De cijfers zijn hallucinant, op alle niveaus. Volgens de Europese Commissie kosten burn-outs Europese bedrijven 272 miljard euro - en dat was in 2012. Die hoge prijs volgt rechtstreeks uit de langdurige afwezigheid van werknemers met een burn-out: ze zouden hun werkgever elk minstens 20.000 euro per jaar kosten - in sommige rapporten gaat het over liefst 35.000 euro. In België zouden bijna 30.000 mensen met een burn-out kampen. Studies geven aan dat liefst 10 procent van de werknemers op de rand van een burn-out balanceert. Het aantal burn-outs zit zo sterk in de lift dat ze ook een economisch probleem zijn, en niet meer alleen een ernstig gezondheidsprobleem.

Veel artsen weten onvoldoende over burn-outs om goed te kunnen inschatten of iemand arbeidsongeschikt is

Jacques Grégoire, hoogleraar psychologie (UCL)

Waarom is burn-out zo algemeen geworden? Gaat het niet gewoon om een variant van wat we vroeger 'overwerkt' noemden, een variant die nu via de media epidemische proporties aanneemt? 'Burn-out zal vroeger ook bestaan hebben, maar het lijkt er toch sterk op dat het belang ervan toeneemt', zegt psycholoog Jacques Grégoire van de UCL. 'Er zijn nog andere zogezegd moderne verschijnselen die vroeger al bestonden, zonder specifiek benoemd te worden. Neem het posttraumatisch stresssyndroom: na de Golfoorlog werd dat in de Verenigde Staten een thema, met oorlogsveteranen die ernstige gezondheidsproblemen kregen. Maar als je leest over het lijden van soldaten tijdens en na de Eerste Wereldoorlog, kun je niet anders dan concluderen: het ging toen al om hetzelfde syndroom.'

Grégoire werkt al een kwarteeuw enquêtes uit om menselijk gedrag in kaart te brengen, zowel voor klinische, opvoedkundige als bedrijfseconomische doeleinden. Zes jaar geleden wekte burn-out zijn interesse, en met name de vraag: kun je een enquête opstellen waarmee je burn-out kunt voorkomen? Kun je meten of iemand ernaar op weg is zonder zich daarvan bewust te zijn?

'Ik was toen vicerector Personeelszaken', legt Grégoire uit, 'en zag hoe mensen kopje-onder gingen. Soms waren ze meerdere maanden tot een halfjaar afwezig, met alle problemen rond lesroosters en laboratoria van dien. De vraag rees of we risicopersonen konden identificeren, en of we voorstellen konden formuleren om zowel hun gedrag als hun leef- en werkomgeving aan te passen, zodat we een burn-out konden voorkomen. Al bij al ging dat snel, omdat er veel interesse voor ons project was. Ook vanuit de industrie.'

Een lawine detecteren

Voor Jacques Grégoire is het duidelijk: onze moderne maatschappij is een broeihaard voor burn-outs. De combinatie van hoge druk op het werk én thuis treft moeders vaker dan vaders, omdat een groter deel van de gezinslast nog altijd op hun schouders rust. Bij dertigers is er een piek: liefst 21 procent van hen zou mentaal uitgeput zijn, een significante stijging tegenover tien jaar geleden. Bij twintigers gaat het 'maar' om 19 procent, bij veertigers om 14 procent. Naarmate je ouder wordt, krijg je meer controle over het verloop van je loopbaan. En naarmate je kinderen groter worden, vermindert de gezinslast. Er zijn overigens indicaties dat zelfs kinderen een burn-out kunnen krijgen, hoewel dat verschijnsel voorlopig vooral in landen als Japan en Zuid-Korea bekend is. Bij ons bestaan er geen goede studies over.

© .

Grégoire: 'Een burn-out volgt bijna altijd uit een combinatie van fysieke en psychische vermoeidheid. Het probleem zit dus niet alleen in je hoofd. Fysieke uitputting kan een gevolg zijn van slapeloosheid en spijsverteringsproblemen, mentale uitputting kan volgen uit een overmaat aan informatie voor de hersenen. In extreme gevallen kun je er hartproblemen aan overhouden en er zelfs aan sterven. Een burn-out is als een koord waar je hard aan trekt: één voor één breken de draden - tot hij knapt. Wij proberen het breken van de draden te detecteren vóór het te laat is. Vergelijk het met de specialisten die het risico op een lawine bepalen, zodat mensen in de bergen tijdig geëvacueerd kunnen worden.'

