de wijze waarop het beschermingsmechanisme in elkaar zit, krijg je meer zekerheid. Dat is wat het onderzoek bij muizen eveneens oplevert.

T-remmercellen zorgen ervoor zorgen dat afweerreacties niet uit de hand lopen, precies wat er misloopt bij allergische reacties.

Bij gezonde mensen stimuleren darmbacteriën in een reactie op de voedingsmiddelen waarmee zij in contact komen, de vorming van T-remmercellen. Dit zijn heel specifieke witte bloedcellen die deel uitmaken van ons verdedigingssysteem, onze immuniteit, en die ervoor zorgen dat afweerreacties niet uit de hand lopen. En dit laatste is precies wat er misloopt bij allergische reacties.

Wanneer de onderzoekers de T-remmercellen bij muizen weghaalden, bleken ze erg gevoelig te worden voor de ontwikkeling van allergische reacties, zelfs wanneer ze beschermende darmbacteriën ontvangen hadden.

Bovendien stimuleren kiemvrije muizen en muizen die met antibiotica behandeld werden (waardoor hun darmflora zwaar aangetast raakt), de productie van afwijkende T-remmercellen die de ontwikkeling van allergische reacties in de hand werkt.

Meer respect voor onze oude, onmisbare vrienden

Stoelgangtransplantatie en manieren vinden om de groei van een gezonde darmflora in de hand te werken, houden misschien wel beloftevolle oplossingen in voor het toenemende aantal voedselallergieën, maar het blijft toch raar dat er zo weinig aandacht gaat naar het aanpakken van de oorspronkelijke oorzaak van deze hele problematiek. De essentiële vraag in dit alles is hoe we er voor kunnen zorgen dat kinderen van bij de geboorte een zo gezond mogelijke darmflora meekrijgen.

We weten dat een overmatige hygiëne slecht is voor alle microben die op en rond ons lichaam leven. In heel zijn ontwikkeling heeft de mens microben met zich meegedragen, op onze huid, in onze oren, ogen, neus, mond, darmen en alle andere lichaamsopeningen. Misschien waren ze ooit onze vijanden, maar de overgrote meerderheid zijn nu oude, vertrouwde vrienden. Zo vertrouwd en verbonden met ons lichaam dat we niet meer zonder kunnen.

Wie alle microben in voeding, leefomgeving en op en rond zijn lichaam tracht te vernietigen, brengt de eigen gezondheid schade toe.

Wie alle microben in voeding, leefomgeving en op en rond zijn lichaam tracht te vernietigen, brengt de eigen gezondheid schade toe. Moet een tepel 'ontsmet' worden voor je borstvoeding geeft? Neen. Moeten alle bacteriën in onze keukens, toiletten en huizen vernietigd worden? Neen. Moeten we onze handen wassen met ontsmettende zepen? Neen.

Moeten we dan 'vuil' gaan leven, vraag je je nu misschien af? Dat is een moeilijke vraag, want wat is vuil? Misschien moeten we vooral anders tegen dit begrip gaan aankijken. Want het aantal gevaarlijke microben in onze omgeving is klein, zeker in vergelijking met de gigantisch veel micro-organismen die ons onmisbare diensten verlenen.

Met die gevaarlijke ziektekiemen als cholera, salmonella, campylobacter en aanverwante mag je niet nonchalant omgaan. We moeten niet naïef zijn. Met gerichte maatregelen kunnen de meeste van deze ziektekiemen echter perfect onder controle gehouden worden. En ondertussen zouden we manieren moeten vinden om onze oude, onmisbare microbiële vrienden bij ons te houden. De bifido's, lactobacillen, firmicutes, actino's bacteroïdetes, lachnospiracenen en ga zo maar door. De honderden, duizenden wriemelende beestjes in en op ons lichaam. We kunnen niet zonder hen. Echt niet. Want zonder hen worden we ziek, ernstig ziek en gaan we dood.