'Een man kan alleen een goede band met zijn kind ontwikkelen als zijn vrouw daar haar toestemming voor geeft', opperde een vrouwelijke collega onlangs. Het was plagerig bedoeld, maar toch gaf haar opmerking aan hoe sterk de overtuiging leeft dat moeders dichter bij hun kinderen staan. Hebben vrouwen een 'natuurlijker' band met baby en kind? Bestaat er naast een moederinstinct ook een vaderinstinct? En zijn er verschillen tussen moeder- en vaderbinding?
...

'Een man kan alleen een goede band met zijn kind ontwikkelen als zijn vrouw daar haar toestemming voor geeft', opperde een vrouwelijke collega onlangs. Het was plagerig bedoeld, maar toch gaf haar opmerking aan hoe sterk de overtuiging leeft dat moeders dichter bij hun kinderen staan. Hebben vrouwen een 'natuurlijker' band met baby en kind? Bestaat er naast een moederinstinct ook een vaderinstinct? En zijn er verschillen tussen moeder- en vaderbinding? Tijdens de bevalling maken vrouwen massaal oxytocine, het zogenaamde knuffelhormoon, aan. Dat doen ze ook net voor en tijdens de borstvoeding. Het helpt hen om de geboortepijn snel te vergeten en een innige band met het kind te smeden, wat zijn overlevingskansen ten goede komt. Toch is oxytocine niet exclusief weggelegd voor moeders. Ook vaders maken het knuffelhormoon aan. Dat gebeurt vooral tijdens het spel, als ze het kind dragen of optillen, enzovoort. Bij moeders stijgt het oxytocinegehalte vooral als ze oogcontact met de baby hebben, de baby zacht aanraken en tijdens 'brabbelmomenten'. Vrouwen dragen het kind 9 maanden in hun buik. Het gevoel van intiem samenzijn dat daaruit kan ontstaan, zullen mannen nooit ervaren. Dat betekent niet dat hun band met het kind later nooit even innig kan worden. Vaders ontwikkelen tijdens de zwangerschap van hun partner evengoed een beeld van zichzelf als ouder, en daar hoort ook hun toekomstige band met het kind bij. Die denkbeelden en gevoelens vallen zowat volledig samen met die van moeders. Er kan wel een verschil zijn in de manier waarop mannen en vrouwen hun gevoelens omtrent het toekomstige ouderschap tot uiting brengen. De stereotiepe denkbeelden over hoe mannen en vrouwen zich horen te gedragen leven nog sterk. Het is bijvoorbeeld geweten dat mannen nogal eens jaloers zijn op die 9 maanden van één zijn met de baby. Toch zal je ze dat niet snel horen zeggen, omdat het niet past bij hun 'mannelijkheid' en omdat ze angst hebben door andere mannen, én door vrouwen, weggezet te worden als slappe watjes. Zolang het kind in de baarmoeder vertoeft, reageert het niet onafhankelijk op de wereld rondom. Na de geboorte is dat wel het geval en gaan veel andere factoren een rol spelen. Globaal is het zo dat vrouwen met intense gevoelens van verbondenheid tijdens de zwangerschap die gevoelsmatige band voortzetten na de geboorte. Maar het verband is niet rechtlijnig. Moeders voelen zich evengoed soms onwennig als ze een pasgeboren kind in de armen houden. Soms gaat het zogen en zorgen hen niet zo goed af, en wachten ze op het moment waarop ze met hun kind kunnen praten om een emotionele band te creëren. De zorg voor een baby ontwikkelt zich gaandeweg, ook bij de vader. Het verschil tussen mannen en vrouwen neemt op dat vlak af, al moet gezegd dat vrouwen de zorgende rol vanwege maatschappelijke vooroordelen nog vaker opgedrongen krijgen. Vrouwen hebben vaak de indruk dat ze hun kinderen feilloos aanvoelen. Ze voelen tijdens hun slaap instinctief aan dat de baby aandacht nodig heeft, kunnen zijn stemgeluid uit duizenden herkennen, halen door eraan te ruiken de kleding van hun kind zonder fout uit een stapel wasgoed. Toch is dat geen bewijs van een unieke sensibiliteit. Of ouders het geluid van hun wenend kind kunnen onderscheiden van dat van andere kinderen hangt vooral samen met de tijd die ze met hun kind doorbrengen. Vaders scoren daarbij even goed als moeders. Ook bij hen gaan de hormonen de hoogte in als hun kind huilt. Die hormonale productie stuurt hen naar aangepast ouderlijk gedrag, dat ze stelselmatig verder ontwikkelen. Het gaat met andere woorden om een aangeleerde vaardigheid. Je kunt de signalen natuurlijk ook negeren, en dat doen mannen, helaas, vaker dan vrouwen. Bij jagers-verzamelaarsvolkeren waarvan de levensstijl vermoedelijk nog nauw aansluit bij die van een groot deel van onze voorouders, geeft de moeder de baby na de geboorte al snel door aan andere leden van de stam. Vaak zijn dat vrouwen, maar de kinderen worden evengoed door mannen opgevangen. Als in die gemeenschappen gevraagd wordt wie voor de baby zorgt, is het antwoord bijna steevast 'wij allemaal'. Dat klinkt door in het Afrikaanse gezegde dat je 'een dorp nodig hebt om een kind op te voeden'. Ergens in de evolutie naar onze hedendaagse maatschappijen is dat gezamenlijke zorgproject versmald geraakt en steeds meer exclusief toegekend aan de moeder. Maar dat betekent geenszins dat de moeder het alleenrecht op de band met haar kind heeft.