Er bestaat amper degelijk onderzoek naar de problematiek van hoogbegaafde kinderen. Soms selecteert men 'de besten van de klas' als onderzoeksgroep, maar zij zijn natuurlijk niet representatief voor de hele groep, en zo versterkt men enkel het positieve stigma.
...

Er bestaat amper degelijk onderzoek naar de problematiek van hoogbegaafde kinderen. Soms selecteert men 'de besten van de klas' als onderzoeksgroep, maar zij zijn natuurlijk niet representatief voor de hele groep, en zo versterkt men enkel het positieve stigma. Exentra, een expertisecentrum rond hoogbegaafdheid in Vlaanderen, bevroeg 242 ouders van hoogbegaafde kinderen. Daaruit bleek dat 43 % psychologische klachten ervaart. Professor Kathleen Venderickx (Exentra): "Hoofbegaafdheid gaat niet alleen over een IQ hoger dan 130, maar ook over het bedenken van creatieve oplossingen en over een sterke gedrevenheid voor eigen interessegebieden."Zwakbegaafdheid, een IQ van 60-70, is makkelijker te vatten. We kunnen ons indenken hoe een zwakbegaafde leerling in een gesprek zal reageren. Voor hoogbegaafdheid ligt dat een stuk moeilijker. "Hoogbegaafde kinderen hebben een ruimer bewustzijnsniveau", probeert Kathleen Venderickx. "Als ze een appel moeten tekenen, willen ze dat realistisch doen, anders beginnen ze er niet aan." Vanaf de kleuterjaren leggen ze de lat erg hoog voor zichzelf, zonder te beseffen dat anderen dat niet doen. "Ze nemen zichzelf als norm." Dat maakt dat ze makkelijk faalangst ontwikkelen en het gevoel hebben er niet bij te horen. "Vroegdetectie is belangrijk", zegt Venderickx. "En het zijn meestal de ouders die aan de alarmbel trekken." Er is niet alleen het risico op faalangst. Hoogbegaafde kinderen moeten ook leren studeren. In het basisonderwijs absorberen ze de leerstof vanzelf in de klas, maar dat liedje blijft niet duren wanneer ze naar de middelbare school gaan. Daarom hebben scholen aangepaste leertrajecten, zoals de kangoeroeklassen in Vlaanderen, die de kinderen enkele uren per week apart nemen en aanvullende taken opleggen. In steeds meer middelbare scholen worden ook aangepaste schooltrajecten voorzien. Zeventig tot tachtig procent groeit gezond op dankzij een goede omkadering thuis en op school, maar een minderheid valt uit de boot. Ook zij moeten geholpen worden, op een aangepaste manier die rekening houdt met hun sterk ontwikkelde cognitieve functies. De Vlaamse Vereniging voor Kinder- en Jeugdpsychiatrie organiseerde onlangs als eerste een studiedag over hoogbegaafdheid voor kinder- en jeugdpsychiaters.