Wat zullen we mekaar binnenkort steevast toewensen? Juist, een goede gezondheid! En dat is niet verwonderlijk, want gezondheid is voor velen het hoogste goed. Wanneer we gezond zijn functioneren we beter, voelen we ons beter, nemen we meer deel aan de samenleving en hebben we meer kansen om duurzaam gelukkig te zijn.

Zorg voor die gezondheid is overigens een mensenrecht. In de universele verklaring voor de rechten van de mens vinden we dat iedereen recht heeft op een goede zorg voor zijn of haar gezondheid. Het is dan ook normaal dat we als samenleving én met overheidsgeld een gezondheidssysteem uitbouwen dat ervoor zorgt dat we dit fundamenteel recht kunnen naleven. Zo'n systeem maakt het mogelijk dat we de beste zorgen krijgen om te kunnen genezen als we ziek zijn, dat onze kwaliteit van leven zo goed mogelijk blijft wanneer we niet meer kunnen genezen, en natuurlijk ook dat we een zo klein mogelijke kans hebben om ziek te worden.

'Besparen in preventieve gezondheidszorg? Kortzichtige budgettaire logica ondergraaft samenleving van de toekomst'

Voor dat laatste doel bestaat de zogenaamde gezondheidspromotie: het proactief inwerken op alle factoren die onze gezondheid kunnen beïnvloeden. Het doel: mensen zo lang mogelijk gezond houden. En dat is niet eenvoudig. Sommigen onder ons kiezen op eigen kracht om meer te bewegen, gezonder te eten en te drinken en respectvol en vriendelijk met anderen om te gaan, maar velen hebben daartoe meer informatie, begeleiding en ondersteuning nodig. Dat vraagt inspanningen van specialisten in de materie en... geld.

Nu blijkt dat ons land juist op dit vlak niet zo goed scoort. Enkele jaren geleden publiceerden onderzoekers uit Rotterdam een beoordeling van de mate waarin landen erin slagen om gezonde voeding en lichaamsbeweging te promoten, een anti-tabak beleid te voeren, een alcoholplan uit te werken,... Daar kwamen we nogal bekaaid uit. De Scandinavische landen leidden de dans, gevolgd door Nederland, diverse andere landen, en wij bengelden ergens net onder de middenmoot, net voor het gros van de Oost-Europese landen. Wat ligt daar aan de oorzaak? Heel simpel: een beleid dat niet voluit de kaart trekt van gezondheidspromotie en er onvoldoende in investeert.

Nochtans tonen andere studies dan weer aan dat, van alle investeringen die men kan doen in het domein van ziekte en gezondheid, proactieve gezondheidspromotie juist het meeste oplevert per geïnvesteerde euro. We hebben hier dus te maken met een domein waarvan men weet dat elke euro goed besteed is en waarin we momenteel te weinig investeren. De specialisten in gezondheidspromotie leveren puik werk, maar door de onderfinanciering kan men bijlange niet de hele bevolking bereiken. Vooral mensen die het sociaaleconomisch moeilijk hebben, zijn de dupe.

Heeft de minister dan geen visie omtrent gezondheidsbeleid? Toch wel: zijn beleidstekst bulkt van inzicht en goede voornemens

Binnen deze context was het dan ook normaal dat iedereen die van dichtbij of zelfs van wat verderaf betrokken is bij de gezondheidspromotie van zijn of haar stoel viel toen minister Beke de lineaire besparingen in dit domein aankondigde.

Wat is er aan de hand? Heeft de minister dan geen visie omtrent gezondheidsbeleid? Toch wel: zijn beleidstekst bulkt van inzicht en goede voornemens, en vermeldt ook duidelijk dat meer investeren in preventie leidt tot gezondheidswinst, tot minder uitgaven in de gezondheidszorg en tot meer productieve en actieve mensen. De minister gaat ook voluit voor de zogenaamde 'health is in all policies'-aanpak, gezondheid als verantwoordelijkheid van alle beleidsdomeinen. Het verhaal hierachter is dat de meesten onder ons doordeweeks in verschillende levensdomeinen vertoeven: op school, op het werk, in de sport- of vrije tijdsclub, thuis,.... De manier waarop we in al die domeinen worden gemotiveerd en geïnformeerd, de mate waarin we op een niet-dwingende manier aangezet worden om meer te bewegen, gezonder te eten, beter en met meer respect met mekaar om te gaan, ons niet laten leiden tot verslavingen, bepaalt onze lichamelijke en geestelijke gezondheid. De minister onderschrijft zo'n beleid, en dat is prima.

De vraag naar meer geld in gezondheidspromotie is geen vraag naar een meeruitgave, maar een vraag naar investeren in de toekomst

Heeft men zich dan vergist? Was er een cel in een Excel file waarin '-6%' stond en heeft iemand die per ongeluk aangeklikt en de muis gesleept? Zou gekund hebben. Maar nee, we weten intussen beter: het was een simpele ordinaire lineaire maatregel onder de kortetermijndruk van de begroting.

'Iedereen wil meer geld' hoor ik dan vanuit het beleid. En dat klopt. Ik heb nog niet vaak gezien dat een bepaalde belangengroep minder geld komt vragen. Maar de ene vraag is al meer gerechtvaardigd dan de andere, en - nogmaals - de vraag naar meer geld in gezondheidspromotie is geen vraag naar een meeruitgave, maar een vraag naar investeren in de toekomst. En er is geld om te investeren. Het zit gewoon in de verkeerde handen, is onrechtvaardig verdeeld, of wordt ingezet voor de foute doelen. Wanneer men bovendien jaar in jaar uit een kortzichtige budgettaire logica volgt zonder zich te bekommeren over de langetermijngevolgen ervan, dan ondergraaft men het gezondheidssysteem van de toekomst en bij uitbreiding de samenleving.

