Of we dit gesprek al staande kunnen voeren, vraagt professor Gaëtane Stassijns. 'Dat is beter voor de rug.' Het diensthoofd fysische geneeskunde en revalidatie in het UZA haalt er twee statieven bij, speciaal ontworpen om een corrigerend duwtje in de onderrug te geven. 'Om te vermijden dat onze houding verzwakt en we uiteindelijk toch weer gaan doorzakken.' Ze schopt ook haar hakken aan de kant. 'Een hakje mag, maar hoge hakken zijn moordend voor de rug. Eigenlijk moeten we terugkeren naar traditioneel schoeisel, denk aan Indiase sandalen waarvan de zool niet meer dan een dun, lederen lapje is. Lopen is vandaag te makkelijk, we hoeven geen enkele moeite meer te doen. Stap maar eens op blote voeten en met je ogen dicht door de tuin. Dan zul je merken dat je constant uit evenwicht wordt gebracht en je je houding moet corrigeren, waarbij je vaak ongebruikte spieren aanspreekt. Dat is heel heilzaam voor de rug, tenminste als je geen voetafwijkingen of artrose hebt.'
...

Of we dit gesprek al staande kunnen voeren, vraagt professor Gaëtane Stassijns. 'Dat is beter voor de rug.' Het diensthoofd fysische geneeskunde en revalidatie in het UZA haalt er twee statieven bij, speciaal ontworpen om een corrigerend duwtje in de onderrug te geven. 'Om te vermijden dat onze houding verzwakt en we uiteindelijk toch weer gaan doorzakken.' Ze schopt ook haar hakken aan de kant. 'Een hakje mag, maar hoge hakken zijn moordend voor de rug. Eigenlijk moeten we terugkeren naar traditioneel schoeisel, denk aan Indiase sandalen waarvan de zool niet meer dan een dun, lederen lapje is. Lopen is vandaag te makkelijk, we hoeven geen enkele moeite meer te doen. Stap maar eens op blote voeten en met je ogen dicht door de tuin. Dan zul je merken dat je constant uit evenwicht wordt gebracht en je je houding moet corrigeren, waarbij je vaak ongebruikte spieren aanspreekt. Dat is heel heilzaam voor de rug, tenminste als je geen voetafwijkingen of artrose hebt.' Gaëtane Stassijns: Veel mensen hebben een zittend beroep en zitten is heel belastend voor de rug. De druk op de tussenwervelschijven is in zithouding veel groter dan in staande houding. Ik zie in mijn praktijk helaas ook steeds meer tieners met rugklachten. Ook pubers bewegen minder dan vroeger en ze nemen bij het gamen of tv-kijken ook zelden de correcte zithouding aan. Het zou niet slecht zijn om enige basiskennis over de rug mee te geven op school. Al is informeren maar één deel van het verhaal. Je moet automatismen aanleren en het vooral zo makkelijk mogelijk maken om bijvoorbeeld ook op de werkplek genoeg te bewegen. Stassijns: Inderdaad. Denk aan rechtopstaand vergaderen. In Nederland kijkt niemand daar nog van op en stilaan sijpelt dat idee ook bij ons door. Je kunt ook gerust al wandelend vergaderen, wat tot kortere meetings leidt waarin geen uren naast de kwestie gepalaverd wordt. Werkgevers kunnen ook investeren in bureaus met een loopband, of een fiets. Taken waarvoor je al je concentratie nodig hebt, doe je nog altijd beter aan je normale bureau. Maar telefoongesprekken bijvoorbeeld probeer ik zo veel mogelijk op een hometrainer te voeren. In een laag tempo weliswaar. Je hoeft echt geen triatlon af te werken tijdens de kantooruren. Stassijns: We zijn gemaakt om te bewegen, niet om acht uur per dag op een stoel te zitten. Maar ook niet om acht uur ononderbroken stil te staan, want dan ga je op den duur doorzakken en komt de rug ook onder druk. Je moet vooral naar afwisseling streven. Hetzelfde met de zitbal, of de Zweedse stoel (waarbij je op je knieën en schenen steunt, nvdr). Goed als variatie, maar gebruik die vooral niet de hele dag. Door het afhellende vlak van de Zweedse stoel zit je mooi rechtop, maar omdat die geen leuning heeft, verzwakt je houding na een poosje toch weer. Stassijns: Ja, want door iemand langdurig thuis te houden, duw je hem in de richting van chronische rugpijn: de kans op definitief herstel wordt steeds kleiner. Na drie maanden ziekteverlof kan de drempel om weer aan de slag te gaan voor sommigen al te hoog zijn. Heel wat ruglijders die langdurig thuis zitten, brengen hun hele dag voor de tv door. Als zitten het nieuwe roken is, dan spreken we zeker van twee pakjes per dag. Wie werkt, desnoods halftijds of met een aangepast takenpakket, beweegt als vanzelf meer. Bij 80 à 85 procent van de rugpatiënten is er geen duidelijke reden voor hun pijn te vinden, zij vallen onder de 'aspecifieke rugklachten'. Als die mensen op consult komen, zijn ze vaak ongerust of zelfs angstig. Ze denken: als iets zo veel pijn doet, moet er wel wat ernstigs aan de hand zijn. Maar aspecifieke rugpijn is niet onrustwekkend en verdwijnt meestal na zes tot acht weken vanzelf. Die patiënten maken we al vanaf het eerste gesprek duidelijk dat ze actief móéten blijven. Anders dreigen ze ten prooi te vallen aan kinesiofobie, de angst om te bewegen. En wie te lang met die angst rondloopt, heeft een groter risico om chronische rugpijn te ontwikkelen. Stassijns: Wie ervan overtuigd lijkt dat werken, of zelfs maar bewegen, nog