Onzekerheid, sociaal isolement en beperkende maatregelen eisen hun tol. De zesde Sciensano-gezondheidsenquête van april 2021, ingevuld door meer dan 20.000 volwassenen, bracht zorgwekkend nieuws. Een op de acht respondenten dacht het afgelopen jaar aan zelfdoding, een verdrievoudiging in vergelijking met pre-coronatijden. Vooral alleenstaanden, jongvolwassenen en lager opgeleiden kregen het zwaar te verduren.
...

Onzekerheid, sociaal isolement en beperkende maatregelen eisen hun tol. De zesde Sciensano-gezondheidsenquête van april 2021, ingevuld door meer dan 20.000 volwassenen, bracht zorgwekkend nieuws. Een op de acht respondenten dacht het afgelopen jaar aan zelfdoding, een verdrievoudiging in vergelijking met pre-coronatijden. Vooral alleenstaanden, jongvolwassenen en lager opgeleiden kregen het zwaar te verduren. Bijna de helft van de bevraagden voelde zich in april ronduit ontevreden, tegenover een op de tien in 2018. Volgens cijfers van het Rijksinstituut voor Ziekte en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) nam het aantal landgenoten met een depressie en burn-out met 40 procent toe tussen 2016 en 2020. Twee diagnosen met een sterke overlap. 'We verwachten een toename in gebruik van antidepressiva door de coronacrisis', bevestigt de Antwerpse psychiater Kirsten Catthoor, wetenschappelijk secretaris van de Vlaamse Vereniging voor Psychiatrie. Voor de crisis, in 2017, slikte al 12 procent van de volwassen Belgen antidepressiva. In Groot-Brittannië werden vier miljoen doosjes antidepressiva méér verkocht in het voorbije jaar, wat de National Health Services 139 miljoen pond extra kostte, meldde persagentschap Reuters. Mark Horowitz, psychiater aan het King's College Londen, met een doctoraat over antidepressiva, gelooft nochtans niet dat de coronacrisis daar een rol in speelt. 'Jaar na jaar zien we een stijging in het aantal voorschriften', zegt hij aan de telefoon. 'In het Verenigd Koninkrijk slikt een op de zes volwassenen een antidepressivum, meer dan 90 procent daarvan wordt voorgeschreven door de huisarts. De helft slikt het minstens twee jaar.' Volgens Horowitz worden antidepressiva sinds de jaren 1990 vlotter voorgeschreven voor uiteenlopende klachten. 'Bij ons zijn het overwegend vrouwen en mensen in armoede die antidepressiva nemen', zegt hij. 'Artsen worden geraadpleegd voor zoveel complexe problemen en willen helpen. Sociale problemen worden gemedicaliseerd.' In België is dat niet anders, blijkt uit een rapport van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) uit 2019: 22 procent van de antidepressiva-gebruikers geniet een verhoogde terugbetaling, wat wijst op een verhoogde kwetsbaarheid. 'Veel mensen zouden inderdaad beter geholpen worden met gesprekken bij een psycholoog', reageert Catthoor. 'In België bestaat een nijpend tekort aan psychologen die werken in de geestelijke gezondheidszorg. De wachtlijsten zijn lang en de terugbetaling is beperkt. Dan gaan mensen voor hulp naar hun huisarts of proberen ze via een dienst Spoedgevallen een psychiater te zien.' 'Psychofarmaca zijn een noodzakelijk kwaad,' zegt Catthoor, 'hoe minder je ze gebruikt, hoe beter. Het is de hoogste tijd dat er ernstig geïnvesteerd wordt in de geestelijke gezondheidszorg op vlak van mankracht die op andere domeinen in de zorg focust.' Een behandeling met antidepressiva - zinvol bij een matige of ernstige depressie in combinatie met psychotherapie - is altijd van langere duur. Het duurt al zes weken vooraleer een effect merkbaar is. Zodra de depressie onder controle is, vaak een kwestie van maanden, wordt de medicatie nog zes tot negen maanden voortgezet om herval te voorkomen. In de praktijk blijven veel patiënten die starten met antidepressiva de pillen jarenlang innemen, vier op de tien zelfs decennialang. 'Klopt,' zegt Catthoor, 'maar wanneer ze te vroeg stoppen, is het risico dat ze hervallen groot.' Ellen Van Leeuwen, als huisarts werkzaam in het Wijkgezondheidscentrum Nieuw Gent, vindt dat er te weinig aandacht besteed wordt aan het stopzetten van antidepressiva. 'Vaak voelt zowel patiënt als huisarts weinig behoefte om stoppen ter sprake te brengen', geeft ze toe. 'De patiënt blijft zijn pillen innemen uit angst voor een nieuwe depressie, terwijl de arts niet makkelijk voorstelt om de therapie te stoppen, wanneer het goed gaat met zijn patiënt.' Echter, hoe langer je antidepressiva blijft slikken, hoe groter de kans op nevenwerkingen, zoals seksuele problemen, gewichtstoename, afvlakken van emoties, slaapstoornissen en maagdarmklachten. 