In België is het de gewoonte om jaarlijks naar de huisarts te gaan voor een bloedanalyse, met de bedoeling nog niet zichtbare ziekten op te sporen en om een idee te krijgen over de algemene gezondheid.
...

In België is het de gewoonte om jaarlijks naar de huisarts te gaan voor een bloedanalyse, met de bedoeling nog niet zichtbare ziekten op te sporen en om een idee te krijgen over de algemene gezondheid. Toch is zo'n jaarlijkse bloedanalyse niet altijd even zinvol. Als je jonger bent dan 45 jaar en geen gezondheidsklachten hebt, zal de huisarts je verzoek wellicht weigeren. Dat is niet ongewoon, zegt huisarts Paul De Cort in het gezondheidsmagazine Bodytalk. 'De kans is immers uitermate klein dat een bloedanalyse ernstige ziekten aan het licht brengt, wanneer je geen klachten of symptomen hebt', klinkt het. Dat komt omdat bijvoorbeeld kanker (borst-, long-, dikkedarmkanker...) het bloedbeeld pas in gevorderde stadia verstoort. Op dat moment zijn er doorgaans al andere symptomen aanwezig. Nodeloze ongerustheidSommige kankers produceren wel in grote hoeveelheden biochemische tumormerkers, stoffen die in het bloed aantoonbaar zijn, maar die zijn niet specifiek genoeg en vaak zijn de resultaten vals positief. Dat leidt dan tot nodeloze ongerustheid en tot verdere onderzoeken die ingrijpend, onprettig en soms zelfs gevaarlijk zijn. Voor de meeste kankers bestaan er betere screeningsmethodes dan een bloedonderzoek.Voor jonge, gezonde mensen zonder ongemakken heeft een algemeen bloedonderzoek geen enkele zin, aldus De Cort. Voel je je slap en moe, dan is een bloedonderzoek wel aan te raden. Wanneer dan wel en waarom?Pas vanaf 45 jaar zijn enkele tests te verantwoorden, waaronder bepalingen van de ijzerwaarde (opsporen van bloedarmoede), het suikergehalte (diabetes), het vet- en cholesterolgehalte (risico op hart- en vaatziekten), tests voor de nierfunctie, lever- en schildkliertests. Deze set van tests volstaat ruimschoots om een aantal gezondheidsrisico's in kaart te brengen. Daarnaast bestaat er nog een hele rits andere tests, maar die zijn minder geschikt voor preventieve screening en worden enkel gebruikt om diagnosen en behandelingen op punt te stellen.Welke tests kunnen iets vertellen over onze gezondheid? Bloedarmoede door ijzergebrek, meestal veroorzaakt door minuscule bloedingen in het maag-darmstelsel of door overvloedige menstruatie, kan eenvoudig en goedkoop worden opgespoord door het gehalte van hemoglobine te onderzoeken, dat is de zuurstof transporterende, ijzer bevattende rode kleurstof in de rode bloedcellen. In combinatie met het opsporen van niet meteen zichtbaar (occult) bloedverlies in de stoelgang biedt deze test een meerwaarde bij de vroegtijdige opsporing van darmkanker. Vroegtijdig opsporen van chronisch nierfalen (nierinsufficiëntie) komt steeds meer in de belangstelling. Terecht, want deze aandoening komt frequent voor, kent een symptoomloos begin, is een belangrijke risicofactor voor hart- en vaatziekten en kan zorgen voor ernstige nierproblemen (met dialyse tot gevolg). Zeker bij risicopersonen, zoals diabetici en mensen met een verhoogde bloeddruk, en bij het gebruik van bepaalde medicijnen is deze bloedtest nuttig. Daartoe spoort men serumcreatinine op in het bloed, en wordt de nierfunctie geëvalueerd via een berekening die ook kijkt naar leeftijd en geslacht. Creatinine is een afbraakproduct van spierweefsel dat constant door de nieren wordt weggefilterd. Omdat diabetes veel meer voorkomt dan vroeger en nog vaak miskend wordt, is een driejaarlijkse bloedtest door middel van een nuchtere bloedsuikerdosering aanbevolen bij 45-plussers zonder symptomen, als er sprake is van een bijkomende risicofactor. Bijkomende risicofactoren zijn : naaste familieleden met diabetes of hart- en vaatziekten, overgewicht (een body