meer schade kan toebrengen, is een kanshebber op chroniciteit. En dat is niet alleen heel vervelend voor de patiënt, het kost de maatschappij ook handenvol geld. We moeten meer oog hebben voor context. Wie om de haverklap bij de arts van de verzekering op controle moet, wordt constant herinnerd aan zijn pijn. Die patiënt komt in een vicieuze cirkel terecht. Vaak kan hij pas echt aan zijn herstel beginnen als die problemen achter hem liggen. Uiteraard kan ook stress meespelen. Wie stress heeft, omdat hij op het werk gepest wordt bijvoorbeeld, loopt de hele dag met verkrampte spieren rond. Zelfs een overbodige CT- of NMR-scan kan een patiënt met 'banale' rugpijn richting chronische pijn duwen. Stassijns: Met een scan vinden we, zeker bij 40-plussers, altijd wel iets. Elke rug heeft een of andere afwijking, maar daarom is die nog niet verantwoordelijk voor de pijn. De kans dat je iemand met zo'n scan angstig maakt, is groter dan de kans dat je hem ermee helpt te genezen. Zulke medische beeldvorming is wél nodig als je een onderliggende oorzaak wilt uitsluiten: een geknelde zenuw bijvoorbeeld, of een tumor. Stassijns: Stilaan lijken alle neuzen dezelfde kant op te wijzen. We proberen lage rugpijn steeds minder te verklaren op anatomisch niveau en dat maakt scans in de meeste gevallen irrelevant. Want zelfs al stel je een discushernia vast bij een patiënt, dan nog weet je niet of die de pijn veroorzaakt. Als ik straks aan de ingang van het UZA de eerste honderd bezoekers scan, is de kans groot dat dertig van hen een hernia hebben, zonder dat ze er enige last van ondervinden. Bovendien verandert een scan toch niks aan de standaardbehandeling van lage rugpijn: zorgen dat je in beweging blijft, en oefentherapie. Stassijns: Het is een hardnekkig misverstand dat we bij rugpijn het best sit-ups kunnen doen om onze buikspieren te trainen. Dat is een veel te eenzijdige training, want we hebben doorgaans zwakkere rugspieren dan buikspieren. Core stability gaat daarentegen over je diafragma, buik-, rug- en bekkenbodemspieren. Het doel is alle spieren van de romp te versterken, en zeker de kleinere spieren, dicht bij de rug, zodat die een soort natuurlijk korset vormen. Het zijn die kleine spieren dicht bij de wervelzuil die voor stabiliteit zorgen. Wie fysieke arbeid verricht, traint die spieren vaak vanzelf. Maar voor wie een kantoorbaan heeft, zijn die oefeningen zeker aan te raden. Simpele oefeningen, die de kinesist je vrij makkelijk kan aanleren. Ik geef toe dat we er nog steeds niet uit zijn welke vorm van oefentherapie de meest geschikte is, maar dat core-stabilitytraining werkt, zie ik elke week in de praktijk. Het UZA begeleidt ook de Koninklijke Balletschool Antwerpen en sinds we daar enkele jaren terug de basisprincipes introduceerden, zien we opvallend minder kwetsuren. Stassijns: Ik wil geen steen werpen naar mijn collega's in de chirurgie, maar er wordt te veel geopereerd op rugpatiënten. Waarom zou je een hernia zonder complicaties meteen opereren? Nog veel te weinig wordt de patiënt duidelijk gemaakt dat er 80 procent kans is dat die hernia spontaan verdwijnt binnen het jaar. Zou hij dan nog altijd onder het mes willen gaan? De verantwoordelijkheid voor lage rugpijn wordt vandaag nogal makkelijk bij de arts gelegd, terwijl die bij de patiënt moet liggen. Je moet aandacht besteden aan je houding, je spieren trainen en eventueel wat doen aan je overgewicht. En als je dat allemaal negeert, kun je niet verwachten dat een pijnstillertje al je problemen oplost. Stassijns: Zover zou ik niet gaan. Al is het effect van pijnstillers soms teleurstellend vanuit het perspectief van de patiënt. Vandaag bevelen we eerder ontstekingsremmers aan, maar dat moet van geval tot geval bekeken worden met de arts. Ik hamer dan wel op de eigen verantwoordelijkheid van de patiënt, maar dat betekent niet dat hij geen hulp mag krijgen. Stassijns: Dat er zo veel behandelingen en hulpmiddelen zijn, komt ook omdat we er vaak het fijne nog niet van weten. Voor zo'n courante aandoening als rugpijn is het haast schrijnend hoe weinig degelijke studies er voorhanden zijn. De farmaceutische wereld staat niet te springen om onderzoek te sponsoren - er wordt nu eenmaal weinig nieuwe medicatie ontwikkeld - en rugpijn hééft ook zeer diverse oorzaken. Stassijns: Zeker. Al kan een korset in zeer specifieke gevallen nuttig zijn. Stassijns: Ze zijn ongetwijfeld zeer aangenaam, maar ik betwijfel of ze rugklachten kunnen verhelpen. Ik heb ze ook nooit aangeraden. Ach, vandaag is het de andullatiematras, twintig jaar terug was het het waterbed. Dat was ook aangenaam en warm, maar het gaf absoluut géén steun aan die pijnlijke rug. Natuurlijk is een goede slaaphouding belangrijk: zeker niet op je buik, het liefst op je zij, met je onderste been wat onder het andere geplooid. Je wervelkolom moet één horizontale lijn vormen wanneer je slaapt, zodat de zware zones - schouder en heup - wat dieper kunnen inzakken. Daarvoor heb je een goede matras nodig, en die hoeft echt geen fortuin te kosten.