Het was groot nieuws waar zelfs wij even van opschrokken: elk glas alcohol doet de levensduur van een mens afnemen met een half uur. Als bron voor dat onrustwekkende bericht werd verwezen naar een internationaal onderzoek dat duizenden alcoholdrinkers volgde, en dat gepubliceerd werd in The Lancet, een wetenschappelijk tijdschrift met een ijzersterke reputatie. Dus moesten de meeste Vlamingen maar eens goed nadenken over hun alcoholconsumptie?
...

Het was groot nieuws waar zelfs wij even van opschrokken: elk glas alcohol doet de levensduur van een mens afnemen met een half uur. Als bron voor dat onrustwekkende bericht werd verwezen naar een internationaal onderzoek dat duizenden alcoholdrinkers volgde, en dat gepubliceerd werd in The Lancet, een wetenschappelijk tijdschrift met een ijzersterke reputatie. Dus moesten de meeste Vlamingen maar eens goed nadenken over hun alcoholconsumptie? Luc Bonneux had zijn twijfels. De epidemioloog van opleiding en dwarsdenker in zo goed als alle debatten over gezondheid, had grote problemen met de berichtgeving over die studie. Welke mythe was er nu eigenlijk ontkracht? 'De enige mythe die doorgeprikt werd, is dat nieuwsmedia een betrouwbare bron zijn voor gezondheidsnieuws', schreef hij in De Standaard. Wanneer we hem bij hem thuis in Boechout opzoeken, is hij daar nog altijd van overtuigd. Er is niets mis met een pint bier of een glas wijn. Luc Bonneux: Nee, hoor. Enkele glazen alcohol per week drinken is zelfs gezonder dan niet drinken. Die nieuwe studie uit The Lancet heeft me daar alleen maar meer van overtuigd. Tot 15 à 20 glazen per week drinken, beschermt mensen tegen cardiovasculaire sterfte. Dat blijkt heel goed uit de resultaten, en dat is niet onbelangrijk. Vroeger was dat effect zelfs nog veel groter: in België stierven lange tijd 35 procent van de mannen aan een hartinfarct. Dat is veel meer dan vandaag, dus drong het drinken van enkele glazen per week dat risico toen nog meer terug. Ik heb ooit in onderzoeken gezocht naar wat nu eigenlijk de grootste gezondheidsproblemen waren. Wel, voor blanke Angelsaksische protestanten was het dat ze te wéínig alcohol dronken. Van die groep van puriteinen is 55 procent geheelonthouder, dus daar was een grote oversterfte aan cardiovasculaire aandoeningen. Waarom werd er dan in de kranten geschreven dat één glas de levensduur al verkort? Bonneux: De Erasmus Universiteit van Rotterdam had dat in haar persbericht geschreven, en dat was gewoon fout. Dramatisch vind ik dat. Ik ben gepromoveerd aan die universiteit, en één keer hebben ze ook geprobeerd om de perssamenvatting van mijn onderzoek te schrijven. Ik heb hen gezegd dat ze dat niet nog eens moesten proberen. Maar de wetenschapsjournalisten hebben hun werk ook niet goed gedaan. Zowel in de abstract als in de conclusies stond dat er geen toename van sterfte is bij 10 glazen per week. Tot 20 glazen per week is er weliswaar een toename, maar die was niet significant. Eigenlijk is daar dus ook geen bewijs voor. Blijkbaar hebben ze niet de moeite genomen om het oorspronkelijke artikel te lezen, en enkel naar het bericht van de universiteit gekeken. Ik had de tekst nochtans binnen de tien seconden gevonden op internet. In mijn ogen is dat een fatale fout. Is het zo gek om berichten van universiteiten voor waar aan te nemen?Bonneux: In het wetenschappelijk onderzoek naar gezondheids- en medische onderwerpen gaat ontzaglijk veel geld om. Er spelen heel veel belangen, dus daar moet je altijd voorzichtig mee zijn. Het zou ook raar zijn als alles wat we weten