Onderzoekers van de City University of New York, University of Cambridge en University College London tonen in een nieuw onderzoek aan dat jeugdtrauma een positieve invloed kan hebben op je empathische vermogen. Trauma zou aan de basis liggen van een sterke persoonlijke ontwikkeling die zich uit in het vermogen beter mee te kunnen leven met anderen. Slachtoffers zouden deze vaardigheid onder andere ontwikkelen om de negatieve effecten van jeugdtrauma tegen te gaan.

Een gelijkaardig Vlaams onderzoek uit 2015 kwam tot een overeenstemmende conclusie: vrouwen met een geschiedenis van fysiek en/of seksueel misbruik in de kindertijd toonden een grotere empathische bezorgdheid voor anderen dan vrouwen zonder traumatisch verleden.

Affectieve en cognitieve empathie

Het nieuwe onderzoek toont vooral aan hoe trauma de affectieve empathie beïnvloedt, en minder de cognitieve empathie.

Lezers van dit onderzoek zien hopelijk dat er paden zijn naar persoonlijke groei en veerkracht na het ervaren van trauma.

David M. Greenberg, psycholoog aan de University of Cambridge and City University of New York

Affectieve empathie geeft aan hoe goed iemand de emoties en ervaringen van anderen lichamelijk kan voelen. Op dit deel van de studie scoorden de getraumatiseerde participanten opmerkelijk hoger dan zij die een ongestoorde jeugd hebben gehad. Kinderen met traumatische ervaringen groeien dus vaker op tot volwassenen die plaatsvervangend kunnen ervaren. Zij gaven vaker aan emotioneel betrokken te zijn met de problemen, maar ook het geluk, van hun vrienden.

Het andere deel van het onderzoek testte de graad van cognitieve empathie bij getroffen en niet getroffen volwassenen. Cognitieve empathie meet het vermogen om accuraat gedachten, gevoelens en ervaringen van anderen te identificeren en begrijpen. Hoewel dit vermogen een belangrijk aspect van emotionele intelligentie is, leidt deze vorm van empathie niet noodzakelijk tot meeleven of prosociaal gedrag. Beide groepen scoorden gelijkaardig op dit deel van het onderzoek.

Traumatische ervaringen leiden dus niet tot het beter identificeren van emoties, maar wel tot het gepaster reageren op die emoties. 'Lezers van dit onderzoek zien hopelijk dat er paden zijn naar persoonlijke groei en veerkracht na het ervaren van trauma', vertelt onderzoeker en psycholoog David Greenberg aan PsyPost, een nieuwssite met een focus op psychologie en neurowetenschappen.

Kritiek op onderzoek

Het onderzoek steunt op retrospectieve data en zelfrapportage, een omstreden methode waarbij de ondervraagde personen zelf een vragenlijst invullen. Zo'n onderzoeken baseren hun resultaten dus op de zelfbeoordeling van deze personen. Deze resultaten zijn erg vatbaar voor vertekeningen, omdat mensen vaak subjectief antwoorden. De analyse van houdingen en gedragingen van mensen is pas echt accuraat na grondige observatie door de onderzoekers. Er zijn dus vragen te stellen bij de representativiteit van het onderzoek.

Ook Greenberg erkent het probleem: 'Verdere onderzoeken moeten een longitudinale benadering aannemen, waarbij de onderzochte personen een langere periode bestudeerd worden. Deze studie moet leiden tot verder onderzoek over de effecten van trauma op personen en nieuwe manieren om slachtoffers te helpen.'

Negatieve invloeden

Hoewel het nieuwe onderzoek het positieve gevolg van jeugdtrauma uitwijst, is het belangrijk te onthouden dat psychologische en fysieke trauma's ook ingrijpende gevolgen kunnen hebben op het welzijn. Vooral traumatische gebeurtenissen tijdens de kindertijd hebben een invloed op de verdere levensloop omdat ze voorvallen tijdens de meest cruciale fases van psychosociale en biologische ontwikkeling. Tijdens de jeugd getroffen volwassenen hebben meer kans op psychische problemen zoals depressie of angststoornissen.

