Een bezoek aan de hoofdzetel van Janssen Pharmaceutica, officieel onderdeel van de Amerikaanse farmareus Johnson & Johnson (J&J), is uitgesloten. Liefst 70 procent van het personeel werkt grotendeels van thuis uit om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Zo goed als heel 2020 heeft de strijd tegen het virus het bedrijf (en de rest van de wereld) beziggehouden. Er is een veelbelovend vaccin op komst, dat volgend jaar wordt uitgerold. Er worden chemische stoffen gescreend om te kijken of ze potentieel hebben in de strijd tegen corona.
...

Een bezoek aan de hoofdzetel van Janssen Pharmaceutica, officieel onderdeel van de Amerikaanse farmareus Johnson & Johnson (J&J), is uitgesloten. Liefst 70 procent van het personeel werkt grotendeels van thuis uit om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Zo goed als heel 2020 heeft de strijd tegen het virus het bedrijf (en de rest van de wereld) beziggehouden. Er is een veelbelovend vaccin op komst, dat volgend jaar wordt uitgerold. Er worden chemische stoffen gescreend om te kijken of ze potentieel hebben in de strijd tegen corona. Alles wordt uit de kast gehaald om het hardnekkige virus te verslaan. 'Maar we zijn er nog niet', waarschuwt Paul Stoffels (chief scientific officer van J&J) vanuit het buitenland. Samen met Marnix Van Loock (wetenschappelijk directeur in het onderzoeksteam Global Public Health Research & Development) vertelt hij online hoe ze hopen het virus op de knieën te krijgen. 'Onderzoek naar een vaccin is compleet anders dan onderzoek naar een geneesmiddel', legt Stoffels uit. 'Voor een vaccin kunnen we terugvallen op expertise die we vergaard hebben tijdens onze zoektocht naar vaccins tegen virussen als ebola, zika en rsv. Maar voor geneesmiddelen moeten we zo goed als van nul beginnen. Daarom zal het langer duren om een geneesmiddel tegen het coronavirus te maken dan een vaccin.' Waarom is er een geneesmiddel nodig als er een vaccin zal zijn? Paul Stoffels: We gaan ervan uit dat er nog coronapandemieën zullen volgen. De familie van de coronavirussen is groot, en mogelijk hebben veel van die virussen de potentie om van dieren over te springen naar de mens. Als we dan een breedspectrumgeneesmiddel kunnen inzetten, kan dat veel leed vermijden. Je moet er dan wel snel bij zijn. Je moet ingrijpen bij de eerste symptomen om te vermijden dat iemand ziek wordt. De geneesmiddelen bestrijden het virus, maar niet de symptomen die het veroorzaakt? Stoffels: Zodra iemand symptomen vertoont en het virus in een lichaam woekert, is het moeilijk om het met alleen infectieremmers onder controle te brengen. Dan moet je werken met ondersteunende geneesmiddelen, zoals ontstekingsremmers die het immuunsysteem helpen om bijvoorbeeld een longontsteking onder controle te krijgen. Hetzelfde geldt bij griep. Zodra je ziek bent, is de schade veroorzaakt. Maar je gezinsleden kun je dan wel preventief met infectieremmers laten behandelen om te vermijden dat ook zij ziek worden. Jullie coronavaccin komt er vrij snel, omdat jullie vertrokken van een vaccin dat ontwikkeld werd tegen het ebolavirus? Stoffels: Een tiental jaren geleden kochten wij Crucell, een Nederlands bedrijf dat onderzoek deed naar vaccins tegen hiv, influenza en ebola. Toen er in 2014 een ebolacrisis uitbrak in West-Afrika zijn we dat vaccin op grote schaal gaan produceren en testen. We hebben toen veel geleerd over de veiligheid van de drager die we gebruiken om een stukje virus in een lichaam te smokkelen, zodat er antilichamen tegen gemaakt kunnen worden, die bescherming bieden tegen een echte infectie. Onze drager is een adenovirus (een verkoudheidsvirus, nvdr) dat zo is bewerkt dat het zich niet kan vermenigvuldigen. Daar brengen we een stukje DNA in van het virus waartegen we willen vaccineren. We zijn nu in Oost-Congo en Rwanda op grote schaal mensen aan het vaccineren tegen ebola. Hoe moeilijk is het om zo'n drager te switchen van ebola naar corona? Stoffels: We hebben het al een paar keer gedaan, onder meer voor de ontwikkeling van een zikavaccin. Het zikavirus veroorzaakte enkele jaren geleden geboorteafwijkingen bij kinderen van moeders die tijdens de zwangerschap besmet