door één enkele studie onderuit wordt gehaald. We doen al meer dan zeventig jaar onderzoek naar de effecten van alcohol, dus we weten daar eigenlijk al zo goed als alles over. Leerde die studie ons iets nieuws? Nee. Moest die studie per se gebeuren? Dat mocht. Ik vond ze elegant om te lezen. Ik hou van de schoonheid en de helderheid van een goed onderzoek. En het was wel de grootste studie die ooit naar alcoholgebruik is gevoerd. Durft u mensen nog te adviseren hoeveel ze mogen drinken?Bonneux: Tot 20 glazen is er geen significant effect. Laten we voorzichtig zijn, en er 15 eenheden van maken. Geniet dus van dat pintje, en overdrijf niet: meer drinken is slecht voor het hart, de hersenen en nog veel meer. En je moet die glazen natuurlijk ook niet allemaal op de zaterdagavond leegdrinken, dat is een aanslag op je hersenen. Ik ga hoe dan ook geen reclame maken voor alcohol en geheelonthouders aansporen om te beginnen drinken. Uiteindelijk is het gezondheidsvoordeel van alcohol drinken klein: voor mannen gaat het over gemiddeld sterven op 88 of op 89 jaar. Daar lig ik niet wakker van. Het weegt zeker niet op tegen het gevaar van alcoholisme. Ik ben daar in mijn privéleven ook door getroffen, ik heb ook geliefden verloren aan de drank. Dat is de tragiek van alcohol. Het probleem is niet die vage gezondheidsrisico's voor matige drinkers. Nee, een aantal mensen kan niet matigen, en we kunnen helaas niet voorspellen wie dat zal zijn. Hoeveel glazen drinkt u zelf per week?Bonneux: Ik heb het grote geluk dat ik eerder ziek word dan zat. (lacht) Maar ik drink wel graag een pintje, een glas wijn of een cognacje. Ik tel mijn drankjes altijd wel. Ik zal in een week ongeveer 14 of 15 glazen drinken, en ik drink nooit meer dan drie consumpties op één avond. De reden dat iedereen die artikels zo graag leest, is dat we allemaal willen weten: hoe moeten we gezond leven?Bonneux: Kerk&Leven vroeg me onlangs om iets te schrijven over gezondheidsrages. Die beginnen zo'n beetje op religie te lijken. We leven al veel langer dan we ooit hadden durven te denken, en toch zijn mensen nog op zoek naar lessen waarnaar ze kunnen leven. Vroeger was het de pastoor die mensen opdroeg om sober te leven, hard te werken en zich goed te gedragen. Nu zijn het gezondheidsgoeroes die ons oproepen om veel te bewegen. Ik heb niets tegen mensen die marathons lopen, hoor. Bart De Wever (N-VA) moet dat vooral doen als hij dat graag doet, maar ik heb er ernstige twijfels bij of dat wel zo gezond is. Iedereen is geobsedeerd geraakt door gezondheidsrisico's. Kijk naar de aandacht die naar fijnstof gaat. Ik denk dat we nu wel kunnen zeggen dat het wetenschappelijke bewijs voor een verband tussen fijnstof en de menselijke gezondheid erg dun is. Er is een relatie tussen arme mensen die in slechtere wijken met vervuilde lucht wonen. Zij roken ook meer dan anderen, en werken in slechtere arbeidsomstandigheden. Dat zegt niet per se iets over het effect van slechte luchtkwaliteit. De mens is trouwens uitzonderlijk goed aangepast tegen luchtvervuiling. Wij hebben als soort leren leven rond rokende houtvuurtjes. Ontzettend veel kinderen lijden vandaag aan astma. Als boosdoener wordt vaak de slechte luchtkwaliteit genoemd.Bonneux: Als luchtvervuiling de belangrijkste oorzaak was, dan zouden kinderen die opgroeiden in de jaren zestig en zeventig allemaal astmatisch zijn geweest. Mensen realiseren zich niet dat onze lucht met de dag properder wordt. Dieselmotoren doen de luchtkwaliteit uiteraard geen goed. Ik heb bewust nooit met een diesel gereden, en