Biologisch speltbrood, quinoa, vergeten groenten, tofoe, zeewier, wilde zalm, gojibessen of appels van bij de boer. De voorbije jaren doken steeds meer voedingstrends op die ons moeten helpen om nog gezonder, authentieker, milieubewuster en exotischer te eten. Vooral hoger opgeleiden met een stevig inkomen gaan vol overtuiging aan de slag met bioproducten, vleesvervangers en superfoods. Zo verwonderlijk is dat niet. We weten al langer dat opleidingsniveau en levensstijl haast onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Uit de laatste Belgische Nationale Voedselconsumptiepeiling blijkt onder meer dat mensen met een diploma hoger onderwijs meer bewegen dan lager opgeleiden, regelmatiger ontbijten en minder tussendoortjes eten. Daarnaast drinken ze niet zoveel frisdrank en eten ze minder vlees.
...

Biologisch speltbrood, quinoa, vergeten groenten, tofoe, zeewier, wilde zalm, gojibessen of appels van bij de boer. De voorbije jaren doken steeds meer voedingstrends op die ons moeten helpen om nog gezonder, authentieker, milieubewuster en exotischer te eten. Vooral hoger opgeleiden met een stevig inkomen gaan vol overtuiging aan de slag met bioproducten, vleesvervangers en superfoods. Zo verwonderlijk is dat niet. We weten al langer dat opleidingsniveau en levensstijl haast onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Uit de laatste Belgische Nationale Voedselconsumptiepeiling blijkt onder meer dat mensen met een diploma hoger onderwijs meer bewegen dan lager opgeleiden, regelmatiger ontbijten en minder tussendoortjes eten. Daarnaast drinken ze niet zoveel frisdrank en eten ze minder vlees. Vandaar dat er ook een duidelijk verband is tussen opleidingsniveau en obesitas: hoe hoger je diploma, hoe kleiner de kans op gewichtsproblemen. 'In tien jaar tijd is het aantal Belgen met obesitas gestegen, terwijl de groep met een gezond gewicht constant is gebleven', zegt voedingsexpert Patrick Mullie (Gezondheid en Wetenschap). 'Dat wil zeggen dat de tussengroep (mensen met overgewicht dat niet problematisch is, nvdr) langzaam aan het verdwijnen is.' Sommigen hebben steeds meer aandacht voor gezonde voeding, anderen blijven achter. De voedingskloof in de samenleving wordt dus groter. Op het eerste gezicht is de verklaring simpel: wie niet lang heeft gestudeerd, verdient doorgaans minder en kan zich geen duur eten veroorloven. 'Het klopt dat gezonde voeding die weinig calorieën oplevert, zoals groenten en fruit, veel kost', zegt Patrick Mullie. 'Gerechten met veel calorieën, zoals pizza, frieten en hamburgers, zijn dan weer goedkoop. Ook ecologisch verantwoorde voeding is duurder. Een biobiefstukje van 100 gram kost soms meer dan een kilo gehakt. Als je met een bescheiden inkomen een heel gezin te voeden hebt, is de keuze natuurlijk snel gemaakt.' Toch duiken geregeld voedings- en andere experts op die bij hoog en bij laag beweren dat gezond en milieubewust eten niet duurder hoeft te zijn dan traditionele kost. 'In theorie klopt dat ook', zegt Loes Neven, senior stafmedewerkster voeding en ondervoeding bij het Vlaams Instituut Gezond Leven. 'Met 5 euro kun je een pak diepvriesfrieten en een hamburger kopen, of een slaatje met kikkererwten samenstellen. Dat laatste is veel gezonder, maar je buik zal er wel minder lang mee gevuld zijn.' Uit een enquête bij diensten voor sociale voedselvoorziening bleek onlangs nog dat mensen die het niet breed hebben vooral willen dat voeding betaalbaar is (88 procent), lekker is (66 procent) en het hongergevoel voldoende stilt (38 procent). Het gezondheidsaspect is van ondergeschikt belang. 'Daarnaast is het cruciaal dat de kinderen in het gezin het eten lusten', zegt An Lebacq, stafmedewerkster voeding en beweging bij het Vlaams Instituut Gezond Leven. 'Anders moeten hun ouders het weggooien, en dat kunnen ze zich natuurlijk niet veroorloven.' Het volstaat ook niet dat je je gezonde ingrediënten kunt permitteren. 'Om met een beperkt budget een gezonde maaltijd op tafel te zetten, moet je creatief zijn en over heel goede kookkunsten beschikken', weet Lebacq. 