Het was begin jaren 90. Ineens doken in de Verenigde Staten, Canada en Australië opvallend veel slachtoffers op die door een gezins- of familielid seksueel misbruikt waren, ook al bestond daar geen enkel bewijs voor. Opmerkelijk: elk van de slachtoffers was in behandeling (geweest) bij een al dan niet gekwalificeerde psychotherapeut of had zijn heil gezocht in de zelfhulpliteratuur om een verklaring te vinden voor niet onalledaagse problemen als angst- en eetstoornissen, fobieën of depressie. Wat bleek? De klachten waren het gevolg van 'verdrongen herinneringen' van seksueel misbruik tijdens de kinderjaren. Het trauma werd ontmaskerd en naar de oppervlakte gebracht via suggestieve technieken die contact proberen te maken met het onderbewuste, zoals hypnose.
...

Het was begin jaren 90. Ineens doken in de Verenigde Staten, Canada en Australië opvallend veel slachtoffers op die door een gezins- of familielid seksueel misbruikt waren, ook al bestond daar geen enkel bewijs voor. Opmerkelijk: elk van de slachtoffers was in behandeling (geweest) bij een al dan niet gekwalificeerde psychotherapeut of had zijn heil gezocht in de zelfhulpliteratuur om een verklaring te vinden voor niet onalledaagse problemen als angst- en eetstoornissen, fobieën of depressie. Wat bleek? De klachten waren het gevolg van 'verdrongen herinneringen' van seksueel misbruik tijdens de kinderjaren. Het trauma werd ontmaskerd en naar de oppervlakte gebracht via suggestieve technieken die contact proberen te maken met het onderbewuste, zoals hypnose. 'Die verdrongen herinneringen uit de jaren 90 waren op de duur zo gedetailleerd en wijdlopig dat er plots hele gemeenschappen betrokken bleken te zijn bij het seksueel misbruik', vertelt Michael Heap, een Brits klinisch en forensisch psycholoog die vaak optreedt als expert in rechtszaken met betrekking tot hypnose en verdrongen herinneringen. Heap, die onlangs te gast was aan de UGent, is ook de bezieler van de Association for Skeptical Enquiry (ASKE), de Britse tegenhanger van de Belgische sceptische organisatie SKEPP.'Er was zelfs sprake van satanische rituelen, bestialiteiten en het opofferen van baby's. De beelden die werden opgeroepen waren allesbehalve vaag. Het ging om uiterst realistische gebeurtenissen. De beschuldigde gezinsleden kregen bovendien geen enkele kans om zich te verdedigen, sommigen werden zelfs veroordeeld op basis van de therapie.'Heap geldt als een wereldautoriteit op het vlak van hypnose en hypnotherapie. Hij heeft gegronde redenen om zich vragen te stellen bij dergelijke technieken, zoals het ondervragen van getuigen onder hypnose. Zo werd in ons land de bekende robotfoto van 'de Reus' in het dossier van de Bende van Nijvel in de jaren 90 gemaakt op basis van de herinneringen van een getuige onder hypnose. 'Er bestaat geen sluitend bewijs dat hypnose het geheugen op een of andere manier verbetert', zegt hij. 'Mensen die gehypnotiseerd zijn, voelen zich zekerder van zichzelf en gaan dingen waar ze eerst aan twijfelden voor waar aannemen. Hypnose leidt ook tot meer herinneringen. En hoe meer herinneringen, hoe meer valse herinneringen.'Een ander gevaar is volgens Heap de rol van de therapeut. 'Herinneringen die op die manier worden "hervonden" hebben het risico dat ze fantasieën zijn die door de therapeut worden opgewekt. De epidemie van seksueel misbruik begin jaren 90 viel niet toevallig samen met het hoge aantal diagnoses in de Verenigde Staten van de ooit zeldzame aandoening 'meervoudige persoonlijkheidstoornis' (MPS), een van de meest controversiële diagnoses binnen de psychiatrie. MPS zou het resultaat zijn van traumatisch misbruik uit het verleden. De patiënt ontwikkelt via een soort verdedigingsmechanisme twee of meerdere persoonlijkheden die door interactie met elkaar kunnen leiden tot humeurschommelingen, langdurige periodes van geheugenverlies en onstabiel gedrag. 