Nu de quarantainemaatregelen stilaan wat losser worden gemaakt, denken nogal wat mensen dat het ergste leed geleden is. Maar niet 's werelds topvirologen. De vermaarde Amerikaanse viroloog Michael Osterholm vreest dat we de komende anderhalf jaar 'golf na golf' van het coronavirus over ons heen zullen krijgen. Het zal volgens hem duren tot 70 procent van de wereldbevolking besmet is geweest - momenteel is dat ongeveer 4 procent, een ontnuchterend laag percentage.
...

Nu de quarantainemaatregelen stilaan wat losser worden gemaakt, denken nogal wat mensen dat het ergste leed geleden is. Maar niet 's werelds topvirologen. De vermaarde Amerikaanse viroloog Michael Osterholm vreest dat we de komende anderhalf jaar 'golf na golf' van het coronavirus over ons heen zullen krijgen. Het zal volgens hem duren tot 70 procent van de wereldbevolking besmet is geweest - momenteel is dat ongeveer 4 procent, een ontnuchterend laag percentage. Osterholm parafraseert graag de Britse premier Winston Churchill. Die waarschuwde tijdens de Tweede Wereldoorlog dat zijn volk niet aan 'het begin van het einde' stond, maar mogelijk wel aan 'het einde van het begin'. Volgens de viroloog zullen we met het virus moeten leren leven tot er een efficiënt vaccin is, waarmee mensen preventief kunnen worden ingeënt. Geneesmiddelen tegen de virusziekte covid-19 zullen er eerder zijn, maar die zullen de verspreiding van het virus zelf niet beperken. Daarom wordt er op veel fronten sterk ingezet op de zoektocht naar een vaccin. De Belg Luc Debruyne, tot voor kort ceo van farmabedrijf GSK Vaccines, de grootste ontwikkelaar en producent van vaccins ter wereld, is de nummer twee van de Coalition for Epidemic Preparedness Innovations (CEPI). Die werd in 2017 opgericht als reactie op de ebolacrisis, die de wereld maandenlang in haar ban had gehouden. In ons zusterblad Trends zei Debruyne onlangs dat wereldwijd al aan minstens 115 prototypes van vaccins wordt gewerkt. De hoop bestaat dat een tiental de finish zal halen - de andere zullen afvallen wegens te veel neveneffecten en/of te weinig effect. De ontwikkeling zou 8 à 10 miljard euro kosten, hoewel dat volgens sommigen een onderschatting is. België doet meer dan zijn duit in het zakje, op verschillende niveaus en met verschillende strategieën. Bioloog Johan Neyts (KU Leuven) en zijn team, bijvoorbeeld, vertrekken van het uit 1937 stammende vaccin tegen gele koorts. Daar zijn de voorbije acht decennia misschien wel een miljard mensen mee gevaccineerd, zonder noemenswaardige problemen. 'Het vaccin biedt grote voordelen', legt Neyts uit. 'Eén injectie kan een levenslange immuniteit geven, omdat het vaccin alle takken van ons immuunsysteem efficiënt mobiliseert. Veel vaccins, zoals dat tegen griep, doven na verloop van tijd uit. Maar niet het gelekoortsvaccin. Wij gebruiken het als drager van stukjes genetische informatie uit andere virussen. We maken er nu vaccins mee tegen bijvoorbeeld de virussen die zikakoorts en hondsdolheid veroorzaken. Bij proefdieren levert dat spectaculaire resultaten op.' Om van het gelekoortsvaccin een coronavaccin te maken, worden er stukjes gen ingebracht met informatie over het stekeleiwit dat het virus gebruikt om een cel binnen te dringen. Zeven opties hebben Neyts en co. in de pijplijn zitten. Ze worden nu getest op hamsters - die dieren kunnen, in tegenstelling tot muizen, zelfs bij een lichte dosis van het virus een longinfectie ontwikkelen. De eerste resultaten worden binnenkort bekendgemaakt. Daarna zullen Neyts en zijn team op onbekend terrein belanden. 'We hebben nog nooit een van onze vaccins op mensen getest. We bekijken nu welke bedrijven de nodige dosissen kunnen produceren om klinische tests op te starten. In principe kan een vaccin pas goedgekeurd worden als het drie fases heeft doorlopen. Bij de eerste test, doorgaans op tientallen gezonde vrijwilligers, ga je na of het vaccin veilig is. Dan check je, bij honderden mensen, of het beschermt tegen een natuurlijke infectie. In de derde fase evalueer je, bij duizenden mensen, zijn veiligheid en efficiëntie op grote schaal.' De kans lijkt reëel dat grote farmabedrijven eerder een vaccin op de markt zullen brengen dan de Leuvense onderzoekers, maar dat vindt Neyts niet erg. 