Al maanden zijn mondmaskers niet weg te slaan uit het maatschappelijke debat. Eerst waren ze niet nodig, dan weer wel. Eindeloos is er gepalaverd over de vraag waar en wanneer je ze moet dragen. Zinloze voorstellen, zoals een mondmasker dragen op de fiets, verhoogden de weerstand alleen maar. Momenteel is de vraag of leerlingen in scholen de hele dag een masker moeten dragen, en of dat niet meer na- dan voordelen oplevert.
...

Al maanden zijn mondmaskers niet weg te slaan uit het maatschappelijke debat. Eerst waren ze niet nodig, dan weer wel. Eindeloos is er gepalaverd over de vraag waar en wanneer je ze moet dragen. Zinloze voorstellen, zoals een mondmasker dragen op de fiets, verhoogden de weerstand alleen maar. Momenteel is de vraag of leerlingen in scholen de hele dag een masker moeten dragen, en of dat niet meer na- dan voordelen oplevert. Het is verbazingwekkend dat hij tot dusver amper in de media is opgedoken, maar er is een Belg die vóór de coronacrisis al experimenteerde met mondmaskers in de strijd tegen besmettelijke ziekten, en vooral tegen tuberculose: een bacteriële aandoening die uitsluitend door transport via deeltjes in de lucht wordt overgedragen. Kinderarts en infectioloog Koen Vanden Driessche (Universitair Ziekenhuis Antwerpen) heeft een onderbouwde visie op de mondmaskerkwestie. Hij stoelt die vooral op zijn eigen experimenten. Zijn kernboodschap is glashelder: mondmaskers zijn bijzonder nuttig in de strijd tegen het coronavirus en andere besmettingen van de luchtwegen. Hun efficiëntie hangt af van twee vragen, zegt hij: 'Hoe zijn ze gemaakt, en wanneer worden ze gedragen?' De kritiek op de mondmaskerplicht heeft volgens Vanden Driessche haar wortels in het begin van de coronacrisis. 'Toen was er geen consensus over het nut van mondmaskers. Wetenschappers waren er niet van overtuigd dat ze werkten, behalve wanneer ze er zelf ervaring mee hadden. De autoriteiten kozen ervoor mensen "in hun kot" te houden om de crisis te bezweren. Dat leek toen de veiligste aanpak, omdat nog heel onduidelijk was hoe het virus zich verspreidde.' Impliceerde de keuze voor een lockdown dat mondmaskers niet nodig waren? Koen Vanden Driessche: Er circuleerden studies die suggereerden dat mondmaskers een vals gevoel van veiligheid gaven. Vanuit mijn ervaring wist ik: die studies waren niet goed uitgevoerd. Maar op dat moment pasten ze in het plan om mensen zo veel mogelijk thuis te houden, dus werd er niet al te kritisch mee omgegaan. Nu wordt er gezegd dat een lockdown niet nodig is zolang we de maatregelen, zoals die rond mondmaskers, consequent volgen. Vanden Driessche: Een internationaal consortium van statistici is tot de conclusie gekomen: als iedereen consequent een masker draagt, zijn er weinig andere maatregelen nodig om een epidemie tot stilstand te brengen. Mondmaskers zijn hyperefficiënt in de strijd tegen het coronavirus. Ze zouden ook nuttiger zijn dan regelmatig je handen wassen. Vanden Driessche: In het algemeen worden virussen van de luchtwegen verspreid door contact, druppeltjes of lucht. Dat contact kan direct zijn: handen geven, kussen of knuffelen. Of indirect, bijvoorbeeld via deurklinken. In het begin dachten we dat contact de belangrijkste verspreidingsmodus van het coronavirus was, maar die visie hebben we moeten bijstellen na ervaringen met zogenoemde superspreading events op plekken waar mensen dicht op elkaar gepakt zijn en veel lawaai maken. Denk aan indoormarkten, discotheken en après-skibars. Het