Dit komt onder meer doordat het Vlaamse hulpprogramma zich moeilijk laat programmeren en het aanbod aan crisismodules geen gelijke tred weet te houden met de steeds toenemende vraag. De situatie in Vlaams-Brabant is aanzienlijk slechter dan in andere regio's.

In de onderzochte periode (juli 2015-juni 2016) hadden 4.377 minderjarigen een crisismodule nodig. 28,5 pct van die hulpvragen bleef onbeantwoord. Het aantal minderjarigen dat een crisismodule nodig heeft, nam in de onderzochte periode kwartaal na kwartaal toe.

Veruit de belangrijkste oorzaak is de stijging van het totaal aantal aangemelde minderjarigen. In het laatste onderzochte kwartaal bedroeg het aandeel minderjarigen waarvoor geen crisismodule kon worden ingezet, voor heel Vlaanderen al 36,3 pct.

Het aandeel niet-geholpen minderjarigen situeerde zich in de onderzochte periode in de meeste regio's tussen de 20 en 25 pct. In Vlaams-Brabant bleef de helft van de minderjarigen verstoken van de nodige hulp.

De problematieken waarmee de minderjarigen worden aangemeld, hebben geen beduidende invloed op het krijgen van hulp. Als sprake is van conflictsituaties met hulpverleners en andere derden, blijkt het echter moeilijk de jongere te helpen. Ook zijn er aanwijzingen dat minderjarigen die kampen met psychische problemen, een handicap of ontwikkelingsstoornis minder kans maken op de effectieve inzet van crisismodules.

Uit het onderzoek blijkt dat er een structureel tekort aan inzetbare hulp is voor de drie crisismodules. Voor crisisopvang beschikken West-Vlaanderen en Brussel over het hoogste aantal plaatsen, Vlaams-Brabant en Antwerpen over het laagste aantal.

Verschillende elementen wijzen er op dat globaal het tekort het grootst is voor crisisbegeleiding. Bovendien menen de crisismeldpunten dat de relatieve capaciteit aan crisisbegeleiding en interventie lijkt af te nemen.

'Dit is het resultaat van jaren de andere kant opkijken terwijl de problemen in de zorg alleen maar zijn toegenomen.'

Elke Van den Brandt, Groen

Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) treedt in zijn reactie de bevindingen van het rapport bij en geeft via een nota van het Agentschap Jongerenwelzijn een overzicht van de acties waarmee hij wil tegemoetkomen aan de aanbevelingen van het Rekenhof. Hij meldt dat een aantal verbeteringen al zijn doorgevoerd of zullen worden doorgevoerd op basis van het rapport van het Rekenhof.

Het Agentschap Jongerenwelzijn zegt in een reactie dat het de aanbevelingen van het Rekenhof ter harte zal nemen. 'Sinds de onderzochte periode (juli 2015-juni 2016) is er bijgestuurd', zegt woordvoerder Pieterjan Bogaert. 'Qua aanbod is de voorbije jaren extra geïnvesteerd. Daarbij werd op basis van de beschikbare cijfers prioriteit gegeven aan de regio's waar de grootste nood zich voordeed, Vlaams-Brabant en Antwerpen. In 2015 en in 2017 werden de meldpunten telkens met 9 voltijdse equivalenten versterkt om de interventiecapaciteit te versterken. Daarnaast werd een versterking van de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp opgestart. In totaal wordt 25 miljoen euro extra in de jeugdhulp geïnvesteerd in 2018 en 2019, waarbij naar schatting 5.000 kinderen, jongeren en hun gezinnen extra worden ondersteund.'

'Overheid laat jongeren in crisis aan hun lot over'

Voor Elke Van den Brandt (Groen) is de conclusie van het Rekenhof geen verrassing. 'Dit is het resultaat van jaren de andere kant opkijken terwijl de problemen in de zorg alleen maar zijn toegenomen. Overal is er plaatstekort. De wachtlijsten in de zorg nemen ongekende proporties aan, waardoor de druk op de crisishulp ook verder toeneemt. En intussen blijven honderden jongeren die dringend hulp nodig hebben gewoon in de kou staan, terwijl hun probleem in de tussentijd vaak alleen maar erger en dwingender wordt. Wie hulp nodig heeft, moet die krijgen. Niet morgen of overmorgen, maar direct. Enkel zo kunnen we de vicieuze cirkel van plaatstekort en meer problemen doorbreken', stelt het Groen-parlementslid.

Van den Brandt pleit dan ook voor een masterplan jeugdhulp met over de hele lijn extra capaciteit. 'Van preventie tot crisiszorg, iedereen moet meteen terecht kunnen waar hij het meest geholpen is. Dit is een investering die zichzelf ruim zal terugbetalen', besluit ze.

Voor sp.a laat de overheid jongeren in crisis aan hun lot over. 'De cijfers gaan snel achteruit. Het laatste kwartaal kreeg een derde van de minderjarigen in crisis geen toegang tot hulp, en minderjarigen met psychische problemen, een handicap of ontwikkelingsstoornissen vallen het snelst uit de boot. Het gaat hier over de meest kwetsbaren in onze samenleving. Hoelang nog?', vraagt sp.a parlementslid Freya Van den Bossche zich af. 'Wanneer zal minister Vandeurzen zijn verantwoordelijkheid nemen en zorg, zeker voor wie in crisis zit, garanderen? Er is een structureel capaciteitstekort in bedden en begeleiding, onduidelijkheid over het aanbod, en verschillen per regio in de toegang tot crisisjeugdhulp. En het antwoord kan niet zijn dat men nog meer moet doen met al te weinig middelen', besluit Van den Bossche.

