...

Burn-out duikt constant op in de media en in gesprekken. Toch beseffen veel mensen pas laat dat ze zelf in de penarie zitten. Is dat een gebrek aan zelfkennis en zelfbewustzijn? Saskia De Bondt denkt het niet. Ze legt zich als loopbaanbegeleidster bij het Algemeen Christelijk Vakverbond (ACV) al een kleine 10 jaar toe op het fenomeen. Jaarlijks vragen een vijftigtal nieuwe mensen in alle stadia van burn-out haar om hulp. Sommigen zitten midden in de crisis, anderen kijken al uit naar de herintegratie in hun bedrijf. In de ogen van De Bondt is burn-out een traag en sluipend proces, een last die met kleine pakjes ongemerkt zwaarder wordt en vooral mensen treft die anderen graag helpen en de zaken graag op orde hebben. "Niet iedereen op de werkvloer ontwikkelt een burn-out, zelfs niet met dezelfde baas, in dezelfde werkomstandigheden en met evenveel rimram aan het hoofd. De ene zegt makkelijker foert, terwijl de andere niet stopt aan het einde van de werkdag en 'nog even'voortdoet om dit of dat te regelen. Vaak zijn het zorgzame mensen die van kleins af geleerd hebben niet flauw te doen. Beetje keelpijn? Geen gezaag, hop, naar school. Dat leidt tot volgzame, sterk doelgerichte mensen met een groot schuldgevoel, die mislukkingen moeilijk aanvaarden." Uiteraard spelen er nog aspecten mee, zoals de maatschappelijke dwang om mee te zijn met elke vernieuwing en geen neen te zeggen. "Maar we mogen ons niet laten misleiden door de individuele kwetsbaarheden", stelt De Bondt. "Werkgevers leggen er graag de nadruk op dat jij de oorzaak bent en dat je zelf voor oplossingen moet zorgen. Zo wentelen ze de aandacht af van de organisatie en de mentaliteit in hun bedrijf, terwijl de grote oorzaak van burn-out ligt in de overbelasting en een slecht management op het werk. Daarover is iedereen het eens." Burn-out komt bovendien voor in alle mogelijke soorten en formaten. Je kunt er geen meetlat naast leggen en met zekerheid stellen: dit is er één. Het is ook geen ziekte waarvoor een dokter je een geneesmiddel of ingreep kan voorschrijven. Het is een probleem dat raakt aan zo veel facetten van het leven dat je er het zicht op verliest. Dat maakt het voor mensen die twijfelen nog moeilijker om die eerste stap naar hulp te zetten. Vrees je dat je met een burn-out zit, dan ga je volgens De Bondt het best zo snel mogelijk naar je huisarts om hem of haar alles te vertellen. "Wacht niet tot je in volle crisis een hoopje ellende bent. Voor je arts is het dan erg moeilijk om te weten wat er juist aan de hand is. Door tijdig je verhaal te doen, heeft hij een ruimer beeld van het probleem en zal hij waarschijnlijk genuanceerder reageren." De Bondtstaat erg wantrouwig tegenover tijdelijke oplossingen, zoals enkele weken rust thuis en wat antidepressiva of slaapmiddelen, als de situatie niet duidelijk is. Die temperen alles, wat de valse indruk kan opwekken dat de toestand best meevalt. Maar het volstaat niet bij burn-out. Kun je in je eentje uit de put klauteren? Er zijn altijd uitzonderingen, meent De Bondt, maar het lijkt haar geen goed idee. "Een burn-out ontwikkel je altijd in relatie met andere mensen in je omgeving. Je zit vaak ook al jaren opgesloten in je eigen overtuigingen, en voor je persoonlijke karaktertrekken heb je altijd blinde vlekken. Die drang naar perfectionisme lijkt voor jou misschien doodnormaal, terwijl hij voor anderen aan de waanzin grenst. Het is moeilijk om jezelf zonder hulp en confrontatie van zulke denkbeelden te verlossen. Een gebrek aan assertiviteit is eveneens een perfect bewijs dat het niet in je eentje lukt. Bovendien is het niet aan jou om elke fout op de werkvloer recht te zetten. Iedereen moet meewerken." Het komt er dus op aan hulp te vinden. De arts is een eerste station, maar burn-out is veel meer dan een gewoon gezondheidsprobleem. Er is ook de twijfel aan jezelf, aan de zin van jouw activiteiten, enzovoort. Het internet staat vol aanbiedingen van therapeuten. Daar zitten er goede tussen, en loopbaanbegeleiders kunnen vanuit hun ervaring helpen die te vinden. Essentieel is echter dat het klikt tussen jou en de therapeut. Sommige mensen verkiezen een wetenschappelijke medische aanpak, andere een spirituele inslag. De Bondt komt pas laat in het proces tussenbeide, wanneer mensen opnieuw aan het werk willen gaan. Ze gaat met hen op zoek naar sterke punten, waarden en hun visie op het leven en hoe ze die willen inzetten. Die activiteiten zijn niet altijd zuiver op de arbeidsomstandigheden gericht, maar veeleer globaal ondersteunend om het persoonlijke draagvlak te vergroten - de drang naar perfectie beheren, het zelfvertrouwen opbouwen, enzovoort. Daarna komt de individuele loopbaanbegeleiding. Of en hoe sluiten de persoonlijke waarden aan op de activiteiten en de mentaliteit op het werk, hoe pakken we de terugkeer aan, welke zijn de minimale eisen voor een succesvolle terugkeer, enzovoort? De Bondt heeft daar een nuchtere kijk op: "In grote lijnen geldt dat hoe langer je wegblijft, hoe moeilijker de terugkeer naar het werk wordt. De kans op succes is het grootst in bedrijven met een open communicatie, die de zaken niet doodzwijgen en de tijd nemen om tot oplossingen te komen." Cruciaal in haar ogen is de bereidheid van de leiding om burn-out niet als een individueel probleem te bekijken, maar als een signaal voor de algemene werking van het team of het bedrijf. Een bereidheid ook om de verantwoordelijkheid op te nemen voor het welzijn van de werknemers. "Met wat uurtjes yoga over de middag en infomomenten ben je er niet. Zo'n papieren beleid verandert niets aan de cultuur van een bedrijf."