Er is geen medicatie tegen burn-out. Medicatie die de symptomen maskeert, zoals slaappillen, heb je wel. Maar die bestrijdt de onderliggende problematiek niet. De verwarring die er bestaat tussen burn-out en depressie kan problematisch zijn, want tegen een depressie is er wél efficiënte medicatie. Veel meer dan een burn-out heeft een depressie te maken met fysiologische veranderingen in de hersenen, veranderingen die bij te sturen zijn. 'Een burn-out is maatschappelijk wel meer aanvaard, omdat je de verantwoordelijkheid deels op je werkgever kunt afschuiven', zegt Grégoire. 'Een depressie komt echt uit je hoofd, waardoor ze veel meer je eigen probleem is.'

Hoe dikwijls hoor je mensen vandaag niet zeggen: 'Ik kan me niet meer ontspannen. Ik heb geen tijd meer om rustig een boek te lezen. Of om gewoon wat voor me uit te staren'? 'Niets nuttigs doen' heeft een belangrijke functie in veel mensenlevens. Maar iemand aanmanen om het een tijdlang rustig aan te doen volstaat niet om een burn-out te behandelen, waarschuwt Grégoire. 'Je moet aan je levenshygiëne werken én je werkomstandigheden aanpassen. Dat is echt een hendel die je moet overhalen. Ik vergader bijvoorbeeld nooit 's avonds of 's morgens vroeg, zodat de mensen met wie ik heb afgesproken de kans krijgen om de schoolverplichtingen van hun kinderen zonder veel gedoe te vervullen.'

'Het gebruik van sociale en digitale media is ook een teer punt. Op je werk krijg je al genoeg informatie te verwerken. Thuis zou je de discipline moeten hebben om je tablet en laptop uit te zetten.'

De economische kosten van afwezigheden door burn-out zijn groter dan die van een soepeler bedrijfsaanpak

Jacques Grégoire

Met de komst van computertechnologie is informatie zich gigantisch veel sneller gaan verspreiden dan vroeger, toen je soms een week op een brief moest wachten. 'We worden in snelheid genomen door de computer', stelt Grégoire. 'Daardoor overschrijden we onze capaciteit om informatie te verwerken. Als dat systematisch gebeurt, komen we in de problemen. Vergelijk het met de 100 meter lopen. Een paar honderdsten: méér zullen we niet meer van de huidige recordtijd kunnen afdoen. Ook op dat vlak hebben we onze fysieke grenzen bereikt.'

Welles-nietesspelletjes

'Gelukkig heeft de mens een grote capaciteit tot autoregulatie', zegt Jacques Grégoire. 'De slinger is te ver naar één kant doorgeslagen, maar hij zal terugkomen. Je ziet steeds meer jongeren hun smartphone afzetten als ze op restaurant zijn. Als ze met vrienden een lang weekend weggaan, neemt een van hen een telefoon mee waarop de hele bende bereikbaar is - de anderen laten hun toestel thuis. Veel bedrijven nemen maatregelen om hun e-mailverkeer te optimaliseren. Geen e-mails meer in het weekend of 's avonds, en geen druk om onmiddellijk te antwoorden. Bedrijven waar mensen systematisch met gezondheidsproblemen thuisblijven, zouden zich ernstige vragen moeten stellen.'

Zijn er dan geen mensen die een burn-out faken om niet meer te moeten gaan werken? 'Olala', reageert Grégoire, een beetje geprikkeld. 'Dat is moeilijk te bepalen. Zelfs in onze enquêtes kunnen we bijna niet zien wie valse informatie geeft. Veel artsen weten onvoldoende over burn-outs om goed te kunnen inschatten of iemand arbeidsongeschikt is: een middel om ze te detecteren is er niet. En als patiënten naar een ervaren psycholoog doorverwezen worden, gaan ze in plaats daarvan vaak naar een andere arts - tot ze hun zin krijgen. Ze hebben gegoogeld en kunnen alle symptomen probleemloos debiteren. Daardoor kan een arts vaak niet anders dan een afwezigheid voorschrijven - en die later eventueel verlengen. Maar dat is volgens mij een marginaal probleem.'

