'Er wordt heel veel paniek gezaaid over de vergrijzing,' zegt Erik Schokkaert, 'maar daar doe ik niet aan mee.' Schokkaert is gezondheidseconoom aan de KU Leuven en maakte deel uit van de Commissie Pensioenhervorming. 'Zal ik eens een populistische vergelijking maken waarvoor ik ongetwijfeld zal worden afgestraft? Het allersomberste doemscenario voorspelt dat onze pensioenkosten met 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) zullen stijgen. Dat is onbetaalbaar, roepen sommigen. Maar wat is nu 3 procent van het bbp? Tijdens het begin van de Koude Oorlog stegen de defensie-uitgaven van de Verenigde Staten in twee jaar tijd met 2,5 procent van het bbp. En wij zouden geen 3 procent kunnen betalen voor de oude dag van gepensioneerden?'
...

'Er wordt heel veel paniek gezaaid over de vergrijzing,' zegt Erik Schokkaert, 'maar daar doe ik niet aan mee.' Schokkaert is gezondheidseconoom aan de KU Leuven en maakte deel uit van de Commissie Pensioenhervorming. 'Zal ik eens een populistische vergelijking maken waarvoor ik ongetwijfeld zal worden afgestraft? Het allersomberste doemscenario voorspelt dat onze pensioenkosten met 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) zullen stijgen. Dat is onbetaalbaar, roepen sommigen. Maar wat is nu 3 procent van het bbp? Tijdens het begin van de Koude Oorlog stegen de defensie-uitgaven van de Verenigde Staten in twee jaar tijd met 2,5 procent van het bbp. En wij zouden geen 3 procent kunnen betalen voor de oude dag van gepensioneerden?' Schokkaert kwam vorige week in een mediastormpje terecht. De krant De Standaard blokletterde dat de professor voorstelde om burgers die voldoende bewegen en niet roken te belonen. Meteen werd hem voor de voeten geworpen dat hij blijkbaar 'een gezondheidspolitie' op pad wilde sturen om na te gaan wie een gezonde of ongezonde levensstijl heeft. Schokkaert schudt het hoofd: 'Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Het idee was maar een heel klein onderdeel van een groter voorstel dat ik voor de Koninklijke Academie voor Wetenschappen en Kunsten heb uitgeschreven, maar daar had niemand nog aandacht voor.' Erik Schokkaert: Telkens als ik ergens over de kosten van onze gezondheidszorg ga spreken, krijg ik vragen over de eigen verantwoordelijkheid van mensen. De laatste jaren klinken die vragen almaar luider: waarom moeten wij betalen voor de behandeling van longkanker bij mensen die niet willen stoppen met roken? Waarom blijven we mensen helpen die toch blijven drinken terwijl hun lever kapot is? Er is dan altijd een groep mensen die vindt dat zulke mensen gestraft moeten worden voor hun onverantwoordelijke gedrag. Een andere groep wil dat we toch solidair blijven. Dat splijt de samenleving in tweeën. En weet u wat ik de zaal dan steeds voor de voeten werp? Ik zeg dan dat we kunnen beginnen met een andere sociaaleconomische groep te straffen: de skiërs. Als zij op sneeuwvakantie hun been breken, worden hun gezondheidskosten ook door ons allemaal betaald, terwijl het hun eigen keuze was om die risico's te nemen. Dan wordt het altijd wel even stil. (lacht)Schokkaert: Ik ben er vooral voor om op voorhand iets te doen. Je kunt de mensen iets meer verantwoordelijkheid geven, je moet ze prikkelen om zich gezonder te gedragen voor ze ziek worden. Sommigen willen mensen die niet gezond leven bestraffen. Mijn collega van de VUB, Mark Elchardus, heeft in een enquête ooit gevraagd of het verantwoord is om mensen die roken niet te behandelen bij longkanker. Een groot deel van de bevolking was het daarmee