Ruim de helft van de kinderen met autisme is gemiddeld tot hoogbegaafd. Velen van hen maken een normale taalontwikkeling door, maar toch hebben ze allemaal in meer of mindere mate moeilijkheden op het vlak van sociale communicatie en interactie. Kinder- en jeugdpsychiater Jean Steyaert, coördinator van het Expertisecentrum Autisme van het UPC KU Leuven, verduidelijkt dat met een praktijkvoorbeeld. "Een erg taalvaardig, hoogbegaafd meisje draagt moeiteloos gedichten voor in de klas, maar worstelt met een eenvoudige opdracht als 'kom mannen, we nemen ons boek'. Want ze vraagt zich af: wie zijn 'mannen' - alleen de jongens? Welk boek is 'ons' boek, want we hebben toch geen gemeenschappelijk boek? En om welk boek, voor welk vak, gaat het? Terwijl de andere jongens en meisjes ieder hun eigen wiskundeboek nemen, omdat ze na de pauze gewoonlijk met wiskunde starten."
...

Ruim de helft van de kinderen met autisme is gemiddeld tot hoogbegaafd. Velen van hen maken een normale taalontwikkeling door, maar toch hebben ze allemaal in meer of mindere mate moeilijkheden op het vlak van sociale communicatie en interactie. Kinder- en jeugdpsychiater Jean Steyaert, coördinator van het Expertisecentrum Autisme van het UPC KU Leuven, verduidelijkt dat met een praktijkvoorbeeld. "Een erg taalvaardig, hoogbegaafd meisje draagt moeiteloos gedichten voor in de klas, maar worstelt met een eenvoudige opdracht als 'kom mannen, we nemen ons boek'. Want ze vraagt zich af: wie zijn 'mannen' - alleen de jongens? Welk boek is 'ons' boek, want we hebben toch geen gemeenschappelijk boek? En om welk boek, voor welk vak, gaat het? Terwijl de andere jongens en meisjes ieder hun eigen wiskundeboek nemen, omdat ze na de pauze gewoonlijk met wiskunde starten." Kinderen met autisme hebben nood aan eenduidige, expliciete boodschappen. En dat heeft alles te maken met hoe ze informatie in hun brein verwerken. "Ze selecteren omgevingsprikkels op een andere manier en hebben een andere voorkeursfocus", legt Steyaert uit. "Ze focussen spontaan eerst op details, terwijl de meeste andere kinderen eerst het bredere plaatje - de context - proberen te ontwaren. Die context helpt om verbale en non-verbale boodschappen juist te interpreteren." Niet verwonderlijk dat veel kinderen met autisme wat meer moeite hebben met taal die je niet letterlijk mag nemen. Boodschappen als 'was je handen in het toilet' kun je nog eenvoudig verduidelijken: 'dus aan de wastafel bij de toiletten'. Maar onze taal zit vol beeldspraak: de nacht valt, de tanden van de zaag, ik houd je in 't oog... "Wil je autismevriendelijk communiceren, dan houd je er dus rekening mee dat kinderen met autisme figuurlijke taal en humor weleens wat trager of anders begrijpen", zegt Steyaert. "Zo is de ironisch bedoelde uitspraak 'wat een mooi weer toch!' als het al de vijfde dag op rij regent een echte tenenkruller voor veel kinderen met autisme, want in hun ogen is het onbegrijpelijk en onzinnig." Een andere uitdaging voor veel van deze kinderen zijn boodschappen die je nog zelf, met je verbeelding, moet aanvullen. Zoals de boodschap 'blijven zitten!' op een bordje bij de bootjes in een pretpark. Die boodschap geldt uiteraard maar zolang de bootjes varen. Dat je bij aankomst, als de bootjes weer stilliggen, wel mag uitstappen, moet je in gedachten aanvullen. "Maar dat doen kinderen met autisme veel minder automatisch", zegt Steyaert. "Autismevriendelijk communiceren betekent dus ook dat je heel volledige boodschappen geeft. En dat je die zo nodig visueel ondersteunt. Met pictogrammen, of met tekeningen, een agenda, een weekschema, een klokje, een plan... En met lichaamstaal die de verbale boodschap niet tegenspreekt. Vermijd dus uitspraken als 'fantastisch!' met een negatieve intonatie en wegdraaiende ogen als het kind weer dezelfde fout maakt." Lichaamstaal herkennen en interpreteren is voor veel kinderen met autisme sowieso al een grote uitdaging. Vooral als hun gesprekspartner geen vertrouwd gezicht is. Of als het om lichaamstaal gaat die een verschillende betekenis heeft naargelang van de context. "Tranen kunnen verdriet betekenen, maar ook pijn, ontroering, plezier...", illustreert Steyaert. "En uitmaken wat van toepassing is, gaat trager als je meer moeite hebt om de context te herkennen. Zolang een kind iemands verdriet niet herkent, gaat het ook niet troosten. Daarom komen kinderen met autisme weleens onverschillig over, terwijl ze vooral onwetend zijn. Gun kinderen met autisme meer tijd en hints om je emoties of intenties te begrijpen." "Maar autisme uit zich bij elk kind met deze ontwikkelingsstoornis weer op een unieke manier", besluit Steyaert. "Ontdek dus, met de hulp van deskundigen, de specifieke denkpatronen, zwaktes en sterktes van jouw kind of leerling, en probeer je manier van communiceren daar optimaal op af te stemmen."