Niet lang geleden opperde The Economist dat geneesmiddelen een morele waarde hebben. Als ze goed gebruikt worden, herstellen ze inderdaad de gezondheid en de verloren ontwikkelingsmogelijkheden en bovenal geven ze gezinnen opnieuw economische kansen. Geneesmiddelen houden dus het recht op gezondheid in stand, en ondernemingen hebben het recht om die geneesmiddelen te ontwikkelen en winst te maken. Maar de explosie van geneesmiddelenprijzen die we vandaag zien, blijf ik ten gronde net immoreel vinden.

De hoge prijzen van geneesmiddelen zijn immoreel.

Jan Rosier

Je kan minstens tien factoren opnoemen die de prijzenexplosie kunnen verklaren, maar geen enkele heeft te maken met de intrinsieke waarde van het geneesmiddel. Ontwikkelingskost en productiekost verklaren slechts in zeer beperkte mate de prijs van een medicijn. Onderzoekers stelden recent vast dat het duurste kankergeneesmiddel het leven van patiënten niet verlengde en de levenskwaliteit zelfs deed verminderen, toen ze het middel vergeleken met een placebomiddel. De prijs verschilt overigens bijna niet van het meest doeltreffende geneesmiddel.

Geneesmiddelen zijn vaak exorbitant duur, maar niet noodzakelijk uiterst werkzaam.

Hetzelfde werd vastgesteld voor geneesmiddelen die zeldzame ziekten bestrijden: ze zijn vaak exorbitant duur, maar niet noodzakelijk uiterst werkzaam. De industrie wil de nieuwste geneesmiddelen, zelfs als hun performantie nog niet volledig is bewezen, enkel beschikbaar maken aan extreem hoge prijzen. Dat is niet noodzakelijk een probleem voor sommige andere producten, maar het is moreel laakbaar voor geneesmiddelen. Die zijn vaak noodzakelijk voor mensen die zich in een zwakke, en soms zelfs zorgwekkende, situatie bevinden.

Onderzoekers toonden recent ook aan dat de hoge geneesmiddelenprijs de belangrijkste factor is van de therapeutische ongelijkheid van kankerbehandelingen in Europa. De farmaceutische sector stopt die ongelijkheid bovendien zelfs niet weg: de baas van een groot farmaceutisch bedrijf zei onlangs doodleuk dat hij uitsluitend kankergeneesmiddelen ontwikkelt voor de rijke bevolking. Dat is vreemd voor een onderneming die sociale betrokkenheid hoog in het vaandel voert, maar de hoge prijzen gaan hand in hand met de groeiende ongelijkheid.

Niet alleen patiënten dragen het gevolg van deze prijzenpolitiek. Als de prijzen van geneesmiddelen blijven stijgen, dan zullen politici immers de keuze moeten maken tussen bijvoorbeeld investeringen in het onderwijs en de tussenkomst voor bepaalde geneesmiddelen. En dat is niet eens toekomstmuziek: omdat de kost van de immuuntherapie - waarvan de ontwikkeling nog maar in de kinderschoenen staat - niet meer kan gedragen worden door het gezondheidsbudget, verwacht minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) een geste van de andere ministers.

Zodra immuuntherapie vaker wordt toegepast, zal die betaalbaarder worden, zo stelde een vertegenwoordiger van de industrie me gerust. Maar is dat ook zo? Dat peperdure geneesmiddelen goedkoper worden wanneer ze breder worden ingezet, wordt simpelweg weerlegd door de feiten. Eerder beloofde bijvoorbeeld men een prijsdaling van een kankergeneesmiddel, na de lancering en bij intensiever gebruik. Maar de prijs is sindsdien gewoon blijven stijgen.

Gezondheid is een mensenrecht.

Dat de kostprijs van de immuuntherapie zal dalen, is dus op z'n minst betwistbaar. Integendeel: ik ben ervan overtuigd dat de prijs van de immuuntherapie, ondanks bredere toepassing, zal blijven stijgen, tot heel ver voorbij de huidige prijs. De geheime contracten tussen de geneesmiddelenindustrie en de overheid vertrekken dus van onverklaarbaar hoge prijzen waarin de kortingen reeds zijn verrekend, en hebben als doel om de prijzen in Europa zo hoog mogelijk te houden, vertrouwde een oud-lobbyist me toe.