Dit komt onder meer doordat het Vlaamse hulpprogramma zich moeilijk laat programmeren en het aanbod aan crisismodules geen gelijke tred weet te houden met de steeds toenemende vraag. De situatie in Vlaams-Brabant is aanzienlijk slechter dan in andere regio's.In de onderzochte periode (juli 2015-juni 2016) hadden 4.377 minderjarigen een crisismodule nodig. 28,5 pct van die hulpvragen bleef onbeantwoord. Het aantal minderjarigen dat een crisismodule nodig heeft, nam in de onderzochte periode kwartaal na kwartaal toe. Veruit de belangrijkste oorzaak is de stijging van het totaal aantal aangemelde minderjarigen. In het laatste onderzochte kwartaal bedroeg het aandeel minderjarigen waarvoor geen crisismodule kon worden ingezet, voor heel Vlaanderen al 36,3 pct. Het aandeel niet-geholpen minderjarigen situeerde zich in de onderzochte periode in de meeste regio's tussen de 20 en 25 pct. In Vlaams-Brabant bleef de helft van de minderjarigen verstoken van de nodige hulp. De problematieken waarmee de minderjarigen worden aangemeld, hebben geen beduidende invloed op het krijgen van hulp. Als sprake is van conflictsituaties met hulpverleners en andere derden, blijkt het echter moeilijk de jongere te helpen. Ook zijn er aanwijzingen dat minderjarigen die kampen met psychische problemen, een handicap of ontwikkelingsstoornis minder kans maken op de effectieve inzet van crisismodules. Uit het onderzoek blijkt dat er een structureel tekort aan inzetbare hulp is voor de drie crisismodules. Voor crisisopvang beschikken West-Vlaanderen en Brussel over het hoogste aantal plaatsen, Vlaams-Brabant en Antwerpen over het laagste aantal. Verschillende elementen wijzen er op dat globaal het tekort het grootst is voor crisisbegeleiding. Bovendien menen de crisismeldpunten dat de relatieve capaciteit aan crisisbegeleiding en interventie lijkt af te nemen. Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) treedt in zijn reactie de bevindingen van het rapport bij en geeft via een nota van het Agentschap Jongerenwelzijn een overzicht van de acties waarmee hij wil tegemoetkomen aan de aanbevelingen van het Rekenhof. Hij meldt dat een aantal verbeteringen al zijn doorgevoerd of zullen worden doorgevoerd op basis van het rapport van het Rekenhof. Het Agentschap Jongerenwelzijn zegt in een reactie dat het de aanbevelingen van het Rekenhof ter harte zal nemen. 'Sinds de onderzochte periode (juli 2015-juni 2016) is er bijgestuurd', zegt woordvoerder Pieterjan Bogaert. 'Qua aanbod is de voorbije jaren extra geïnvesteerd. Daarbij werd op basis van de beschikbare cijfers prioriteit gegeven aan de regio's waar de grootste nood zich voordeed, Vlaams-Brabant en Antwerpen. In 2015 en in 2017 werden de meldpunten telkens met 9 voltijdse equivalenten versterkt om de interventiecapaciteit te versterken. Daarnaast werd een versterking van de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp opgestart. In totaal wordt 25 miljoen euro extra in de jeugdhulp geïnvesteerd in 2018 en 2019, waarbij naar schatting 5.000 kinderen, jongeren en hun gezinnen extra worden ondersteund.'Voor Elke Van den Brandt (Groen) is de conclusie van het Rekenhof geen verrassing. 'Dit is het resultaat van jaren de andere kant opkijken terwijl de problemen in de zorg alleen maar zijn toegenomen. Overal is er plaatstekort. De wachtlijsten in de zorg nemen ongekende proporties aan, waardoor de druk op de crisishulp ook verder toeneemt. En intussen blijven honderden jongeren die dringend hulp nodig hebben gewoon in de kou staan, terwijl hun probleem in de tussentijd vaak alleen maar erger en dwingender wordt. Wie hulp nodig heeft, moet die krijgen. Niet morgen of overmorgen, maar direct. Enkel zo kunnen we de vicieuze cirkel van plaatstekort en meer problemen doorbreken', stelt het Groen-parlementslid. Van den Brandt pleit dan ook voor een masterplan jeugdhulp met over de hele lijn extra capaciteit. 'Van preventie tot crisiszorg, iedereen moet meteen terecht kunnen waar hij het meest geholpen is. Dit is een investering die zichzelf ruim zal terugbetalen', besluit ze. Voor sp.a laat de overheid jongeren in crisis aan hun lot over. 'De cijfers gaan snel achteruit. Het laatste kwartaal kreeg een derde van de minderjarigen in crisis geen toegang tot hulp, en minderjarigen met psychische problemen, een handicap of ontwikkelingsstoornissen vallen het snelst uit de boot. Het gaat hier over de meest kwetsbaren in onze samenleving. Hoelang nog?', vraagt sp.a parlementslid Freya Van den Bossche zich af. 'Wanneer zal minister Vandeurzen zijn verantwoordelijkheid nemen en zorg, zeker voor wie in crisis zit, garanderen? Er is een structureel capaciteitstekort in bedden en begeleiding, onduidelijkheid over het aanbod, en verschillen per regio in de toegang tot crisisjeugdhulp. En het antwoord kan niet zijn dat men nog meer moet doen met al te weinig middelen', besluit Van den Bossche.