Om duidelijkheid te scheppen in de wirwar aan wilde verhalen over de impact van ons voedingspatroon op onze weerbaarheid tegen het coronavirus, geeft de Hoge Gezondheidsraad in zijn nieuwste advies, op basis van meer dan 200 publicaties, een overzicht van de huidige wetenschappelijke stand van zaken. 'Vitamine D is nodig, maar niet nuttig voor de behandeling van covid-19', luidt het.

Vitamine D

Tot 80 procent van de Belgische bevolking heeft een matig tot uitgesproken tekort aan vitamine D, een stof die een belangrijke rol speelt in de goede functionering van ons immuunsysteem.

Om een chronische tekort te voorkomen moet je, zoals steeds aangeraden door de HGR, voldoende vitamine D-rijke voedingsmiddelen eten - zoals vette vis, eieren, kaas en vlees of verrijkte voedingsmiddelen (melk en zuivelproducten, granen) - en voldoende in de zon lopen. Niettemin, is een voedingssupplement toch vaak aangewezen om de nutritionele behoeften te halen

Toch is er geen wetenschappelijk onderzoek dat veronderstelt dat zo'n tekort het risico om besmet te worden met het coronavirus verhoogt. 'Uit geen enkele van de beschikbare studies blijkt de toediening van matige tot hogere doses vitamine D noch het ontstaan noch een ernstiger verloop van covid-19 kan voorkomen', aldus de HGR. Toch raadt de HGR personen met een verhoogd ziekterisico en waarvan de vitamine D-status vaak laag is - zoals het geval bij ouderen in rusthuizen, zwangere vrouwen, mensen met een donkere huid en/of sommige vegetariërs - aan om hun status te laten controleren en afhankelijk van de resultaten regelmatig 10-20 µg (400-800 IU) vitamine D per dag bij te nemen.

Zink

Ook zink wordt beschreven als 'een sleutelspeler voor ons immuunsysteem', maar is net als vitamine D weinig actief tegen covid-19.

Hoewel zinktekorten minder vaak voorkomen dan vitamine D-tekorten (slechts bij 10-20 procent van de bevolking) raadt de HGR gezien de huidige omstandigheden toch aan om voldoende zinkrijke voedingsmiddelen te consumeren. Voorbeelden zijn vlees, eieren, vis, granen, peulvruchten, melk en melkproducten. Bevolkingsgroepen met een verhoogd risico op zinktekorten, zoals zwangere vrouwen, vrouwen die borstvoeding geven, ouderen en mensen met een onevenwichtige voedingspatroon, nemen best een zinksupplement van ongeveer 10 mg/dag.

De HGR heeft tot nu toe geen positief effect kunnen vaststellen van het toedienen van zink aan patiënten met symptomen van het coronavirus. Voor mensen die een hoog risico lopen op besmetting en nog geen symptomen vertonen, kan een preventieve zinkkuur van 10 mg/dag gedurende 3 tot 4 weken eventueel wel aangewezen zijn.

De Hoge Gezondheidsraad verduidelijkt ook dat vaccinatie geen aanleiding is om een chronische behandeling met zink of vitamine D stop te zetten. 'Om elke eventuele interactie met de vaccinatierespons te voorkomen, verander je de dosis 2 tot 3 weken vóór en na de vaccinatie beter niet meer.'

Tot slot waarschuwt de Raad voor 'miraculeuze' oplossingen die te mooi zijn om waar te zijn. 'Bekwame gezondheidsprofessionals, waaronder de huisarts, de apotheker of de diëtist blijven een cruciale rol spelen om de optimale inname van voedingsstoffen te bepalen en verder op te volgen', klinkt het.

L

Om duidelijkheid te scheppen in de wirwar aan wilde verhalen over de impact van ons voedingspatroon op onze weerbaarheid tegen het coronavirus, geeft de Hoge Gezondheidsraad in zijn nieuwste advies, op basis van meer dan 200 publicaties, een overzicht van de huidige wetenschappelijke stand van zaken. 'Vitamine D is nodig, maar niet nuttig voor de behandeling van covid-19', luidt het. Tot 80 procent van de Belgische bevolking heeft een matig tot uitgesproken tekort aan vitamine D, een stof die een belangrijke rol speelt in de goede functionering van ons immuunsysteem.Om een chronische tekort te voorkomen moet je, zoals steeds aangeraden door de HGR, voldoende vitamine D-rijke voedingsmiddelen eten - zoals vette vis, eieren, kaas en vlees of verrijkte voedingsmiddelen (melk en zuivelproducten, granen) - en voldoende in de zon lopen. Niettemin, is een voedingssupplement toch vaak aangewezen om de nutritionele behoeften te halen Toch is er geen wetenschappelijk onderzoek dat veronderstelt dat zo'n tekort het risico om besmet te worden met het coronavirus verhoogt. 'Uit geen enkele van de beschikbare studies blijkt de toediening van matige tot hogere doses vitamine D noch het ontstaan noch een ernstiger verloop van covid-19 kan voorkomen', aldus de HGR. Toch raadt de HGR personen met een verhoogd ziekterisico en waarvan de vitamine D-status vaak laag is - zoals het geval bij ouderen in rusthuizen, zwangere vrouwen, mensen met een donkere huid en/of sommige vegetariërs - aan om hun status te laten controleren en afhankelijk van de resultaten regelmatig 10-20 µg (400-800 IU) vitamine D per dag bij te nemen. Ook zink wordt beschreven als 'een sleutelspeler voor ons immuunsysteem', maar is net als vitamine D weinig actief tegen covid-19. Hoewel zinktekorten minder vaak voorkomen dan vitamine D-tekorten (slechts bij 10-20 procent van de bevolking) raadt de HGR gezien de huidige omstandigheden toch aan om voldoende zinkrijke voedingsmiddelen te consumeren. Voorbeelden zijn vlees, eieren, vis, granen, peulvruchten, melk en melkproducten. Bevolkingsgroepen met een verhoogd risico op zinktekorten, zoals zwangere vrouwen, vrouwen die borstvoeding geven, ouderen en mensen met een onevenwichtige voedingspatroon, nemen best een zinksupplement van ongeveer 10 mg/dag. De HGR heeft tot nu toe geen positief effect kunnen vaststellen van het toedienen van zink aan patiënten met symptomen van het coronavirus. Voor mensen die een hoog risico lopen op besmetting en nog geen symptomen vertonen, kan een preventieve zinkkuur van 10 mg/dag gedurende 3 tot 4 weken eventueel wel aangewezen zijn. De Hoge Gezondheidsraad verduidelijkt ook dat vaccinatie geen aanleiding is om een chronische behandeling met zink of vitamine D stop te zetten. 'Om elke eventuele interactie met de vaccinatierespons te voorkomen, verander je de dosis 2 tot 3 weken vóór en na de vaccinatie beter niet meer.'Tot slot waarschuwt de Raad voor 'miraculeuze' oplossingen die te mooi zijn om waar te zijn. 'Bekwame gezondheidsprofessionals, waaronder de huisarts, de apotheker of de diëtist blijven een cruciale rol spelen om de optimale inname van voedingsstoffen te bepalen en verder op te volgen', klinkt het.L