Een eerste psychose ontstaat bijna altijd bij adolescenten tussen 16 en 25 jaar. We hopen de voortekens sneller te kunnen detecteren en daardoor ook sneller te kunnen tussenkomen, om zo in het beste geval de psychose te voorkomen of de impact ervan toch kleiner te maken, zo zegt psychotherapeut Sylvie Vandewalle van het Leuvense Vroeg INterventieTeam (VRINT). 'We werken hiervoor nauw samen met verschillende partners in de regio zoals het Universitair Psychiatrisch Centrum KU Leuven campus Kortenberg, het Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg Vlaams-Brabant Oost, de Psychiatrische Kliniek Broeders Alexianen in Tienen, het Psychosociaal Centrum in Leuven en vzw De Hulster in Leuven', vult coördinator Inez Heleven aan. 'We proberen zo de regio Vlaams-Brabant Oost te bedienen.'
...

Een eerste psychose ontstaat bijna altijd bij adolescenten tussen 16 en 25 jaar. We hopen de voortekens sneller te kunnen detecteren en daardoor ook sneller te kunnen tussenkomen, om zo in het beste geval de psychose te voorkomen of de impact ervan toch kleiner te maken, zo zegt psychotherapeut Sylvie Vandewalle van het Leuvense Vroeg INterventieTeam (VRINT). 'We werken hiervoor nauw samen met verschillende partners in de regio zoals het Universitair Psychiatrisch Centrum KU Leuven campus Kortenberg, het Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg Vlaams-Brabant Oost, de Psychiatrische Kliniek Broeders Alexianen in Tienen, het Psychosociaal Centrum in Leuven en vzw De Hulster in Leuven', vult coördinator Inez Heleven aan. 'We proberen zo de regio Vlaams-Brabant Oost te bedienen.'Sylvie Vandewalle: 'Het is niet gemakkelijk om de voortekenen van een psychose op te pikken. Want als die er al zijn, zijn ze niet altijd even goed te onderscheiden. Ze vertonen immers heel wat gelijkenissen met typisch adolescentengedrag, zoals er andere ideeën op nahouden, afwezig zijn en geen zin meer hebben in school. Er is geen enkel teken dat duidelijk voorspelt of iemand een psychose zal krijgen. Ook al omdat psychotische symptomen bij de algemene bevolking voorkomen zonder dat ze op een psychose uitdraaien. Bijvoorbeeld het horen van stemmen komt vaker voor dan wordt gedacht. We kijken dus vooral naar de duur en de intensiteit van de symptomen en naar hun impact op het functioneren.''Breekt een psychose door, dan is er vaak een duidelijke breuk', valt psychiater Hella Demunter bij. 'De jongere haakt af op alle gebied: familie, vrienden, school, hobby's... Hij/zij constateert het zelf wel maar begrijpt het niet goed: het overkomt hen allemaal. Vaak gaat aan een psychose een periode van toenemende sociale isolatie vooraf. Dat is een aspecifiek teken, maar wel een heel belangrijke factor. Omdat het kan passen binnen een normale adolescentie, waarbij velen weleens meer achter de computer zitten of niet meer altijd mee-eten, wordt het vaak te laat als een probleem erkend en is de jongere allang en erg sociaal geïsoleerd voor er aan de alarmbel wordt getrokken.''Met het project Op de pedalen voor psychose-onderzoek werd er geld ingezameld om meer studiewerk te verrichten naar mogelijke oorzaken. Vooral naar omgevingsfactoren wordt daarbij sterk gepeild. Want het staat in elk geval vast dat niet 1 maar meerder factoren maken dat iemand een psychose krijgt.''Er zijn evenveel psychoses als patiënten, maar vaak gaat het om erg zachte mensen die snel twijfelen en heel bang zijn. Door de psychose ontstaat er een grote perplexiteit, een soort nieuwe wereld die voor hen opengaat en waar ze niks van begrijpen. Vaak is er een conflict op het werk, een liefdesbreuk, iets waardoor hun hele zijn wordt aangesproken en ook aan het wankelen wordt gebracht. De evidentie is weg. Bijvoorbeeld een kop koffie drinken is niet meer vanzelfsprekend. Alles krijgt een betekenis, niks is nog toevallig, en daardoor krijgt ook alles een impact. Bijvoorbeeld het horen van stemmen of het zeer achterdochtig zijn, wat typisch is voor het tweede stadium van een psychose, is een manier om een antwoord te geven op die onzekerheid, een poging om weer vat te krijgen.''We richten ons op jongeren met een vroege psychose, en dat spitst zich toe op drie domeinen', verduidelijkt Demunter. 