Het effect van kleur

Hoe je brein erin slaagt visuele informatie te koppelen aan je smaakpapillen is niet helemaal duidelijk. Maar dit staat vast: kleur beïnvloedt je smaakperceptie. Ook de kleur van je serviesgoed. Zoute popcorn smaakt zouter in een wit kommetje en zoete popcorn zoeter in een gekleurd kommetje. Chocolademelk geserveerd in een oranje mok wordt als zoeter en geuriger ervaren dan dezelfde chocolademelk in een witte of rode mok. En yoghurt eten met een blauw lepeltje smaakt zouter dan met een rood, groen, zwart of wit lepeltje. Wellicht omdat veel zoute snacks een blauwe verpakking hebben.

Yoghurt eten met een blauw lepeltje smaakt zouter dan met een rood, groen, zwart of wit lepeltje.

Het zijn maar enkele van de bevindingen van een onderzoeksteam onder leiding van Charles Spence (universiteit van Oxford), een psycholoog en filosoof die een nieuwe tak van de wetenschap beoefent: de gastrofysica, of de manier waarop we smaak beleven met al onze zintuigen. Voor een van zijn bekendste experimenten liet Spence 53 vrijwilligers aardbeienmousse eten van een wit en van een zwart bord. Ook al ging het om dezelfde mousse, de proefpersonen waren unaniem van oordeel dat de mousse op het witte bord zoeter was en intenser van smaak. De verklaring: op een wit bord komt de roze kleur beter tot haar recht, en roze is een kleur die we spontaan associëren met zoet.

© ISTOCK

Van een rood bord eet je dan weer het minst. Waarschijnlijk omdat rood de kleur is van gevaar - waardoor de eetlust onbewust wordt afgeremd. Ook voor drinken gaat dat op.

Het gewicht van de kom

Kies bij twijfel voor porseleinen serviesgoed in plaats van plastic. Het is milieuvriendelijker én smaakvoller. Dat bleek duidelijk uit een experiment met yoghurt: de proefpersonen gaven aan dat de yoghurt in het zwaardere kommetje veel voller van smaak was en wellicht duurder dan (dezelfde) yoghurt in een lichtere kom.

Kommen en mokken zijn populairder dan ooit, ook voor warme drankjes, soepen en oosterse gerechten. Het gewicht en de warmte van de kom geven een gevoel van troost en zorgen ervoor dat je de inhoud ervan meer waardeert. Nog een trucje: omdat je brein geen onderscheid maakt tussen wat voedsel en wat eetgerei is, krijg je sneller een voldaan gevoel als je je kom in je handen houdt.

Wil je minder eten, zorg dan voor zoveel mogelijk contrast tussen je bord en wat erop ligt.

Contrast op tafel

Wil je minder eten, zorg dan voor zoveel mogelijk contrast tussen je bord en wat erop ligt. Op die manier creëer je een optische illusie: dezelfde portie vanille-ijs lijkt groter in een wit dan in een felgekleurd kommetje. Dat witte kommetje reserveer je beter voor chocolade-ijs als je de portie wilt beperken. Als het bord duidelijk een andere kleur heeft dan het eten, eten we ongeveer een vijfde minder.

Onderschat ook de kleur van je tafelkleed niet. We zouden zo'n 10 procent minder eten als het tafelkleed een andere kleur heeft dan het bord, omdat het contrast helpt om de rand van het bord te zien. Dat helpt bij het inschatten van de grootte van de portie. Een wit bord op een wit tafellaken is dus geen goed idee als je op dieet bent. Tenzij je een placemat in een contrasterende kleur gebruikt.

Size does matter

In de loop der jaren zijn onze borden steeds groter geworden. In de jaren 50 was een bord gemiddeld 22 centimeter groot, vandaag is dat 27 centimeter. En hoe groter het bord, hoe kleiner de porties lijken, dus hoe meer je opschept. De Nederlandse onderzoeker Koert van Ittersum (Rijksuniversiteit Groningen) berekende dat je van een groter bord tot 30 % meer eet. Volgens hem is er dan ook een relatie tussen de toenemende grootte van serviesgoed en de huidige obesitasepidemie.

