Vrije Tribune
Vrije Tribune
Hier geven we een forum aan columnisten en gastbloggers
Opinie

09/10/18 om 16:09 - Bijgewerkt om 16:08

'Hoe het kapitalisme onze relatie met bacteriën om zeep hielp'

Onze drang om bacteriën uit te roeien, heeft rampzalige gevolgen voor onze planeet en voor alle leven erop. Dat antibacteriële denken heeft voor een groot deel te maken met hoe schoonmaakmiddelen in de markt worden gezet, aldus marketingspecialiste Nora Cambell, assistent-professor marketing aan de universiteit van Dublin, en mediaspecialist Cormac Deane.

'Hoe het kapitalisme onze relatie met bacteriën om zeep hielp'

© iStock

Advertenties voor hygiëneproducten in het huishouden overtuigen steevast met deze eenvoudige, krachtige boodschap: bacteriële besmettinghaarden loeren overal, maar antibacteriële gels, zepen, poeders en schuimpjes kunnen je daartegen beschermen. We worden ertoe aangezet om bacteriën te zien als een bedreiging voor onze afgeschermde, schone levensruimte.

Maar daardoor hebben we veel minder contact met bacteriën, en dat is net gevaarlijk.

Laten we beginnen met te bekijken hoe bacteriën worden afgebeeld. Foto's maken van bacteriën is perfect mogelijk. Er bestaan prachtbeelden van, maar die zie je bijna uitsluitend in een wetenschappelijke of medische context.

Alle anderen onder ons krijgen geen realistisch beeld van bacteriën mee. We zien ze enkel door de bril van de adverteerders. En hoe! Op basis van onze analyse van advertentiebeelden van bacteriën sinds 1848 tot vandaag komen we tot 4 wijdverspreide opvattingen. Door die opvattingen tegen het licht te houden, wordt duidelijk hoe onze band met dit belangrijke onderdeel van het ecosysteem op aarde vertekend wordt door de wensen en doelstellingen van fabrikanten van schoonmaakmiddelen.

Schattige bacteriën

Ten eerste: bacteriën zijn aardig. Ze zijn klein en kwetsbaar, het lijken wel speeltjes. Hun ogen zijn groot, hun ledematen klein. Dat is bizar, als je bedenkt dat de advertenties voor antibacteriële middelen ons ervan willen overtuigen om die dingen kapot te maken, met miljarden tegelijk.

Maar die aaibaarheidsfactor heeft een onverwacht effect op de kijker. Natuurlijk willen we alles wat lief en schattig is aanraken, vasthouden en zelfs beschermen.

Maar schattige dingetjes associëren we ook met een reeks minder positieve gevoelens: ze zijn hulpeloos, meelijwekkend en altijd beschikbaar. Dat leidt tot een reeks complexe secundaire reacties: we voelen ergernis over hun emotionele chantage, misprijzen voor hun zwakheid en afkeer omdat ze zo meegaand zijn. Als je iets als schattig beschouwt, kun je ook zin krijgen om het te grijpen, te domineren, of te vernietigen. Met andere woorden: schattige dingen zijn tegelijkertijd leuk en onuitstaanbaar.

Het is dan ook een klein wonder te noemen dat dingen die meestal als schattig worden geportretteerd - zowel naar vrouwelijke consumenten toe als naar kinderen en ook in technologische reclame - beschouwd worden als gevaarlijk en dringend te bedwingen. De ongemakkelijke waarheid is dat die schattigheid ze juist tot dingen reduceert die we zo van tafel kunnen vegen (waarvoor we geen respect /ethische overwegingen hoeven te hebben), met als resultaat dat we ze zonder enig schuldgevoel elimineren.

Een overdaad aan bacteriën

Ten tweede komen bacteriën nooit in hun eentje, maar met miljarden tegelijk. Dat kan afschrikwekkend lijken en de angst voor overbevolking aanwakkeren. Misschien is dit geen toeval. De bevolkingsexplosie in de negetiende-eeuwse steden viel samen met de groeiende afschuw voor bacteriën en de kennis die we hierover opdeden dank zij de microscoop.