De kritiek op de industrie is bovendien niet uitsluitend afkomstig van buitenstaanders. Het voormalige hoofd van de onderzoeksafdeling bij GILEAD, Norbert Bischofberger is sinds zijn vertrek bij de farmareus vrij om te spreken. Hij oppert dat de samenleving de dreigende storm van prijsexplosies nooit zal aankunnen. Enkele CEO's argumenteren daarnaast dat de industrie aan introspectie toe is.

De industrie wordt beloond voor de verkeerde dingen.

De kern van het probleem is dat de industrie beloond wordt voor de verkeerde dingen. Indien de sector uitsluitend beloond zou worden voor haar impact op de gezondheid, en niet louter voor het aantal verkochte verpakkingen, dan zou ze kunnen inzetten op drie zaken: de ontwikkeling van de allerbeste geneesmiddelen enerzijds, en van goede distributiepraktijken en therapietrouw anderzijds. Hoe je die beloning kan financieren? Als de overheden van een groep landen samen beslissen om een internationaal fonds aan te leggen, waarna die overheden samen de grootte van de beloning bepalen, zouden we al een stuk verder staan.

De internationale samenwerking die minister De Block zoekt, is daarom een stap in de goede richting. Omdat gezondheid een mensenrecht is, zou een innovatief geneesmiddel vanaf lancering beschikbaar moeten zijn aan de werkelijke productiekost. Dit scenario is noch utopisch, noch dystopisch: de tijd is er zelfs rijp voor, zegt ook de wereldtop van de adviesbureaus voor de farmaceutische sector aan wie het idee werd voorgesteld. Er zijn zelfs ondernemingen die overwegen om ermee te experimenteren.

Het is tijd om de farmaceutische industrie de eenentwintigste eeuw binnen te loodsen.

De keuze van de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen zou dus beter gestuurd worden door de overheid: zij beslist dan welke therapeutische ontwikkelingen moeten plaatsgrijpen. Dat is geen planeconomie maar verstandig gestuurde innovatie, omdat de concurrentie tussen ondernemingen voor het beste geneesmiddel onaangetast blijft.

Het gebeurde in de geschiedenis al toen antibiotica voor het eerst ontwikkeld werd, en de overheid 'de oorlog verklaarde' aan de dodelijke infecties die de soldaten in het begin van de vorige eeuw troffen. Het is tijd om de farmaceutische industrie de eenentwintigste eeuw binnen te loodsen.