'Daarnaast moet je ook een koelkast, een fornuis, kookgerei en een elektriciteits- of gasaansluiting hebben. Vandaar dat armoedeverenigingen vaak gezonde voeding zoeken die amper bereiding vereist. Evident is dat niet: er zijn maar heel weinig gerechten die zowel gezond als gemakkelijk en goedkoop zijn.' Belangrijk is ook dat er in de buurt betaalbare winkels zijn waar je gezonde ingrediënten kunt kopen. Lang niet iedereen heeft een auto, en de meeste mensen hebben geen lange voettocht of busrit over voor een gezonde maaltijd. Nu hebben we in Vlaanderen nog geen echte voedingswoestijnen zoals in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië - daar heb je wijken waar je alleen nog eten kunt kopen in de plaatselijke McDonald's. Toch sluiten ook bij ons almaar meer buurtwinkels de deuren. Als ze al worden vervangen, is het vaak door hippe superettes die vooral luxeproducten verkopen. 'Die winkels hebben een nieuw marktsegment ontdekt dat een gezond, gemakkelijk en het liefst ook ecologisch aanbod wil. Goedkoop is dat natuurlijk niet', zegt historicus Peter Scholliers (VUB), die gespecialiseerd is in de geschiedenis van de eetcultuur. 'In de steden wordt dat hiaat gevuld door winkeliers met een migratieachtergrond die vaak verse, onbewerkte producten tegen heel betaalbare prijzen verkopen.' Zelfs met een goedkope winkel vol groenten en fruit om de hoek, een volledig uitgeruste keuken en bovengemiddeld kooktalent voelen veel mensen zich nog niet geroepen om een uitgesproken gezonde of ecologisch verantwoorde maaltijd op tafel te zetten. 'Op het vlak van voeding zijn we van nature heel conservatief', legt Scholliers uit. 'Als onze eetgewoonten veranderen, gebeurt dat altijd heel traag. Hoogstens wordt het proces wat versneld door een onverwachte gebeurtenis, zoals de dioxinecrisis aan het eind van de jaren negentig.' Dat verklaart ook waarom mensen die zich - al dan niet schoorvoetend - eens aan een vegetarische maaltijd willen wagen, het vlees het liefst vervangen door iets dat daarop lijkt, zoals een vaak prijzige veggieworst of groenteburger. Vlees inruilen voor goedkopere linzen, kikkererwten of bruine bonen is voor hen een al te grote verandering. Wie laag opgeleid is, kijkt doorgaans ook anders naar voeding dan iemand die er warmpjes in zit. Voor de eerste kan brood bijvoorbeeld niet wit genoeg zijn, terwijl de tweede broden met veel pitten en zaden het summum vindt. 'Er zijn inderdaad nog altijd mensen die wit- brood chiquer vinden dan volkorenbrood', zegt Scholliers. 'Vaak zijn ze opgegroeid met het idee dat witbrood een luxeproduct is, en leven ze tussen mensen die er allemaal zo over denken. Natuurlijk steken ze dan hun middelvinger op als iemand hen erop komt wijzen dat er veel te weinig vezels in dat brood zitten.' Om dezelfde reden is het niet evident om mensen met een lager inkomen ervan te overtuigen dat ze beter minder vlees kunnen eten. 'Vlees staat van oudsher hoog in de hiërarchie van voedingsproducten en was traditioneel een privilege van de rijken', zegt Scholliers. 'Zodra ze het zich konden veroorloven, begonnen ook gewone mensen steeds meer vlees te kopen. Daarna is onze samenleving er zo aan verknocht geraakt dat alle adviezen om minder vlees te eten voor conflicten zorgden. Zelfs vandaag nog. Ongeacht hun sociale klasse en inkomen beschouwen velen het nog altijd als het centrale punt van de maaltijd.' Geen wonder dat een groot deel van de bevolking doof blijft voor alle pleidooien om minder vlees te eten. Gezondheidsargumenten worden vaak niet geloofd en ecologische motieven kunnen hen niet overtuigen. 'Je kunt het vergelijken met de weerstand van de gele hesjes in Frankrijk', zegt Scholliers. 'Ze begrijpen wel dat anderen zich zorgen maken over de toekomst van de planeet, maar zij kunnen zich geen elektrische auto veroorloven.' Terwijl sommige mensen totaal geen boodschap hebben aan pleidooien voor gezonde en ecologische verantwoorde voeding, staan anderen open voor elke nieuwe ontwikkeling. 'Snobisme speelt daar natuurlijk een grote rol in', weet Scholliers. 'Er zijn altijd al mensen geweest die op elke nieuwe voedingstrend springen en het belangrijk vinden om andere dingen te eten dan de rest van de bevolking. Zodra zo'n rage uitdijt naar een grotere groep mensen, gaat die elite weer op zoek naar nieuwe manieren om zich van de rest te onderscheiden. Soms is zo'n trend van voorbijgaande aard, zoals het krokodillen- en kangoeroevlees dat nog niet zo lang geleden in sommige supermarkten werd verkocht. Andere hypes sijpelen door naar brede lagen van de bevolking.' Aanvankelijk wekken vernieuwende eetgewoonten vaak aversie op bij mensen die er niet aan willen of kunnen meedoen. Een paar jaar geleden bleek uit de masterproef van Els Van Doorslaer, die aan de Universiteit Antwerpen als sociologe afstudeerde, dat vooral lager opgeleiden op een negatieve manier naar veganisten kijken. 