eens. Ik vind dat ethisch totaal onaanvaardbaar. Maar waarom zou je het niet omkeren? Schokkaert: Omdat belonen veel beter werkt dan bestraffen. Ik weet natuurlijk ook dat economisch gezien straffen en belonen op hetzelfde neerkomt, maar belonen klinkt toch aantrekkelijker. Ik ben ook alleen maar voor zulke maatregelen als er daarnaast aan bewustmaking wordt gedaan, en rekening wordt gehouden met omgevingsfactoren en financiële draagkracht. Maar ik denk dat ze onvermijdelijk zijn als we willen blijven rekenen op de solidariteit van die ene groep die niet begrijpt waarom we rokers niet straffen. Schokkaert: Solidariteit is in onze gezondheidszorg van groot belang. Eigenlijk is het een verzekering die het best met zo'n groot mogelijke groep wordt opgezet. Iedereen kan een ongeval hebben waardoor hij lange tijd in het ziekenhuis ligt, iedereen kan ziek worden, iedereen kan kanker krijgen. Doorbreek je die solidariteit, dan ontstaat er een gezondheidszorg met twee snelheden. De aanvullende ziekteverzekering, die niet iedereen zich kan veroorloven, wordt dan belangrijker. Of rijke mensen trekken naar het buitenland voor hun zorg. Als we de solidariteit in de gezondheidszorg niet kunnen behouden, dan zullen we dat nergens kunnen. Als mensen niet meer solidair kunnen zijn met zieken die pijn hebben of op sterven liggen, dan zijn ze het zeker niet met een werkloze als ze menen dat ze zelf nooit werkloos zullen worden. Laat staan met een vluchteling die ze niet kennen. Schokkaert: Dat ligt niet alleen aan onze gezondheidszorg. Ik durf het haast niet meer te zeggen, maar het heeft ook met levensstijl te maken, en met zoveel andere factoren. Voor de armste mensen zijn investeringen in onderwijs en huisvesting belangrijker voor hun gezondheid dan de gezondheidszorg zelf. Die is in België voor iedereen behoorlijk. Schokkaert: We hebben helemaal niet de beste gezondheidszorg ter wereld, ik vind het absurd dat iedereen dat blijft herhalen. Onlangs hoorde ik federaal minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) en Vlaams minister van Welzijn en Volksgezondheid Jo Vandeurzen (CD&V) speechen. Allebei begonnen ze met te zeggen dat ons systeem zo ongelooflijk goed is. De waarheid is dat de Belgische gezondheidszorg al bij al gemiddeld presteert. We scoren bijvoorbeeld goed als het gaat om kindervaccinatie tegen polio, difterie, tetanus en pertussis, maar we zitten onder het Europese gemiddelde voor de meeste andere vormen van preventie, zoals borstkankerscreening. Bij ons sterven ook meer mensen binnen de 30 dagen na opname als gevolg van een hartinfarct of beroerte. We doen het dus niet slecht, maar we zitten zeker niet bij de allerbesten. Als iedereen blijft herhalen dat we de allerbeste gezondheidszorg hebben, hoe kun je de mensen dan overtuigen van de nodige bijsturingen? Schokkaert: Omdat we in Europa op één vlak uitzonderlijk goed scoren: als het gaat om tevredenheid. De Belgen zijn gelukkig met de manier waarop ze door de artsen en ziekenhuizen worden behandeld. Dat komt omdat ons systeem veel keuzevrijheid toelaat voor de patiënt. Dat is een andere manier om te zeggen dat wij de markt laten spelen: we zijn vrij om te kiezen naar welke huisarts we gaan, we kunnen naar een specialist zonder doorverwijzing van een huisarts, we kunnen zelf bepalen in welk ziekenhuis we ons laten opnemen. Onze vrijheid op dat vlak is veel groter dan in bijvoorbeeld het Britse of het Nederlandse systeem. Schokkaert: Op basis van heel subjectieve gronden. Niemand weet vandaag precies hoe goed ziekenhuizen