Een schets uit 1828 toont bijvoorbeeld hoe een vrouw verschrikt kijkt naar de inhoud van haar uitvergrote thee. De tekening dateert precies uit de periode van een exponentiële bevolkingsgroei in Londen, bij de aanzet van de Malthusiaanse economie, toen de Thames een open riool was. Vele levensvormen opeengepakt in een kleine ruimte was een akelige weerspiegeling van de ingebeelde en gevreesde socio-economische orde.

De angst voor het samengaan van overbevolking en een wildgroei aan bacteriën wordt vandaag nog steeds uitgelokt door hedendaagse afbeeldingen van bacteriën. Bacteriën leven obsceen dicht bij elkaar, hun opeengeplak is een belediging voor de kracht van de moderniteit, een gruwel voor de wetenschap en de burgermaatschappij. Dit historische samengaan van diverse factoren leidde ertoe dat bacteriën onze angsten kanaliseerden voor overbevolking, immigratie en de slechte invloed van te dicht met miljoenen anderen samen te leven.

Arme bacteriën

Ten derde (en er nauw mee vervlochten), lijken bacteriën steeds in ellende en armoede te leven. Hun huid is slijmerig, hun tanden en huid ogen ongezond, en hun kleren zijn vuil en te klein. Ze zijn crimineel. Een enorm contract dus met de consument, de persoon die antibacteriële producten gebruikt. Terwijl "zij" lowclass zijn, smoezelig en laks, zijn de gebruikers van antibacteriële middelen geruststellend schoon en druk met hun dagelijkse routine.

Seksuele bacteriën

Ten vierde lijken bacteriën geen ontzag te hebben voor man-vrouw rollen of gendergerelateerd gedrag. Wie geen antibacteriële middelen gebruikt, wordt meteen geassocieerd met promiscue, niet-reproductieve sex.

Een advertentie uit 2010 toont een vrouw in een rode jurk, die ligt te slapen in een donker steegje op een hoop vuilzakken, met als slogan: "Ga nooit vuil naar bed". Dit duidelijke samenvallen van seksueel en bacterieel vreemdgaan staat in in schril contrast met het ideale, bleekwaterschone kerngezin.

Een andere advertentie schildert bacteriën die behandeld zijn met antibacteriële producten af als gestereotypeerde gays, onder de slogan 'bacteriën kunnen zich echt niet voortplanten'. Nog een andere toont een typische gegoede man uit de middenklasse, omringd door sporen van andere bacteriën die in het toilet waren voor hem, inclusief een travestiet. En laten we natuurlijk niet vergeten dat oorlogspropaganda altijd al soldaten heeft aangeraden om seksuele contacten te vermijden met vrouwen, die synoniem stonden met bacteriële infecties.

Waarom dat belangrijk is

Deze schets van onze algemene, wijdverbreide kijk op bacteriën leert ons ook iets over onszelf. Wat ons onderzoek aantoont, is dat bacteriën een soort vehikel zijn voor onze eigen angsten over wie we kunnen zijn, en voor aspecten van onszelf en van onze maatschappij waarmee we moeilijk in directe confrontatie gaan.

Spijtig genoeg heeft dit rampzalige gevolgen voor onze planeet en voor alle leven erop, inclusief uiteraard wijzelf en de bacteriën. We zitten samen in hetzelfde schuitje: er zijn biljoenen bacteriën op deze planeet. Ze vormen een complexe, oeroude entiteit.

Maar de beeldtaal vol angst, afschuw en ontzetting die er al meer dan een eeuw lang in slaagt om de verkoop van antibacteriële producten te doen stijgen, heeft ons in een ecologische valkuil geleid. Ons overdadige gebruik van antibiotica is het duidelijkste bewijs van het falen van de demoniserende en vernietigende aanpak die het antibacteriële denken meebrengt. Het heeft geleid tot een gevolgen die sommige experts als nog ernstiger beschouwen dan de klimaatverandering .

Het is hoog tijd dat we bacteriën helemaal anders gaan bekijken: als een rijk waarin we leven en waaruit alleen gekken willen ontsnappen. Een belangrijke stap in die richting is stilstaan bij hoe ons negatieve denken over bacteriën een kloof heeft geslagen tussen onszelf en onze onmisbare planeetgenoten.

Onze partners