Natuurlijk heeft de winter nadelen. Het is donker en koud en de winterse neerslag is allesbehalve aangenaam. Toch is fietsen in de winter vooral een mentale kwestie. Als je eenmaal vertrokken bent en de juiste kleren aanhebt, valt het best mee. Plezier maken in moeilijke omstandigheden draait vooral om een goede voorbereiding.
...

Natuurlijk heeft de winter nadelen. Het is donker en koud en de winterse neerslag is allesbehalve aangenaam. Toch is fietsen in de winter vooral een mentale kwestie. Als je eenmaal vertrokken bent en de juiste kleren aanhebt, valt het best mee. Plezier maken in moeilijke omstandigheden draait vooral om een goede voorbereiding. Voor fietsers met ambitieuze plannen zijn er overigens goede redenen om de fiets niet aan de haak te hangen. De basisconditie voor de zomer leg je in de winter. Doe je in het koude seizoen weinig of niets, dan ga je er onherroepelijk op achteruit. Ga je pas vanaf de eerste mooie dagen weer fietsen, dan begin je met een achterstand, die je pas tegen het einde van de zomer weggefietst hebt. Voor jonge mensen valt de heropbouw nog mee, maar hoe verder de 50 voorbij, hoe sneller stilzitten afgestraft wordt door conditieverlies en hoe moeilijker het wordt om dat verlies weer goed te maken. Weet je van jezelf dat trouw blijven aan je plannen in je eentje niet zal lukken, dan is aansluiten bij een fietsclub misschien een goed idee. Het programma brengt regelmaat, en in groep fietsen, maakt volhouden makkelijker. Bovendien is instappen in de winter vaak eenvoudiger omdat doorgaans rustiger gefietst wordt dan in de zomer, wanneer de haantjes het tempo bepalen. In een club steek je soms ook veel op van de meer ervaren fietsers, bijvoorbeeld over verantwoorde trainingsopbouw. De trainingsleer is de laatste jaren sterk geëvolueerd. Vroeger focuste die op uren in het zadel zitten en eindeloze trainingsritten. Je moet uiteraard kilometers maken wil je lange ritten tot een goed einde brengen, maar ook met korte, intensieve intervaltrainingen kun je snel veel vorderingen maken. Het komt erop aan intelligent te trainen en niet blind te geloven wat je zoal hoort. Wees kritisch, vraag verder na en zoek op. Koester je sportieve ambities, streef progressie na en vraag desnoods begeleiding van specialisten. Er zijn goede redenen om winterbanden te overwegen, zeker als je de hele winter blijft fietsen. Dat geldt ook voor stadsfietsen en elektrische fietsen. Bredere banden met een dieper profiel, zoals lichte mountain-bikebanden of banden van trekkingsfietsen, bieden meer grip op het wegdek en dus ook meer remkracht, en verlagen het slipgevaar. Of je fiets geschikt is voor bredere banden, vraag je het best aan je fietsenmaker. Er moet genoeg ruimte overblijven tussen banden, spatborden en kader, zodat geen slijtage kan optreden en sneeuw en modder zich niet ophopen. Hij kan ook advies geven over het type van banden, want hun rubbermengsel maakt sommige meer geschikt voor de winter dan andere (meer greep en remkracht en minder slipgevaar). Voor de prijs hoef je het niet te laten, want in het warmere seizoen kun je weer overschakelen naar zomerbanden, net zoals veel mensen voor de wagen doen. Verder doe je er goed aan je banden minder hard op te pompen. Een wat lagere druk vergroot het raakoppervlak met het wegdek en verkleint het risico op wegglijden. Ga niet lager dan de laagste waarde die op de zijkant van de band aangegeven staat, want dan neemt het gevaar van lek rijden toe, maar ook het risico dat je band in een bocht vervormt, loskomt en jij onderuit gaat. Vraag desnoods aan je fietsenmaker waar die waarden te vinden zijn. Bij ijs en hard aangereden sneeuw zijn spijkerbanden de enige uitweg. Het lijkt een gek idee in onze streken, waar het meestal slechts enkele dagen of weken per jaar stevig wintert. Maar met spijkerbanden rij je vlot over ijs en hard aangereden sneeuwplekken heen, en ook op sneeuw- en ijsvrije wegen zijn ze veilig. Minpunten zijn de lawaaierigheid en de grotere rolweerstand, waardoor je iets harder moet trappen. Voor avontuurlijke tochten in zware omstandigheden kies je het best banden met veel spijkers. Voor de wet is er geen probleem: fietsers mogen altijd met spijkerbanden rijden. Voor snelle pedelecs is de toestand nog onduidelijk. Dan zijn er nog de fatbikes, mountain-bikes met 10 tot 12 centimeter brede banden waarmee je vlot over zand, modder en sneeuw rijdt. Ze vormen een categorie apart, want ze lenen zich minder voor het gewone winkel- en woon-werkverkeer, maar des te meer voor avontuur. Voor elektrische fietsen en vooral hun batterijen creëert de winter extra uitdagingen. Een batterij werkt het best bij temperaturen tussen 20 en 25°C, vanaf 10°C en lager nemen haar prestaties snel af en krimpt de actieradius in. Je kunt er wel wat tegen ondernemen. Neem de batterij zoveel mogelijk mee binnen, en doe dat zeker als de fiets lang buiten of in een kil lokaal moet staan, bijvoorbeeld bij een avondje uit met vrienden of op een fietsenparking aan het station of de bioscoop. Je wilt niet laat op de avond op de sukkel raken in het donker met een platte batterij. Tijdens lange verplaatsingen kun je de batterij wat langer warm houden met isolerende overtrekjes van neopreen. Er bestaan ook overtrekjes die de elektrische motoren beschermen tegen warmteverlies, wat hun rendement ten goede komt. Verwacht geen wonderen. Denk er ook aan dat oude batterijen extra gevoelig zijn voor koude. Te weinig zorg is de voornaamste oorzaak van problemen met elektrische fietsen in het voorjaar. Vaak parkeren mensen hun fiets na een laatste tochtje in een (koude) bergplaats en vergeten ze hem de rest van de winter. Ben je van plan een poosje niet te fietsen, haal dan de batterij van de fiets, laad ze op tot ongeveer 75 % en leg ze op een warme plaats in huis, het liefst op kamertemperatuur en zeker vorstvrij. Ingebouwde batterijen die je niet uit de fiets kunt halen, moet je na elke rit onmiddellijk opladen. Ongebruikte batterijen laad je elke 3 maanden bij. Fietslichten houden het iets minder lang uit in de koude, maar vooral elektronica zoals navigatietoestellen, smartphones en sportcomputers kunnen er erg onder lijden. Ze werken trager en vallen soms helemaal stil. Avontuurlijke fietsers die afgelegen streken opzoeken, doen er goed aan zich daarop voor te bereiden. Laat je elektronische toestellen bij felle kou nooit op de fiets zitten bij een langere stop. Neem ze mee binnen of steek ze in je binnenzak. Een andere oplossing is een naafdynamo, waarmee je rechtstreeks stroom aan deze toestellen levert en zelfs hun batterijen kunt opladen.