begreep ook nooit waarom in vrachtwagens niet altijd al zo'n filter werd geplaatst. Maar in vergelijking met wat de kolenkachels vroeger aan luchtvervuiling veroorzaakten, is dat niets. Als kind moest ik 's winters soms door dikke gele smog fietsen, heel langzaam want je zag geen hand voor ogen. Zulke fenomenen heb je al een hele tijd niet meer, en toch hebben veel mensen de indruk dat het erger wordt. Hoe verklaart u dan die toename van het aantal astmalijders?Bonneux: Er bestaan nogal wat studies die wijzen in de richting van de hygiëne. Kinderen die bij wijze van spreken opgroeien in een thermosfles, zouden hun immuunsysteem te weinig stimuleren. Daarnaast speelt ongetwijfeld ook de overdiagnose een rol. Kinderen met astma zijn vaak kinderen met nauwere luchtwegen, een probleem dat met de leeftijd vanzelf verdwijnt. Ook dat is weer een teken des tijds. Elk kuchje moet een diagnose krijgen. Op alles moet een etiket plakken, de barrières om iemand ziek te verklaren, verlagen met de dag. De Universiteit Antwerpen heeft net een groot onderzoek opgezet om de luchtkwaliteit in Vlaanderen te meten. Is dat dan overbodig?Bonneux: Dat onderzoek gebeurt samen met De Standaard. Ik gun die krant haar reclame, maar de wetenschappelijke waarde zal beperkt zijn. Zulke grootschalige observationele studies hebben altijd te lijden onder fouten zoals vergissingen en toevalstreffers. We houden daar beter helemaal mee op. Waarom wordt er tegenwoordig dan zo'n probleem gemaakt van luchtkwaliteit?Bonneux: De groenen zijn daar heel goed in. Ik ben een groene jongen, maar ik erger me de stenen uit de grond aan de manier waarop Groen met wetenschappelijk onderzoek omgaat. Ze zijn zelfs bereid om in complottheorieën te geloven om de industrie overal de schuld van te kunnen geven. Ik ben in Boechout nog lid geweest van een dorpspartij, een voorloper van Groen. Ik ben eruit gestapt toen de partij van deur tot deur ging om te protesteren tegen een gsm-mast. Er was en is geen enkel bewijs dat zo'n mast ook maar enig negatief effect op de gezondheid zou hebben. Dat je er niettemin actie tegen voert, vind ik een vorm van bedrog. Een partij die zich in haar argumenten voortdurend op de wetenschap beroept, kan toch geen antiwetenschappelijke standpunten innemen? Ze schermen dan altijd met het voorzorgsprincipe. In de Verenigde Staten bestaat dat niet, in Europa betekent het dat iets pas toegelaten mag worden als alle risico's bekend zijn. Het beroemdste voorbeeld zijn de genetisch gemodificeerde organismen, waar ze om die reden een eeuwige strijd tegen voeren. Als je zo'n principe niet proportioneel toepast, blokkeert het alle vooruitgang. In de jaren tachtig kreeg de uitvinder van het mazelenvaccin het verwijt dat hij niets wist over de effecten op lange termijn. Het werd nog maar tien jaar gebruikt, dus we konden inderdaad niet weten wat de gevolgen over vijftig jaar konden zijn. Moesten we al die kinderen dan laten sterven aan mazelen, en wachten tot we het vaccin beter konden onderzoeken? Een tegenvoorbeeld is asbest: de nadelen zijn vandaag overduidelijk, we hebben dat spul veel te lang gebruikt. Bonneux: Dat waren andere tijden. In die tijd had ik waarschijnlijk het kritiekloze vooruitgangsdenken ter discussie gesteld. Het is ook wel makkelijk om daar achteraf over te oordelen: zonder de bescherming door asbest zouden veel meer mensen omgekomen zijn bij branden. Zijn er nog meer gezondheidsrisico's waarin we ons hebben vergist? Bonneux: Herinnert u zich nog de Mexicaanse griep van enkele jaren geleden? Alles wees