© .

Kunnen we ondertussen spreken van een epidemie van burn-outs, met eventueel een besmettelijk karakter? 'Sinds een jaar of vijf storten de media zich massaal op het verhaal. Daardoor praten mensen er meer over', legt Grégoire uit. 'Besmettelijk is burn-out zeker niet. Wie er waakzaam voor is, zal misschien wél sneller de symptomen herkennen. We zien ook geregeld mensen die de symptomen wegdrukken. Ze proberen zich sterk te houden, doen alsof ze goed bezig zijn - tot iemand in hun omgeving breekt en zij ineens ook onderuitgaan. Het is een beetje zoals je soms in een dorp een kleine epidemie van zelfmoorden krijgt, getriggerd door een eerste geval. De langdurige afwezigheid op het werk van mensen met een burn-out verhoogt de druk op collega's, waardoor ook hun risico vergroot.'

Er zijn natuurlijk grote individuele verschillen in de vatbaarheid voor een burn-out. Sommigen zijn er zo goed als ongevoelig voor, anderen zijn kwetsbaarder. 'Het kan in concrete zaken zitten', zegt Grégoire. 'Mensen die fysiek al wat overbelast zijn, bijvoorbeeld doordat ze astma hebben en met ademhalingsproblemen kampen, kunnen sneller een burn-out krijgen. Mentale welles-nietesspelletjes zijn zelden constructief. In sommige bedrijven hebben werkgevers en werknemers de neiging met de vinger naar elkaar te wijzen: de vakbonden vinden dat een burn-out sowieso de schuld van de baas is, terwijl de baas het steekt op dwarse en luie werknemers. Daar is niemand mee gebaat. En er kunnen externe factoren spelen, zoals werkonzekerheid, een factor die nu ongetwijfeld bij Brussels Airlines en Carrefour aanwezig is. Dat kan voor sommigen de druppel zijn die de emmer doet overlopen.'

Jacques Grégoire

- 1956: geboren in Hoei

- Studie psychologie aan de UCL, waar hij in 1990 zijn doctoraat behaalde

- Sinds1985: consultant psychologie (UCL)

- Sinds2005: hoogleraar psychologie

- Sinds2014: vicerector Humane Wetenschappen

Opgebrande thuiszorgers

Sommige beroepsgroepen zijn vatbaarder voor burn-outs dan andere. 'In een sector als de distributie is de competitie zo scherp dat het altijd sneller moet gaan', stelt Jacques Grégoire. 'Maar je kunt dat niet eindeloos rekken. Als de werknemers breken, zal het zeker niet sneller gaan. In de landbouwsector, waar mensen beseffen dat ze keihard moeten werken voor een vaak schrale opbrengst, zijn er veel burn-outs. Ook beroepen waarin je rechtstreeks contact met kwetsbare mensen hebt, zoals de verpleging, zijn extra vatbaar. Thuiszorgers hebben het tegenwoordig uitzonderlijk moeilijk: zij komen door het dichtslibbende verkeer meer onder druk en hebben steeds minder tijd voor hun patiënten, hoewel ze dat zelf meestal niet willen. In sectoren als consultancy word je vaak per uur betaald: door die rechtstreekse link tussen hoeveel je werkt en hoeveel je verdient, kan de druk ondraaglijk worden.'

'Wij zien aan de UCL steeds meer sollicitanten die uit de privésector weg willen, omdat ze de hoge werkdruk niet meer aankunnen. Ze verlaten de ratrace. Bedrijven met een groot personeelsverloop zouden zich vragen moeten stellen over hun aanpak.'

Wat is voor een bedrijf economisch het voordeligst: het risico blijven lopen dat werknemers wegens een burn-out thuis moeten blijven, of de productiviteit verlagen om dat risico te voorkomen? 'Dat is een interessante maar complexe vraag', zegt Grégoire. 'Mijn aanvoelen is dat de economische kosten van de afwezigheden groter zullen zijn dan die van een soepeler bedrijfsaanpak.'