scoren in het leveren van zorg of uitvoeren van behandelingen. Er zijn nochtans grote verschillen. De ziekenhuizen staan niet te springen om die informatie vrij te geven. Dat is begrijpelijk, maar het verspreiden ervan zou de kwaliteit alleen maar ten goede komen. Anders komt er vroeg of laat wel een amateur op het idee om zelf een beoordelingswebsite te beginnen, en dan krijg je volstrekt onbetrouwbare informatie. Schokkaert: Ik ben het helemaal eens met minister De Block dat de ziekenhuizen meer moeten samenwerken, maar dat sluit concurrentie niet uit. En dat de patiënt zo'n grote keuzevrijheid heeft, is ook niet altijd per se goed. Dokters worden nu per prestatie betaald. Dat zorgt ervoor dat ze heel hard werken, maar soms ook overdreven veel behandelingen uitvoeren. Het zou beter zijn om de eerstelijnshulp te bundelen, en dan aan die groep van verstrekkers en verzorgers, zoals artsen, kinesisten en diëtisten, een vast bedrag toe te kennen om een patiënt te helpen. Dat is veel logischer, ook al raakt de patiënt dan verbonden aan een netwerk van hulp. Schokkaert: Vroeger kon een jonge dokter in een dorp in de Kempen of West-Vlaanderen geen praktijk uitbouwen als het de ronde deed dat hij amper antibiotica of ziekteverlof voorschreef. Dat is verminderd bij de nieuwe generaties van huisartsen, maar het is nog niet verdwenen. Antibiotica is duurder gemaakt voor de patiënt. Híj draait op voor het voorschrijfgedrag van de artsen. Hetzelfde zie je bij antidepressiva. We weten dat ze pas na enkele maanden werken, maar sommige huisartsen schrijven ze toch voor een hele korte periode voor. Dan zouden ze beter placebo's voorschrijven. Het is uitgebreid bewezen dat placebo's wérken. Schokkaert: Er zijn artsen die één of twee keer meer voorschrijven dan hun collega's. Zij worden nu al met hun voorschrijfgedrag geconfronteerd, misschien kan dat nog kordater gebeuren. Maar we moeten opletten, want soms heeft een dokter ook een moeilijke groep patiënten en dan betekenen die cijfers helemaal niets. Patiënten en dokters hebben een heel bijzondere relatie. De ene heeft een gezondheidsprobleem, of denkt minstens dat hij er een heeft, en de andere moet hem daarbij helpen. Dat is een heel andere relatie dan die tussen een bakker of slager en zijn klanten: je koopt er een brood of een kilo gehakt tegen een vaste prijs. Die speciale band tussen patiënt en arts moet je beschermen. Als een dokter een doodzieke patiënt voor zich heeft die om een medicijn vraagt dat hem enkele maanden langer in leven kan houden, is het voor de rest van de samenleving makkelijk om te zeggen dat zoiets verspilling is. Maar die dokter mag het wel aan de patiënt uitleggen. Schokkaert: De cijfers die door de Nationale Bank worden gebruikt verschillen sterk van de cijfers die door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) of de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) worden gehanteerd. Daar scoort België beter. Ik weet niet waarom de Nationale Bank die internationaal aanvaarde cijfers niet gebruikt. Nog zo'n cijfer dat vaak terugkomt, is dat 15 procent van het gezondheidsbudget verspild zou worden. Hoogleraar gezondheidseconomie Lieven Annemans (UGent) heeft dat ooit eens met veel voorbehoud in een boek gelanceerd, maar hij schrijft zelf dat het een ruwe schatting is die absoluut niet op grondig onderzoek gebaseerd is. Ik was stomverbaasd toen ik iemand in het parlement dat cijfer hoorde citeren. Er is verspilling, dat klopt. We hebben te veel CT-scanners in België, dat valt eenvoudig op te lossen. Er