er meteen op dat het griepvirus een goedaardig beestje was, maar wereldwijd brak paniek uit. Wij hadden gelukkig viroloog Marc Van Ranst, die op de rem stond, maar in Nederland werden mensen twee keer gevaccineerd. Ze gebruikten een vaccin dat nog nergens getest was - tot nog toe is dat dus het grootste wetenschappelijke experiment op mensen uit de hele Europese geschiedenis. De angst voor de griep heeft Europa 6 miljard euro aan paniekmaatregelen gekost. Dat geld hadden we beter kunnen besteden. Hebt u eigenlijk wel advies voor mensen die gezond oud willen worden? Bonneux: Ik zou mensen aanraden om hun ouders goed te kiezen. Maar daar heeft niemand iets aan, zeker? (lacht)Niet echt, nee. Bonneux: Het is nochtans ontzettend belangrijk: de omgeving waarin iemand opgroeit. Ook al omdat ze bepalend is voor schoolprestaties. Schooluitval van jongeren is een van de grootste gezondheidsproblemen van ons land. Het is in ieder geval de belangrijkste voorspeller van levensverwachting: wie zonder diploma de school verlaat, sterft veel eerder. Een ander advies dat ik mensen zou geven en waar ze absoluut niets aan hebben, is om iets later geboren te worden. Elke tien jaar is de levensverwachting de voorbije decennia met tweeënhalf jaar gestegen. Iemand die me dat in de jaren tachtig had verteld, had ik voor gek verklaard. We hebben lang gedacht dat de mens gemaakt was om 75 jaar oud te worden: zijn evolutionaire rol is dan ook uitgespeeld, want de kleinkinderen zijn dan meestal groot genoeg om de hulp van grootouders niet meer nodig te hebben. Aan de andere kant begrijp ik de stijgende levensverwachting ook wel. Piet Vanthemsche heeft mij als directeur van het Voedselagentschap eens gezegd: als we vandaag een supermarkt uit de jaren zestig zouden kunnen binnenstappen, dan zouden we 70 procent van de producten uit de rekken laten halen. Het voedsel werd niet goed bewaard, en het was vaak al beschimmeld. Heeft het vandaag zin om op de voeding te letten?Bonneux: Het idee dat we onze gezondheid aan ons eigen gedrag te danken hebben, is gevaarlijk. Ik ken een vrouw die ontzettend gezond leefde: ze lette op haar voeding, ging vier keer per week sporten en baatte een gezondheidswinkel mee uit. Wel, ze heeft een infarct gekregen in een gezondheidswinkel. Ze is zich daarna wanhopig beginnen af te vragen wat ze verkeerd deed, terwijl ik haar alleen kon zeggen dat ze pech heeft gehad. Het lag aan haar genen, en daar kan ze niets aan doen. Bij mijn weten is er geen enkel verband tussen gezond eten en levensduur. Ook niet als mensen overgewicht krijgen of obees worden door hun voedingspatroon?Bonneux: Dat is een ingewikkeld verhaal. Kinderen en jongeren zijn het best niet dik, dat is zeker. Met het ouder worden hebben mensen de neiging te verdikken, en dat is ook goed. Maar iemand die in zijn jeugd al dik is, krijgt problemen. We stellen vast dat mensen pas vroeger sterven als ze een body mass index (BMI) van 33 hebben (18,5 à 25 is 'normaal', nvdr.). De problemen waarmee ze daarvóór te kampen krijgen, vallen op te vangen met medicatie. Alleen de last die je erdoor in je heupen krijgt, kan pijnlijk zijn. Een orthopedist kan die mensen gelukkig helpen met een nieuwe heup. Maar welk type mensen slaagt er dan in het langst te leven?Bonneux: Ik zal u drie kenmerken geven. Mensen moeten in de eerste plaats goesting hebben om te leven. Dat merk ik ook in de verzorgingstehuizen waar ik werk: de vrouwen die ouder zijn dan 90 jaar zijn allemaal nog heel geestig en opgewekt. Een tweede aanwijzing is een hoog IQ. Uit een ander