'Elke investering in het welzijn van werknemers is economisch rendabel: daarvan gaat de Wereldgezondheidsorganisatie uit. Veranderen werkgevers niets aan de werkomstandigheden, dan dreigen er systematisch werknemers te recidiveren. Daarom is het uiterst belangrijk dat ze in burn-outpreventie investeren. Dat is in het voordeel van hun personeel én henzelf.'

Preventie in 150 vragen

Het onderzoekswerk van Jacques Grégoire en zijn collega's aan de UCL heeft geleid tot een enquête: de Preventing Burn-out Test (PBT). Die hebben ze ondergebracht in een spin-off die vrij snel werd gekocht door het consultancybedrijf Bright Link. Het bedrijf is geassocieerd met externe partners, die onder meer een altijd bereikbare hulplijn voor werknemers en werkgevers hebben.


Jurist en fiscalist Filip Delepiere is business development manager van het beginnende bedrijf - het is nog geen jaar met de test op de markt. Hij laat me de PBT afleggen: een digitale vragenlijst met in de gewone versie 150 vragen en in de uitgebreide bijna dubbel zoveel. Ze houdt rekening met cognitieve, fysieke en emotionele factoren uit het privéleven en de werksituatie. Er gaat bijvoorbeeld aandacht naar mobiliteit en verloning, maar ook naar permanente ruzies met collega's of gezinsleden en de aanwezigheid van vertrouwenspersonen. De resultaten worden anoniem bewaard. Alleen de werknemer krijgt ze te zien, in de vorm van een automatisch gegenereerd rapport. Er worden, ten slotte, concrete aanbevelingen gedaan aan de hand van 'werkpunten' die uit de analyse komen.


Mijn persoonlijke resultaat verrast me niet echt: overal zit ik in de comfortzone, mijn risico op een burn-out is bescheiden. Het tegendeel zou me zozeer verbaasd hebben dat ik de test als onbetrouwbaar zou hebben gelabeld.

Voor mobiliteit en het onderscheid tussen werk en privé balanceer ik op de grens, zegt het rapport.

De analyse weegt stressoren (negatieve punten) af tegen energiebronnen (positieve punten). Echte stressoren heb ik niet, maar voor mobiliteit en het onderscheid tussen werk en privé balanceer ik op de grens - dat zal wel voor meer journalisten het geval zijn. De bezoldiging is op het randje - ook dat is typisch voor de journalistiek. Ik blijk vooral energie te putten uit mijn familie en mijn fysieke gezondheid.


Werkpunten krijg ik niet, maar het rapport besluit wel dat ik af en toe wat meer afstand van mijn werk moet nemen. Dat zullen ze bij Knack graag horen!


'Bedrijven krijgen nooit de resultaten van individuele werknemers te zien', benadrukt Delepiere. 'Ze krijgen wel een percentage dat het aantal geteste werknemers zonder risico op een burn-out aangeeft. Tot dusver was de score één keer 100 procent positief. Het slechtste scoorde een bedrijf dat 69 procent haalde: bijna een derde van het personeel liep er een groot risico op een burn-out.'


Delepiere: 'Op basis van de algemene resultaten adviseren we bedrijven hoe ze hun cultuur kunnen bijsturen. Dat kan met eenvoudige maatregelen. Meer training om beter met complexe software te kunnen werken, bijvoorbeeld. Of strategieën om meer gesprekken via Skype te voeren, wat het aantal verplaatsingen kan beperken. Soms zijn drastischer ingrepen nodig, die de hele bedrijfscultuur omgooien.'


De wetgever verplicht bedrijven om psychosociale risicoanalyses te doen, maar uitsluitend op de werkvloer. Hij zou dat kunnen uitbreiden, door ook aandacht te hebben voor de privéproblematiek van werknemers. Moet de werkgever dan ook een soort van huwelijksconsulent worden?


Delepiere: 'Ik denk vooral aan een ander soort raadgevingen. Het bedrijf dat 100 procent scoorde op onze test, organiseert bijvoorbeeld regelmatig sportactiviteiten voor zijn werknemers. Bedrijven kunnen hun werknemers ook technieken als mindfulness laten bijbrengen, waardoor ze beter met stress kunnen omgaan. In een file kun je je negatieve gevoelens versterken door je op te jagen in het tijdverlies, maar je kunt je situatie ook aanvaarden: waarom zou je niet van de gelegenheid profiteren om je gedachten te laten afdwalen en aan leuke dingen te denken? Zelfs zulke ingrepen kun je beschouwen als een investering met een goede return on investment.'