'We rijden vandaag allemaal in één peloton tegen het virus, en in een peloton ben je sneller dan wanneer je alleen koerst. Grote spelers als Janssen Pharmaceutica hebben wel een voorsprong, maar het is altijd goed om op meer dan één paard te wedden. Misschien zullen we het beste beschermd worden door een eerste injectie met één vaccin en een herhaalvaccinatie met een ander vaccin.' Een van de pluspunten van Neyts' aanpak is dat het gelekoortsvaccin fungeert als een adjuvant: een stof (of cocktail van stoffen) die op zichzelf de afweer een stevige boost geeft. Voor die aanpak heeft ook GSK gekozen. De vaccinreus is een nooit eerder gezien samenwerkingsverband aangegaan met een andere reus, Sanofi. 'Dat steunt op twee pijlers', zegt Jamila Louahed, hoofd vaccinontwikkeling van de historische vaccinonderzoeks- en ontwikkelingssite van GSK in het Waalse Rixensart. Sanofi levert het stukje coronavirus waartegen onze afweer moet worden gemobiliseerd: het gaat om een deel van het stekeleiwit waarvan de giganten verwachten dat het relatief gemakkelijk naar industriële hoeveelheden kan worden opgeschaald. GSK brengt zijn succesvolle adjuvant AS03 in. Zo'n adjuvant heeft verschillende voordelen. Om te beginnen kan hij de sputterende afweer van oudere mensen een nieuwe boost geven - het coronavirus treft vooral hen. Dankzij de adjuvant zijn er ook minder virale eiwitten nodig om de afweer te mobiliseren. Met dezelfde hoeveelheid viruseiwit kun je dan meer vaccins maken. 'Een vaccin ontwikkelen is één zaak, maar je moet het ook op grote schaal geproduceerd krijgen', legt Louahed uit. 'Die factor wordt sterk onderschat. Vaccins zijn biologische producten en geen klassieke chemische moleculen. Om ze te produceren heb je specifieke infrastructuur nodig. Voor het coronavaccin zal de huidige wereldwijde capaciteit helaas niet volstaan.' GSK en andere spelers zullen erover waken dat het vaccin voor iedereen betaalbaar zal zijn, zegt Louahed - ook in ontwikkelingslanden. Eventuele winsten zullen in verder onderzoek worden gepompt. 'We strijden nu tegen het derde coronavirus, na SARS en MERS. We zullen ons best doen om er geen neverending story van te maken.' 'De uitdaging is natuurlijk enorm. Normaal duurt het tien tot vijftien jaar om een vaccin te ontwikkelen en op de markt te brengen. Wij verwachten dat we ons vaccin ten vroegste midden 2021 verkrijgbaar kunnen maken. Iedereen die zegt dat het nog sneller kan, is niet realistisch.' Bij Janssen Pharmaceutica horen we dat er begin 2021 al een vaccin kan zijn. 'Wij hebben onze klassieke werkwijze wat bijgestuurd om verschillende processen parallel te laten lopen', zegt Johan Van Hoof, hoofd vaccinonderzoek bij het bedrijf in Beerse. 'Zo testen we tegelijk ons vaccinconcept uit én gaan we na hoe we het op grote schaal kunnen produceren. Als het vaccin niet werkt, is dat verloren moeite. Werkt het wel, dan winnen we een halfjaar. Met een virus als corona is dat een wereld van verschil.' De drager van het Janssen Pharmaceutica-vaccin is een verkoudheidsvirus (ad26). Het is genetisch gemanipuleerd, zodat het het zich niet meer vermenigvuldigt, maar wel nog cellen kan binnendringen. Het moet eveneens stukjes gen van coronastekeleiwit in een lichaam smokkelen, waartegen de afweer zich dan kan wapenen. De drager heeft zijn nut en veiligheid bewezen in andere situaties, zoals in een vaccin tegen ebola. Hij werd in bioreactoren al naar duizenden liters opgeschaald, zodat er al informatie wordt verzameld over eventuele massaproductie. 'We zijn nu in Nederland en de Verenigde Staten proeven met apen aan het doen, om te kijken welk van drie stukjes van het coronastekeleiwit het beste resultaat oplevert', legt Van Hoof uit. 'Ten laatste begin september hopen we met de eerste klinische tests op mensen te kunnen beginnen, om de veiligheid van het middel te testen. Zes weken later verwachten we daar de eerste resultaten van. De volgende stap is een grootschalige studie naar efficiëntie in een regio waarin het virus nog sterk circuleert. Als dat goed loopt, hebben we begin volgend jaar een vaccin dat in massaproductie kan gaan.' Ook Van Hoof benadrukt het belang van samenwerking en transparantie. 