significantst waren ervaringen met zangkoren in de Amerikaanse staat Washington en in Amsterdam. Daar werd tijdens coronaproof gehouden repetities, met de nodige afstand tussen koorleden, toch de grote meerderheid van de zangers besmet. Zulke superspreading events tonen aan dat de verspreiding van het coronavirus vooral via kleine speekseldruppeltjes gebeurt, dus via de lucht. Als we zingen én als we spreken, produceren we enorm veel microdruppeltjes door het trillen van onze stembanden. Hoe ver verplaatsen die microdruppeltjes zich? Vanden Driessche: Als je hoest, vallen de grotere druppels het snelst: dat is de hoofdreden achter de anderhalve meter afstand die we van elkaar moeten houden. Maar de microdruppeltjes ontstaan uit de kleinste druppels, die grotendeels verdampen voor ze op de grond terechtkomen. Ze worden dan zó klein dat ze blijven vliegen. Dat hebben we mooi kunnen vaststellen in ons onderzoek naar tbc. Tbc wordt veroorzaakt door een bacterie, terwijl een virus veel kleiner is. Heeft dat geen effect op de afgelegde afstand? Vanden Driessche: Nee. Een virus is kleiner dan een bacterie, maar de druppeltjes blijven even groot. En hun gedrag in de lucht hangt uitsluitend af van hun aerodynamische diameter, niet van wat erin zit. Dat heeft een recente studie bevestigd. Zijn alle mondmaskers even efficiënt? Vanden Driessche: Mondmaskers moeten anderen én jezelf beschermen. Ze moeten ook comfortabel om te dragen zijn, zodat ze je ademhaling niet hinderen. Alle chirurgische maskers die wij hebben bestudeerd, werken uitstekend. Ook wegwerpmaskers met een Europees CE-keurlabel werken goed - maar we willen niet massaal wegwerpproducten gebruiken. Materiaalingenieur Greet Kerckhofs (UCL) heeft de zelfgemaakte maskers bestudeerd. De stof van nogal wat van die maskers blijkt te dicht geweven te zijn om er efficiënt door te kunnen ademen. Het beste model heeft een binnen- en buitenlaagje van dun katoen met in het midden een filter van geperste - dus niet geweven - vezels. De beste filter blijkt een viscose dweil te zijn. Qua bescherming en draagcomfort is dat model vergelijkbaar met een professioneel FFP2-masker, maar zelfgemaakte maskers zijn goedkoper en kunnen in de wasmachine. Volgens critici bestuderen jullie vooral hoesten, wat een veel groter effect zou hebben dan praten. Vanden Driessche: Die stelling is niet correct. In een kleine test bleek dat de meeste coronapatiënten die we bestudeerden niet waren besmet door iemand die hoestte. Wanneer je tien seconden lang 'aaaa' zegt, heb je dezelfde druppeltjesproductie als wanneer je tien seconden hoest. Fitnesstrainers kunnen blijkbaar een belangrijke bron van besmetting zijn, net omdat ze veel roepen. Het is ook niet uitgesloten dat besmettingen in woonzorgcentra tijdens de eerste virusgolf, toen er nog geen mondmaskers gedragen werden, mee in de hand zijn gewerkt doordat mensen vaak luid spreken tegen bejaarden. Soms kun je anderen moeilijk verstaan wanneer je hun mond niet kunt zien. Bestaan er transparante maskers? Vanden Driessche: Ja, vooral voor mensen die moeten liplezen om een normale communicatie te voeren. Maar ze zijn waarschijnlijk minder efficiënt en comfortabel. Nog een andere kritiek is dat veel virussen langs de zijkant van mondmaskers zouden ontsnappen. Klopt dat? Vanden Driessche: Nee. Onze metingen hebben uitgewezen dat langs de zijkant alleen lucht ontsnapt. Hoe efficiënt zijn plastic gezichtsschermen? Vanden Driessche: Die zijn verder van je mond