'Wat heb jij een mooi jurkje aan, Cathy.''Deze vod? Die heb ik ergens uit een soldenrek gevist.''Echt? In elk geval veel mooier dan dat broekpak dat je zus vorige week aanhad.'
...

'Wat heb jij een mooi jurkje aan, Cathy.''Deze vod? Die heb ik ergens uit een soldenrek gevist.''Echt? In elk geval veel mooier dan dat broekpak dat je zus vorige week aanhad.''Merci. Maar jij ziet er ook stralend uit hoor.'In dit doordeweekse gesprekje zondigen Cathy en haar vriendin tegen elke basisregel van de complimenteerkunst, lacht Hans Poortvliet. Hij is een van de auteurs van Het groot complimentenboek én de 'uitvinder' van de Nederlandse en internationale Complimentendag. 'Complimentendag wordt elk jaar populairder. Waarschijnlijk ook omdat de media het zo'n verademing vinden, twee weken na het commerciëlere Valentijn. En ja, het lijkt misschien geforceerd. Maar de overige 364 dagen van het jaar lijken wel kritiekdag. Ik beschouw het graag als een geheugensteuntje: op die ene dag worden we eraan herinnerd dat het ook anders kan.' Complimenten geven zit niet in onze volksaard. 'In Nederland heeft dat waarschijnlijk iets met het calvinisme te maken, maar ook in Vlaanderen is er toch een bepaalde nuchterheid', vertelt Poortvliet. 'Doe maar gewoon, dat is al gek genoeg. En wees vooral niet trots op wat je doet, het is de normaalste zaak ter wereld. Als we dan toch een compliment krijgen, zakken we bijna door de grond van schaamte. Of we beginnen ons meteen te excuseren. Als onze inzet becomplimenteerd wordt, zeggen we 'dat iedereen dat toch zou doen'. Zo geven we - onbedoeld - een mooi cadeautje terug en dat is jammer. Zeg gewoon dankjewel, dat is ruim voldoende.' Hoewel veel mensen er niet mee om kunnen, vullen complimenten een diepmenselijke behoefte in, weet Poortvliet. 'Het is een van de basisregels uit de psychologie: elke mens hunkert naar waardering en aandacht, vanaf de geboorte. Als je twijfelt om iemand een compliment te geven, bedenk dan dat het misschien het enige aardige is wat die persoon vandaag hoort.' Goed dan, tijd voor een spoedcursus. Regel 1: een compliment moet oprecht zijn. 'Dat hoor ik heel vaak', zegt Poortvliet. 'En het klopt natuurlijk. Maar als we kritiek krijgen, stellen we ons nooit de vraag of die oprecht is. Dat slikken we gewoon. Terwijl we bij complimenten altijd twijfelen. Daardoor durven mensen soms geen compliment te geven: ze zijn bang om voor slijmbal of donjuan te worden versleten. Heel jammer, en zelf trek ik me er niks van aan. Als ik een vrouw - of man - zie met een prachtige jas of een geweldige auto, dan zeg ik dat gewoon. Als iemand dat anders wil opvatten, het zij zo.' Poortvliet formuleert deze regel dus liever anders: een compliment mag geen bijbedoelingen hebben. 'Als je baas zegt dat hij het geweldig vindt dat je opdracht zo snel klaar is, maar er vervolgens vlug aan toevoegt dat hij die nieuwe opdracht minstens even snel verwacht, is dat geen geslaagd compliment. Het moet een blijk van oprechte waardering zijn. Nogmaals: bij kritiek hebben we daar zelden moeite mee. Hoe vaak hoor je klanten op restaurant niet verzuchten dat de service om te huilen is, terwijl je bijna nooit het omgekeerde hoort.' Het lijkt logisch, maar complimenten mogen ook geen verscholen kritiek zijn. Zeggen 'dat deze jurk veel mooier is dan die van je zus' is geen goed idee. Regel 2: een compliment moet specifiek zijn. Zomaar verkondigen dat iemand er goed uitziet, mist meestal zijn effect. 'Zeg dat die blauwe jurk zo mooi bij haar ogen past. Of vertel dat die opdracht perfect uitgevoerd was, net zoals de klant het verwacht', aldus Poortvliet. 'Al kunnen goedbedoelde, concrete complimenten ook verkeerd uitdraaien. Een barista in een koffiebar toevertrouwen dat hij heerlijke koffie zet, is prima. Maar hetzelfde zeggen tegen een collega die gewoon op een knopje heeft gedrukt, komt heel fout over. Dan kun je wél zeggen hoe fijn je het vindt dat die collega altijd voor jou koffie gaat halen.' En complimenten kennen ook geen rang of stand. 'Er is zo'n "regel" dat je enkel complimenten mag geven aan mensen die lager in de hiërarchie staan. Maar waarom zou de poetsvrouw geen compliment mogen geven aan de ceo, omdat die zo'n fijne nieuwjaarsspeech heeft gegeven? Iedereen vindt het leuk om dat te horen.'