'Ons technologieplatform en dat van pakweg GSK verschillen zozeer dat samenwerking op dat vlak niet veel zou opleveren. Maar de communicatielijnen tussen onze bedrijven zijn permanent open. Zeker als het over de immuunrespons in verschillende diermodellen gaat. Daardoor kunnen we dubbel werk vermijden. We merken ook dat overheidsinstanties die de middelen moeten goedkeuren zich wat soepeler opstellen, omdat ze voelen dat de druk om snel te handelen groot is.' Van Hoof somt enkele uitdagingen op die nog overblijven. 'Waarom worden sommige mensen zo ziek van het virus en andere mensen niet? Daar hebben we voorlopig het raden naar. We weten evenmin hoe het virus zal evolueren. Het lijkt erop dat het veel trager muteert dan griepvirussen. Daardoor zal een vaccin mogelijk langere tijd werkzaam zijn.' 'Het blijft ook afwachten of er nieuwe coronavirussen zullen opduiken. In een ideale wereld beschikken we over een universeel vaccin tegen alle coronavirussen. Maar ook een universeel griepvaccin hebben we nog altijd niet, ondanks veel jaren zoeken. We mogen ons dus geen illusies maken. We kunnen alleen ons uiterste best blijven doen.' Epidemioloog Pierre Van Damme (UAntwerpen) heeft een groot deel van zijn loopbaan gewijd aan wereldwijde vaccinatiecampagnes, onder meer om polio uit te roeien. In het topvakblad Science stelde hij onlangs dat vaccinaties elke minuut vijf levens redden. De laatste dertig jaar zijn er bijna 3 miljard kinderen tegen polio gevaccineerd, waardoor in totaal 1,5 miljoen levens zijn gered en 18 miljoen mensen zijn behoed voor levenslange verlamming. Van Damme kijkt met verwondering en bewondering naar de wereldwijde speurtocht naar een coronavaccin. 'Een ziekenhuislaboratorium in Oxford heeft de stap naar de eerste klinische tests al gezet, minder dan een halfjaar nadat het virus ontdekt is. Dat is fabuleus. En Science publiceerde al resultaten van Chinese onderzoekers die illustreren dat een inactief gemaakte vorm van het coronavirus apen beschermt tegen het levende virus - dat is een oude manier om een vaccin te maken. Tegelijk wordt er gewerkt aan een compleet nieuwe aanpak, met vaccins op basis van onder meer virus-RNA (RNA is een soort tussenstation tussen DNA en eiwitten). Die vaccins zullen, als ze werken, gemakkelijker te produceren zijn dan andere.' Tijdwinst boeken: Van Damme benadrukt op zijn beurt hoe belangrijk het is. 'Sommige overheidsinstanties doen niet moeilijk over het eventuele overslaan van experimenten met proefdieren. Er is ook een intens debat over de vraag of je de derde fase van de klinische tests, waarin je de veiligheid van een vaccin test bij duizenden mensen, kunt vervangen door een zogenoemde human challenge-aanpak. Daarbij schakel je in een quarantaine-eenheid twee keer tien gezonde vrijwilligers in, van wie je de helft vaccineert. Dan infecteer je ze allemaal met een al dan niet verzwakte vorm van het virus, om te kijken of er een verschil in bescherming is. Dat kun je in twee maanden doen, terwijl de klassieke aanpak veel meer tijd vraagt en peperduur is. Wij hebben dat vroeger met het poliovaccin gedaan, en het werkte perfect.' Hoe kun je wereldwijd een vaccin uitrollen zonder dat er gediscrimineerd wordt? Volgens Van Damme denken instanties als de Wereldgezondheidsorganisatie daar al over na. Er zal, zo wordt gevreesd, stevig gesleurd worden aan de eerste vaccins. Zie: het gedoe over de Amerikaanse president Donald Trump, die een claim wilde leggen op een RNA-vaccin van het Duitse bedrijf CureVac dat met 80 miljoen euro aan Europees geld wordt gemaakt. Of neem het feit dat de inspanningen van Johnson & Johnson (het Amerikaanse moederhuis van Janssen Pharmaceutica) en GSK mee gefinancierd worden door de Amerikaanse Biomedical Advanced Research and Development Authority. 'Grote bedrijven zullen elkaar nodig hebben om miljarden vaccins te produceren. Dat verklaart mee waarom ze nu intens samenwerken', stelt Van Damme. En hij schetst ook een scenario: 'Eerst kunnen we risicogroepen vaccineren, zoals oudere mensen en zorgverleners. Pas als er voldoende vaccins zijn, zouden andere groepen aan de beurt komen. Om het virus uit te roeien, heb je een vaccinatiegraad van 60 tot 65 procent van de wereldbevolking nodig. Dan mogen natuurlijk niet te veel bevolkingsgroepen zich tegen vaccinatie verzetten. Anders blijft het virus circuleren en zullen er mensen blijven sterven.'