Amerikaans onderzoek bleek dat mensen met een hoog IQ tien jaar langer leven dan die met een laag IQ. Ik doe geen uitspraken over hoe die schaal wordt berekend - opvoeding speelt daarin een belangrijke rol - maar de cijfers zijn wat ze zijn. Het laatste kenmerk gaat om betrouwbaarheid, en hoe iemand met mensen omgaat. Mensen zijn ongelooflijk sociale dieren, maar zet een troep chimpansees in de tram in Antwerpen en aan de volgende halte stroomt het bloed langs de deuren naar buiten. Wel, mensen die goed met hun omgeving kunnen omgaan, leven langer. Samengevat: leuke, slimme mensen worden het oudst. Is dat ook belangrijker dan iets als sporten?Bonneux: Ja. Ik speel zelf volleybal. Weet u waarom? Omdat ik dat graag doe, en achteraf een pintje kan drinken met mijn vrienden in de cafetaria. Dat sociale contact is belangrijker dan wat we op het veld doen. Oh, en Britse wetenschappers hebben eens de verschillen onderzocht tussen mensen met een hond en zonder hond. Laat ons raden: met een hond word je tien jaar ouder?Bonneux: Ze werden een pak ouder, ja. Met een hond moet je naar buiten, moet je regelmatig een wandelingetje maken, en kom je weer andere mensen tegen. Onze lezers nemen beter een hond dan dat ze het volgende boek van Kris 'Voedselzandloper' Verburgh kopen?Bonneux: Zeker weten. (lacht)Nog een vraag die veel mensen zich stellen: hoe kun je kanker voorkomen?Bonneux: Door niet te roken. Roken is met ruime voorsprong de belangrijkste veroorzaker van kanker. Alle andere factoren komen daar mijlenver achter. Wat je eet, maakt bijvoorbeeld ook hiervoor niet veel uit. Van bereide vleeswaren is toch bewezen dat ze kankerverwekkend zijn?Bonneux: Daar is nauwelijks bewijs voor. Als er al een effect zou zijn, wat ik betwijfel, is het bijzonder moeilijk om dat zuiver te meten. Zo is het zeer aannemelijk dat mensen die veel worsten en gehakt eten vooral een groter kankerrisico hebben omdat ze uit een lagere sociale klasse komen dan mensen uit een hogere sociale klasse, die vaker vis en gojibessen eten. Als we de mensen uit de lagere sociale klasse op een dieet van vis en gojibessen zetten, zou hun risico op kanker niet afnemen?Bonneux: Het effect zou wellicht niet significant zijn. Mijn voedingsadvies is heel simpel: eet gevarieerd. Er zijn hele goeie ethische redenen om veganist te worden, maar gezond is het niet. Mensen hebben een beetje dierlijk eiwit nodig. Ik zou veganisme niet aanraden, tenzij je dat tekort aanvult met industrieel bereide vitamines. Maar uiteindelijk zijn dat allemaal maar opmerkingen in de marge. Ook een gezondheidsrisico zoals een gebrek aan dierlijke eiwitten verbleekt als je het afweegt tegenover de risico's die roken met zich meebrengt. Roken heeft één groot voordeel: je hoeft je van alle andere gezondheidsadviezen niets meer aan te trekken, want hun effecten op je gezondheid zijn marginaal als je ze naast de effecten van roken zet. De gemiddelde roker verliest zes à acht jaar van zijn leven. Máár zes à acht jaar, zou je ook kunnen zeggen. Een roker vandaag leeft langer dan een niet-roker veertig jaar geleden. Bovendien verliest die roker jaren die door de bank genomen niet de meest aangename zijn in een mensenleven. Negentig worden is niet voor alle mensen een pretje.Bonneux: Dat is natuurlijk een pijnlijke paradox. Aan de ene kant heb je heel veel mensen die zo gezond mogelijk willen leven, vooral met het doel om zo oud mogelijk te worden. Maar aan de andere kant heb je ook heel veel oude mensen die elke dag wakker worden met de vraag: wat doe ik hier nog? Ik wil