verwijderd, waardoor kleine druppeltjes gemakkelijker kunnen verdampen tot airborne microdruppels. Daardoor beschermen ze minder efficiënt. Hoe bent u er eigenlijk toe gekomen om mondmaskers te bestuderen? Vanden Driessche: Het is begonnen in 2009, tijdens de uitbraak van de Mexicaanse griep. Toen was er sprake van een nieuwe hoestetiquette. De aanbeveling was om zo veel mogelijk in de vouw van je arm te hoesten in plaats van in je hand. Wij wilden nagaan of je de verspreiding van tbc zo ook kon tegengaan. Met collega's bouwde ik plastic containers waarin we mensen binnenlieten om te kunnen meten wat er vrijkwam als ze hoestten. Op een gegeven ogenblik kwam de vraag of mondmaskers nuttig waren om de verspreiding van ziektekiemen te counteren. En vervolgens kwam de vraag of er valabele maar minder stigmatiserende alternatieven voor mondmaskers waren. Welke zijn die alternatieven? Vanden Driessche: Bandana's en zogenoemde bicycle buffs. We hebben ook goedkope papieren maskers onderzocht, zoals de Queen Charlotte. Door de lockdown is ons onderzoek grotendeels stilgevallen, maar voorlopige resultaten tonen aan dat de alternatieven niet even goed werken. Alle mondmaskers hadden wel een effect op de overdracht van kiemen. In de meeste studies die geen effect vinden, wordt niet de transmissie van virusdeeltjes gemeten maar de doorlaatbaarheid voor alles. Daardoor registreer je ook stofdeeltjes en papieren deeltjes die van het masker zelf afkomstig zijn. Sommigen schuiven zulke slecht uitgevoerde studies nog altijd naar voren om te poneren dat mondmaskers niet efficiënt zijn. Maar u kunt met de hand op het hart zeggen dat mondmaskers efficiënt zijn? Vanden Driessche: Dat kan ik met grote stelligheid bevestigen. Wat zijn uw aanbevelingen over hoe en wanneer je een masker moet dragen? Vanden Driessche: We merken dat de maskers soms worden afgezet tijdens de koffiepauze en de lunch, of tijdens het telefoneren. Maar omdat er dan dikwijls intens gebabbeld wordt, zijn ze op die momenten juist nódig. Het is vooral nuttig om regelmatig van masker te wisselen. Je zou 's middags een ander exemplaar op kunnen zetten en beide maskers 's avonds in de was doen. Dat voorkomt klachten van mensen met een gevoelige huid, die puistjes ontwikkelen onder de rand van hun masker - het gevolg van een ophoping van bacteriën. De mondmaskerplicht afschaffen om ongemakken te vermijden, heeft geen zin. Je kunt die ongemakken perfect omzeilen met een goede mondmaskerhygiëne. De maskers geven ons de vrijheid om te blijven bewegen in een door corona gedomineerde maatschappij. Dat mogen we nooit vergeten. Desondanks is er druk om de mondmaskerplicht in scholen af te schaffen. Vanden Driessche: Dat is op dit moment geen goed idee, aangezien de curve van de besmettingen weer stijgt. Als het mettertijd wat rustiger wordt op het virusfront, kunnen we overwegen om de maskers af te laten in goed verluchte klassen. Het zou wel nuttig zijn mochten onze overheden beter uitleggen waarom maskers nodig zijn. De verspreiding via microdruppeltjes in de lucht is nog niet goed uitgelegd, waardoor mensen de maatregelen daartegen minder gemakkelijk aanvaarden. In de Nederlandse scholen is er geen mondmaskerplicht. Vanden Driessche: Dat klopt, behalve wanneer je onvoldoende afstand tussen de leerlingen kunt garanderen. Maar als er dan een coronageval in een school is, gaat ze wel onherroepelijk dicht. Bij ons is dat niet nodig, vanwege de vele maatregelen om scholen veilig te houden, hoewel