De Preventing Burn-out Test is bestemd voor werkgevers, hr-professionals, psychotherapeuten en coaches. Meer info: preventingburnout.com.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

De cijfers zijn hallucinant, op alle niveaus. Volgens de Europese Commissie kosten burn-outs Europese bedrijven 272 miljard euro - en dat was in 2012. Die hoge prijs volgt rechtstreeks uit de langdurige afwezigheid van werknemers met een burn-out: ze zouden hun werkgever elk minstens 20.000 euro per jaar kosten - in sommige rapporten gaat het over liefst 35.000 euro. In België zouden bijna 30.000 mensen met een burn-out kampen. Studies geven aan dat liefst 10 procent van de werknemers op de rand van een burn-out balanceert. Het aantal burn-outs zit zo sterk in de lift dat ze ook een economisch probleem zijn, en niet meer alleen een ernstig gezondheidsprobleem. Waarom is burn-out zo algemeen geworden? Gaat het niet gewoon om een variant van wat we vroeger 'overwerkt' noemden, een variant die nu via de media epidemische proporties aanneemt? 'Burn-out zal vroeger ook bestaan hebben, maar het lijkt er toch sterk op dat het belang ervan toeneemt', zegt psycholoog Jacques Grégoire van de UCL. 'Er zijn nog andere zogezegd moderne verschijnselen die vroeger al bestonden, zonder specifiek benoemd te worden. Neem het posttraumatisch stresssyndroom: na de Golfoorlog werd dat in de Verenigde Staten een thema, met oorlogsveteranen die ernstige gezondheidsproblemen kregen. Maar als je leest over het lijden van soldaten tijdens en na de Eerste Wereldoorlog, kun je niet anders dan concluderen: het ging toen al om hetzelfde syndroom.' Grégoire werkt al een kwarteeuw enquêtes uit om menselijk gedrag in kaart te brengen, zowel voor klinische, opvoedkundige als bedrijfseconomische doeleinden. Zes jaar geleden wekte burn-out zijn interesse, en met name de vraag: kun je een enquête opstellen waarmee je burn-out kunt voorkomen? Kun je meten of iemand ernaar op weg is zonder zich daarvan bewust te zijn? 'Ik was toen vicerector Personeelszaken', legt Grégoire uit, 'en zag hoe mensen kopje-onder gingen. Soms waren ze meerdere maanden tot een halfjaar afwezig, met alle problemen rond lesroosters en laboratoria van dien. De vraag rees of we risicopersonen konden identificeren, en of we voorstellen konden formuleren om zowel hun gedrag als hun leef- en werkomgeving aan te passen, zodat we een burn-out konden voorkomen. Al bij al ging dat snel, omdat er veel interesse voor ons project was. Ook vanuit de industrie.' Voor Jacques Grégoire is het duidelijk: onze moderne maatschappij is een broeihaard voor burn-outs. De combinatie van hoge druk op het werk én thuis treft moeders vaker dan vaders, omdat een groter deel van de gezinslast nog altijd op hun schouders rust. Bij dertigers is er een piek: liefst 21 procent van hen zou mentaal uitgeput zijn, een significante stijging tegenover tien jaar geleden. Bij twintigers gaat het 'maar' om 19 procent, bij veertigers om 14 procent. Naarmate je ouder wordt, krijg je meer controle over het verloop van je loopbaan. En naarmate je kinderen groter worden, vermindert de gezinslast. Er zijn overigens indicaties dat zelfs kinderen een burn-out kunnen krijgen, hoewel dat verschijnsel voorlopig vooral in landen als Japan en Zuid-Korea bekend is. Bij ons bestaan er geen goede studies over. Grégoire: 'Een burn-out volgt bijna altijd uit een combinatie van fysieke en psychische vermoeidheid. Het probleem zit dus niet alleen in je hoofd. Fysieke uitputting kan een gevolg zijn van slapeloosheid en spijsverteringsproblemen, mentale uitputting kan volgen uit een overmaat aan informatie voor de hersenen. In extreme gevallen kun je er hartproblemen aan overhouden