'Niet alleen het aantal mensen dat aan MPS leed, steeg exponentieel', weet Heap, 'ook het aantal persoonlijkheden die één individu kon hebben, swingde de pan uit met soms gevallen die tot 200 verschillende persoonlijkheden hadden. Het ging dan niet alleen om 'andere mensen', het konden ook dieren, objecten of vorige levens zijn. Ik las ooit in een rapport dat iemand dacht een wolk te zijn.' Volgens het diagnostisch en statistisch handboek voor psychische stoornissen (DSM) lijdt, 1,5 procent van de Amerikanen aan MPS. Heap vindt dat vrij veel. 'Tot de jaren 80 stond men sceptisch tegenover de aandoening, maar als de therapeut zelf in MPS gelooft, zal hij de patiënt een roadmap geven van hoe de stoornis zich ontwikkelt en wordt een proces ingezet. De patiënt legt immers zijn lot in handen van de therapeut en gelooft in de authenticiteit van de situatie. Ik vroeg ooit aan een collega hoe het komt dat de Britten immuun lijken te zijn voor MPS. Ik heb immers in mijn 47-jarige carrière nog nooit iemand met de stoornis ontmoet. Weet je wat hij me vertelde? "Wij hebben geen patiënten met MPS, omdat we hen simpelweg niet toelaten om dat te hebben". Wanneer patiënten beginnen te praten over verschillende persoonlijkheden, zullen Britse therapeuten daar nooit zo ver in meegaan dat ze het metaforische naar het letterlijke zullen vertalen.'De discussie die in de jaren 90 begon, lijkt vandaag nog altijd niet beslecht. Veel psychotherapeuten hangen nog steeds het Freudiaanse concept van verdringing aan, namelijk, dat er bij een traumatische gebeurtenis een soort van beschermingsmechanisme in werking treedt dat de gewelddadige herinnering zo diep begraaft dat ze niet meer door het bewustzijn kan worden achterhaald en zo een negatieve invloed blijft hebben op het welzijn van de persoon. Maar bestaan 'verdrongen herinneringen'? Kan iemand seksueel misbruik toedekken in zijn onderbewustzijn en het dankzij therapie weer terugvinden?Heap, die nochtans in het sceptische kamp kan worden gesitueerd, laat opvallend genoeg de deur open voor het bestaan van het fenomeen. 'Sommigen menen dat zoiets überhaupt niet kan, maar ik zou mij daar niet zo stellig over durven uitspreken. Het is niet onmogelijk dat iets als kind zo traumatisch is geweest dat het op volwassen leeftijd strategieën heeft bedacht om daar niet te moeten aan terugdenken. Bij langdurig misbruik hebben bepaalde kinderen zelfs geleerd om zichzelf te distantiëren van wat er gebeurt en een fantasieleventje te creëren waarin zulke vreselijke dingen niet voorkomen. Een kind is niet matuur genoeg om geweld zoals seksueel misbruik te plaatsen in zijn hoofd omdat het er enerzijds geen woorden voor heeft of omdat het anderzijds voor hem een totaal onbekend concept is. Bovendien wordt het kind overmand door heel wat verwarrende gevoelens zoals schuld en schaamte. Het krijgt vaak ook nog eens de waarschuwing om er met niemand over te praten, wat hem nog meer verward achterlaat. Soms kan het zijn dat het kind er wél met andere mensen over gesproken heeft, maar dat het zich ook dat zelfs niet meer herinnert.'Het argument van critici dat kinderen die de Holocaust hebben overleefd, hun traumatische ervaringen niet hebben verdrongen, maar juist moeite hebben om ze te vergeten, gaat voor Heap niet op. Hij waarschuwt voor het oversimplificeren van verdrongen herinneringen. 'Ik ben op mijn hoede om die vergelijking te maken. We mogen niet vergeten dat de gruwel van de concentratiekampen een gedeelde ervaring is. Seksueel misbruik is iets wat je helemaal alleen moet doorstaan en verwerken.'De psycholoog benadrukt tot slot dat herinneringen geen dingen zijn die bestaan of die we in een archiefkast stoppen, maar activiteiten die we doen. 