'Een behoorlijke prijs voor een beperkt gunstig effect', vindt Horowitz. Met antidepressiva alleen raak je immers niet van een depressie af, daarnaast zijn begeleidende gesprekken nodig en als het enigszins kan, psychotherapie. Gewoon stoppen met antidepressiva zodra je weer beter in je vel zit, is een slecht idee. Je moet langzaam afbouwen. De pillen veranderen receptorsystemen voor bepaalde neurotransmitters (serotonine en dopamine) in je brein. Hoe langer je ze gebruikt, hoe meer tijd je hersenen nodig hebben om het evenwicht te herstellen. Wie te snel afbouwt, loopt risico op onttrekkingsverschijnselen: onaangename effecten die meestal optreden binnen de een tot vier dagen na het staken of verminderen van de pillen. De helft van de personen die stoppen of proberen te stoppen wordt met afkickverschijnselen geconfronteerd, die soms ernstig zijn en maanden kunnen aanhouden. Onttrekkingsverschijnselen van antidepressiva lijken sterk op symptomen van een depressie: sombere gedachten, huilbuien, angst, slecht slapen of weinig eetlust. Al zijn er soms ook typische symptomen, zoals 'elektrische schok'-sensaties en griepachtige verschijnselen, maar die herken je niet als je daarover niet geïnformeerd bent. Wanneer iemand symptomen ervaart die er niet waren tijdens de depressie, dan zijn het waarschijnlijk ontwenningsverschijnselen. Beven, duizeligheid en misselijkheid horen niet bij een depressie bijvoorbeeld, maar krijg je van te snel afkicken. Sombere gedachten en slaapstoornissen kunnen zowel op hervallen als op een snelle afbouw wijzen. 'Vaak wordt de dosis voor alle zekerheid opnieuw opgedreven', zegt Van Leeuwen. 'De patiënt wil in geen geval terug naar die ellendige depressie.' Zo raak je in een vicieuze cirkel. Het verklaart waarom velen jarenlang aan de pillen blijven of keer op keer lijken te hervallen. Wereldwijd groepeerden tienduizenden patiënten zich via sociale media en websites, omdat ze niet met hun antidepressiva kunnen stoppen. Ze zitten in de val. Veelal wordt aangenomen dat je antidepressiva over een periode van vier weken moet afbouwen, maar de ervaring leert dat dit vaak veel te snel is, zeker na jarenlang gebruik. Hoe moet het dan wel? Van Leeuwen zocht een antwoord in de vakliteratuur. 'Er zijn honderden studies over de werking van antidepressiva, maar zo goed als geen over hoe je ermee stopt', stelde ze verbaasd vast. Daarom startte ze als arts-onderzoeker zelf een literatuurstudie aan de Universiteit Gent. Samen met andere wetenschappers, waaronder Mark Horowitz, ging ze op zoek naar placebogecontroleerde studies over stoppen met antidepressiva. Ze vonden er welgeteld 33 met in totaal bijna 5000 deelnemers. 'Dat is niets voor zo'n veelgebruikte medicijnen', zegt Van Leeuwen. 'Erger nog, het gros van die studies maakte zelfs geen onderscheid tussen heropflakkering van depressieve symptomen en ontwenningsverschijnselen, en de meest gebruikte afbouwschema's duurden hooguit vier weken. We weten dat dat te kort is voor mensen die de pillen jarenlang hebben ingenomen.' De systematische Cochrane-review onder leiding van Van Leeuwen werd vorige maand gepubliceerd en gaf als belangrijkste conclusie dat er onvoldoende kennis is over hoe je antidepressiva het best afbouwt. 'We weten het dus nog steeds niet goed', stelt ze vast. 'We gaan nu zelf voorzichtiger te werk en taperen hyperbolisch: hoe verder je de dosis verlaagt, hoe langzamer je moet afbouwen. Ondertussen blijven we van nabij opvolgen hoe de patiënt erop reageert.' Coauteur Horowitz drukt het plastischer uit: 'Mensen die lange tijd antidepressiva slikken, staan boven op een gebouw. Willen ze terug op de begane grond raken, dan moeten ze langzaam met de trap naar beneden, waarbij de onderste treden steeds groter worden. Abrupt stoppen, is hetzelfde als van het gebouw springen. Dat doe je dus beter niet.' Er bestaan richtlijnen voor psychiaters over het afbouwen van antidepressiva, maar ook die blijken veelal gebaseerd op opinies van experten en observaties. 'Afhankelijk van de duurtijd van de behandeling, moet je rekenen op maanden tot soms jaren afbouwen', verduidelijkt Horowitz. Hij was in 2019 co- auteur van een nieuwe leidraad van de Britse Royal College of Psychiatrists over het afbouwen van antidepressiva, voorzichtiger dan alle voorgaande richtlijnen en met diverse afbouwschema's. 'Omdat de dosis van het antidepressivum zeer langzaam moet worden afgebouwd over een langere periode, heeft Groot-Brittannië van alle antidepressiva nu een vloeibare vorm, zodat het zeer minutieus gepipetteerd kan worden.' Nederland gebruikt speciale taperingstrips voor het afbouwen van antidepressiva: de pillen in die strips bevatten steeds lagere doses. België heeft niets van dat alles: noch antidepressiva in vloeibare vorm, noch taperingstrips. Bij ons moeten patiënten zelf hun pillen in stukjes breken. Onbegonnen werk, want hoe breek je een tabletje, laat staan een capsule, in 5 gelijke stukjes? 'De arts kan een apotheker vragen om de antidepressiva in diverse lage doseringen magistraal te bereiden', stelt Catthoor als oplossing voor. Voorlopig blijft het echter behelpen.