Lieven Annemans is gewoon hoogleraar in de gezondheids-en welzijnseconomie aan de UGent

Wat zullen we mekaar binnenkort steevast toewensen? Juist, een goede gezondheid! En dat is niet verwonderlijk, want gezondheid is voor velen het hoogste goed. Wanneer we gezond zijn functioneren we beter, voelen we ons beter, nemen we meer deel aan de samenleving en hebben we meer kansen om duurzaam gelukkig te zijn.Zorg voor die gezondheid is overigens een mensenrecht. In de universele verklaring voor de rechten van de mens vinden we dat iedereen recht heeft op een goede zorg voor zijn of haar gezondheid. Het is dan ook normaal dat we als samenleving én met overheidsgeld een gezondheidssysteem uitbouwen dat ervoor zorgt dat we dit fundamenteel recht kunnen naleven. Zo'n systeem maakt het mogelijk dat we de beste zorgen krijgen om te kunnen genezen als we ziek zijn, dat onze kwaliteit van leven zo goed mogelijk blijft wanneer we niet meer kunnen genezen, en natuurlijk ook dat we een zo klein mogelijke kans hebben om ziek te worden.Voor dat laatste doel bestaat de zogenaamde gezondheidspromotie: het proactief inwerken op alle factoren die onze gezondheid kunnen beïnvloeden. Het doel: mensen zo lang mogelijk gezond houden. En dat is niet eenvoudig. Sommigen onder ons kiezen op eigen kracht om meer te bewegen, gezonder te eten en te drinken en respectvol en vriendelijk met anderen om te gaan, maar velen hebben daartoe meer informatie, begeleiding en ondersteuning nodig. Dat vraagt inspanningen van specialisten in de materie en... geld. Nu blijkt dat ons land juist op dit vlak niet zo goed scoort. Enkele jaren geleden publiceerden onderzoekers uit Rotterdam een beoordeling van de mate waarin landen erin slagen om gezonde voeding en lichaamsbeweging te promoten, een anti-tabak beleid te voeren, een alcoholplan uit te werken,... Daar kwamen we nogal bekaaid uit. De Scandinavische landen leidden de dans, gevolgd door Nederland, diverse andere landen, en wij bengelden ergens net onder de middenmoot, net voor het gros van de Oost-Europese landen. Wat ligt daar aan de oorzaak? Heel simpel: een beleid dat niet voluit de kaart trekt van gezondheidspromotie en er onvoldoende in investeert. Nochtans tonen andere studies dan weer aan dat, van alle investeringen die men kan doen in het domein van ziekte en gezondheid, proactieve gezondheidspromotie juist het meeste oplevert per geïnvesteerde euro. We hebben hier dus te maken met een domein waarvan men weet dat elke euro goed besteed is en waarin we momenteel te weinig investeren. De specialisten in gezondheidspromotie leveren puik werk, maar door de onderfinanciering kan men bijlange niet de hele bevolking bereiken. Vooral mensen die het sociaaleconomisch moeilijk hebben, zijn de dupe. Binnen deze context was het dan ook normaal dat iedereen die van dichtbij of zelfs van wat verderaf betrokken is bij de gezondheidspromotie van zijn of haar stoel viel toen minister Beke de lineaire besparingen in dit domein aankondigde. Wat is er aan de hand? Heeft de minister dan geen visie omtrent gezondheidsbeleid? Toch wel: zijn beleidstekst bulkt van inzicht en goede voornemens, en vermeldt ook duidelijk dat meer investeren in preventie leidt tot gezondheidswinst, tot minder uitgaven in de gezondheidszorg en tot meer productieve en actieve mensen. De minister gaat ook voluit voor de zogenaamde 'health is in all policies'-aanpak, gezondheid als verantwoordelijkheid van alle beleidsdomeinen. Het verhaal hierachter is dat de meesten onder ons doordeweeks in verschillende levensdomeinen vertoeven: op school, op het werk, in de sport- of vrije tijdsclub, thuis,.... De manier waarop we in al die domeinen worden gemotiveerd en geïnformeerd, de mate waarin we op een niet-dwingende manier aangezet worden om meer te bewegen, gezonder te eten, beter en met meer respect met mekaar om te gaan, ons niet laten leiden tot verslavingen, bepaalt onze lichamelijke en geestelijke gezondheid. De minister onderschrijft zo'n beleid, en dat is prima. Heeft men zich dan vergist? Was er een cel in een Excel file waarin '-6%' stond en heeft iemand die per ongeluk aangeklikt en de muis gesleept? Zou gekund hebben. Maar nee, we weten intussen beter: het was een simpele ordinaire lineaire maatregel onder de kortetermijndruk van de begroting. 'Iedereen wil meer geld' hoor ik dan vanuit het beleid. En dat klopt. Ik heb nog niet vaak gezien dat een bepaalde belangengroep minder geld komt vragen. Maar de ene vraag is al meer gerechtvaardigd dan de andere, en - nogmaals - de vraag naar meer geld in gezondheidspromotie is geen vraag naar een meeruitgave, maar een vraag naar investeren in de toekomst. En er is geld om te investeren. Het zit gewoon in de verkeerde handen, is onrechtvaardig verdeeld, of wordt ingezet voor de foute doelen. Wanneer men bovendien jaar in jaar uit een kortzichtige budgettaire logica volgt zonder zich te bekommeren over de langetermijngevolgen ervan, dan ondergraaft men het gezondheidssysteem van de toekomst en bij uitbreiding de samenleving. Lieven Annemans is gewoon hoogleraar in de gezondheids-en welzijnseconomie aan de UGent