'Mijn hersenen zijn zo gestructureerd dat ik mij een bepaalde gebeurtenis kan herinneren wanneer ik dat wil. Vandaar dat we ons ook niet de vraag moeten stellen of verdringing iets is wat bestaat, maar beter: 'op welke manier zijn mensen in staat om de activiteit van het bewust herinneren van een gebeurtenis te verhinderen?' Heap kwam in zijn carrière als getuigenexpert al vaker in contact met 'hervonden herinneringen' in een juridische context. Zo was er het geval van een Britse vrouw die een psychtherapeut had aangeklaagd omdat ze na de therapie nog dieper in de put was geraakt. De vrouw was in behandeling bij de therapeut voor haar angstaanvallen en depressie. De therapeut vroeg haar gedurende 21 sessies om zich de meest ellendige fantasieën op een zo levendig mogelijke manier voor de geest te halen. Hij vroeg haar bijvoorbeeld situaties in te beelden waarin ze verlamd met het hoofd onder water ligt, omringd is door vuur, verschrikkelijke pijnen ervaart en seksueel misbruikt wordt. De conclusie van de therapeut was dat de problemen van de vrouw voortvloeiden uit seksueel misbruik als kind. De vrouw hield aan haar therapie uiteindelijk posttraumatische stress over. Maar waarom stopte ze niet gewoon met de sessies? Waarom was ze zo meegaand? Heap verwijst in dat opzicht naar een van de bekendste sociale experimenten in de psychologie, de gedragsstudie van gehoorzaamheid, waarbij de Amerikaanse psycholoog Stanley Milgram proefpersonen vroeg om een andere deelnemer, van wie ze niet wisten dat hij een acteur was, steeds zwaardere elektrische schokken toe te dienen wanneer die een fout antwoord gaf op hun vragen. Sommige proefpersonen dienden soms schokken tot wel 450 volt toe. In werkelijkheid voelden de acteurs geen enkele pijn. De proefpersonen gehoorzaamden omdat ze het ervaarden als legitiem gezag, zelfs als dit inging tegen het eigen geweten. Ze geloofden ook dat de gezaghebbende ten allen tijde zijn verantwoordelijkheid zou opnemen. En tot slot was er de context van het wetenschappelijke experiment. 'Ook tussen therapeut en patiënt bestaat een ongelijke machtsverhouding in het voordeel van de therapeut', legt Heap uit. 'Patiënten die zich in zo'n situatie bevinden, willen vasthouden aan de idee van authenticiteit en geloven dat de gehanteerde methodes deel uitmaken van het genezingsproces. Zelfs wanneer de therapeut niet authentiek blijkt te zijn, zal de patiënt er nog alles aan doen om alsnog te geloven dat hij dat wél is. Ik wil niet spreken van "ontkenning" omdat dat een te oppervlakkige term is. Het gaat erom dat de patiënt weigert zijn rol als patiënt op te geven en wil dat de therapie succesvol is. Hij kan niet aanvaarden dat het gedrag van de therapeut verkeerd is. Het is pas wanneer hij over andere gevallen in de krant leest, dat zijn ogen open gaan.'Is er dan iets fundamenteel fout met de relatie tussen therapeut en patiënt? Heap vindt van niet. 'De therapeut is ook maar een mens met al zijn fouten en tekortkomingen. Hij is zich daar terdege van bewust en voldoende zelfkritisch, vaak met de hulp van een derde partij. Dat wil echter niet zeggen dat de psychotherapie de banden met de wetenschappelijke basis moet verbreken. Zorgverleners steunen net op die wetenschappelijke evaluatie om hun rol te certifiëren. Therapeuten van wie de gebruikte methodes niet wetenschappelijk ondersteund worden, voelen zich bedreigd in hun authenticiteit en zoeken andere vormen van bevestiging zoals "onze methode wordt al duizenden jaren gebruikt", "de patiënten zeggen dat het werkt" en "we behandelen de volledige persoon, en die kun je niet evalueren." Deze 'alleen wij zijn de experts'-mentaliteit zie je heel duidelijk bij die therapeuten die beweren dat ze seksueel misbruik uit de kinderjaren van een patiënt kunnen ontmaskeren aan de hand van bepaalde symptomen. Om een opmerkelijke vergelijking te maken: in de Middeleeuwen waren heksenjagers zogezegd ook in staat om heksen te identificeren door hen op bepaalde kenmerken te onderzoeken.'