Eén op de tien Belgen lijdt aan een (ernstig) gehoorverlies. En dat heeft heel wat gevolgen voor de persoon in kwestie, zijn omgeving en de maatschappij. Gehoorverlies heeft een grotere impact dan alleen op de communicatie. Zo blijkt dat personen met een ernstig gehoorverlies vijf maal meer risico hebben op dementie dan normaalhorenden, dat ouderen met een niet-behandeld ernstig gehoorverlies een verhoogd risico hebben op sociaal isolement en op geestelijke gezondheidsproblemen en dat ze zelfs 2,5 maal meer risico lopen om een depressie te ontwikkelen.

Bovendien zorgt gehoorverlies voor een intensiever gebruik van medische en sociale diensten en blijkt dat personen met gehoorverlies frequenter werkloos zijn of onder hun niveau (moeten) presteren. Dit alles werd ook door de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) in 2017 bevestigd in de resolutie WHA, 70.13.

Ondanks al deze kennis, geven de meeste landen weinig gevolg aan de resolutie van de WHO. Ons land behoorde in de jaren 80 bij de pioniers op vlak van cochleaire implantatie. Daarbij vervangt een elektronisch medisch implantaat de functies van het beschadigde binnenoor, waardoor ernstig slechthorenden tot doven opnieuw kunnen horen. Vanaf 1994 betaalde het RIZIV bovendien één cochleair implantaat terug voor mensen met een gehoorverlies aan beide oren van meer dan 85 decibels; mensen die zelfs een luide vrachtwagen niet meteen horen. En in 1998 waren we primus van de Europese klas met een gehoorscreening bij baby's. Sindsdien hinken we echter steeds meer achterop. We waren zelfs ondertussen bij de slechtste leerlingen van Europa, met de strengste criteria voor cochleaire implantaten.

Iedereen is het er over eens dat we maar optimaal functioneren als we over twee oren beschikken. En toch betaalt het RIZIV bij een volwassene met een ernstig gehoorverlies langs beide kanten maar één cochleair implantaat terug, alsof we als volwassen slechtziende een bril zouden vergoed krijgen met maar één glas. Wie slechts langs één kant doof is (unilaterale doofheid), komt zelfs helemaal niet in aanmerking tot terugbetaling van een implantaat. Een halve handicap wordt dus niet gehoord door de Belgische overheid.

Doordat onze overheid minder aandacht lijkt te besteden aan (ernstig) gehoorverlies, schenkt ook de bevolking er minder aandacht aan. Daardoor merken we gehoorverlies vaak niet tijdig op of doen we er veel te laat iets aan gedaan. Zo draagt in België minder dan 10% van de volwassenen die een cochleair implantaat nodig hebben er ook één. Nochtans hebben wij nog nooit over zoveel mogelijkheden beschikt om gehoorverlies tijdig aan te pakken. Ook de kosteneffectiviteit van hoorapparaten en cochleaire implantaten is duidelijk bewezen. Tenminste als we rekening houden met de totale kosten die zouden ontstaan op vlak van gezondheid en welzijn, indien we gehoorverlies niet tijdig aanpakken.

Het is positief dat de criteria voor terugbetaling zijn aangepast. (De drempel wordt verlaagd naar 70 decibels) Proficiat! Maar we mogen nu niet stoppen. Gezien de grote impact van gehoorverlies op de persoon, zijn omgeving en de maatschappij, is er dringend nood aan overheidsmaatregelen die verder gaan dan het aanpassen van de audiologische criteria. Zo zouden we sensibiliseringscampagnes kunnen ontwikkelen om mensen meer bewust te maken van gehoorverlies en om hen aan te zetten er tijdig iets aan te doen. Ook een universele gehoorscreening van 55-plussers kan daarbij helpen. Tot slot is terugbetaling van cochleaire implantaten bij een ernstig gehoorverlies langs één én twee oren geen overbodige luxe.

Dat onze minister van Volksgezondheid de audiologische criteria voor terugbetaling van cochleaire implantaten nu versoepelt, is een eerste stap in de goede richting. Maar hopelijk houdt het hier niet mee op en kan België opnieuw een primus van de klas worden.