'De fase waarin iemand mogelijk een verhoogd risico loopt op een psychose, de periode van de eerste psychose, en de eerste 5 jaar daarna omdat dan ook het grootste risico bestaat op herval. Wij kiezen bewust voor deze hele periode, omdat we de continuïteit van de zorg zoveel mogelijk willen verzekeren. Om dezelfde reden bestaat ons team uit hulpverleners die zowel met jongeren werken als met volwassenen. Het is niet de bedoeling dat je van zorgverlener moet wisselen zodra je 18 bent. Deze jongeren maken vaak al genoeg breuken mee. We zullen bijvoorbeeld ook overleggen met de verschillende instanties die betrokken zijn bij de zorg voor onze jongeren en hun families, zodat ze niet elke keer zelf opnieuw hun verhaal moeten doen. Binnen het eigen team werken we interdisciplinair met kinder- en volwassenenpsychiaters, zorgverantwoordelijken en psychotherapeuten.'Inez Heleven: 'We gebruiken een systeem van casemanagement met een zorgverantwoordelijke die het dichtst bij de patiënt staat. Dat kan gaan om een psychiatrisch verpleegkundige, een orthopedagoog, een psycholoog, een maatschappelijk werker... Omdat maatschappelijk werkers geen medische connotatie hebben, is hun medewerking vaak drempelverlagend. Zij kunnen alvast een eerste hulp bieden bij problemen van administratieve of financiële aard, bij problemen op school of op het werk... Zo kan vaak een eerste contact gelegd worden.'En dat eerste contact is bijzonder belangrijk voor het opbouwen van een vertrouwensband. 'Omdat geen enkele psychose dezelfde is, moeten we soms creatief te werk gaan', vertelt Vandewalle. 'In het ideale scenario komt iemand bij ons terecht als hij nog de mogelijkheden heeft om samen te zoeken wat er aan de hand is. In een eerste gesprek met twee van onze medewerkers bekijken we dan wat de behoeften zijn.''Met mensen die al in de volgende fase zitten, proberen we toch nog contact te krijgen. Het gaat om erg fragiele jongeren. We moeten dus vaak geduldig en toch volhardend zijn, vooral hun ritme respecteren. We gaan bijvoorbeeld bij hen aankloppen op kot, spreken af bij de huisarts, op school... op een plek die vertrouwd is en weg is van het stigmatiserende. We zullen eventuele contacten die de jongeren al hebben met bijvoorbeeld een psychiater of een therapeut ook bewaren. En we betrekken de familie heel actief, het gaat immers vaak om jongeren die nog thuis wonen. Na de assessmentfase (waarin de geschiktheid wordt beoordeeld) is er als afronding altijd een overlegmoment met de patiënt, de familie en externe hulpverleners waarin we het samen hebben over het verdere behandeltraject." 'Door zo vroeg mogelijk te detecteren kunnen we niet alleen snel tussenkomen op het vlak van de stoornis. De leeftijd tussen 16 en 25 jaar is een belangrijke periode waarin veel keuzes worden gemaakt en veel veranderingen plaatsvinden die ook de krijtlijnen tekenen voor het verdere leven', vertelt Sylvie Vandewalle. 'Als je in die periode de pedalen verliest, kan dat dus vergaande gevolgen hebben, zoals stoppen met school of werken. Bij beginnende symptomen van een vermoedelijke psychose willen wij dus steun bieden op alle domeinen waar die symptomen een impact op hebben. Na een tijd krijgen de jongeren vaak te kampen met een depressie. Ze zijn bijvoorbeeld een schooljaar kwijtgeraakt en moeten ook nog de gevolgen plaatsen van andere breuken die de psychose veroorzaakten. Ook dan willen we hen nog opvolgen.'Hella Demunter: 'Soms zouden we meer willen doen, maar het is ook het recht van iemand om te zeggen: "Ik laat dit niet toe". Ook als iemand in eerste instantie alle hulp weigert, blijven we ter beschikking, waardoor mensen uiteindelijk soms toch de stap zetten. Opname proberen we zoveel mogelijk te vermijden of zo kort mogelijk te houden. Wij proberen de patiënt te helpen om opnieuw een verhaal te construeren dat verklaringen kan bieden en verankerd is in de realiteit. De patiënt houdt daarbij de regie. Hij heeft immers al het gevoel dat de psychose de controle heeft overgenomen, het is niet de bedoeling dat de hulpverlener dat ook nog eens gaat doen. Daarom zijn het snelle ingrijpen en het voldoende contact houden zo belangrijk. Als mensen leren hoe ze zelf opnieuw woorden kunnen vinden voor wat hen overkomt, daardoor een soort van controle houden en van daaruit ook zelf met een hulpvraag komen, heeft de zorg meer kans op slagen."