werden, maar het virus verdween voor we het vaccin op grote schaal konden testen. We doen nu hetzelfde voor een vaccin tegen rsv en hiv. We hopen binnen anderhalf jaar de eerste resultaten van onze tests met een aidsvaccin te kunnen voorleggen. Aids gaat al lang mee, maar er is nog geen vaccin? Stoffels: Het aidsvirus muteert enorm snel, wat de ontwikkeling van een vaccin bemoeilijkt, want het virus ziet er altijd een beetje anders uit. Het heeft ook vijftien jaar geduurd voor er een efficiënt geneesmiddel tegen was, maar nu zijn we zover dat patiënten met één pilletje per dag een normale levensverwachting hebben. Is het coronavirus makkelijker te bestrijden dan het aidsvirus? Stoffels: Het is een veel eenvoudiger virus, maar het is veel besmettelijker. Niemand ontsnapt eraan. Het zal dus makkelijker zijn om er een vaccin tegen te maken, maar veel moeilijker om het toe te dienen op de schaal die nodig is om de wereld te beschermen. Waar staan jullie met de ontwikkeling van jullie coronavaccin? Stoffels: We testen momenteel twee zaken. Ten eerste kijken we of we ons vaccin in één keer kunnen toedienen, wat een groot verschil zou betekenen met andere vaccins die klaargestoomd worden, want die vereisen twee toedieningen binnen het tijdsbestek van enkele weken. We zijn eind september met een klinische studie begonnen waarin we wereldwijd 60.000 mensen testen uit alle lagen van de bevolking, ook oudere mensen en mensen met aandoeningen zoals diabetes en hart- en vaatproblemen die extra vatbaar zijn voor het virus. We verwachten de resultaten rond de jaarwisseling. In een tweede studie gaan we na of er een extra effect is als we toch een tweede inenting toedienen, en hoelang we dan het best wachten. De vraag is of je dan een langduriger bescherming tegen het virus krijgt. Dus één inenting is toch niet zo effectief? Stoffels: Eén inenting geeft in ieder geval heel goede resultaten, en als je een tweede inenting kunt vermijden maakt dat de operatie logistiek minder ingewikkeld. Maar we weten graag zo veel mogelijk. We weten ook dat ons vaccin stabieler is dan sommige andere waaraan gewerkt wordt, zodat het niet op extreem lage temperaturen bewaard hoeft te worden. Daardoor zou het extra efficiënt zijn voor toepassing in ontwikkelingslanden. Hebben jullie al zicht op de efficiëntie van jullie vaccin? Stoffels: Nee. We werken met dubbelblinde studies, dus we weten nog niets. We weten wel uit proeven met apen dat het vaccin de dieren 100 procent tegen het virus beschermt en bijna 100 procent tegen transmissie van het virus. Dat zijn twee verschillende dingen. Als je zo beschermd bent dat het virus niet in je lichaam kan woekeren, maar je het toch kunt doorgeven aan anderen, moeten we de hele wereldbevolking vaccineren om het de kop in te drukken. Als het vaccin ook transmissie tegengaat, zal de pandemie veel sneller kunnen worden afgeremd en hopelijk ook gestopt. Van de vaccins van de bedrijven Pfizer en Moderna, die als eerste resultaten bekendmaakten, is niet bekend of ze transmissie van het virus tegengaan. Stoffels: Nee, er zijn nog geen wetenschappelijke studies over. Momenteel hebben we er dus geen zicht op. Veel mensen huiveren van proeven op apen. Stoffels: Toch zijn ze noodzakelijk als je snel een efficiënt en veilig vaccin op de markt wilt brengen. We proberen het zo weinig mogelijk te doen, en in optimale omstandigheden, maar het is onvermijdelijk. We hebben door onze proeven met apen vrij snel het beste stukje DNA kunnen isoleren om ons vaccin tegen het coronavirus zo goed mogelijk te laten werken. Dat betekent tijdwinst. Jullie hebben een belangrijke poot in China, waar het coronavirus de mensenwereld binnendrong. Heeft dat geholpen om snel iets in de steigers te kunnen zetten? Stoffels: Nee. Het beginpunt voor ons was, net als voor iedereen, de publicatie van het genoom van het virus in januari. Snel daarna kwamen er patiënten in Europa en Amerika, waaruit we het virus konden isoleren. Vanaf dan kwam het onderzoek in een stroomversnelling. Zou u de vaccins die in China gemaakt worden vertrouwen? Stoffels: We hebben ze niet kunnen analyseren. Ook tijdens de ebolacrisis waren er vaccins uit China en Rusland. Beide