Leo De Raeve, PhD Wetenschappelijk Adviseur EURO-CIU (European Association of Cochlear Implant Users), Directeur ONICI (Onafhankelijk Informatie en Research Centrum over Cochleaire Implantatie)

Eén op de tien Belgen lijdt aan een (ernstig) gehoorverlies. En dat heeft heel wat gevolgen voor de persoon in kwestie, zijn omgeving en de maatschappij. Gehoorverlies heeft een grotere impact dan alleen op de communicatie. Zo blijkt dat personen met een ernstig gehoorverlies vijf maal meer risico hebben op dementie dan normaalhorenden, dat ouderen met een niet-behandeld ernstig gehoorverlies een verhoogd risico hebben op sociaal isolement en op geestelijke gezondheidsproblemen en dat ze zelfs 2,5 maal meer risico lopen om een depressie te ontwikkelen.Bovendien zorgt gehoorverlies voor een intensiever gebruik van medische en sociale diensten en blijkt dat personen met gehoorverlies frequenter werkloos zijn of onder hun niveau (moeten) presteren. Dit alles werd ook door de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) in 2017 bevestigd in de resolutie WHA, 70.13.Ondanks al deze kennis, geven de meeste landen weinig gevolg aan de resolutie van de WHO. Ons land behoorde in de jaren 80 bij de pioniers op vlak van cochleaire implantatie. Daarbij vervangt een elektronisch medisch implantaat de functies van het beschadigde binnenoor, waardoor ernstig slechthorenden tot doven opnieuw kunnen horen. Vanaf 1994 betaalde het RIZIV bovendien één cochleair implantaat terug voor mensen met een gehoorverlies aan beide oren van meer dan 85 decibels; mensen die zelfs een luide vrachtwagen niet meteen horen. En in 1998 waren we primus van de Europese klas met een gehoorscreening bij baby's. Sindsdien hinken we echter steeds meer achterop. We waren zelfs ondertussen bij de slechtste leerlingen van Europa, met de strengste criteria voor cochleaire implantaten.Iedereen is het er over eens dat we maar optimaal functioneren als we over twee oren beschikken. En toch betaalt het RIZIV bij een volwassene met een ernstig gehoorverlies langs beide kanten maar één cochleair implantaat terug, alsof we als volwassen slechtziende een bril zouden vergoed krijgen met maar één glas. Wie slechts langs één kant doof is (unilaterale doofheid), komt zelfs helemaal niet in aanmerking tot terugbetaling van een implantaat. Een halve handicap wordt dus niet gehoord door de Belgische overheid.Doordat onze overheid minder aandacht lijkt te besteden aan (ernstig) gehoorverlies, schenkt ook de bevolking er minder aandacht aan. Daardoor merken we gehoorverlies vaak niet tijdig op of doen we er veel te laat iets aan gedaan. Zo draagt in België minder dan 10% van de volwassenen die een cochleair implantaat nodig hebben er ook één. Nochtans hebben wij nog nooit over zoveel mogelijkheden beschikt om gehoorverlies tijdig aan te pakken. Ook de kosteneffectiviteit van hoorapparaten en cochleaire implantaten is duidelijk bewezen. Tenminste als we rekening houden met de totale kosten die zouden ontstaan op vlak van gezondheid en welzijn, indien we gehoorverlies niet tijdig aanpakken.Het is positief dat de criteria voor terugbetaling zijn aangepast. (De drempel wordt verlaagd naar 70 decibels) Proficiat! Maar we mogen nu niet stoppen. Gezien de grote impact van gehoorverlies op de persoon, zijn omgeving en de maatschappij, is er dringend nood aan overheidsmaatregelen die verder gaan dan het aanpassen van de audiologische criteria. Zo zouden we sensibiliseringscampagnes kunnen ontwikkelen om mensen meer bewust te maken van gehoorverlies en om hen aan te zetten er tijdig iets aan te doen. Ook een universele gehoorscreening van 55-plussers kan daarbij helpen. Tot slot is terugbetaling van cochleaire implantaten bij een ernstig gehoorverlies langs één én twee oren geen overbodige luxe. Dat onze minister van Volksgezondheid de audiologische criteria voor terugbetaling van cochleaire implantaten nu versoepelt, is een eerste stap in de goede richting. Maar hopelijk houdt het hier niet mee op en kan België opnieuw een primus van de klas worden. Leo De Raeve, PhD Wetenschappelijk Adviseur EURO-CIU (European Association of Cochlear Implant Users), Directeur ONICI (Onafhankelijk Informatie en Research Centrum over Cochleaire Implantatie)