niet zover gaan door te stellen dat onze stijgende levensverwachting alleen maar kommer en kwel brengt, dat is niet zo. Samen met de levensverwachting zijn ook de jaren gestegen waarin we gezond leven. Maar je moet daar realistisch in zijn. Vanaf je negentigste word je gepakt door de leeftijd, en blijft ook zo goed als niemand van dementie gespaard. Hoe moeten we met 'voltooide levens' omgaan? U schreef ooit een opmerkelijke column waarin u vertelde over een oud gebruik bij de Rwandese Tutsi's. Als de koning zijn kruisboog niet meer kon spannen, werd hij met zijn eigen instemming gewurgd door zijn zoon.Bonneux: Dat verhaal komt natuurlijk uit een heel andere, agressieve krijgerscultuur. In die cultuur was het voor een koning, iemand die er een leven lang in geslaagd was om zijn tegenstanders onder de duim te houden, ondenkbaar dat hij zou sterven als een oud wijf. Wat is een man die zijn boog niet meer kan spannen nog waard? Op een heel andere manier is dat de vraag waar ik in mijn job voortdurend mee wordt geconfronteerd. Fraai geformuleerd is mijn vak de kunst van het sterven. Ik begeleid mensen zo goed mogelijk naar de dood. En ik stel vast dat een ruime meerderheid van de mensen vanaf een zekere leeftijd verlangt naar de dood. Ze worden in toenemende mate afhankelijk van anderen, en hebben geen uitzicht op beterschap. Meestal moeten ze een lange lijst van medicijnen slikken om het leven te rekken. Daar praat ik vaak over met die mensen. Willen ze bijvoorbeeld hun cholesterolremmers nog nemen? Cholesterolremmers voorkomen in het beste geval een plots hartfalen. Terwijl een plots hartfalen nu net de dood is die mensen zich op die leeftijd toewensen. Bijna 40 procent van de bewoners in onze rust- en verzorgingstehuizen krijgt regelmatig antidepressiva toegediend. Zijn die medicijnen de gemakkelijkheidsoplossing? Bonneux: Niet altijd, want soms helpen die pillen natuurlijk wel. Maar er is heel veel overmedicalisering, zeker in Vlaanderen. Mijn ervaring is dat zulke medicijnen helpen als je niet begrijpt waarom iemand in een zwart gat zit. Als je het wél begrijpt, helpen ze helemaal niet, en hebben de mensen meer last van de bijwerkingen dan dat ze voordeel hebben van de werking. (denkt na) Veel bejaarden krijgen antidepressiva omdat hun omgeving niet begrijpt hoe veroudering werkt. Veel bejaarden zijn bang. Vaak wonen ze alleen, en zijn ze bevreesd voor de buitenwereld. Omdat hun geheugen niet zo goed meer werkt, raken ze hun spullen weleens kwijt, waarna ze de oorzaak daarvoor bij de buitenwereld gaan zoeken. Zulke problemen worden onderschat. En neem van mij aan dat antidepressiva hier helemaal geen oplossing voor zijn. Integendeel. Wat helpt wel voor zulke oude mensen?Bonneux: Een rust- en verzorgingstehuis kan het verschil maken, maar de ligging is belangrijk. Ik ken er een dat aan de rand van de Schelde ligt, een prachtig gebouw, maar ik zou er zelfs mijn hond niet laten opnemen. Omdat er in de wijde omgeving geen levende ziel te bekennen is. Doe mij dan maar dat morsig, verouderd verpleeghuis in het hart van een dorp. Ik kom regelmatig in zo'n verpleeghuis. Ik heb er geadviseerd om er de deuren altijd open te laten. Demente mensen die gaan dwalen? Laat ze toch doen! De mensen van het dorp zullen ze wel terugbrengen. Ik wil maar zeggen: je moet ervoor zorgen dat die mensen nog sociale contacten hebben. Dat er nog leven in de brouwerij is. Organiseer activiteiten. Dans met hen. Zorg voor muziek. Als we oude mensen laten verpieteren, moeten we natuurlijk niet schrikken als ze dood willen.