Momenteel stijgt de gezondheidsongelijkheid. Dat betekent dat diegenen die gezond zijn of gezonder worden, vaker mensen zijn die in een geprivilegieerde situatie leven. Zij bezitten financieel voldoende middelen, ervaren onderwijs en tewerkstelling positief en voelen zich niet vaak gediscrimineerd.

Mensen in minder geprivilegieerde situaties ervaren minder gezondheidswinst. Hun levensstijl en ook hun levensomstandigheden zijn vaak ongezonder. En dat om onnoemlijk veel redenen. Binnen deze diverse groep zien we een hoog aantal rokers, mensen met gebrekkige mondzorg, mensen die werken in ongezonde omstandigheden

Gaat het in die richting verder met gezondheidsbevordering dan zullen bepaalde ongezonde gedragingen zich bijna uitsluitend voordoen bij minder geprivilegieerde groepen. We zien nu gedrag, zoals veel frisdrank drinken of niet deelnemen aan bevolkingsonderzoeken, in alle sociale groepen. Maar dit zou zo kunnen evolueren dat het voornamelijk of zelfs enkel bij minder geprivilegieerde groepen voorkomt. Zij zullen ernstigere risico's lopen om dat ongezond gedrag te (blijven) vertonen. Ze zullen terugvallen op een slechtere kwaliteit van leven, vaak meer en ernstiger last hebben wanneer ze ziek zijn en vroeger sterven.

De gezondheidsongelijkheid neemt helaas toe.

Het gevaar schuilt niet alleen in de fysieke gezondheid. Ook sociale en mentale gezondheid is eraan gelinkt. De afstand tussen sociale groepen wordt versterkt door bepaalde uiterlijk waarneembare gedragingen die we koppelen aan gezond en ongezond, positief en negatief. Denk aan roken, fastfood eten ... Wanneer we aan de hand van iets alledaags als onze winkelkar verschillen benadrukken, ontstaat een wij-zij denken. De schaamte die dat met zich kan meebrengen voor diegenen die het ongezond gedrag vertonen, is schadelijk. De veronderstellingen die worden gemaakt, wanneer iemands tanden niet hagelwit in een perfecte rij staan, leiden ertoe dat de stap om hulp te zoeken vergroot. Bovendien zal die persoon, wanneer die hulp zoekt, er vooral mensen treffen van wie de mondproblemen ogenschijnlijk futiel zijn ten opzichte van zijn situatie. Wat de gêne en het stigma alleen maar versterkt.

Het gevaar zit ook in een maatschappij die zijn ogen daarvoor sluit. Die het probleem onder de mat veegt en dat goedpraat aan de hand van de lage of dalende globale prevalentie. Dat kan samengaan met een discours vanuit een schuldmodel. Waarbij ongezond gedrag een doelbewuste keuze lijkt van bepaalde mensen of groepen mensen. Denk aan de discussies over rokers die al dan niet hun eigen zorgkosten zouden moeten betalen.

Vandaag, na 30 jaar gezondheidsbevordering, zijn we niet op dat punt. We doen ons uiterste best om bij projecten zo te handelen dat we ook die mensen kunnen bereiken voor wie het ongezonde gedrag het moeilijkst aan te passen is. Diegenen die drempels ervaren in de omstandigheden waarin ze opgroeiden en leven. Zo ondersteunen we sociale voedselvoorzieningen rond gezonde voeding, toetsten we de geluksdriehoek van tevoren ook af bij mensen in een maatschappelijk kwetsbare situatie, starten we participatieve projecten over de sociale norm rond tabak ook op in kwetsbare buurten ... Op die manier proberen we dat scenario te vermijden.

Tegelijk zien we dat zo'n ondersteuning extra middelen en tijd vraagt. Omdat we beleidsdomeinen nog meer moeten laten samenwerken, omdat het gelinkt is aan grotere maatschappelijke problemen zoals gelijke kansen in het onderwijs, omdat we een beroep doen op de beperkte mentale bandbreedte die er is bij zij die zoveel watertjes doorzwommen maar het water nog steeds aan de lippen voelen.

Een verjaardag is ook altijd een moment om vooruit te blikken. Dat doen we naar een toekomst waar de gezondheidsongelijkheid verkleint. Waar we merken dat maatschappelijk kwetsbare groepen zich ondersteund voelen door gezondheidsbevordering en waar er ook wordt gefocust op de omstandigheden die bepaald gedrag stimuleren of net ontmoedigen. Bijvoorbeeld een toeslag die gezonde producten zoals groenten en fruit goedkoper maakt. Als we onze krachten bundelen, kunnen we daarin slagen. Daar geloven we in.

Daarom vragen we uw alertheid om ongelijkheid aan de kaak te stellen, uw burgerzin om zo te handelen dat -- wat uw job, buurt of machtsmiddel ook is -- een gezond leven voor iedereen toegankelijk wordt.

