Naar schatting 1 op de 12 volwassen Belgen heeft diabetes, maar in 2030 is dat naar alle verwachting al 1 op de 10. Meer dan 90% heeft diabetes type 2. Vooral dat type zit dus in de lift, al 2 decennia lang. En dat heeft niet alleen te maken met de vergrijzing van de bevolking. Hoe langer hoe meer mensen, en al van steeds jongere leeftijd, bewegen te weinig en kampen met overgewicht. Andere risicofactoren voor dit diabetestype, dat vooral vanaf de leeftijd van 40 jaar opduikt, zijn onder meer een familiale aanleg en een voorgeschiedenis van zwangerschapsdiabetes.
...

Naar schatting 1 op de 12 volwassen Belgen heeft diabetes, maar in 2030 is dat naar alle verwachting al 1 op de 10. Meer dan 90% heeft diabetes type 2. Vooral dat type zit dus in de lift, al 2 decennia lang. En dat heeft niet alleen te maken met de vergrijzing van de bevolking. Hoe langer hoe meer mensen, en al van steeds jongere leeftijd, bewegen te weinig en kampen met overgewicht. Andere risicofactoren voor dit diabetestype, dat vooral vanaf de leeftijd van 40 jaar opduikt, zijn onder meer een familiale aanleg en een voorgeschiedenis van zwangerschapsdiabetes. Mensen met diabetes type 2 maken onvoldoende insuline aan en hebben ook een verminderde insulinewerking. Daardoor is hun bloedsuikerspiegel te hoog, wat artsen aanduiden als hyperglykemie. Het geeft op zich weinig tot geen acute klachten, maar tast op termijn wel de bloedvaten en de zenuwen aan. Een bloedsuikerverlagende therapie kan het verschil maken. Maar waaruit moet die bestaan? En waarmee moet allemaal rekening worden houden? Daarover zitten 5 Amerikaanse en 5 Europese wereldvermaarde diabetesexperts, die lid zijn van de American Diabetes Association (ADA) en/of de European Association for the Study of Diabetes (EASD), regelmatig samen. Op basis van de resultaten van wetenschappelijk onderbouwde studies wereldwijd komen ze tot een consensus, die ze neerschrijven in een leidraad. De derde editie ervan verscheen in het najaar van 2018. Professor Chantal Mathieu, endocrinologe in UZ Leuven, schreef mee aan de leidraad en verduidelijkt de belangrijkste punten graag voor artsen én patiënten. 'Want wij pleiten ervoor dat artsen samen met iedere patiënt een geïndividualiseerd behandelplan uitwerken. En dat artsen dus zo veel mogelijk rekening houden met de persoonlijke kenmerken, voorkeuren en drempels van de patiënt. Uiteindelijk is het toch de bedoeling dat je niet alleen lang maar ook aangenaam met de ziekte kunt leven. En dat je je behandelplan trouw kunt blijven, wat makkelijker lukt als je er zelf achter staat.'In de nieuwste leidraad onderstrepen de experts nog eens het belang van levensstijlaanpassingen die vooral de bloedvataantasting bij diabetes tegengaan. Waaronder: stoppen met roken. Veel bewegen. Vermageren tot je een gezond gewicht hebt. Kiezen voor een gezonde voeding, die vezelrijk en arm aan verzadigde vetzuren is, en waarbij je uiteraard aandacht hebt voor de hoeveelheid ingenomen koolhydraten en de spreiding ervan over de dag. Die levensstijlaanpassingen verlagen niet alleen de bloedsuikerspiegel, maar brengen ook verbetering bij een hoge bloeddruk, een verminderde HDL- of 'goede' cholesterol en verhoogde triglyceriden. 'En laat dat nu net mooi meegenomen zijn voor heel veel mensen met diabetes type 2', zegt Mathieu. 