Voor een van zijn onderzoeken liet hij de helft van de proefpersonen ijs eten uit een kom die dubbel zo groot was als die van de andere helft. De eerste groep schepte gemiddeld een derde meer ijs op. Gebeurde dat bovendien met een uit de kluiten gewassen opscheplepel, dan namen de proefpersonen gemiddeld 60 % meer ijs dan de groep met een kleinere kom en lepel. Opvallend: de 'veel-opscheppers' waren zich daar totaal niet van bewust.

Eten met stokjes

In het Westen vinden we het nogal omslachtig, maar dat is juist de kracht van eten met stokjes: je eet ineens een stuk trager. En wie langzamer eet, wordt minder snel dik. Tijdens de maaltijd duurt het 20 tot 30 minuten voor het voedsel in je maag is beland. Met normaal bestek heb je in die tijd makkelijk 2 volle borden naar binnen gewerkt, maar met stokjes lukt dat niet. Je krijgt dus het signaal 'vol' terwijl je nog aan het eten bent, en krijgt zo minder calorieën binnen.

Van hand naar vork

Een stukje geschiedenis. Ook al was het vroeger normaal om met je handen te eten, er bestonden in de prehistorie al messen en lepels. Het mes had een scherpe punt waarmee je voedsel van een schaal kon prikken om het vervolgens met je vingers in de mond te stoppen. Tot in de middeleeuwen lag op de tafel van de gastheer geen bestek; iedereen bracht zijn eigen bestek mee. Op de vork zoals we die nu kennen, was het in onze contreien wachten tot in de 17de eeuw. Het gebruik ervan werd door de elite om praktische redenen ingevoerd: door met een vork te eten, bevuilden ze hun hoge witte kragen minder snel. Het gebruik van een vork werd dan ook lang als 'pretentieus' gezien. Pas sinds eind 18de eeuw worden messen, vorken en lepels in series van 6 of 12 gemaakt en klaargelegd op de gedekte tafel.

© ISTOCK

Grote glazen

Wat voor de borden geldt, geldt ook voor de drinkglazen. Wetenschappers van de universiteit van Cambridge onderzochten welke wijnglazen in Engeland gebruikt werden sinds 1700. Het resultaat is verbluffend: in 300 jaar tijd werden de Britse wijnglazen bijna 7 keer zo groot. Vroeger waren ze eerder van het formaat 'jeneverglaasje', vandaag wordt wijn vaak geschonken in een groot ballonglas, waardoor je de neiging hebt om meer in te gieten. Of er een verband bestaat tussen deze grotere glazen - ook bij ons - en de toegenomen wijnconsumptie, is niet bewezen.

Twee studies van de universiteit van Liverpool ondersteunen dat advies. In beide studies - de een uitgevoerd in een laboratorium, de ander tijdens een quizavond in een pub - mochten de participanten alcohol drinken à volonté. Afhankelijk van de testgroep kregen ze die in standaardglazen of in glazen die een kwart kleiner waren. Uit de resultaten blijkt dat de alcoholconsumptie van mensen die uit kleinere glazen dronken 28,6 tot 33,3 procent lager lag. Terwijl ze zoveel drankjes mochten bestellen als ze maar wilden.

Nog een tip voor wie toch graag een groot glas blijft gebruiken, bijvoorbeeld voor cocktails: uit een smal hoog glas drink je minder dan uit een laag breed glas.

De plaatsing op je bord

Volgende keer toch maar goed opletten als je de asperges of sperziebonen op een bord schikt. De richting waarin het eten wijst, zou niet zonder belang zijn. Eten dat naar links wijst, zouden we in onze westerse cultuur associëren met 'verkeerd', terwijl naar rechts oké oogt. Naar boven wijzen krijgt dan weer de voorkeur op naar beneden. Voor een maaltijd die optimaal 'georiënteerd' is, zouden we zelfs meer willen betalen. Dat blijkt uit een onderzoek (van Charles Michel, universiteit Oxford) waarbij 12.000 proefpersonen een bord met 3 pickled onions erop net zo lang moesten draaien tot ze de plaatsing bevredigend vonden. De ideale setting bleek: zo'n 3 graden met de klok mee, met de punten van de uien naar boven wijzend.