landen hebben dus ervaring kunnen opbouwen. Het is mogelijk dat hun vaccins goed werken, maar we weten het niet omdat we geen gegevens zien. Er is natuurlijk een groot verschil met wat de regulerende instanties bij ons en in de VS vereisen, zodat onze middelen veel beter getest worden op veiligheid en efficiëntie. Wij zouden nooit op basis van klinische tests op een honderdtal mensen een vaccin uitrollen waarmee we misschien een miljard mensen gaan behandelen. We hebben een wereldwijde verantwoordelijkheid voor onze producten. Voelt u de hete adem van concurrenten als Pfizer en Moderna in de nek? Stoffels: We zijn nooit alleen in de wereld. Het is niet abnormaal in onze sector dat verschillende bedrijven koortsachtig aan dezelfde problematiek werken. Het gaat niet om een wedstrijd tussen bedrijven om de eerste te zijn, wel om een wedloop om samen zo snel mogelijk het virus te verslaan. De indruk bestaat dat er in deze crisis intenser tussen farmabedrijven wordt samengewerkt dan vroeger. Stoffels: Die indruk is correct. Het gaat zelfs om een nooit eerder geziene samenwerking, waarbij op grote schaal informatie wordt uitgewisseld. Er wordt ook intens samengewerkt met universiteiten en overheidsinstellingen. Jullie zijn al begonnen met de productie van het vaccin nog voor bewezen is dat het werkt. Stoffels: We kunnen niet anders. Als we zouden wachten tot we zeker weten dat het vaccin efficiënt is om op grote schaal te gaan produceren, zou het duren tot midden 2022 voor we kunnen vaccineren. We moeten veel sneller kunnen gaan als we de pandemie onder controle willen krijgen. We hebben onze ervaring met het ebolavaccin, zodat we konden zoeken naar faciliteiten voor grootschalige productie. Sites uit de hele wereld zullen meewerken aan de productie van het vaccin, en aan het vullen van honderden miljoenen steriele flacons voor de verspreiding. Gelukkig zijn overheden bereid om de financiële risico's te delen. In de VS investeren overheidsinstellingen mee in het onderzoek en de ontwikkeling, en in Europa worden er koopafspraken gemaakt met voorafbetalingen, waardoor het risico voor de helft door ons wordt gedragen en voor de helft door overheidsinstanties. Dat is een billijke verdeling. Hoe snel zullen jullie de wereld kunnen vaccineren? Stoffels: We gaan ervan uit dat er 4 tot 8 miljard vaccins nodig zijn om de hele wereld te beschermen. Ook daarom is het belangrijk dat er vaccins van meerdere producenten komen. Het toedienen daarvan zal minstens twee jaar vergen. Het is vanzelfsprekend dat hoogrisicogroepen, zoals bejaarden, mensen met bepaalde ziektes en zorgverleners, als eerste een vaccin zullen krijgen. Dat zal in de eerste helft van 2021 kunnen. De rest zal moeten wachten tot er voldoende vaccins voor een grootschalige campagne beschikbaar zijn. Er duiken berichten op over mensen die na een eerste infectie opnieuw besmet raken, wat erop lijkt te wijzen dat een lichaam weinig weerstand tegen het coronavirus opbouwt. Stoffels: Dat is wat verontrustend, onder meer omdat de wetenschap er nog niet achter is wat er aan de hand is. Als je antilichamen tegen het virus hebt, zou je ertegen beschermd moeten zijn. Maar als herinfecties inderdaad de regel blijken, zullen we mensen misschien regelmatig moeten vaccineren. Dan zal het nog complexer zijn om het virus de wereld uit te helpen. Je moet voorbereid zijn op het ergste als je tegen virussen strijdt. Ze zijn mensen al dikwijls te slim af geweest. We zullen ook de volgende 100 miljoen jaar tegen virussen en bacteriën moeten vechten. U gaat ervan uit dat de mensheid nog 100 miljoen jaar meegaat? Stoffels: (lachend) Laat ik het anders formuleren. De mensheid zal altijd tegen virussen en bacteriën moeten strijden. We moeten blijven innoveren. Dat is goed nieuws voor de farmaceutische sector. Stoffels: (droog) Als je het zo bekijkt wel, ja. Op het vlak van geneesmiddelen screenen jullie niet minder dan 5000 stoffen? Marnix Van Loock: We zijn er eind januari mee begonnen. We bekijken alles wat we in huis hebben, in eerste instantie de stoffen waarvan we al weten dat ze veilig zijn om aan mensen te worden toegediend. We screenen dus massaal op het potentieel van