Indrinken heeft voor een deel van de Vlaamse jongeren een belangrijke sociale betekenis, maar houdt ook leeftijdsgebonden risico's in. Dat blijkt uit onderzoek van acht Oost-Vlaamse Drugpunten in samenwerking met het Vlaams expertisecentrum voor Alcohol en illegale Drugs (VAD), waarvoor 6.733 jongeren tussen 12 en 26 jaar een online vragenlijst invulden.

Jongeren drinken alcohol nog voor ze uitgaan, ook met de bedoeling om nadien bij het uitgaan het drinken voort te zetten. Negen op de 10 van de bevraagde jongeren hebben ooit al alcohol gedronken. Bijna de helft van de 12 tot 13 jarigen heeft reeds alcohol gedronken.

Tachtig procent van wie ooit alcohol dronk, heeft ook al ingedronken. Bij de 12 tot 15 jarigen is dit 30 pct, bij de 16 tot 17 jarigen 70 pct en bij de 18 tot 26 jarigen stijgt dit tot 90 pct.

De initiatiefnemers stippen wel aan dat jongeren die (nog) geen alcohol drinken minder geneigd zullen zijn om aan een onlinebevraging over (in)drinken deel te nemen.

Beleid

Het indrinken gebeurt zo goed als altijd in een private, zelden gesuperviseerde setting, zoals thuis of bij vrienden. De aangehaalde redenen zijn: voor de gezelligheid, omdat het goedkoper is en om in de stemming te komen. Meest populair bij het indrinken zijn pils of andere lichte bieren en sterke drank. Een kwart van wie indrinkt doet dit met sterke drank, zonder verschil in geslacht.

Supermarkten en nachtwinkels zijn de plaatsen bij uitstek zijn om aan alcohol te geraken. In de supermarkt worden alle categorieën alcoholische drank gekocht, in de nachtwinkel koopt men relatief vaker sterke drank en breezers/alcopops.

Een opvallend gegeven is dat de nachtwinkel de favoriete aanschafplek is op een leeftijd waarop men alcoholische dranken niet mag kopen, zo blijkt. Volgens de drugpunten en de VAD dringt een leeftijdsspecifieke aanpak zich op. 'Een geïntegreerde aanpak is noodzakelijk, waarbij jongeren, ouders, horeca, eventorganisatoren én detailhandel mee betrokken worden. Het lokale niveau, dichtbij de jongeren en jongvolwassenen, is hierbij het meest aangewezen.'

Indrinken heeft voor een deel van de Vlaamse jongeren een belangrijke sociale betekenis, maar houdt ook leeftijdsgebonden risico's in. Dat blijkt uit onderzoek van acht Oost-Vlaamse Drugpunten in samenwerking met het Vlaams expertisecentrum voor Alcohol en illegale Drugs (VAD), waarvoor 6.733 jongeren tussen 12 en 26 jaar een online vragenlijst invulden.Jongeren drinken alcohol nog voor ze uitgaan, ook met de bedoeling om nadien bij het uitgaan het drinken voort te zetten. Negen op de 10 van de bevraagde jongeren hebben ooit al alcohol gedronken. Bijna de helft van de 12 tot 13 jarigen heeft reeds alcohol gedronken. Tachtig procent van wie ooit alcohol dronk, heeft ook al ingedronken. Bij de 12 tot 15 jarigen is dit 30 pct, bij de 16 tot 17 jarigen 70 pct en bij de 18 tot 26 jarigen stijgt dit tot 90 pct. De initiatiefnemers stippen wel aan dat jongeren die (nog) geen alcohol drinken minder geneigd zullen zijn om aan een onlinebevraging over (in)drinken deel te nemen. Het indrinken gebeurt zo goed als altijd in een private, zelden gesuperviseerde setting, zoals thuis of bij vrienden. De aangehaalde redenen zijn: voor de gezelligheid, omdat het goedkoper is en om in de stemming te komen. Meest populair bij het indrinken zijn pils of andere lichte bieren en sterke drank. Een kwart van wie indrinkt doet dit met sterke drank, zonder verschil in geslacht. Supermarkten en nachtwinkels zijn de plaatsen bij uitstek zijn om aan alcohol te geraken. In de supermarkt worden alle categorieën alcoholische drank gekocht, in de nachtwinkel koopt men relatief vaker sterke drank en breezers/alcopops. Een opvallend gegeven is dat de nachtwinkel de favoriete aanschafplek is op een leeftijd waarop men alcoholische dranken niet mag kopen, zo blijkt. Volgens de drugpunten en de VAD dringt een leeftijdsspecifieke aanpak zich op. 'Een geïntegreerde aanpak is noodzakelijk, waarbij jongeren, ouders, horeca, eventorganisatoren én detailhandel mee betrokken worden. Het lokale niveau, dichtbij de jongeren en jongvolwassenen, is hierbij het meest aangewezen.'