is nog meer verspilling die moet worden weggewerkt, maar het is naïef of misleidend om te beweren dat zoiets eenvoudig zou zijn. Moeten we dure behandelingen niet altijd terugbetalen? Het zijn vooral nieuwe technologieën die ons gezondheidsbudget doen stijgen, en ik zou toch graag zien dat die behandelingen zo veel mogelijk worden verzekerd. Schokkaert: De kosten in de gezondheidszorg zullen blijven stijgen. Ik heb daar geen problemen mee. We worden alleen maar rijker. Dan vind ik het belangrijker om een betere gezondheid te hebben, om een jaar langer te kunnen leven, dan om een tweede auto te kunnen kopen. Ik heb dus best wat geld over voor goede gezondheidszorg die mee is met zijn tijd, ook als dat betekent dat daar wat meer belastinggeld naartoe gaat. Maar de mensen betalen het liefst zo weinig mogelijk belastingen. Ze zien het verschil niet tussen de overheidsuitgaven voor de gezondheidszorg en andere uitgaven. Maar ík vind dus dat politici het best elders zouden besparen dan in de gezondheidszorg. Schokkaert: Ik heb geen zin om nog eens een stortvloed kritiek over me heen te krijgen, maar laten we zeggen dat de informatisering van het ministerie van Financiën minder snel gaat dan het zou kunnen. En dat geldt wellicht niet alleen voor dat departement. (lacht)Schokkaert: Dat is niet echt mijn expertiseveld, maar het is overduidelijk dat er iets mis is met de prijszetting van medicijnen door de farmaceutische bedrijven. Ze kunnen de overheden altijd chanteren. De onderhandelingen daarvoor gebeuren nu op Belgisch niveau, maar het zou beter zijn als ze Europees zouden worden georganiseerd. We schrijven hier gelukkig al meer generische producten voor dan vroeger, al lopen we nog altijd wat achter op de rest van Europa. Maar er is nog iets anders, waar nauwelijks over wordt gepraat. Ik bedoel de zorgkosten op lange termijn: de verblijfskosten in rusthuizen, thuishulp en alle soorten diensten die daarbij horen. Dat wordt een ongelooflijke uitdaging. We zijn slecht beschermd tegen die kosten. Ze zitten noch in de gezondheidszorg, noch in ons pensioenstelsel. Er bestaat wel een Vlaamse Zorgverzekering, en dat is best een goed initiatief van de Vlaamse overheid, maar iedereen ziet dat we daar niet ver mee zullen springen. Men verwacht nu heel veel van mantelzorg. Dat is goedkoop voor de overheid, en iedereen krijgt tranen in de ogen van het idee dat een dochter voor haar ouder wordende vader of moeder zorgt. Maar daar zijn natuurlijk talloze nadelen aan verbonden die niet in rekening worden gebracht. Zo blijkt dat veel mantelzorgers daar ziek of ongelukkig van worden. Schokkaert: Voor werknemers zijn ze aan de lage kant, ja. Als het beleid niet verandert, zal dat alleen maar erger worden. Het Planbureau voorspelt niet alleen dat de kosten van ons pensioenstelsel zullen stijgen, maar ook dat het niveau van onze pensioenen sterk zal afnemen. Dat wordt minder benadrukt, terwijl het voor de mensen uiteraard minstens even belangrijk is. Schokkaert: Er zijn twee effecten die meespelen. De levensverwachting stijgt voor iedereen, en de babyboomers - mensen die net na de Tweede Wereldoorlog zijn geboren - gaan nu met pensioen. Dat loopt samen, en we zitten nu in de moeilijkste periode. Vanaf 2030 à 2035, wanneer de babyboomers en mensen als ik dood zullen zijn, is dat probleem deels opgelost. Maar er moet natuurlijk ondertussen wel iets gebeuren. Je hoort vandaag veel paniekzaaierij over de pensioenen, waardoor jongeren niet meer geloven dat ze tegen hun 65e of iets later een geloofwaardig pensioen