mass index hoger dan 25), een verhoogd vetgehalte in het bloed, een verhoogde bloeddruk, roken, gebrek aan lichaamsbeweging en/of een ongezonde levensstijl. Vanaf 65 jaar geldt de driejaarlijkse screening voor iedereen. Als de nuchtere bloedsuikerwaarde (glykemie) tijdens 2 verschillende metingen meer bedraagt dan 126 mg/dl of 6,9 mmol/l, is de diagnose van diabetes gesteld. Volgens sommige richtlijnen is het bepalen van de snelheid waarmee rode bloedcellen zinken in een proefbuisje nuttig in geval van vage onverklaarde klachten. Deze sedimentatiesnelheid geeft informatie over eventuele ontstekingsreacties in het lichaam. Toch is het een verre van ideale screeningstest, omdat zowel het aantonen als het uitsluiten van een ontsteking of infectie moeilijk blijft. Bij heel wat aandoeningen is de sedimentatiesnelheid verhoogd, zonder dat de arts weet over welke ziekte het gaat. Omgekeerd sluit een normale test een ziekte niet altijd uit. Het tellen van de witte bloedcellen heeft bij mensen zonder klachten eveneens weinig zin, want bij belangrijke afwijkingen zijn er altijd al eerdere symptomen. Een zieke lever geeft in het beginstadium niet altijd symptomen, dus kunnen tests van leverenzymes of transaminasen (ALT, AST) wel nuttig zijn. In het wilde weg screenen is zeker niet nodig, maar dat is het wel als de arts een vermoeden heeft van leveraantasting, bijvoorbeeld bij overmatig alcoholgebruik, onbeschermde seksuele contacten en overgewicht Een verhoogde cholesterolwaarde is een risicofactor voor het ontstaan van hart- en vaatziekten. In de leeftijdsgroep van 45- tot 65-jarigen heeft 86,7 % van de mannen en 85,8 % van de vrouwen hiermee te maken. Het is dus zinvol om bij alle 45-plussers de cholesterolwaarde te meten. Dat gebeurt via het bepalen van de totaalcholesterol (TC), waarvan de bovengrens in het bloed 190 mg/dl bedraagt. De belangrijkste componenten zijn LDL (low density lipoproteines) of "slechte" cholesterol, en HDL (high density lipo-proteines) of "goede" cholesterol. Bij rokers jonger dan 50 jaar zonder bijkomende risicofactoren is het bepalen van de cholesterolwaarde zinloos omdat rookstop in dit geval veel belangrijker is om hart- of vaatziekten te voorkomen. Het doseren van andere bloedvetten (triglyceriden) is vooral nuttig om het risico op diabetes in te schatten. Het systematisch opsporen van beginnend schildklierlijden bij mensen die geen klachten hebben, wordt afgeraden. Er bestaat wel een symptoomloos voorstadium dat kan opgespoord worden door het doseren van een schildklierhormoon (TSH) in het bloed, maar het is twijfelachtig of het wel nuttig is om dit voorstadium te behandelen. De controverse rond de opsporing van asymptomatische prostaatkanker door een PSA-test (Prostaat Specifiek Antigen) bij mannen ouder dan 50 jaar is groot. Belangrijke bronnen zoals het Nederlandse Huisartsengenootschap en het Belgische Kenniscentrum betwijfelen het nut van deze test. Prostaatkanker is een ziekte met een gemiddeld zeer langdurig en bijna asymptomatisch verloop, waarbij de kans op het inschatten van de agressiviteit alleen mogelijk is door het bestuderen van een prostaatbiopsie. Zo een biopsie is al een ingrijpend onderzoek op zich, en het resultaat van het bijbehorend weefselonderzoek geeft ook geen absolute zekerheid. Daardoor ondergaan te veel mannen uiteindelijk een prostaatoperatie, met alle lichamelijke, psychische en financiële gevolgen van dien. Zelfs de Wereldgezondheidsorganisatie besluit dat er nog veel hindernissen zijn op de weg naar een effectief screeningsprogramma voor prostaatkanker. In afwachting van betere opsporingstests is een PSA-bepaling enkel verantwoord als de man volledig is ingelicht over de voor- en de nadelen van de huidige procedure, en als er rekening wordt gehouden met zijn voorkeur. Uit Bodytalk