en er zelfs aan sterven. Een burn-out is als een koord waar je hard aan trekt: één voor één breken de draden - tot hij knapt. Wij proberen het breken van de draden te detecteren vóór het te laat is. Vergelijk het met de specialisten die het risico op een lawine bepalen, zodat mensen in de bergen tijdig geëvacueerd kunnen worden.' Er is geen medicatie tegen burn-out. Medicatie die de symptomen maskeert, zoals slaappillen, heb je wel. Maar die bestrijdt de onderliggende problematiek niet. De verwarring die er bestaat tussen burn-out en depressie kan problematisch zijn, want tegen een depressie is er wél efficiënte medicatie. Veel meer dan een burn-out heeft een depressie te maken met fysiologische veranderingen in de hersenen, veranderingen die bij te sturen zijn. 'Een burn-out is maatschappelijk wel meer aanvaard, omdat je de verantwoordelijkheid deels op je werkgever kunt afschuiven', zegt Grégoire. 'Een depressie komt echt uit je hoofd, waardoor ze veel meer je eigen probleem is.' Hoe dikwijls hoor je mensen vandaag niet zeggen: 'Ik kan me niet meer ontspannen. Ik heb geen tijd meer om rustig een boek te lezen. Of om gewoon wat voor me uit te staren'? 'Niets nuttigs doen' heeft een belangrijke functie in veel mensenlevens. Maar iemand aanmanen om het een tijdlang rustig aan te doen volstaat niet om een burn-out te behandelen, waarschuwt Grégoire. 'Je moet aan je levenshygiëne werken én je werkomstandigheden aanpassen. Dat is echt een hendel die je moet overhalen. Ik vergader bijvoorbeeld nooit 's avonds of 's morgens vroeg, zodat de mensen met wie ik heb afgesproken de kans krijgen om de schoolverplichtingen van hun kinderen zonder veel gedoe te vervullen.' 'Het gebruik van sociale en digitale media is ook een teer punt. Op je werk krijg je al genoeg informatie te verwerken. Thuis zou je de discipline moeten hebben om je tablet en laptop uit te zetten.' Met de komst van computertechnologie is informatie zich gigantisch veel sneller gaan verspreiden dan vroeger, toen je soms een week op een brief moest wachten. 'We worden in snelheid genomen door de computer', stelt Grégoire. 'Daardoor overschrijden we onze capaciteit om informatie te verwerken. Als dat systematisch gebeurt, komen we in de problemen. Vergelijk het met de 100 meter lopen. Een paar honderdsten: méér zullen we niet meer van de huidige recordtijd kunnen afdoen. Ook op dat vlak hebben we onze fysieke grenzen bereikt.' 'Gelukkig heeft de mens een grote capaciteit tot autoregulatie', zegt Jacques Grégoire. 'De slinger is te ver naar één kant doorgeslagen, maar hij zal terugkomen. Je ziet steeds meer jongeren hun smartphone afzetten als ze op restaurant zijn. Als ze met vrienden een lang weekend weggaan, neemt een van hen een telefoon mee waarop de hele bende bereikbaar is - de anderen laten hun toestel thuis. Veel bedrijven nemen maatregelen om hun e-mailverkeer te optimaliseren. Geen e-mails meer in het weekend of 's avonds, en geen druk om onmiddellijk te antwoorden. Bedrijven waar mensen systematisch met gezondheidsproblemen thuisblijven, zouden zich ernstige vragen moeten stellen.' Zijn er dan geen mensen die een burn-out faken om niet meer te moeten gaan werken? 'Olala', reageert Grégoire, een beetje geprikkeld. 'Dat is moeilijk te bepalen. Zelfs in onze enquêtes kunnen we bijna niet zien wie valse informatie geeft. Veel artsen weten onvoldoende over burn-outs om goed te kunnen inschatten of iemand arbeidsongeschikt is: een middel om ze te detecteren is er niet. En als patiënten naar een ervaren psycholoog doorverwezen worden, gaan ze in plaats daarvan vaak naar een andere arts - tot ze hun zin krijgen. Ze hebben gegoogeld en kunnen alle symptomen probleemloos debiteren. Daardoor kan een arts vaak niet anders dan een afwezigheid voorschrijven - en die later eventueel verlengen. Maar dat is volgens mij een marginaal probleem.' Kunnen we ondertussen spreken van een epidemie van burn-outs, met eventueel een besmettelijk karakter? 