Hoe verwarrend de wereld ook is voor wie gezond wil eten, we hebben een goed model waarvan het nut is aangetoond: de mediterrane voeding zoals die te vinden was in de landelijke streken van Kreta en Griekenland in de periode voor 1960. In een vlotte vertelling over wat in essentie de voeding van een arme bevolking is, opent Patrick Mullie er zijn boek mee. Mullie is onder meer professor aan de Vrije Universiteit Brussel en onderzoeker bij iPRI, het International Prevention Research Institute in Lyon.
...

Hoe verwarrend de wereld ook is voor wie gezond wil eten, we hebben een goed model waarvan het nut is aangetoond: de mediterrane voeding zoals die te vinden was in de landelijke streken van Kreta en Griekenland in de periode voor 1960. In een vlotte vertelling over wat in essentie de voeding van een arme bevolking is, opent Patrick Mullie er zijn boek mee. Mullie is onder meer professor aan de Vrije Universiteit Brussel en onderzoeker bij iPRI, het International Prevention Research Institute in Lyon.De mediterrane voeding dankt haar verdienste als voorbeeld niet alleen aan haar historische waarde, maar ook aan actuele onderzoeken die steeds opnieuw haar nut bewijzen voor de strijd van de moderne mens tegen allerhande beschavingsziekten. De voeding van de Grieken en Kretenzers bestond in die tijden grotendeels uit wat ze zelf kweekten of in hun buurt konden vinden en vangen: vooral vollegranenproducten, peulvruchten, rijst, mais en aardappelen, aangevuld met een massa groenten, fruit en noten. Dat alles werd bereid met veel (wilde) kruiden en vooral onbewerkte olijfolie als voornaamste bron van vet. Kaas, vis en eieren waren beperkt en de hoeveelheid kip, zoetigheid en rood vlees mag je naar huidige normen gerust schraal noemen.Mullie licht dat alles smakelijk toe in zijn nieuwe boek en voert ons vervolgens vanuit dit vertrekpunt mee langs een reeks klassieke voedingshoofdstukken over het hoe, wat en waarom van koolhydraten (suikers), vetten en eiwitten. Gelukkig doorspekt hij die met lekker weg lezende vragen die veel mensen door het hoofd spelen, zoals 'Word je dikker als je 's avonds eet?' en 'Word je dikker van brood of aardappelen?'Een mooi voorbeeld van die aanpak is het antwoord op de vraag: 'Wanneer en hoe vaak moet ik mij wegen?' Mullie wijst op de valstrikken van die dagelijkse stap op de weegschaal. Hoe je gewicht bijvoorbeeld aardig de hoogte in kan schieten nadat je een berg rauwe groenten gegeten hebt, die veel vocht en nuttige stoffen aanbrengt, maar heel weinig energie. "Even plassen en je bent dat gewicht zo weer kwijt", vertelde hij bij de presentatie van zijn boek. Wie zich suf staart op de cijfers alleen en niet weet waarom je gewicht van de ene dag op de andere alle richtingen kan uitschieten, riskeert volgens Mullie al snel krankjorum te worden van al die op het eerste gezicht willekeurige schommelingen. Beter niet doen, luidt zijn advies, en eerder kijken naar schommelingen op lange termijnGelukkig beperkt Mullie zich niet tot zuivere voedingsvraagstukken, maar buigt hij zich ook over de rol van de voedingsindustrie en de overheid. Over die eerste groep is Mullie heel duidelijk: "De voedingsindustrie zal meewerken aan preventie, enkel en alleen als dat niet indruist tegen haar eigen belangen. Ze zal nooit een gezondheidsorganisatie worden. Gezonde producten zullen slechts geproduceerd worden als zeker is dat ze een substantiële winst genereren en dat aanbod mag niet concurreren met het bestaande minder gezonde aanbod dat winst oplevert."Aangezien de oplossing dus niet van de industrie zal komen en de individuele burger te zwak staat tegenover de desinformatiestorm van de industrie, ligt het voor de hand dat de overheid moet ingrijpen, bepleit Mullie. Over hoe dat moet, spreekt hij zich niet uit, maar hij geeft wel duidelijke voorbeelden van waar het zoal misloopt, onder andere door de subsidiëring van witte suiker (een leeg voedingsmiddel), waardoor de prijs ervan lager is dan die van andere, meer waardevolle voedingsmiddelen. Je kunt het de producent niet verwijten dat hij extra winst maakt door dure voedingsmiddelen te vervangen door goedkopere.Mullie verwijst naar een merk van ontbijtgranen waarvan de oorspronkelijke cornflakes 7 gram toegevoegde suiker per 100 gram bevatten en een gepimpt ontbijtgraan 23 gram, dus ruim 3 maal meer 'lege energie'. Bovendien wordt die gepimpte versie volop in beeld gebracht als een wonderlijk verslankingsmiddel, door een ranke, elegante vrouw, stralend van geluk zodat je onmiddellijk verkocht bent. De producenten vangen hun klanten met boodschappen van geluk en blijdschap en verkopen ons ondertussen suiker, waarvoor wij als burgers met zijn allen subsidies betalen via de belastingen.De overheid is de spelverdeler in het midden, stelt Mullie, en hij pleit er daarom voor dat ze haar rol opneemt en bijvoorbeeld via financiële maatregelen ongezonde voedingsmiddelen zou terugdringen. Ongezonde grondstoffen duurder maken en de gezonde goedkoper zal volgens hem zowel de consument als de industrie in de richting van een gezondere voeding dwingen.Mullie weerlegde tijdens de presentatie ook de kritiek dat ongezonde voeding duurder maken asociaal zou zijn. Zo stelde hij dat iedereen via de belastingen al bijdraagt aan de subsidie van ongezonde voeding. Gezonde voeding zou een recht moeten zijn voor iedereen en gezonde voeding goedkoper maken, creëert volgens hem een veel rechtvaardigere situatie.Verder hekelde Mullie de gebrekkige opleiding tot voedingsspecialist in ons land. Zeker waar het over voeding en gezondheid gaat. België telt nauwelijks figuren die met de nodige autoriteit en onafhankelijkheid spreken (al heeft dat deels ook te maken met de wijze waarop de pers de boodschappen van die experts, al dan niet bewust, geregeld mismeestert). De communicatie over gezonde voeding wordt bijgevolg bijna volledig overgelaten aan zelfverklaarde experts, onder wie veel schrijvers van populaire dieetboeken die kant noch wal raken.Van de huisartsen moeten we spijtig genoeg ook niet veel verwachten. In hun jarenlange opleiding krijgen ze nauwelijks enkele uren over voeding, zodat hun opinies en adviezen vaak niet veel beter zijn dan bij elkaar gesprokkelde uitspraken en meningen uit de media. We mogen het hen niet verwijten, want vaak doen ze echt wel hun best, maar hun opleiding faalt.Een andere groep zijn de diëtisten, die vooral een praktische opleiding krijgen met minder oog voor diepgaande analyses van de voedingsproblematiek. Het grote nadeel is dat veel van hen blijven zweren bij de praktische inzichten die ze ooit aangeleerd hebben en daar niet meer van afwijken, terwijl de wereld om hen heen verder evolueert. Een permanente en meer diepgaande vorming is ook voor hen erg wenselijk.Kortom, Mullie heeft een heel leesbaar boek uitgebracht dat je wegwijs maakt in de cruciale ontwikkelingen in de voedingsleer, en hij tekent dat uit in een interessant maatschappelijk kader dat je kan helpen om verantwoorde keuzes te maken. Aanbevolen dus.