Onderzoekers van de City University of New York, University of Cambridge en University College London tonen in een nieuw onderzoek aan dat jeugdtrauma een positieve invloed kan hebben op je empathische vermogen. Trauma zou aan de basis liggen van een sterke persoonlijke ontwikkeling die zich uit in het vermogen beter mee te kunnen leven met anderen. Slachtoffers zouden deze vaardigheid onder andere ontwikkelen om de negatieve effecten van jeugdtrauma tegen te gaan. Een gelijkaardig Vlaams onderzoek uit 2015 kwam tot een overeenstemmende conclusie: vrouwen met een geschiedenis van fysiek en/of seksueel misbruik in de kindertijd toonden een grotere empathische bezorgdheid voor anderen dan vrouwen zonder traumatisch verleden. Het nieuwe onderzoek toont vooral aan hoe trauma de affectieve empathie beïnvloedt, en minder de cognitieve empathie.Affectieve empathie geeft aan hoe goed iemand de emoties en ervaringen van anderen lichamelijk kan voelen. Op dit deel van de studie scoorden de getraumatiseerde participanten opmerkelijk hoger dan zij die een ongestoorde jeugd hebben gehad. Kinderen met traumatische ervaringen groeien dus vaker op tot volwassenen die plaatsvervangend kunnen ervaren. Zij gaven vaker aan emotioneel betrokken te zijn met de problemen, maar ook het geluk, van hun vrienden.Het andere deel van het onderzoek testte de graad van cognitieve empathie bij getroffen en niet getroffen volwassenen. Cognitieve empathie meet het vermogen om accuraat gedachten, gevoelens en ervaringen van anderen te identificeren en begrijpen. Hoewel dit vermogen een belangrijk aspect van emotionele intelligentie is, leidt deze vorm van empathie niet noodzakelijk tot meeleven of prosociaal gedrag. Beide groepen scoorden gelijkaardig op dit deel van het onderzoek. Traumatische ervaringen leiden dus niet tot het beter identificeren van emoties, maar wel tot het gepaster reageren op die emoties. 'Lezers van dit onderzoek zien hopelijk dat er paden zijn naar persoonlijke groei en veerkracht na het ervaren van trauma', vertelt onderzoeker en psycholoog David Greenberg aan PsyPost, een nieuwssite met een focus op psychologie en neurowetenschappen.Het onderzoek steunt op retrospectieve data en zelfrapportage, een omstreden methode waarbij de ondervraagde personen zelf een vragenlijst invullen. Zo'n onderzoeken baseren hun resultaten dus op de zelfbeoordeling van deze personen. Deze resultaten zijn erg vatbaar voor vertekeningen, omdat mensen vaak subjectief antwoorden. De analyse van houdingen en gedragingen van mensen is pas echt accuraat na grondige observatie door de onderzoekers. Er zijn dus vragen te stellen bij de representativiteit van het onderzoek. Ook Greenberg erkent het probleem: 'Verdere onderzoeken moeten een longitudinale benadering aannemen, waarbij de onderzochte personen een langere periode bestudeerd worden. Deze studie moet leiden tot verder onderzoek over de effecten van trauma op personen en nieuwe manieren om slachtoffers te helpen.'Hoewel het nieuwe onderzoek het positieve gevolg van jeugdtrauma uitwijst, is het belangrijk te onthouden dat psychologische en fysieke trauma's ook ingrijpende gevolgen kunnen hebben op het welzijn. Vooral traumatische gebeurtenissen tijdens de kindertijd hebben een invloed op de verdere levensloop omdat ze voorvallen tijdens de meest cruciale fases van psychosociale en biologische ontwikkeling. Tijdens de jeugd getroffen volwassenen hebben meer kans op psychische problemen zoals depressie of angststoornissen.