© ISTOCK
Hoe je brein erin slaagt visuele informatie te koppelen aan je smaakpapillen is niet helemaal duidelijk. Maar dit staat vast: kleur beïnvloedt je smaakperceptie. Ook de kleur van je serviesgoed. Zoute popcorn smaakt zouter in een wit kommetje en zoete popcorn zoeter in een gekleurd kommetje. Chocolademelk geserveerd in een oranje mok wordt als zoeter en geuriger ervaren dan dezelfde chocolademelk in een witte of rode mok. En yoghurt eten met een blauw lepeltje smaakt zouter dan met een rood, groen, zwart of wit lepeltje. Wellicht omdat veel zoute snacks een blauwe verpakking hebben. Het zijn maar enkele van de bevindingen van een onderzoeksteam onder leiding van Charles Spence (universiteit van Oxford), een psycholoog en filosoof die een nieuwe tak van de wetenschap beoefent: de gastrofysica, of de manier waarop we smaak beleven met al onze zintuigen. Voor een van zijn bekendste experimenten liet Spence 53 vrijwilligers aardbeienmousse eten van een wit en van een zwart bord. Ook al ging het om dezelfde mousse, de proefpersonen waren unaniem van oordeel dat de mousse op het witte bord zoeter was en intenser van smaak. De verklaring: op een wit bord komt de roze kleur beter tot haar recht, en roze is een kleur die we spontaan associëren met zoet. Van een rood bord eet je dan weer het minst. Waarschijnlijk omdat rood de kleur is van gevaar - waardoor de eetlust onbewust wordt afgeremd. Ook voor drinken gaat dat op. Kies bij twijfel voor porseleinen serviesgoed in plaats van plastic. Het is milieuvriendelijker én smaakvoller. Dat bleek duidelijk uit een experiment met yoghurt: de proefpersonen gaven aan dat de yoghurt in het zwaardere kommetje veel voller van smaak was en wellicht duurder dan (dezelfde) yoghurt in een lichtere kom. Kommen en mokken zijn populairder dan ooit, ook voor warme drankjes, soepen en oosterse gerechten. Het gewicht en de warmte van de kom geven een gevoel van troost en zorgen ervoor dat je de inhoud ervan meer waardeert. Nog een trucje: omdat je brein geen onderscheid maakt tussen wat voedsel en wat eetgerei is, krijg je sneller een voldaan gevoel als je je kom in je handen houdt. Wil je minder eten, zorg dan voor zoveel mogelijk contrast tussen je bord en wat erop ligt. Op die manier creëer je een optische illusie: dezelfde portie vanille-ijs lijkt groter in een wit dan in een felgekleurd kommetje. Dat witte kommetje reserveer je beter voor chocolade-ijs als je de portie wilt beperken. Als het bord duidelijk een andere kleur heeft dan het eten, eten we ongeveer een vijfde minder. Onderschat ook de kleur van je tafelkleed niet. We zouden zo'n 10 procent minder eten als het tafelkleed een andere kleur heeft dan het bord, omdat het contrast helpt om de rand van het bord te zien. Dat helpt bij het inschatten van de grootte van de portie. Een wit bord op een wit tafellaken is dus geen goed idee als je op dieet bent. Tenzij je een placemat in een contrasterende kleur gebruikt.In de loop der jaren zijn onze borden steeds groter geworden. In de jaren 50 was een bord gemiddeld 22 centimeter groot, vandaag is dat 27 centimeter. En hoe groter het bord, hoe kleiner de porties lijken, dus hoe meer je opschept. De Nederlandse onderzoeker Koert van Ittersum (Rijksuniversiteit Groningen) berekende dat je van een groter bord tot 30 % meer eet. Volgens hem is er dan ook een relatie tussen de toenemende grootte van serviesgoed en de huidige obesitasepidemie. Voor een van zijn onderzoeken liet hij de helft van de proefpersonen ijs eten uit een kom die dubbel zo groot was als die van