ik gehoord heb dat het toch gebeurt. Hoe verklaart u dat opvallende verschil in aanpak tussen België en Nederland? Vanden Driessche: Ik heb het gevoel dat de richtlijnen in België minder goed worden opgevolgd. Toen ik tijdens de lockdown door Brussel fietste, zag ik veel volk op speelpleinen. Ik belde naar een collega in Rotterdam, die meldde dat het daar niet het geval was. De Nederlanders hebben een groot saamhorigheidsgevoel en houden van regeltjes en afspraken. Als een Nederlander zich ziek voelt, blijft hij thuis. Een Belg gaat toch werken uit angst om oncollegiaal over te komen. Nederlanders lijken dus zonder masker gemakkelijker weg te komen met het virus. Jongeren zetten zich soms af tegen beperkingen van hun vrijheid om het leven van ouderen te beschermen. Begrijpt u dat? Vanden Driessche: Ik begrijp dat. Zeker als je weet dat de ouderen amper naar de jongeren hebben geluisterd toen ze massaal op straat kwamen om te protesteren tegen de klimaatopwarming, die hun toekomst bedreigt. U bent ook kinderarts. Waarom hebben kinderen minder last van het virus? Vanden Driessche: Kinderen hebben een sterke afweer: ze moeten klaar zijn om alles te counteren waarmee ze nooit te maken hebben gehad. Daarom reageren ze krachtig op het coronavirus. Met het ouder worden verslapt de afweer, omdat er antistoffen zijn opgebouwd tegen virussen en bacteriën. Als er dan iets nieuws komt, kun je in de problemen komen. Kinderen hebben toch last van het respiratoir syncytieel virus (RSV) en griep? Vanden Driessche: RSV veroorzaakt vooral problemen door slijmvorming in nog smalle luchtwegen. Van griep hebben kinderen doorgaans even weinig last als van het coronavirus. Ze kunnen wel de drager zijn van grote hoeveelheden van het virus, maar de drijvende kracht achter uitbraken zijn ze niet. Over naar de hamvraag: hoelang zullen we die vermaledijde mondmaskers nog moeten dragen? Vanden Driessche: Dat zal afhangen van een aantal factoren, zoals hoelang het zal duren voor er een efficiënt vaccin is. We creëren met de mondmaskers een nieuw evenwicht tussen mens en natuur. We vergroten artificieel de afstand tussen mensen, die door overbevolking en mobiliteit wel erg klein geworden is. Als we met minder zouden zijn, zou een crisis als deze gemakkelijker te beheersen zijn. Hoe hebben we onszelf in deze onverkwikkelijke situatie gewerkt? Daar moeten we grondig over nadenken. Honderd jaar geleden zaten we toch al met de Spaanse griep? Vanden Driessche: Toen sukkelden we wel met de naweeën van de Eerste Wereldoorlog. Er was destijds ook gedoe rond mondmaskers, met dezelfde weerstand, dezelfde boosheid over de vrijheid die beroofd werd. Maar ineens waren de maskers niet meer nodig. Hopelijk zal dat ook bij deze crisis het geval zijn. Er zijn culturen waar mondmaskers ingeburgerd zijn, zoals de Japanse. Vanden Driessche: Vooral jongeren dragen ze daar graag, omdat ze een aura van mysterie geven. Er zijn soms zelfs producten in verwerkt die de huid verzachten. Ik wil trouwens nog een misverstand uit de weg ruimen. Er wordt soms gezegd dat mondmaskers China niet tegen het coronavirus beschermd hebben, hoewel ze daar al courant gebruikt werden. Maar dat was vooral in het verkeer, vanwege de luchtvervuiling. Op markten zag je ze bijna nooit. 'Europa heeft niet vanaf het begin ingezet op mondmaskers. Dat was een grote fout', heeft de chef van de Chinese Centra voor Strijd tegen Infectieziekten gezegd. Het had ons inderdaad een boel ellende kunnen besparen.