In 2015 haalden twee baby's van 11 en 16 maanden het wereldnieuws omdat ze genezen waren van leukemie dankzij een experimentele techniek waarbij genetisch gemanipuleerde T-cellen - dat zijn de hongerige aanvalscellen van het immuunsysteem - van een donor werden gebruikt. Het was de eerste keer ooit dat voor immuuntherapie een beroep werd gedaan op cellen van iemand anders dan de patiënt omdat de kinderen in dit geval zelf te weinig T-cellen hadden. Die werden zodanig gemanipuleerd om de kankercellen aan te vallen. De baby's her...

In 2015 haalden twee baby's van 11 en 16 maanden het wereldnieuws omdat ze genezen waren van leukemie dankzij een experimentele techniek waarbij genetisch gemanipuleerde T-cellen - dat zijn de hongerige aanvalscellen van het immuunsysteem - van een donor werden gebruikt. Het was de eerste keer ooit dat voor immuuntherapie een beroep werd gedaan op cellen van iemand anders dan de patiënt omdat de kinderen in dit geval zelf te weinig T-cellen hadden. Die werden zodanig gemanipuleerd om de kankercellen aan te vallen. De baby's herstelden dankzij de therapie, terwijl dat met eerdere pogingen met traditionele methoden niet was gelukt. De dokters beschreven de reactie van de baby's op de behandeling toen als 'een mirakel' en 'verbluffend'. Toch was er geen bewijs dat de behandeling wel echt gewerkt had omdat de kinderen daarnaast ook nog een traditionele chemotherapie hadden gekregen.Maar in een nieuwe studie in het vakblad Science Translational Medicine, schrijft het team, dat geleid wordt door immunoloog Waseem Qasim van het University College London, dat beide peuters na een jaar nog steeds kankervrij zijn. Ze spreken dan ook van een mijlpaal. Toch waarschuwt Qasim voor overdreven enthousiasme. Het is immers niet duidelijk of de techniek ook succesvol zal zijn voor de behandeling van een groot aantal patiënten. Ook is het risico niet onbestaand dat er een levensbedreigende ziekte genaamd Graft-versus-hostreactie optreedt, waarbij gedoneerde cellen de patiënt beginnen aan te vallen. De volgende stap is om de behandeling, die nu verder ontwikkeld wordt door de farmabedrijven Servier en Pfizer, op andere patiënten toe te passen. De behandeling met T-cellen (de zogenaamde CAR T-cel therapie) is niet nieuw. In het geval van bloedkanker zijn er alvast hoopvolle resultaten geboekt. Uit onderzoek blijkt dat zowat de helft van de patiënten voorgoed genezen zijn na het krijgen van gemanipuleerde versies van hun bloedcellen. Maar de commercialisering van een dergelijke persoonlijke behandeling roept logistieke vragen op. Het bloed moet immers van elke individuele patiënt worden afgenomen, opgestuurd naar een labo om de T-cellen te manipuleren en daarna teruggestuurd. De behandeling met donorcellen biedt meer mogelijkheden omdat de patiënt in dit geval onmiddellijk zou kunnen worden behandeld met kant-en-klare T-cellen, omdat het donorbloed meteen na afname in honderden dosissen omgevormd kan worden, afhankelijk van het type kanker, en ingevroren. Dat is veel goedkoper dan het manipuleren van de cellen van elke patiënt onderling.