'Sommige hoger opgeleiden, die het zich ook kunnen veroorloven, zijn zo extreem met gezonde voeding bezig dat ze weerstand doen ontstaan bij andere groepen in de samenleving', zegt Loes Neven. 'Al die aandacht voor onder meer biologische producten en superfoods verhoogt voor veel mensen de drempel om zelf gezonder te gaan eten. Terwijl het natuurlijk veel eenvoudiger kan. Je kunt perfect gezond eten zonder vegetariër te worden of biologische ingrediënten te kopen.' Toch bestaat de kans dat die trendsetters, die vandaag nog weerstand opwekken, onze normen en gewoonten langzaamaan doen veranderen. 'Nu al is het voor een brede laag van de bevolking niet meer zo vanzelfsprekend dat er elke dag vlees op tafel komt', zegt Neven. 'Men begint het ook normaler te vinden dat er op scholen een vegetarisch alternatief wordt aangeboden, en dat er geen gesuikerde frisdranken meer in de automaten zitten. Wat eerst voor hipsters was, zal op termijn wellicht door de gewone man worden overgenomen.' Dat is in het verleden wel vaker gebeurd. Met het gebruik van suiker, bijvoorbeeld. Rond 1900 werden klontjes, chocolade en koekjes ook voor de gewone man betaalbaar dankzij de ontdekking van bietsuiker, die veel goedkoper was dan rietsuiker. 'In de decennia die daarop volgden, werden mensen aangespoord om zo veel mogelijk suiker te gebruiken. Dat was nu eenmaal de goedkoopste manier om energie te krijgen', zegt Scholliers. 'Toen voedingsdeskundigen er vanaf de jaren 1950 op begonnen te wijzen dat suiker overgewicht, ziekten en tandbederf veroorzaakt, stuitte dat natuurlijk op weerstand. Vooral bij de lagere klassen, die op het vlak van suikerverbruik nog aan een inhaalbeweging bezig waren. Dat is precies wat vandaag gebeurt met onder meer vlees en frisdrank.' Iedereen lijkt het erover eens te zijn dat er extra inspanningen moeten worden geleverd om kwetsbare groepen in de samenleving gezonder te doen eten. Voor hun eigen goed, maar ook omdat ongezonde eetgewoonten tot obesitas en gezondheidsproblemen kunnen leiden die de sociale zekerheid veel geld kosten. 'Als we geen samenleving met twee snelheden willen qua voeding moeten we snel een manier vinden om álle mensen mee te krijgen', zegt Mullie. 'Als daar vandaag al iets tegen wordt gedaan, is het op financieel vlak. Door subsidies te geven voor gezonde voeding of belastingen te heffen op ongezonde producten. Daarmee zullen we het probleem echt niet oplossen.' Ook meer inzetten op voorlichting en sensibilisering zal wellicht weinig zoden aan de dijk brengen. 'Iedereen weet ondertussen wel dat fruit en groenten gezond zijn, en toch eten sommige mensen het haast nooit. Niet gebrek aan kennis maar de diepe demotivatie van sommige bevolkingsgroepen is het probleem', zegt Mullie.Hoe meer er op het belang van gezonde voeding wordt gehamerd, hoe groter de aversie van sommigen lijkt te worden. 'Mensen uit de lagere sociaaleconomische klassen zullen alleen gezonder willen eten als ze het gevoel hebben dat ze het voor zichzelf doen. Niet omdat het gezag hen in die richting duwt', denkt Mullie. 'Daarom kunnen ze het best worden overtuigd door iemand uit hun eigen milieu die zichtbaar baat heeft bij een gezondere levensstijl, want tegen andere groepen zetten ze zich net af.' Ook Peter Scholliers is ervan overtuigd dat het opgeheven vingertje van de overheid en allerlei experts alleen maar averechts werkt. 'Beleidsmakers en voedingsdeskundigen maken veel te weinig onderscheid op basis van leeftijd, geslacht, cultuur maar ook inkomen en opleiding', vindt hij. 'Er moet veel meer rekening worden gehouden met de leefwereld en het verleden van de mensen die ze willen bereiken. Als iemand er de hele week naar uitkijkt om in het weekend met zijn vrienden hamburgers te eten en pils te drinken, moet je hem niet zeggen dat hij dat niet meer mag doen omdat het ongezond is.' Volgens Scholliers onderschatten voedingsexperts hoezeer onze eetgewoonten deel uitmaken van onze identiteit. 'Of je in een koffiebar een espresso of een cappuccino bestelt, weerspiegelt je persoonlijkheid', legt hij uit. 'Door het eten dat je kiest, laat je zien wie je bent. Ongeacht je inkomen.'