'Sinds een jaar of vijf storten de media zich massaal op het verhaal. Daardoor praten mensen er meer over', legt Grégoire uit. 'Besmettelijk is burn-out zeker niet. Wie er waakzaam voor is, zal misschien wél sneller de symptomen herkennen. We zien ook geregeld mensen die de symptomen wegdrukken. Ze proberen zich sterk te houden, doen alsof ze goed bezig zijn - tot iemand in hun omgeving breekt en zij ineens ook onderuitgaan. Het is een beetje zoals je soms in een dorp een kleine epidemie van zelfmoorden krijgt, getriggerd door een eerste geval. De langdurige afwezigheid op het werk van mensen met een burn-out verhoogt de druk op collega's, waardoor ook hun risico vergroot.' Er zijn natuurlijk grote individuele verschillen in de vatbaarheid voor een burn-out. Sommigen zijn er zo goed als ongevoelig voor, anderen zijn kwetsbaarder. 'Het kan in concrete zaken zitten', zegt Grégoire. 'Mensen die fysiek al wat overbelast zijn, bijvoorbeeld doordat ze astma hebben en met ademhalingsproblemen kampen, kunnen sneller een burn-out krijgen. Mentale welles-nietesspelletjes zijn zelden constructief. In sommige bedrijven hebben werkgevers en werknemers de neiging met de vinger naar elkaar te wijzen: de vakbonden vinden dat een burn-out sowieso de schuld van de baas is, terwijl de baas het steekt op dwarse en luie werknemers. Daar is niemand mee gebaat. En er kunnen externe factoren spelen, zoals werkonzekerheid, een factor die nu ongetwijfeld bij Brussels Airlines en Carrefour aanwezig is. Dat kan voor sommigen de druppel zijn die de emmer doet overlopen.' Sommige beroepsgroepen zijn vatbaarder voor burn-outs dan andere. 'In een sector als de distributie is de competitie zo scherp dat het altijd sneller moet gaan', stelt Jacques Grégoire. 'Maar je kunt dat niet eindeloos rekken. Als de werknemers breken, zal het zeker niet sneller gaan. In de landbouwsector, waar mensen beseffen dat ze keihard moeten werken voor een vaak schrale opbrengst, zijn er veel burn-outs. Ook beroepen waarin je rechtstreeks contact met kwetsbare mensen hebt, zoals de verpleging, zijn extra vatbaar. Thuiszorgers hebben het tegenwoordig uitzonderlijk moeilijk: zij komen door het dichtslibbende verkeer meer onder druk en hebben steeds minder tijd voor hun patiënten, hoewel ze dat zelf meestal niet willen. In sectoren als consultancy word je vaak per uur betaald: door die rechtstreekse link tussen hoeveel je werkt en hoeveel je verdient, kan de druk ondraaglijk worden.' 'Wij zien aan de UCL steeds meer sollicitanten die uit de privésector weg willen, omdat ze de hoge werkdruk niet meer aankunnen. Ze verlaten de ratrace. Bedrijven met een groot personeelsverloop zouden zich vragen moeten stellen over hun aanpak.' Wat is voor een bedrijf economisch het voordeligst: het risico blijven lopen dat werknemers wegens een burn-out thuis moeten blijven, of de productiviteit verlagen om dat risico te voorkomen? 'Dat is een interessante maar complexe vraag', zegt Grégoire. 'Mijn aanvoelen is dat de economische kosten van de afwezigheden groter zullen zijn dan die van een soepeler bedrijfsaanpak.' 'Elke investering in het welzijn van werknemers is economisch rendabel: daarvan gaat de Wereldgezondheidsorganisatie uit. Veranderen werkgevers niets aan de werkomstandigheden, dan dreigen er systematisch werknemers te recidiveren. Daarom is het uiterst belangrijk dat ze in burn-outpreventie investeren. Dat is in het voordeel van hun personeel én henzelf.'