Niet lang geleden opperde The Economist dat geneesmiddelen een morele waarde hebben. Als ze goed gebruikt worden, herstellen ze inderdaad de gezondheid en de verloren ontwikkelingsmogelijkheden en bovenal geven ze gezinnen opnieuw economische kansen. Geneesmiddelen houden dus het recht op gezondheid in stand, en ondernemingen hebben het recht om die geneesmiddelen te ontwikkelen en winst te maken. Maar de explosie van geneesmiddelenprijzen die we vandaag zien, blijf ik ten gronde net immoreel vinden.Je kan minstens tien factoren opnoemen die de prijzenexplosie kunnen verklaren, maar geen enkele heeft te maken met de intrinsieke waarde van het geneesmiddel. Ontwikkelingskost en productiekost verklaren slechts in zeer beperkte mate de prijs van een medicijn. Onderzoekers stelden recent vast dat het duurste kankergeneesmiddel het leven van patiënten niet verlengde en de levenskwaliteit zelfs deed verminderen, toen ze het middel vergeleken met een placebomiddel. De prijs verschilt overigens bijna niet van het meest doeltreffende geneesmiddel. Hetzelfde werd vastgesteld voor geneesmiddelen die zeldzame ziekten bestrijden: ze zijn vaak exorbitant duur, maar niet noodzakelijk uiterst werkzaam. De industrie wil de nieuwste geneesmiddelen, zelfs als hun performantie nog niet volledig is bewezen, enkel beschikbaar maken aan extreem hoge prijzen. Dat is niet noodzakelijk een probleem voor sommige andere producten, maar het is moreel laakbaar voor geneesmiddelen. Die zijn vaak noodzakelijk voor mensen die zich in een zwakke, en soms zelfs zorgwekkende, situatie bevinden.Onderzoekers toonden recent ook aan dat de hoge geneesmiddelenprijs de belangrijkste factor is van de therapeutische ongelijkheid van kankerbehandelingen in Europa. De farmaceutische sector stopt die ongelijkheid bovendien zelfs niet weg: de baas van een groot farmaceutisch bedrijf zei onlangs doodleuk dat hij uitsluitend kankergeneesmiddelen ontwikkelt voor de rijke bevolking. Dat is vreemd voor een onderneming die sociale betrokkenheid hoog in het vaandel voert, maar de hoge prijzen gaan hand in hand met de groeiende ongelijkheid. Niet alleen patiënten dragen het gevolg van deze prijzenpolitiek. Als de prijzen van geneesmiddelen blijven stijgen, dan zullen politici immers de keuze moeten maken tussen bijvoorbeeld investeringen in het onderwijs en de tussenkomst voor bepaalde geneesmiddelen. En dat is niet eens toekomstmuziek: omdat de kost van de immuuntherapie - waarvan de ontwikkeling nog maar in de kinderschoenen staat - niet meer kan gedragen worden door het gezondheidsbudget, verwacht minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) een geste van de andere ministers. Zodra immuuntherapie vaker wordt toegepast, zal die betaalbaarder worden, zo stelde een vertegenwoordiger van de industrie me gerust. Maar is dat ook zo? Dat peperdure geneesmiddelen goedkoper worden wanneer ze breder worden ingezet, wordt simpelweg weerlegd door de feiten. Eerder beloofde bijvoorbeeld men een prijsdaling van een kankergeneesmiddel, na de lancering en bij intensiever gebruik. Maar de prijs is sindsdien gewoon blijven stijgen. Dat de kostprijs van de immuuntherapie zal dalen, is dus op z'n minst betwistbaar. Integendeel: ik ben ervan overtuigd dat de prijs van de immuuntherapie, ondanks bredere toepassing, zal blijven stijgen, tot heel ver voorbij de huidige prijs. De geheime contracten tussen de geneesmiddelenindustrie en de overheid vertrekken dus van onverklaarbaar hoge prijzen waarin de kortingen reeds zijn verrekend, en hebben als doel om de prijzen in Europa zo hoog mogelijk te houden, vertrouwde een oud-lobbyist me toe. De kritiek op de industrie is bovendien niet uitsluitend afkomstig van buitenstaanders. Het voormalige hoofd van de onderzoeksafdeling bij GILEAD, Norbert Bischofberger is sinds zijn vertrek bij de farmareus vrij om te spreken. Hij oppert dat de samenleving de dreigende storm van prijsexplosies nooit zal aankunnen. Enkele CEO's argumenteren daarnaast dat de industrie aan introspectie toe is. De kern van het probleem is dat de industrie beloond wordt voor de verkeerde dingen. Indien de sector uitsluitend beloond zou worden voor haar impact op de gezondheid, en niet louter voor het aantal verkochte verpakkingen, dan zou ze kunnen inzetten op drie zaken: de ontwikkeling van de allerbeste geneesmiddelen enerzijds, en van goede distributiepraktijken en therapietrouw anderzijds. Hoe je die beloning kan financieren? Als de overheden van een groep landen samen beslissen om een internationaal fonds aan te leggen, waarna die overheden samen de grootte van de beloning bepalen, zouden we al een stuk verder staan. De internationale samenwerking die minister De Block zoekt, is daarom een stap in de goede richting. Omdat gezondheid een mensenrecht is, zou een innovatief geneesmiddel vanaf lancering beschikbaar moeten zijn aan de werkelijke productiekost. Dit scenario is noch utopisch, noch dystopisch: de tijd is er zelfs rijp voor, zegt ook de wereldtop van de adviesbureaus voor de farmaceutische sector aan wie het idee werd voorgesteld. Er zijn zelfs ondernemingen die overwegen om ermee te experimenteren. De keuze van de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen zou dus beter gestuurd worden door de overheid: zij beslist dan welke therapeutische ontwikkelingen moeten plaatsgrijpen. Dat is geen planeconomie maar verstandig gestuurde innovatie, omdat de concurrentie tussen ondernemingen voor het beste geneesmiddel onaangetast blijft. Het gebeurde in de geschiedenis al toen antibiotica voor het eerst ontwikkeld werd, en de overheid 'de oorlog verklaarde' aan de dodelijke infecties die de soldaten in het begin van de vorige eeuw troffen. Het is tijd om de farmaceutische industrie de eenentwintigste eeuw binnen te loodsen.