zullen hebben. Dat ondergraaft de draagkracht van ons wettelijke pensioensysteem. We moeten opnieuw een sociaal contract afsluiten dat de mensen weer vertrouwen geeft in het pensioensysteem. Ik heb liever dat jongeren zich druk maken over de opwarming van de aarde dan over hun pensioen. Schokkaert: Het omgekeerde is waar. Als er al kritiek te geven is op de Studiecommissie voor de Vergrijzing, dan is het dat de uitgaven voor de gezondheidszorg te laag worden ingeschat. En er is geen evidente manier om die kosten onder controle te krijgen. Als Maggie De Block mij zou vragen hoe ze de gezondheidszorg efficiënter kan maken, dan zou ik het echt niet weten. Je moet daar voorzichtig kleine maatregelen nemen waarover we heel hard moeten nadenken. Voor de pensioenen zijn er wel evidente maatregelen om de uitgaven onder controle te houden, alleen willen de mensen daar niet van weten. Iedereen weet dat we langer moeten werken. Dat kon ik zelfs aan mijn oude moeder uitleggen: als mensen niet meer op hun 70e sterven maar tot hun 95 jaar blijven leven, kunnen ze niet meer met 65 jaar met pensioen. Ik maak me geen zorgen over de pensioenen, omdat de oplossingen overduidelijk zijn. Helaas werden de hervormingen al te vaak uitgesteld. Schokkaert: De pensioenmaatregelen van de regering-Michel zijn geen structurele maatregelen. We lopen op dat vlak achter. Veel Europese landen hebben een stevige hervorming van hun pensioenen doorgevoerd. Zelfs de Italianen hebben hun pensioenen gemoderniseerd. Onze regering heeft beslist om de pensioenleeftijd op een rigide manier te verhogen van 65 naar 67 jaar, maar dat is geen oplossing. Wij hebben met de Commissie Pensioenhervorming net gepleit voor een flexibeler systeem: niet de leeftijd maar de lengte van de loopbaan moet het uitgangspunt zijn. Waarom zou iemand die op zijn achttiende begon te werken even lang moeten verder doen als iemand die pas na een universitaire studie op zijn 23e aan de slag is gegaan? Schokkaert: Wij zeggen niet hoe hoog de pensioenen in de toekomst zullen zijn - dat kunnen we niet. Maar we kunnen wel garanderen dat het pensioen dan afhankelijk zal zijn van de lonen die op dat moment worden uitbetaald. Het welvaartsniveau van de gepensioneerden moet in verhouding zijn tot het niveau van de hele samenleving. Als de economie goed boert zal dat pensioen hoger liggen, als het economisch slechter gaat zal het lager zijn. Dat is de enige geloofwaardige belofte die je als overheid op dit vlak kunt doen. Schokkaert: Voor een grote pensioenhervorming moet je een maatschappelijk draagvlak hebben. En of je nu voor of tegen de vakbonden bent, je hebt ze daarvoor nodig. Deze regering is de eerste weken niet begonnen met een open en constructief gesprek met de bonden. En dan is zo'n grote pensioenhervorming bijna hopeloos. Het zal u misschien verbazen, maar ik ben ervan overtuigd dat met de PS in de regering de pensioenhervorming er wél was gekomen. Ze zou er misschien niet helemaal hebben uitgezien als de Commissie Pensioenhervorming dat wilde, maar ze zou er tenminste geweest zijn. Schokkaert: Ze heeft nog twee jaar om beleid te voeren. Weet u, het pensioenvoorstel dat wij hebben uitgewerkt staat eigenlijk bijna integraal in het regeerakkoord. Deze regering heeft beloofd dat ze nog voor het eind van de ambtstermijn de basis wil leggen voor een flexibel pensioensysteem zoals dat door de Commissie Pensioenhervorming wordt voorgesteld. Als ze daarin slaagt, zal ik heel tevreden zijn. En dan is het afwachten wat de volgende regering daarmee doet.