bestaande chemische moleculen om vooral de reproductie van het virus af te remmen, zodat het zich niet in een lichaam kan vermenigvuldigen. We werken daarvoor intens samen met het laboratorium van professor Johan Neyts (KU Leuven). Is er al iets nuttigs uitgekomen? Van Loock: Vooral in negatieve zin, in de betekenis van stoffen die geen effect hebben. In China werd aanvankelijk gedacht dat sommige aidsremmers een gunstig effect hadden op patiënten, maar wij hebben dat getest en het bleek niet het geval te zijn. Jammer, want als het had gewerkt, hadden ze meteen als anticoronamiddel op de markt kunnen komen. Het is belangrijk dat we negatieve resultaten delen met de wereld om te vermijden dat patiënten behandeld worden met middelen die geen effect hebben. We hebben ook aangetoond dat het tegen ebola ontwikkelde antivirale middel remdesivir een effect kan hebben. Dat zou toch minder spectaculair zijn dan men had gehoopt. Van Loock: Ja, ook hier blijkt het niet vanzelfsprekend om met een nieuw virus te werken. Er zijn zeker mogelijkheden om remdesivir zo aan te passen dat het effectiever wordt tegen het coronavirus. Het is momenteel wel een van de weinige middelen die we kennen die iets tegen het coronavirus doen. Een andere strategie is dat we zo veel mogelijk kennis opdoen over de structuur van het coronavirus, en dat we met technieken uit de artificiële intelligentie gaan zoeken naar moleculen die met bepaalde virale eiwitten kunnen binden om ze uit te schakelen. Die oefening is nog bezig. Het coronavirus kan alles in een lichaam ontregelen. Beperkt dat de opties om het te bestrijden? Van Loock: Het impliceert dat we, anders dan bij andere virussen van de luchtwegen, ook moeten kijken naar virusvermenigvuldiging buiten de longen. We moeten de replicatie ook elders proberen stop te zetten. Hebben jullie een soort buikgevoel over wat kan werken? Van Loock: Niet echt. We werken met grote gegevensbanken om te kijken of we er iets nuttigs uit kunnen puren. Ik denk dat het belangrijker is dat we op voorhand goed de mogelijke schietschijven op een virus selecteren, waarnaar we chemische stoffen kunnen mikken. Bestaat er zoiets als een theoretisch geneesmiddel dat ideaal zou werken mocht het gemaakt kunnen worden? Van Loock: Nee, helaas niet. En als het zou bestaan, was het waarschijnlijk al op de markt. Waarom is het zo moeilijk om iets te ontwikkelen tegen iets wat zo eenvoudig is als een virus? Van Loock: Het is niet omdat een virus er simpel uitziet, dat het simpel is om er iets tegen te maken, zeker omdat je product veilig moet zijn voor toediening bij mensen. Anders dan vorige virale uitbraken heeft het coronavirus wel een globale bewustwording rond het risico van pandemieën gecreëerd. Er groeit nu een consensus tussen big pharma en academische en andere partners om de krachten te bundelen. Want het is zonneklaar dat dit niet de laatste pandemie zal zijn. In ziekenhuizen zijn veel behandelingen tijdelijk opgeschort om de coronacrisis aan te pakken. Geldt dat ook voor jullie? Stoffels: Nee, wij zijn doorgegaan met al ons onderzoek. Ook de productie is blijven doorlopen, zodat mensen de geneesmiddelen die ze nodig hebben blijven krijgen. In de lente hebben onze medewerkers zelfs vrijwillig bijgesprongen om in onze laboratoria honderdduizenden stalen te testen op het coronavirus. Dag en nacht. Wij zijn ook gewone mensen die bezorgd zijn, die familie hebben die zit te wachten op een oplossing. We hebben in ons bedrijf, net als elders, een geweldige inzet gezien. Dat was hartverwarmend. Vindt u de euforie rond de ontwikkelingen van vaccins toch niet een beetje voorbarig? Stoffels: Iedereen hoopt dat er snel iets komt wat efficiënt beschermt tegen het virus. Maar voordat de grote massa gevaccineerd zal kunnen worden, zullen we toch nog maandenlang voorzichtig moeten blijven om te vermijden dat we begin volgend jaar met een derde coronagolf te kampen krijgen. Als je ook volgend jaar met Kerstmis je moeder of grootmoeder wilt zien, moet je nog een tijdje waakzaam blijven en de regels rond mondmaskers en social distancing volgen. Maar het lijkt te dagen aan de einder. We moeten in alle omstandigheden hoopvol blijven.