de andere helft. De eerste groep schepte gemiddeld een derde meer ijs op. Gebeurde dat bovendien met een uit de kluiten gewassen opscheplepel, dan namen de proefpersonen gemiddeld 60 % meer ijs dan de groep met een kleinere kom en lepel. Opvallend: de 'veel-opscheppers' waren zich daar totaal niet van bewust.In het Westen vinden we het nogal omslachtig, maar dat is juist de kracht van eten met stokjes: je eet ineens een stuk trager. En wie langzamer eet, wordt minder snel dik. Tijdens de maaltijd duurt het 20 tot 30 minuten voor het voedsel in je maag is beland. Met normaal bestek heb je in die tijd makkelijk 2 volle borden naar binnen gewerkt, maar met stokjes lukt dat niet. Je krijgt dus het signaal 'vol' terwijl je nog aan het eten bent, en krijgt zo minder calorieën binnen. Een stukje geschiedenis. Ook al was het vroeger normaal om met je handen te eten, er bestonden in de prehistorie al messen en lepels. Het mes had een scherpe punt waarmee je voedsel van een schaal kon prikken om het vervolgens met je vingers in de mond te stoppen. Tot in de middeleeuwen lag op de tafel van de gastheer geen bestek; iedereen bracht zijn eigen bestek mee. Op de vork zoals we die nu kennen, was het in onze contreien wachten tot in de 17de eeuw. Het gebruik ervan werd door de elite om praktische redenen ingevoerd: door met een vork te eten, bevuilden ze hun hoge witte kragen minder snel. Het gebruik van een vork werd dan ook lang als 'pretentieus' gezien. Pas sinds eind 18de eeuw worden messen, vorken en lepels in series van 6 of 12 gemaakt en klaargelegd op de gedekte tafel.Wat voor de borden geldt, geldt ook voor de drinkglazen. Wetenschappers van de universiteit van Cambridge onderzochten welke wijnglazen in Engeland gebruikt werden sinds 1700. Het resultaat is verbluffend: in 300 jaar tijd werden de Britse wijnglazen bijna 7 keer zo groot. Vroeger waren ze eerder van het formaat 'jeneverglaasje', vandaag wordt wijn vaak geschonken in een groot ballonglas, waardoor je de neiging hebt om meer in te gieten. Of er een verband bestaat tussen deze grotere glazen - ook bij ons - en de toegenomen wijnconsumptie, is niet bewezen.Twee studies van de universiteit van Liverpool ondersteunen dat advies. In beide studies - de een uitgevoerd in een laboratorium, de ander tijdens een quizavond in een pub - mochten de participanten alcohol drinken à volonté. Afhankelijk van de testgroep kregen ze die in standaardglazen of in glazen die een kwart kleiner waren. Uit de resultaten blijkt dat de alcoholconsumptie van mensen die uit kleinere glazen dronken 28,6 tot 33,3 procent lager lag. Terwijl ze zoveel drankjes mochten bestellen als ze maar wilden. Nog een tip voor wie toch graag een groot glas blijft gebruiken, bijvoorbeeld voor cocktails: uit een smal hoog glas drink je minder dan uit een laag breed glas. Volgende keer toch maar goed opletten als je de asperges of sperziebonen op een bord schikt. De richting waarin het eten wijst, zou niet zonder belang zijn. Eten dat naar links wijst, zouden we in onze westerse cultuur associëren met 'verkeerd', terwijl naar rechts oké oogt. Naar boven wijzen krijgt dan weer de voorkeur op naar beneden. Voor een maaltijd die optimaal 'georiënteerd' is, zouden we zelfs meer willen betalen. Dat blijkt uit een onderzoek (van Charles Michel, universiteit Oxford) waarbij 12.000 proefpersonen een bord met 3 pickled onions erop net zo lang moesten draaien tot ze de plaatsing bevredigend vonden. De ideale setting bleek: zo'n 3 graden met de klok mee, met de punten van de uien naar boven wijzend.