'Velen hebben overgewicht en meerdere gestoorde parameters die op een gestoorde stofwisseling wijzen. Artsen spreken dan van het metabool syndroom, dat je risico op hart- en vaatziekten en sommige kankers verhoogt.'In dat kader zoomen de experts ook in op metabole chirurgie - dus bariatrische chirurgie om te vermageren en tegelijk je metabole stoornis te verbeteren. Mathieu: 'Terwijl we in de vorige editie van de leidraad (2015) nog een afwachtende houding aannamen, kunnen we nu met meer zekerheid stellen dat mensen met diabetes type 2 en een body mass index van minimaal 35 (kg/m2) mogelijk voor zo'n ingreep in aanmerking komen. Maar altijd moet een multidisciplinair team in een expertcentrum nagaan of deze mensen wel effectief goede kandidaten zijn. Of ze bijvoorbeeld geen onderliggende eetstoornis hebben. En of ze niet-chirurgische paden voldoende intensief hebben bewandeld. Ook na de ingreep blijft dat multidisciplinaire team belangrijk, om erop toe te kijken dat vitaminetekorten worden aangevuld, bijvoorbeeld, of om de patiënt te ondersteunen in gezonde eet- en leefgewoonten, om het resultaat blijvend te maken.'Vroeg of laat moeten alle mensen met diabetes type 2 bloedsuikerverlagende medicatie starten. 'Ben je hart- of nierpatiënt, dan adviseren we je arts een SGLT 2-inhibitor of een GLP-1 receptoragonist voor te schrijven. Want deze bloedsuikerverlagende geneesmiddelen verbeteren ook de prognose van je hartfalen of nierlijden. De wetenschappelijke bewijzen daarvoor zijn sinds de vorige editie van onze leidraad nog verstevigd.''Voor alle andere mensen met diabetes type 2 blijven we metformine als eerste keus naar voren schuiven. Dat bloedsuikerverlagend middel heeft zijn doeltreffendheid al ruimschoots bewezen. Het is ook goedkoop. En in tegenstelling tot sommige andere bloedsuikerverlagende pillen veroorzaakt het geen gewichtstoename en geen hypo's.' Een 'hypo' of hypoglykemie is een te lage bloedsuikerspiegel, die klachten kan geven als: zweten, beven, plotse hevige honger, troebel zicht, hoofdpijn, hartkloppingen, bleekheid, concentratiestoornissen en inadequate reacties. Diabetes type 2 is een progressieve ziekte. De bètacellen van de pancreas, die insuline produceren, laten het alsmaar meer afweten. 'Na verloop van tijd heb je onvermijdelijk meerdere bloedsuikerverlagende pillen nodig', vertelt Mathieu. 'En bij die stapsgewijze uitbreiding pleiten we ervoor dat je arts rekening houdt met jouw voorkeuren en drempels. Zoals de bijwerkingen die jij er het minst graag bijneemt: hypo's, extra kilo's, genitale infecties... Hoe zwaar de kostprijs voor jou meespeelt. En hoe jij tegenover injecties staat bijvoorbeeld. Met de T2D Helper-app die we voor zorgverleners ontwikkelden, kunnen ze snel - filtergewijs en rekening houdend met de Belgische terugbetalingscriteria - tot een therapie op jouw maat komen.'Als een reeks pillen niet meer volstaat of sommige pillen te storende bijwerkingen hebben, worden injecties uiteindelijk onvermijdelijk. 'Dan schuiven we een GLP-1 receptoragonist als eerste keus naar voren, omdat je er niet van bijkomt en je er geen hypo's van krijgt', zegt Mathieu. 'Tenzij je een extreem hoge bloedsuiker hebt, en dus ook uitgesproken klachten als veel dorst, veel plassen en vermoeidheid. In dat geval blijft het klassieke insuline het meest aangewezen.''Om het risico op verwikkelingen zo goed mogelijk in te perken, is het belangrijk dat de stapsgewijze uitbreiding van de therapie niet te traag verloopt. Want dat gebeurt vandaag helaas nog vaak. Veel mensen staan weifelachtig tegenover nog méér pillen of injecties. Ze zien het als een vorm van persoonlijk falen. Terwijl hun ziekte nu eenmaal progressief is en bijgevolg alsmaar meer ondersteuning vereist. Grijp dus liever de vele, door het Riziv ondersteunde kansen om je optimaal te laten opvolgen en begeleiden door je huisarts en/of endocrinoloog, én hun multidisciplinaire medewerkers, onder wie diabeteseducatoren, diëtisten, apothekers, kinesisten, podologen en psychologen.'