Momenteel stijgt de gezondheidsongelijkheid. Dat betekent dat diegenen die gezond zijn of gezonder worden, vaker mensen zijn die in een geprivilegieerde situatie leven. Zij bezitten financieel voldoende middelen, ervaren onderwijs en tewerkstelling positief en voelen zich niet vaak gediscrimineerd.Mensen in minder geprivilegieerde situaties ervaren minder gezondheidswinst. Hun levensstijl en ook hun levensomstandigheden zijn vaak ongezonder. En dat om onnoemlijk veel redenen. Binnen deze diverse groep zien we een hoog aantal rokers, mensen met gebrekkige mondzorg, mensen die werken in ongezonde omstandigheden Gaat het in die richting verder met gezondheidsbevordering dan zullen bepaalde ongezonde gedragingen zich bijna uitsluitend voordoen bij minder geprivilegieerde groepen. We zien nu gedrag, zoals veel frisdrank drinken of niet deelnemen aan bevolkingsonderzoeken, in alle sociale groepen. Maar dit zou zo kunnen evolueren dat het voornamelijk of zelfs enkel bij minder geprivilegieerde groepen voorkomt. Zij zullen ernstigere risico's lopen om dat ongezond gedrag te (blijven) vertonen. Ze zullen terugvallen op een slechtere kwaliteit van leven, vaak meer en ernstiger last hebben wanneer ze ziek zijn en vroeger sterven.Het gevaar schuilt niet alleen in de fysieke gezondheid. Ook sociale en mentale gezondheid is eraan gelinkt. De afstand tussen sociale groepen wordt versterkt door bepaalde uiterlijk waarneembare gedragingen die we koppelen aan gezond en ongezond, positief en negatief. Denk aan roken, fastfood eten ... Wanneer we aan de hand van iets alledaags als onze winkelkar verschillen benadrukken, ontstaat een wij-zij denken. De schaamte die dat met zich kan meebrengen voor diegenen die het ongezond gedrag vertonen, is schadelijk. De veronderstellingen die worden gemaakt, wanneer iemands tanden niet hagelwit in een perfecte rij staan, leiden ertoe dat de stap om hulp te zoeken vergroot. Bovendien zal die persoon, wanneer die hulp zoekt, er vooral mensen treffen van wie de mondproblemen ogenschijnlijk futiel zijn ten opzichte van zijn situatie. Wat de gêne en het stigma alleen maar versterkt.Het gevaar zit ook in een maatschappij die zijn ogen daarvoor sluit. Die het probleem onder de mat veegt en dat goedpraat aan de hand van de lage of dalende globale prevalentie. Dat kan samengaan met een discours vanuit een schuldmodel. Waarbij ongezond gedrag een doelbewuste keuze lijkt van bepaalde mensen of groepen mensen. Denk aan de discussies over rokers die al dan niet hun eigen zorgkosten zouden moeten betalen.Vandaag, na 30 jaar gezondheidsbevordering, zijn we niet op dat punt. We doen ons uiterste best om bij projecten zo te handelen dat we ook die mensen kunnen bereiken voor wie het ongezonde gedrag het moeilijkst aan te passen is. Diegenen die drempels ervaren in de omstandigheden waarin ze opgroeiden en leven. Zo ondersteunen we sociale voedselvoorzieningen rond gezonde voeding, toetsten we de geluksdriehoek van tevoren ook af bij mensen in een maatschappelijk kwetsbare situatie, starten we participatieve projecten over de sociale norm rond tabak ook op in kwetsbare buurten ... Op die manier proberen we dat scenario te vermijden. Tegelijk zien we dat zo'n ondersteuning extra middelen en tijd vraagt. Omdat we beleidsdomeinen nog meer moeten laten samenwerken, omdat het gelinkt is aan grotere maatschappelijke problemen zoals gelijke kansen in het onderwijs, omdat we een beroep doen op de beperkte mentale bandbreedte die er is bij zij die zoveel watertjes doorzwommen maar het water nog steeds aan de lippen voelen.Een verjaardag is ook altijd een moment om vooruit te blikken. Dat doen we naar een toekomst waar de gezondheidsongelijkheid verkleint. Waar we merken dat maatschappelijk kwetsbare groepen zich ondersteund voelen door gezondheidsbevordering en waar er ook wordt gefocust op de omstandigheden die bepaald gedrag stimuleren of net ontmoedigen. Bijvoorbeeld een toeslag die gezonde producten zoals groenten en fruit goedkoper maakt. Als we onze krachten bundelen, kunnen we daarin slagen. Daar geloven we in.Daarom vragen we uw alertheid om ongelijkheid aan de kaak te stellen, uw burgerzin om zo te handelen dat -- wat uw job, buurt of machtsmiddel ook is -- een gezond leven voor iedereen toegankelijk wordt.